Kamervraag 2026Z16430

De Raad van State uitspraak van 1 juli over gewortelde kinderen

Ingediend 22 juli 2026
Beantwoord 9 september 2026 (na 49 dagen)
Indiener Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA)
Beantwoord door Bart van den Brink (CDA)
Onderwerpen migratie en integratie organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16430.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-3013.html
  • Vraag 1
    Bent u bekend met de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 juli 2026 dat u geen goede belangenafweging heeft gemaakt over de afsluitende regeling «kinderpardon» tussen het belang van Nederland en de belangen van kinderen?

    Ja.

  • Vraag 2
    Volgt uit deze uitspraken dat de drie gezinnen waarover deze gaan een verblijfsvergunning krijgen?

    In deze drie zaken heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State expliciet opgedragen om aan de betrokken kinderen en hun ouders een verblijfsvergunning te verlenen op grond van het privéleven (artikel 8 EVRM).1 De IND zal uitvoering geven aan deze uitspraken. Verder kan ik niet ingaan op individuele zaken.

  • Vraag 3
    Erkent u dat het uitzetten van deze kinderen na zo veel jaren verblijf in Nederland ronduit schadelijk is voor hun ontwikkeling, zoals de Raad van State doet?

    In algemene zin geldt dat het belang van het kind een eerste overweging is die zwaar meeweegt bij de belangenafweging bij een aanvraag op basis van artikel 8 EVRM. Dit volgt uit vaste rechtspraak van het EHRM.2 Hier valt ook het risico op ontwikkelingsschade onder (hierbij wordt onder meer gekeken naar deskundigenrapporten, de leeftijd van het kind en medische of psychische omstandigheden), als onderdeel van een individuele, brede belangenafweging waar alle relevante elementen in worden betrokken. In de belangenafweging worden de algemene belangen van de Nederlandse staat afgewogen tegen de persoonlijke belangen van de vreemdeling om in Nederland familie- of gezinsleven uit te oefenen. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de openbare orde, het economisch belang van Nederland, de duur van het verblijf van de vreemdeling en belemmeringen om het familie- of gezinsleven elders uit te oefenen. Dat is dus altijd een individuele afweging en dat maakt ook dat ik geen generieke kwalificatie voor alle gevallen kan geven.

  • Vraag 4
    Wanneer zullen de gezinnen hierover geïnformeerd worden en hoe zal het verdere proces eruitzien?

    De IND geeft uitvoering aan de uitspraken. Verder kan ik niet ingaan op deze individuele zaken.

  • Vraag 5
    Welke verdere consequenties heeft het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat u geen goede belangenafweging heeft gemaakt door de belangen van het kind en het belang van het privéleven van het gezin minder zwaar te wegen dan het feit dat zij onrechtmatig in Nederland verblijven? Heeft dit consequenties voorbij deze drie gezinnen?

    De Afdeling bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat in deze drie zaken over de afsluitende regeling «kinderpardon» geen toereikende belangenafweging is gemaakt tussen het belang van Nederland en de belangen van kinderen.De interpretatie van de afdelingsuitspraken is op dit moment onderwerp van nadere bestudering.

  • Vraag 6
    Gaat u in het vervolg het belang van het kind zwaarder laten meewegen ten opzichte van het belang van de overheid in het geval dat zij langtijdig geworteld zijn, zoals de Raad van State ook oordeelt?

    Zie antwoord vraag 5.

  • Mededeling - 12 augustus 2026

    Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Westerveld (PRO), van uw Kamer aan de Minister van Asiel en Migratie over de Raad van State uitspraak van 1 juli over gewortelde kinderen (ingezonden 22 juli 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z16430
Volledige titel: De Raad van State uitspraak van 1 juli over gewortelde kinderen
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-3013
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Westerveld over de Raad van State uitspraak van 1 juli over gewortelde kinderen