| Ingediend | 17 augustus 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 11 september 2026 (na 25 dagen) |
| Indieners | Kati Piri (GroenLinks-PvdA), Suzanne Kröger (GroenLinks-PvdA) |
| Beantwoord door | Berendsen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
| Onderwerpen | internationaal organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16940.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-3031.html |
Ja.
Het kabinet is bezorgd over de humanitaire situatie in Afghanistan. De humanitaire noden in Afghanistan blijven onverminderd hoog, en dat zal naar verwachting door de huidige ontwikkelingen in de regio en in het land niet snel veranderen. Tegelijkertijd staat de financiële steun van de internationale gemeenschap aan Afghanistan steeds verder onder druk. Het kabinet heeft zich gecommitteerd aan het blijven steunen van de Afghaanse bevolking, met name de Afghaanse vrouwen en meisjes. Daarom maakt Nederland humanitaire hulpverlening in Afghanistan mogelijk door flexibel inzetbare financiering via meerdere kanalen: de VN, de Rode Kruis en Halve Maanbeweging, en de Dutch Relief Alliance. Nederland zal dit jaar, naast de reeds toegezegde bijdrage van EUR 6 miljoen2 aan het landenspecifieke noodfonds van de VN (Afghanistan Humanitarian Fund), een additionele bijdrage van EUR 5 miljoen leveren en is daarmee de grootste donor van dit fonds.
Humanitaire hulp is hard nodig in Afghanistan. Nederland blijft zich daarom inzetten voor gerichte humanitaire steun, bescherming van de meest kwetsbaren en versterking van de weerbaarheid van de Afghaanse bevolking. Nederland erkent het Taliban-regime niet en daardoor is er geen sprake van reguliere bilaterale ontwikkelingssamenwerking. Tegelijkertijd oefent Nederland in internationaal verband druk uit op de de facto autoriteiten om mensenrechten en humanitaire principes te respecteren en te garanderen en schendingen te beëindigen en te voorkomen.
Om ervoor te zorgen dat de Afghaanse bevolking alsnog meer dan alleen humanitair ondersteund wordt, ondersteunt het kabinet de lediging van basisnoden in multilateraal verband, o.a. via de EU, het Afghanistan Resilience Trust Fund (ARTF) van de Wereldbank en de Asian Development Bank (AsDB). Deze initiatieven hebben als doel bij te dragen aan de zelfredzaamheid van de Afghaanse bevolking.3
Het kabinet blijft zich, waar mogelijk, inzetten voor ondersteuning van de Afghaanse bevolking, met aandacht voor mensenrechten, basisnoden, steun aan het maatschappelijk middenveld, opvang in de regio en humanitaire hulp. Dit gebeurt onder strikte voorwaarden om het Taliban-regime niet te legitimeren, en waar mogelijk in EU-verband. Het kabinet zal uw Kamer zoals gebruikelijk tijdig via de geannoteerde agenda blijven informeren over de Nederlandse inzet voor de Raad Buitenlandse Zaken.
De situatie van Afghaanse vrouwen en meisjes is schrijnend. Het kabinet heeft zich gecommitteerd aan het steunen van de Afghaanse bevolking, met name de Afghaanse vrouwen en meisjes. Nederland doet dit onder andere via steun aan multilaterale organisaties en steunt verschillende lokale organisaties die zich richten op de bevordering van de rechten van vrouwen en meisjes in Afghanistan. Nederland werkt altijd vanuit de «voor vrouwen, door vrouwen»-benadering, waarbij er in alle programmering speciale aandacht voor vrouwen en meisjes is.
Het is verwerpelijk dat het Taliban-regime vrouwen en meisjes in Afghanistan toegang tot het voortgezet- en universitair onderwijs ontzegt. Nederland blijft zich uitspreken tegen de mensenrechtenschendingen door het Taliban-regime, zowel in EU- als VN-verband. In de minimale operationele contacten met de de facto autoriteiten brengt Nederland de grote zorgen over de situatie van vrouwen en meisjes in Afghanistan nadrukkelijk naar voren.
Zie het antwoord op vraag 3, 5 en 6.
De afnemende veiligheid en toegang van vrouwelijke hulpverleners is zorgwekkend. Het Taliban-regime heeft verschillende beperkingen opgelegd aan hulp aan vrouwen en door vrouwen. In de praktijk is er enige bewegingsruimte om positieve uitkomsten door en voor vrouwen te realiseren. Nederland blijft met (lokale) partnerorganisaties actief in Afghanistan in gesprek over hoe Nederland deze organisaties zo goed mogelijk kan ondersteunen bij hun werkzaamheden. Ook blijft Nederland zich op diplomatiek niveau inzetten in verschillende internationale fora voor de veiligheid van vrouwelijke hulpverleners en toegang tot hulp en zorg voor vrouwen, evenals de onafhankelijkheid en neutraliteit van de hulpverlening.
Nederland ondersteunt, onder andere met directe flexibele financiering, verschillende lokale organisaties die zich richten op de bevordering van de rechten van vrouwen en meisjes in Afghanistan. Vanwege de toenemende restrictieve regels van de de facto autoriteiten blijft deze steun noodzakelijk. Zoals beantwoord op vraag 3, erkent Nederland het Taliban-regime niet als de legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking en is hierdoor ook geen reguliere (bilaterale) ontwikkelingssamenwerking mogelijk.
Ja. Het normaliseren van de relatie met het Taliban-regime, zoals beschreven in het manifest, is niet aan de orde. Nederland spreekt zich uit tegen de mensenrechtenschendingen. Het kabinet roept he Taliban-regime op de mensenrechten, en de rechten van vrouwen en meisjes in het bijzonder, te respecteren. Om deze reden heeft Nederland, samen met Australië, Canada en Duitsland, Afghanistan aansprakelijk gesteld voor grove en systematische schendingen van het Vrouwenverdrag. Over dit proces kan het kabinet, in het belang van de aansprakelijkstelling, geen verdere uitspraken doen. De situatie voor vrouwen en meisjes in Afghanistan blijft op de radar van dit kabinet.
Voor bepaling van de positie van en risico’s die verschillende groepen lopen gaat Nederland af op het algemeen ambtsbericht. Het meest recente algemeen ambtsbericht is in december 2025 gepubliceerd. In de brief5 van het kabinet van 28 mei jl. over het landgebonden asielbeleid voor Afghanistan is op de verschillende groepen ingegaan.
Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 10 juli jl.6 heeft het kabinet besloten om de motie Piri vooralsnog in beraad te houden, hangende de uitspraak van de Hoge Raad in het cassatieberoep van 42 extern ingehuurde Afghaanse ambassadebewakers.
Het kabinet heeft besloten de uitspraak van de Hoge Raad af te wachten omdat de uitkomst van de rechtszaak sturend is voor het handelingsperspectief van het kabinet. Het kabinet is zich ervan bewust dat dit besluit onzekerheid oplevert voor de betrokken voormalige Afghaanse bewakers en hun gezinnen. Om zo spoedig mogelijk duidelijkheid te krijgen, voor alle betrokkenen, heeft het kabinet ingestemd met een versnelde behandeling van het cassatieberoep.
Met de inwerkingtreding van het Asiel- en Migratiepact is de asielvergunning voor onbepaalde tijd komen te vervallen. Dat betekent niet dat daarmee geen perspectief op langdurig en stabiel verblijf meer bestaat. Daarvoor blijven er in beginsel verschillende wettelijke verblijfsroutes beschikbaar. Welke route van toepassing is, hangt af van de individuele omstandigheden en het voldoen aan de daarvoor geldende voorwaarden. Een mogelijke route is bijvoorbeeld doorstroom naar de status van EU-langdurig ingezetene. Het afschaffen van de asielvergunning onbepaalde tijd betekent niet dat de hierboven genoemde groep Afghanen moeten terugkeren. Wanneer zij op grond van hun individuele situatie en de situatie in Afghanistan nog steeds gevaar lopen zal bescherming aan de orde zijn en zal de vergunning voor bepaalde tijd worden verlengd.
De asielaanvragen van deze groep zijn met voorrang behandeld vanwege de bijzondere omstandigheden in Afghanistan en hun band met Nederland. Verder geldt dat er sprake is van voldoende verblijfs- en perspectiefmogelijkheden binnen het stelsel. Daarom zien wij geen aanleiding om voor deze groep een uitzonderingspositie te creëren.
Voor de beantwoording van de vragen 14 en 15 wordt verder verwezen naar de antwoorden van het kabinet d.d. 17 augustus jl. op eerdere vragen van uw Kamer (ingezonden 3 juli 2026, 2026Z15703)
Nederland onderhoudt minimale operationele contacten met de de facto autoriteiten in Afghanistan. Het normaliseren van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Nederland erkent de Taliban niet als legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking. Voor de beantwoording van de vraag 16 wordt verder verwezen naar de antwoorden van het kabinet d.d. 10 juli jl. op eerdere vragen van uw Kamer (ingezonden 25 juni 2026, 2026Z14586).
Deze motie wordt momenteel opgevolgd. Vanwege de gevoeligheid van het onderwerp wordt de motie zorgvuldig uitgevoerd.