| Ingediend | 2 juni 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 23 juni 2026 (na 21 dagen) |
| Indiener | Diederik van Dijk (SGP) |
| Beantwoord door | Sophie Hermans (VVD) |
| Onderwerpen | ziekten en behandelingen zorg en gezondheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z11665.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2337.html |
Ja.
Het kabinet vindt het van belang dat de wetenschappelijke discussie over de onderbouwing, effectiviteit en veiligheid van transgenderzorg voor jongeren zorgvuldig, feitelijk en met oog voor de betrokken jongeren wordt gevoerd. Het primaat voor de kwaliteit van zorg ligt bij het zorgverleners en zorgaanbiedersveld aangezien het medisch-inhoudelijke overwegingen betreft. Het is aan veldpartijen om gezamenlijk invulling te geven aan wat goede transgenderzorg is, in dit geval in de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg – Somatisch.
In Nederland wordt transgenderzorg voor jongeren geleverd via academische centra en genderklinieken. Behandeling volgt pas na uitgebreide evaluatie, counseling en de zogenaamde informed consent procedure. Tegelijkertijd erkent het kabinet dat er nationaal en internationaal discussie bestaat over de wetenschappelijke onderbouwing van puberteitsremmers en genderbevestigende hormoonbehandelingen bij minderjarigen. Juist daarom is de Gezondheidsraad gevraagd hierover onafhankelijk te adviseren. Daarbij wordt onder meer gekeken naar wat wetenschappelijk bekend is over de langetermijneffecten van puberteitsremmers en genderbevestigende hormoonbehandelingen.
De beoordeling van de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs, waaronder de vraag hoe sterk het bewijs is voor effecten op mentale gezondheid, vraagt om een systematische weging van de beschikbare literatuur. De Gezondheidsraad is gevraagd om juist deze stand van wetenschap in kaart te brengen, waaronder de gevolgen van puberteitsremmers en genderbevestigende hormoonbehandelingen voor de fysieke en mentale gezondheid. Het kabinet wil niet vooruitlopen op het advies van de Gezondheidsraad.
Met het beschikbare evidence-based onderzoek, inclusief de beperkingen ervan, wordt in kwaliteitsstandaarden door wetenschappers, artsen/zorgprofessionals en patiënten samen bepaald hoe die zorg eruit zou moeten zien. Daarin werkt de transgenderzorg voor jongeren hetzelfde als elke andere zorg. Nederlandse genderteams hebben eerder onderschreven dat er behoefte is aan meer bewijskracht, onder meer door studies met grotere aantallen en langere follow-upduur2. Deze worden dan ook uitgevoerd in Nederland (en daarbuiten). Jongeren die in Nederland starten met een medische behandeling worden gevraagd deel te nemen aan onderzoek. Tevens worden gegevens verzameld in de biobank van het Radboudumc3 en de Nederlandse behandelcentra zijn aangesloten bij een Europees netwerk (European Reference Network) met een register (European Registries for Rare Endocrine and Bone conditions) met een specifieke module voor Gender Incongruentie4.
Het kabinet heeft ervoor gekozen om de Gezondheidsraad om advies te vragen. Kortheidshalve wordt verwezen naar het antwoord op vraag 2 en 3.
De Gezondheidsraad is een onafhankelijk adviesorgaan met ruime expertise in het selecteren en wegen van de beschikbare wetenschappelijke literatuur. Het kabinet heeft voor publicatie geen zicht op de literatuurselectie en weging door de Gezondheidsraad. Volgens de actuele planning van de Gezondheidsraad wordt het advies over transgenderzorg voor jongeren eind juni 2026 verwacht.
Het is aan de veldpartijen om te beoordelen welke literatuur bij de herziening van de Kwaliteitsstandaard wordt betrokken. Zorginstituut Nederland (hierna: het Zorginstituut) heeft de doorontwikkeling van de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg Somatisch op de Meerjarenagenda geplaatst. Verschillende fasen van de doorontwikkeling lopen vertraging op voornamelijk als gevolg van de tijd die nodig was voor de evaluatie van de huidige kwaliteitsstandaard Transgenderzorg – Somatisch en de beschikbare tijd van werkgroepleden. In de transgenderzorg is er sprake van een kleine groep experts van wie veel wordt gevraagd. Eerder werd de opleverdatum van de herziening al verplaatst van 1 augustus 2023 naar 30 september 20255. Het Zorginstituut Nederland heeft het kabinet recent laten weten dat de datum waarop deze Kwaliteitsstandaard moet zijn aangeboden aan het Zorginstituut om te worden opgenomen in het openbaar Register is verplaatst naar 30 september 2027. Het kabinet zal de Kamer nader informeren over dit uitstel in de stand van zakenbrief, die nog voor het zomerreces verzonden zal worden.
Nee, dit klopt niet. Het betrokken ziekenhuis heeft aangegeven dat deze operatie geen deel uitmaakte van een medisch-wetenschappelijk onderzoek.
Ja. Het betreffende ziekenhuis geeft aan dat de casus als calamiteit is gemeld bij de IGJ en tevens intern is geëvalueerd.
Zoals aangeven in antwoord op vraag 8 was in deze casus geen sprake van medisch-wetenschappelijk onderzoek, maar van een reguliere behandeling. Daarmee bestond er voor het betreffende ziekenhuis geen aanleiding om de casus te melden bij de Medisch-Ethische Toetsingscommissie (METC) van de instelling.
Als een patiënt tijdens deelname aan een behandeling in het kader van een klinische studie die valt onder de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) komt te overlijden, moet dat zonder vertraging maar niet later dan 7 dagen na kennisname worden gemeld in het Clinical Trials Information System (CTIS), een informatiesysteem van de Europese Unie. In Nederland ontvangt de CCMO deze meldingen en afhankelijk van de melding wordt deze beoordeeld door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), de METC die de studie heeft toegelaten of de CCMO.
Nederland heeft geen landelijk dekkend registratiesysteem waarin alle gezondheidsuitkomsten, complicaties, spijt en detransitie van alle behandelde jongeren structureel en langdurig worden bijgehouden. In het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie van Amsterdam UMC worden doorlopend
gegevens verzameld voor wetenschappelijk onderzoek. Zo worden trends in aanmeldingen in de gaten gehouden, korte- en langetermijneffecten in kaart gebracht en de uitkomsten van behandeling gemonitord6.
De Gezondheidsraad is gevraagd om in kaart te brengen wat wetenschappelijk bekend is over de langetermijngevolgen van puberteitsremmers en genderbevestigende hormoonbehandelingen, en spijt en detransitie. Het advies van de Gezondheidsraad wordt eind juni 2026 verwacht.
Het is aan onderzoekers en veldpartijen om gezondheidsuitkomsten bij te houden en om invulling te geven aan medisch-wetenschappelijke onderzoeken. Zie ook het antwoord op vraag 12.
Voor iedere medische behandeling geldt de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). Dat betekent dat de zorgverlener de patiënt, en afhankelijk van de leeftijd ook de ouders of wettelijk vertegenwoordigers, zorgvuldig moet informeren over de aard en het doel van de behandeling, de te verwachten gevolgen en risico’s, mogelijke alternatieven en de vooruitzichten. Veldpartijen geven aan dat het thema vruchtbaarheid en toekomstige gezinsplanning tegenwoordig een uitgebreid en expliciet onderdeel van de indicatiestelling is, waarbij het thema vanuit verschillende disciplines wordt besproken en wordt meegenomen in de afweging om te starten met medische interventie.
Conform de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg – Somatisch wordt pas overgegaan tot behandeling na counseling, psychologische evaluatie en informed consent. In de gesprekken tussen de jongere, ouders en behandelaren voorafgaand aan behandeling worden de voor- en nadelen besproken van de behandeling. Op grond van de WGBO geldt dat informatie over de behandeling evenwichtig en begrijpelijk moet zijn en dat relevante onzekerheden, risico’s, alternatieven en verwachte effecten moeten worden besproken.
Somatische behandelingen bij jongeren worden, conform de kwaliteitsstandaard, alleen uitgevoerd na zorgvuldige diagnostiek, psychologische evaluatie en begeleiding, een individuele afweging van voordelen, risico’s en alternatieven en goed geïnformeerde toestemming van de jongere en, afhankelijk van de leeftijd, diens ouders. Jongeren die medische behandeling ondergaan worden gedurende het traject gemonitord om de voortgang te volgen en eventuele negatieve gevolgen tijdig te herkennen.
Het is niet aan het kabinet om een medisch-inhoudelijk oordeel te geven en of conclusies te trekken over afzonderlijke behandelprotocollen of wetenschappelijke publicaties. De overheid bemoeit zich niet met de manier waarop zorgverleners zorg verlenen, voor zover het medisch-inhoudelijke overwegingen betreft. Het is aan veldpartijen om gezamenlijk, in professionele standaard en kwaliteitsstandaarden, invulling te geven aan de vraag wat goede transgenderzorg is.