| Ingediend | 8 juli 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 24 augustus 2026 (na 47 dagen) |
| Indiener | Mpanzu Bamenga (D66) |
| Beantwoord door | Sjoerd Sjoerdsma (D66), Berendsen |
| Onderwerpen | internationaal internationale samenwerking |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z15955.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2749.html |
Ja.
Inclusiviteit ligt ten grondslag aan de ontwikkelingssamenwerkingsprogramma’s die het ministerie financiert. Deze programma’s zijn daarom zoveel mogelijk toegankelijk voor diverse groepen in een samenleving, waaronder mensen met een beperking. Een voorbeeld hiervan is het door Nederland medegefinancierde «Global Water Security and Sanitation Partnership» met de Wereldbank. Dit programma stimuleert toegang voor mensen met een beperking tot werk en diensten op het gebied van water en sanitaire voorzieningen en bevordert dat zij een rol spelen in besluitvorming. Conform de motie Ceder en Bamenga (Kamerstuk 36 180, nr. 149) blijft het ministerie op reguliere basis in gesprek over inclusief programmeren met relevante organisaties, zoals de Dutch Coalition on Disability and Development (DCDD).
De samenwerking met het Ministerie van Volkshuisvesting, Welzijn en Sport op de uitvoering van dit verdrag is incidenteel van aard, zoals bijvoorbeeld rondom aanbevelingen van het VN-Comité over de uitvoering van het VN-verdrag Handicap en de campagne «Heb je iets nodig?»1
Ja.
Het kabinet beschikt niet over een afzonderlijke, systematische en gecoördineerde strategie specifiek voor de uitvoering van artikel 32 van het verdrag. De uitgangspunten van artikel 32 zijn geïntegreerd in het bredere beleid voor ontwikkelingssamenwerking. Bij de ontwikkeling en uitvoering van programma’s geldt inclusiviteit als leidend principe, zodat niemand wordt uitgesloten. Dit omvat vanzelfsprekend ook de toegankelijkheid van programma’s voor mensen met een beperking.
Het ministerie voert ook geen doelgroepenbeleid in ontwikkelingssamenwerking. Wel is er aandacht voor kwetsbare groepen, waaronder mensen met een beperkingin de beleidsvoorbereiding, programmering, monitoring en evaluatie.
Mensen met een beperking en de organisaties die hen vertegenwoordigen worden niet in alle fasen van de beleidscyclus systematisch betrokken bij ontwikkelings-samenwerking. Wel vindt regulier overleg plaats met organisaties zoals de Dutch Coalition on Disability and Development (DCDD), waarin onder meer wordt gesproken over de inclusie van mensen met een beperking in ontwikkelingsbeleid en -programma’s. Daarnaast kunnen organisaties van en voor mensen met een beperking deelnemen aan subsidietenders en zo een rol spelen in de uitvoering van programma’s.
Zie het antwoord op vraag 2, 5 en 6.
Ja, dat klopt. De eerstvolgende deadline voor een vervolg op de rapportages op grond van het VN-verdrag Handicap is vastgesteld op 14 juli 2030. Daarnaast zie ik erop toe dat vertegenwoordigende organisaties van mensen met een beperking actief worden betrokken bij de opvolging van het overleg dat ik had op 8 april jl. met 60 organisaties uit het maatschappelijk middenveld.
Zie antwoord op vraag 2.