Kamervraag 2026Z16664

Het uitblijven van een volledige strafrechtelijke afhandeling van de bestorming van de Utrechtse gemeenteraad

Ingediend 4 augustus 2026
Beantwoord 1 september 2026 (na 28 dagen)
Indiener Shanna Schilder (PVV)
Beantwoord door Enneüs Heerma (CDA), David van Weel (VVD)
Onderwerpen openbare orde en veiligheid organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16664.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2893.html
  • Vraag 1
    Heeft u kennisgenomen van het bericht «Aangifte Utrechts raadslid Yvonne Hessel tegen XR-/Palliebestormers stadhuis verdwenen»?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Deelt u de mening dat het binnendringen van een gemeenteraad, het verstoren van een raadsvergadering en het intimideren van gekozen volksvertegenwoordigers een frontale aanval vormen op onze democratische rechtsorde en daarom keihard en maximaal moeten worden aangepakt? Zo nee, waarom niet?

    Het opzettelijk verstoren van een raadsvergadering is niet voor niets verboden. Het is immers van groot belang dat gekozen volksvertegenwoordigers hun ambt kunnen vervullen en vrij van oneigenlijke druk besluiten kunnen nemen. Het intimideren van volksvertegenwoordigers is tevens volstrekt onacceptabel. De Minister van BZK heeft daarom het afgelopen jaar in totaal zes miljoen euro beschikbaar gesteld om de veiligheid van openbare vergaderingen van de volksvertegenwoordiging te bevorderen.
    Het is aan het OM om de afweging te maken om tot vervolging over te gaan en het is vervolgens aan de rechtspraak om te bepalen hoe de verstoring van de raadsvergadering bestraft dient te worden.

  • Vraag 3
    Hoe kan het dat ruim een jaar na de bestorming van de Utrechtse gemeenteraad, terwijl de gebeurtenissen volledig op beeld zijn vastgelegd en de identiteit van meerdere betrokkenen bekend is, nog altijd geen volledige strafrechtelijke afhandeling heeft plaatsgevonden?

    Op 22 juli 2025 is aangifte gedaan tegen de personen die probeerden te voorkomen dat de burgemeester (in haar rol als voorzitter van de gemeenteraad) zou terugkeren naar de raadszaal tijdens de raadsvergadering op 17 juli 2025. Een paar weken later deed mevrouw Hessel aangifte voor het verstoren van diezelfde raadsvergadering.
    Dit zijn twee aparte strafbare feiten waar verschillende straffen op staan. Op het verstoren van een raadsvergadering (art. 144 Sr) staat maximaal twee weken gevangenisstraf en op de verhindering van de voorzitter om terug te keren (art. 124 Sr) staat maximaal negen jaar gevangenisstraf.
    Na onderzoek heeft het Openbaar Ministerie destijds besloten alleen de personen te vervolgen die probeerden te voorkomen dat de burgemeester zou terugkeren naar de raadszaal. Onderdeel van dat besluit was de overweging om geen opsporingscapaciteit in te zetten op het identificeren van de grote groep personen die de vergadering hadden verstoord.
    De vier verdachten zijn gedagvaard en de zitting zou op 24 november 2025 plaatsvinden. Door een verzoek van de verdediging van de vier verdachten, vlak vóór de zitting, is besloten om de zaak op dat moment niet inhoudelijk te behandelen en zijn de zaken van die zitting ingetrokken. De verwachting is dat binnen enkele weken nadere informatie over de voortgang bekend zal worden.

  • Vraag 4
    Hoe beoordeelt u het feit dat de burgemeester van Utrecht geen aangifte heeft gedaan van de ordeverstoring in de raadszaal zelf, de betrokken actievoerders publiekelijk voor de camera van RTV Utrecht in bescherming nam en later samen optrok met de organisator van het protest? Deelt u de mening dat hierdoor de burgemeester de ernst van deze aanval op de democratie enorm heeft gebagatelliseerd en dat dit een enorm dieptepunt is voor onze democratie?

    Het is niet aan mij om de bestuurlijke keuzes en het optreden van de burgemeester in dezen te beoordelen.

  • Vraag 5
    Klopt het dat raadslid Yvonne Hessel wél aangifte heeft gedaan van de ordeverstoring in de raadszaal, dat de politie deze aangifte heeft onderzocht en vervolgens heeft doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie, terwijl het Openbaar Ministerie later heeft aangegeven deze aangifte niet te hebben ontvangen? Hoe kan een aangifte in een zaak van deze ernst in hemelsnaam verdwijnen? Bent u hierover al in gesprek geweest met het Openbaar Ministerie? Zo ja, wat is daarbij besproken?

    Een paar weken na de aangifte van de burgemeester heeft het raadslid Hessel aangifte gedaan van het verstoren van diezelfde raadsvergadering. Dit betreft een ander strafbaar feit dan de aangifte van de burgemeester, Op het verstoren van een raadsvergadering (art. 144 Sr) staat maximaal twee weken gevangenisstraf en op de verhindering van de voorzitter om terug te keren (art. 124 Sr) staat maximaal negen jaar gevangenisstraf.
    Na onderzoek heeft het Openbaar Ministerie destijds besloten alleen de personen te vervolgen die probeerden te voorkomen dat de burgemeester zou terugkeren naar de raadszaal. Onderdeel van dat besluit was de overweging om geen opsporingscapaciteit in te zetten op het identificeren van de grote groep personen die de vergadering hadden verstoord. In het opgestelde dossier was daarom niet de aangifte van mevrouw Hessel opgenomen. De communicatie hierover richting mevrouw Hessel is niet goed geweest en daardoor is verwarring ontstaan met als gevolg dat het beeld is ontstaan dat de aangifte was verdwenen.
    Inmiddels is er contact geweest met mevrouw Hessel. Haar is uitleg van de situatie gegeven en namens het Openbaar Ministerie en de politie zijn excuses aangeboden.
    Er is dus geen sprake van een verdwenen aangifte.

  • Vraag 6
    Heeft de burgemeester van Utrecht vóór, tijdens of na de aangifte op enig moment contact gehad met het Openbaar Ministerie over de strafrechtelijke afhandeling van deze zaak? Zo ja, wanneer, met wie en wat is daarbij concreet besproken?

    Het besluit om vier personen te vervolgen voor het verhinderen van de voorzitter om terug te keren, is gedeeld met de burgemeester. Zij is immers aangever in deze zaak. Zij heeft uiteraard geen enkele betrokkenheid gehad bij de vervolgingsbeslissing.

  • Vraag 7
    Bent u bereid volledig en onafhankelijk te laten onderzoeken hoe deze aangifte heeft kunnen verdwijnen, wie daarvoor verantwoordelijk is, of daarbij fouten, nalatigheid, beïnvloeding of belemmering een rol hebben gespeeld en welke consequenties hieraan verbonden worden en de Kamer hierover zo spoedig mogelijk te informeren? Zo nee, waarom niet? . Deelt u de mening dat burgemeesters bij strafbare feiten die worden gepleegd tijdens een gemeenteraadsvergadering altijd aangifte behoren te doen om de lokale democratie te beschermen? Bent u bereid hierover landelijke afspraken of een richtlijn op te stellen? Zo nee, waarom niet?

    Zie het antwoord op vraag 5. Er is geen sprake van een verdwenen aangifte.

  • Vraag 8
    Waarom heeft het Openbaar Ministerie niet uit eigen beweging strafrechtelijk opgetreden tegen de personen die de Utrechtse gemeenteraad hebben bestormd en de vergadering hebben verstoord, terwijl deze gebeurtenissen uitgebreid op beeld zijn vastgelegd en publiekelijk bekend waren? Hoe rijmt u dit met de taak van het Openbaar Ministerie om strafbare feiten op te sporen en te vervolgen?

    Het kabinet roept politieke ambtsdragers op om normerend op te treden en altijd aangifte te doen van intimidatie of van handelingen die de lokale democratie onder druk zetten. Het is aan de ambtsdrager zelf om daarbij alle omstandigheden af te wegen en een besluit te nemen.

  • Vraag 9
    Acht u het aanvaardbaar dat personen die een democratisch gekozen gemeenteraad hebben bestormd, de vergadering hebben verstoord en hiermee de democratie frontaal hebben aangevallen mogelijk geheel of gedeeltelijk buiten vervolging blijven? Zo nee, bent u bereid alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat de verantwoordelijken alsnog zo spoedig mogelijk strafrechtelijk worden vervolgd met maximale strafeisen?

    Zie het antwoord op vraag 3. Het OM heeft ervoor gekozen om voor de zwaarste feiten vervolging in te stellen.

  • Vraag 10
    Indien uit onderzoek blijkt dat de burgemeester van Utrecht op welke wijze dan ook betrokken is geweest bij het verdwijnen van de aangifte of het frustreren van de strafrechtelijke afhandeling van deze aanval op de lokale democratie, deelt u dan de mening dat zij per direct niet langer houdbaar is als burgemeester en dat niet alleen een procedure tot schorsing en ontslag onmiddellijk in gang moet worden gezet, maar ook strafrechtelijke vervolging? Zo nee, waarom niet?

    Zie het antwoord op de vragen 3 en 9. Het is aan het Openbaar Ministerie om te bepalen voor welke feiten vervolging wordt ingesteld.

  • Mededeling - 25 augustus 2026

    Hierbij deel ik u, mede namens de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede dat de schriftelijke vragen van het lid Schilder (Groep Markuszower), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het uitblijven van een volledige strafrechtelijke afhandeling van de bestorming van de Utrechtse gemeenteraad (ingezonden 4 augustus 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z16664
Volledige titel: Het uitblijven van een volledige strafrechtelijke afhandeling van de bestorming van de Utrechtse gemeenteraad
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-2893
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Schilder over het uitblijven van een volledige strafrechtelijke afhandeling van de bestorming van de Utrechtse gemeenteraad