Kamervraag 2026Z16847

De toegenomen winsten in de fossiele energiesector

Ingediend 12 augustus 2026
Beantwoord 9 september 2026 (na 28 dagen)
Indieners Sjoukje van Oosterhout (GroenLinks-PvdA), Luc Stultiens (GroenLinks-PvdA)
Beantwoord door Stientje van Veldhoven (D66), Eerenberg
Onderwerpen economie organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16847.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-3002.html
  • Vraag 1
    Bent u bekend met recente berichten in de media over toegenomen winsten in de fossiele energiesector, waaronder van de NOS1, het FD2 en The Guardian?3

    Ja.

  • Vraag 2
    Bent u daarnaast bekend met de analyse van Oxfam Novib4 waaruit blijkt dat de zes grootste olie- en gasbedrijven ter wereld in het tweede kwartaal van dit jaar bijna dubbel zoveel winst hebben gemaakt als daarvoor? Wat vindt u van deze analyse?

    Ik ben bekend met deze analyse. Het klopt dat olie- en gasbedrijven wereldwijd hogere winsten maken. Het is hierbij van belang om op te merken dat deze bedrijven wereldwijd opereren en een groot deel van hun winst behalen met oliewinning. Dat zij wereldwijd hogere winsten behalen, betekent dus niet automatisch dat zij ook in Nederland meer winst maken aangezien zij in Nederland in zeer beperkte mate olie winnen.

  • Vraag 3
    Kunt u een actueel overzicht geven van de crack spread5 per jaar sinds 2000?

    De crack spread is het prijsverschil tussen de prijs van een vat ruwe olie en de prijs van het geraffineerde eindproduct (zoals benzine, diesel en kerosine). In onderstaande tabel is de crack spread berekend vanaf 2015. In 2026 ligt de crack spread met 26,90 dollar per vat beduidend hoger dan het gemiddelde in de afgelopen 10 jaar (6,3 dollar per vat) of dan de crack spread ten tijde van de energiecrisis in 2022 (11,30 dollar per vat). In 2025 bedroeg de productie in Nederlandse raffinaderijen circa 384 mln. vaten.
    Op deze termijn was het niet mogelijk productiegegevens te ontsluiten van raffinaderijen van voor 2015. Deze productiegegevens zijn nodig om de mix van de productie van de raffinaderijen te bepalen (de output), waarmee de crack spread berekend wordt. Tot slot moet worden opgemerkt dat de gegevens over 2024 en 2025 voorlopig zijn en dat voor 2026 dezelfde productie is aangenomen als in 2025. Naar verwachting geeft dit een (lichte) onderschatting van de crack spread in 2026, omdat raffinaderijen relatief meer diesel en kerosine zijn gaan produceren en een hogere productie zullen draaien.
    5,08
    3,36
    5,58
    5,40
    4,80
    1,42
    2,68
    11,30
    10,17
    7,03
    12,13
    26,90

  • Vraag 4
    Kunt u bevestigen dat er op dit moment sprake is van overwinsten in de fossiele energiesector of dat er in ieder geval sterke indicaties zijn dat dit het geval is? Zo nee, hoe verklaart u de genoemde nieuwsberichten en conclusies van Oxfam Novib dan?

    Nederland kan in beginsel alleen belasting heffen over de winsten van de fossiele energiesector binnen zijn eigen jurisdictie. Daarnaast verschilt de ontwikkeling van de winstgevendheid per product, per onderdeel van de productieketen en mogelijk ook per olieconcern.
    Voor de productie van ruwe olie constateert het kabinet dat de prijs sinds maart fors is gestegen, terwijl het niet aannemelijk is dat de kosten van olieproductie in dezelfde mate zijn gestegen. Het ligt dus voor de hand dat de winstmarges van productie bij oliemaatschappijen (sterk) zijn toegenomen. Dit slaat vrijwel volledig in het buitenland neer, omdat de olieproductie met 2,3 miljoen vaten per jaar in Nederland zeer beperkt is; dit bedraagt slechts circa 1 procent van het eigen verbruik.
    Dit is anders voor de raffinagesector. Mede dankzij de strategische ligging aan zee heeft Nederland een aantal grote raffinaderijen en een marktaandeel van circa 10% in de totale Europese raffinageproductie. Het gaat om: Shell Pernis, BP Europoort, ExxonMobil Botlek, Zeeland Refinery (Vlissingen), Vitol Europoort en Gunvor Energy Europoort. Zoals uiteengezet in het antwoord op vraag 3 is de crack spread in 2026 sterk toegenomen, wat bij een raffinaderij – bij een gelijke of hogere productie – tot een hogere omzet zal leiden. Omzet is echter nog geen winst, maar dit is wel een indicatie is voor een hogere winstgevendheid. Belangrijke kanttekening hierbij is dat de exacte winsten afhankelijk zijn van bedrijfsspecifieke factoren, hier in het bijzonder de geldende inkoopcontracten en verkoopcontracten. De berekende crack spread in het antwoord op vraag 3 kan dus niet 1 op 1 vertaald worden in een hogere belastbare winst van Nederlandse raffinaderijen. Vanwege de bedrijfsgevoelige informatie heeft het kabinet geen exact zicht op hoe hoog deze winstmarges in werkelijkheid zijn.
    Op basis van de ACM monitor brandstofprijzen6 concludeert het kabinet tot slot dat de commerciële winstmarges bij tankstations gemiddeld genomen niet zijn gestegen. Tankstations worden geconfronteerd met hogere inkoopprijzen, die vervolgens worden doorberekend aan consumenten. Er zijn op dit moment geen concrete aanwijzingen dat pomphouders hogere winstmarges realiseren.

  • Vraag 5
    Hoeveel overwinsten hebben multinationals in de fossiele energie-sector gemaakt in het eerste halfjaar van 2026, uitgegaan van de definitie zoals gehanteerd in de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage 2022? Hoeveel van deze winsten zijn belastbaar in Nederland?

    Vooropgesteld geldt dat de winst in Nederland van bedrijven die belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting reeds belast is. Hoe hoger de winst, hoe hoger de verschuldigde vennootschapsbelasting. De extra winst die bedrijven in de fossiele energiesector in 2026 zullen maken, hangt sterk af van de specifieke inkoop- en verkoopcontracten die worden gehanteerd en de kosten die zij maken bij de productie. In de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage is overwinst gedefinieerd als de genoten belastbare winst die meer bedraagt dan 120% van de referentiewinst. De referentiewinst is vastgesteld op de gemiddelde belastbare winst of het Nederlandse inkomen over de vier boekjaren, voorafgaand aan het bijdragejaar. Toegepast op 2026 wordt de referentieperiode gevormd door de jaren 2022 t/m 2025. In het antwoord op vraag 8 wordt een inschatting gegeven van de budgettaire opbrengst wanneer een soortgelijke solidariteitsbijdrage als in 2022 zou worden ingevoerd.

  • Vraag 6
    Bent u het ermee eens dat het goed zou zijn om een overwinstbelasting voor de fossiele energiesector voor te bereiden, zodat op tijd tot heffing overgegaan kan worden? Zo nee, waarom niet? Hoe ziet u dit in het licht van de aangenomen moties van de leden Teunissen (Kamerstuk 23 432-683) en Klaver/Paternotte (Kamerstuk 36 933-9)?

    Het kabinet begrijpt het ongemak dat er bedrijven zijn die profiteren van de oorlog in het Midden-Oosten. Er zijn duidelijke signalen dat de commerciële winstmarges in de oliesector zijn toegenomen. Voor Nederlandse bedrijven gaat het voornamelijk om de raffinagesector. Het is hierbij wel belangrijk om de huidige cijfers in perspectief te plaatsen: de energiesector is sterk cyclisch en deze marges volgen op periodes waarin de raffinagesector juist aanzienlijk slechtere tijden heeft gekend. Tegelijkertijd is de winst uiteindelijk een uitkomst van de prijs die op de markt tot stand komt. Hierop ingrijpen is verstorend voor de markt, terwijl de Nederlandse raffinagesector met een marktaandeel van circa 10% in de totale Europese raffinageproductie belangrijk is voor de Europese leveringszekerheid. Ingrijpen vermindert de prikkel voor bedrijven om te investeren. Als bedrijven verwachten dat (al dan niet achteraf) extra winsten worden afgeroomd, zullen ze minder geneigd zijn om risico’s te nemen of te investeren in nieuwe energieprojecten. Dit heeft mogelijk een negatief effect op het investeringsklimaat in Nederland. Een nationale overwinstbelasting voor de oliesector moet daarom zorgvuldig worden gewogen, temeer omdat de vormgeving juridisch niet eenvoudig is en de hogere winsten al worden belast via de vennootschapsbelasting. Het kabinet heeft daarom eerder aangegeven eerst in Europees verband te willen optrekken. Ter uitvoering van de motie van de leden Klaver en Paternotte7 heeft het kabinet tijdens de Ecofinraad van 4 en 5 mei opgeroepen tot een nadere analyse van het ontstaan van eventuele overwinsten bij olie- en gasbedrijven als gevolg van de huidige hoge prijzen. Daarnaast heeft het kabinet opgeroepen op EU-niveau de juridische mogelijkheden te verkennen voor het invoeren van een belasting op overwinsten als er inderdaad sprake is van overwinsten, op zowel de Ecofinraad van 4 en 5 mei als op de informele Energieraad van 12 en 13 mei. Tot nu toe heeft de Europese Commissie geen nadere uitgebreidere analyse gedeeld. Het kabinet geeft nog steeds de voorkeur aan een Europese analyse en aanpak, waarbij er ruimte is voor de specifieke nationale omstandigheden.

  • Vraag 7
    Is het kabinet al begonnen met het voorbereiden van een overwinstbelasting? Zo nee, waarom niet?

    Zie het antwoord op vraag 6.

  • Vraag 8
    Hoeveel leverde de overwinstbelasting («tijdelijke solidariteitsbijdrage»), die over winsten in 2022 werd geheven, destijds op? Hoeveel zou deze zelfde heffing opleveren als hij over winsten in 2026 ook geheven zou worden, uitgaande van dezelfde definitie van overwinsten en tarieven als in 2022 en berekend op basis van de winstcijfers van de eerste twee kwartalen?

    Op basis van de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage is indertijd € 2,7 miljard afgedragen. Het grootste deel hiervan is betaald door de gassector. Op basis van de huidige gasprijs is het echter niet de verwachting dat een overwinstbelasting over 2026 tot een substantiële opbrengst leidt. Alhoewel de gasprijzen in 2026 hoger zijn dan in 2025, ligt de gasprijs in 2026 niet hoger dan 120% van de gemiddelde gasprijs over 2022–2025. Een belangrijke reden hiervoor is dat in het jaar 2022 de gasprijs zeer hoog was. Bovendien is de gassector nu een stuk kleiner dan voorheen i.v.m. met het sluiten van de velden en minder investeringen in productie op de Noordzee.
    Omdat de oliewinning in Nederland zeer marginaal is, is vanuit die sector nagenoeg geen opbrengst te verwachten.
    Onder de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage is over 2022 € 325 mln. aan belasting afgedragen door raffinaderijen. Op basis van deze gerealiseerde belastingopbrengst en onder de aanname dat de ontwikkeling van de crackspread ten opzichte van 2022 tot een hogere winst leidt, kan een eerste ruwe inschatting worden gemaakt van hoeveel een nieuwe solidariteitsbijdrage in 2026 aan belastinginkomsten zou opleveren.
    Alhoewel de bruto winstmarge en de fiscale nettowinst niet een-op-een aan elkaar gerelateerd zijn, zou deze bruto marge gebruikt kunnen worden voor een eerste indicatie. In 2026 is de bruto winstmarge ten opzichte van de referentieperiode in absolute zin ongeveer twee keer zo groot als de bruto winstmarge in 2022. Als grove inschatting zou een nieuwe solidariteitsbijdrage, die met terugwerkende kracht wordt ingevoerd vanaf 1 januari 2026 een belastingopbrengst in ordegrootte van ongeveer € 500 tot € 700 mln. kunnen opleveren. Wanneer de solidariteitsbijdrage zou gaan gelden vanaf moment van aankondiging, bijvoorbeeld vanaf 1 oktober 2026, bedraagt de budgettaire opbrengst in 2026 naar verwachting ongeveer € 125 tot € 175 mln. Deze raming is onzeker, omdat het afhangt van de ontwikkeling van de crack spread en de daarmee samenhangende ontwikkelingen in het Midden-Oosten in de komende maanden.

  • Vraag 9
    In hoeverre is het juridisch mogelijk een dergelijke heffing opnieuw in te voeren, al dan niet met terugwerkende kracht, net als destijds?

    De juridische houdbaarheid en uitvoerbaarheid van een dergelijke nieuwe overwinstbelasting is afhankelijk van de vormgeving van de maatregel. Daarbij is onder meer van belang dat de belastingplichtige en de belastinggrondslag zorgvuldig worden afgebakend. Bij de keuzes in de vormgeving van een nieuwe overwinstbelasting is ook van belang te bepalen voor welke periode de solidariteitsbijdrage zou gaan gelden: vanaf het moment van inwerkingtreding of met terugwerkende kracht tot een eerder tijdstip. Het kabinet acht het toekennen van terugwerkende kracht aan (belastende) belastingmaatregelen in beginsel niet wenselijk. In dit kader acht het kabinet relevant dat aan belastingmaatregelen die een verzwaring van de belastingheffing betekenen geen terugwerkende kracht mag worden gegeven, tenzij (zeer) bijzondere omstandigheden een afwijking van deze regel rechtvaardigen. Gelet op de uitzonderlijke omstandigheden van destijds, is de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage met terugwerkende kracht voor het jaar 2022 ingevoerd.7 Hoewel het kabinet deze terugwerkende kracht voor deze bijdrage gerechtvaardigd achtte, leidt deze terugwerkende kracht en een aantal andere aspecten van deze wet c.q. deze Europese verordening in zowel Nederland als daarbuiten tot veel procedures. Er is nog geen definitieve uitspraak in deze geschillen.

  • Vraag 10
    Hoe snel zou het kabinet daartoe over kunnen gaan en hoeveel voorbereidingstijd is nodig?

    Naar aanleiding van de ernst van de energiecrisis in 2022, heeft de EC zich genoodzaakt gezien om op niveau van de Europese Unie actie te ondernemen en in te grijpen door een Europese verordening voor het invoeren van een solidariteitsbijdrage voor te stellen. Naar aanleiding van deze verordening, heeft het kabinet in september 2022 de beslissing genomen om een solidariteitsbijdrage in te voeren en is – in korte tijd – wetgeving voorbereid en is die wetgeving in datzelfde najaar in het parlement behandeld om per 1 januari 2022 in werking te treden. Dit was – gegeven de Europese verordening en de uitzonderlijke omstandigheden van destijds – een buitengewoon snel proces, waarbij zoveel mogelijk aansluiting bij de Europese verordening werd gezocht. Hoewel een Europeesrechtelijk kader voor een nieuwe nationale solidariteitsbijdrage of overwinstbelasting juridisch gezien niet noodzakelijk is, meent het kabinet dat het invoeren van een dergelijke heffing, met het oog op het creëren van een gelijk speelveld tussen marktpartijen, op basis van een nieuwe Europese verordening wenselijk is. Bovendien is het wetstechnisch eenvoudiger dan het invoeren van een nieuwe nationale maatregel, omdat moet worden aangesloten bij een Europeesrechtelijk kader.
    Er is nader onderzoek nodig om te kunnen aangeven op welke termijn de Belastingdienst een nieuwe solidariteitsbijdrage zou kunnen heffen en innen. Hierbij kan het moment dat de Belastingdienst gaat heffen en innen in principe los staan van (het startmoment van) de periode waarover de solidariteitsbijdrage moet worden afgedragen. Zo moet worden vastgesteld welke IV-aanpassingen nodig zijn, of bestaande systemen nog bruikbaar zijn en welke capaciteit daarvoor benodigd is. Sinds besluit tot invoering van de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage in 2022 zijn zowel de uitvoeringsomgeving als de randvoorwaarden veranderd. De destijds gerealiseerde technische oplossing sluit nog slechts beperkt aan op het huidige IV-landschap en voldoet niet vanzelfsprekend aan de huidige eisen op het gebied van architectuur, informatiebeveiliging, privacy en archivering.

  • Vraag 11
    Welke nieuwe inzichten heeft u de afgelopen maanden opgedaan als het gaat om overwinsten en het belasten daarvan?

    Mede op verzoek van uw Kamer heeft het kabinet afgelopen voorjaar een eerste analyse gemaakt van de toegenomen marges in de Nederlandse oliemarkt. De ACM heeft daarna de monitor brandstofprijzen gepubliceerd, die nauwkeurig beschrijft hoe de marges in de oliemarkt zich ontwikkelen. Deze monitor bevestigt de analyse die het kabinet in het voorjaar heeft gemaakt: met name bij olieproductie en raffinage zijn de marges sterk toegenomen. Het kabinet heeft zich daarnaast – conform verzoek van Uw Kamer – in Europees verband ingezet om een Europese overwinstbelasting voor olie- en brandstofproductie in te voeren. Tot nu toe heeft de Europese Commissie geen nadere uitgebreidere analyse gedeeld. Het kabinet geeft nog steeds de voorkeur aan een Europese analyse en aanpak, waarbij er ruimte is voor de specifieke nationale omstandigheden.

  • Vraag 12
    Kunt u deze vragen vóór 1 september 2026 beantwoorden?

    Het kabinet heeft gestreefd naar een zo spoedig mogelijke beantwoording.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z16847
Volledige titel: De toegenomen winsten in de fossiele energiesector
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-3002
Volledige titel: Antwoord op vragen van de leden Stultiens en Van Oosterhout over de toegenomen winsten in de fossiele energiesector