| Ingediend | 17 juli 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 31 augustus 2026 (na 45 dagen) |
| Indiener | Ilana Rooderkerk (D66) |
| Beantwoord door | Judith Tielen (VVD) |
| Onderwerpen | onderwijs en wetenschap voortgezet onderwijs |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16330.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2879.html |
Het uitgangspunt van het Nederlandse onderwijsstelsel is dat scholen die voldoen aan de eisen die wetgeving aan onderwijsinstellingen en hun besturen stelt, ruimte en bekostiging krijgen om onderwijs te verzorgen.
De Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) ziet toe op de naleving van deze wettelijke eisen. Wanneer de inspectie tekortkomingen constateert, beschikt zij over interventiemogelijkheden die gericht zijn op duurzaam herstel van de onderwijskwaliteit. Als dit instrumentarium in een specifieke toezichtscasus niet toereikend blijkt, kan die casus onder regie van het ministerie geplaatst worden. De inspectie heeft bovenstaande casus vanwege de ernst van de bevindingen uit het rapport naar het bestuurlijk handelen van 18 juni 2026 opgeschaald naar fase E van de escalatieladder, de hoogste fase met regie bij het ministerie.
Het ministerie beschikt over aanvullende interventiemogelijkheden, die verder gaan dan enkel bewerkstelliging van herstel van de onderwijskwaliteit. Op grond van Artikel 2.95 WVO 2020 kan de Minister besluiten een schoolsoort of leerweg op te heffen (bij openbare scholen) of de bekostiging daarvan te beëindigen (bij bijzondere scholen). Dit is een uiterste maatregel, die enkel ingezet kan worden als aan strikte wettelijke voorwaarden wordt voldaan: de inspectie moet een herhaald eindoordeel Zeer zwak hebben vastgesteld, gebaseerd op onvoldoende leerresultaten; de inspectie moet geconstateerd hebben dat het bevoegd gezag niet bereid is afspraken te maken over verbeteringen dan wel onvoldoende verbeteringen heeft doorgevoerd; en het bevoegd gezag moet de mogelijkheid hebben gehad om hierop zijn zienswijze in te dienen. Aan deze wettelijke voorwaarden is in deze casus niet voldaan. Op dit moment zijn de in dit antwoord beschreven mogelijkheden wettelijk niet aan de orde.
De inspectie zal dit najaar een herstelonderzoek uitvoeren naar de onderwijskwaliteit op alle drie de afdelingen van het Cornelius Haga Lyceum. De uitkomst van dat herstelonderzoek wacht ik af.
Naar aanleiding van het inspectierapport naar het bestuurlijk handelen bereid ik op dit moment vervolgstappen voor. Daarbij staat voorop dat de leerlingen van het Cornelius Haga Lyceum zo snel mogelijk weer kunnen rekenen op onderwijs van goede kwaliteit. De inspectie en het ministerie houden de ontwikkelingen op basis van genoemd inspectierapport en de opvolging van de eerder opgelegde herstelopdrachten nauwlettend in de gaten. Zodra ik een definitief besluit heb genomen over de vervolgstappen informeer ik uw Kamer.