| Ingediend | 2 juni 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 26 juni 2026 (na 24 dagen) |
| Indieners | Dieke van Groningen (VVD), Ruud Verkuijlen (VVD) |
| Beantwoord door | Sophie Hermans (VVD) |
| Onderwerpen | gezondheidsrisico's zorg en gezondheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z11663.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2384.html |
Ja.
Het bericht van de European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) laat zien dat het aantal gonorroe- en syfilisdiagnoses in Europa de afgelopen 10 jaar is gestegen. Ook in Nederland steeg het aantal diagnoses de afgelopen jaren, al is deze stijging minder groot dan het Europees gemiddelde.3
De stijging van het aantal soa-infecties, in Nederland en daarbuiten, is zorgelijk.
Eind juni 2026 publiceert het RIVM de Nederlandse data over 2025 en weten we hoe het aantal diagnoses zich verder ontwikkelt.
De ECDC roept mensen op condooms te gebruiken bij nieuwe of meerdere partners en raadt mensen aan te testen bij symptomen. Bij deze oproep sluit het kabinet zich aan. Op 18 juni 20254 en 28 november 20255 heeft het vorige kabinet de Kamer geïnformeerd over de maatregelen die genomen worden om de stijging van het aantal soa-infecties tegen te gaan, waaronder een meerjarige publiekscommunicatie-aanpak om condoomgebruik onder jongeren te stimuleren.
Preventie en gezondheidsbevordering zijn uiteraard heel belangrijk om problemen met de seksuele gezondheid te voorkomen. Daarom is dit ook onderdeel van het kabinetsbeleid6 op dit terrein. Het kabinet investeert op verschillende manieren in het bevorderen van de seksuele gezondheid. Bijvoorbeeld door kenniscentra voor seksuele- en reproductieve gezondheid te subsidiëren. Zij zorgen voor toegankelijke informatie over seksuele gezondheid en soa’s. Het kabinet biedt via expertisecentrum Rutgers handvatten aan ouders bij de relationele en seksuele
opvoeding en helpt scholen via Gezonde School bij de relationele en seksuele vorming. GGD’en bieden aanvullende seksuele gezondheidszorg waarbinnen ook veel aandacht wordt besteed aan preventie.
Aanvullend op bovenstaand beleid heeft het kabinet nieuwe maatregelen aangekondigd.7 Dankzij het Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord (AZWA)8 komt er per 2027 structureel meer geld beschikbaar voor aanvullende soa-zorg via de GGD’en. Dit jaar wordt daarnaast gestart met de uitvoering van een meerjarige publiekscommunicatie-aanpak om het condoomgebruik te stimuleren. Ook wordt verkend of een verduidelijking van de wettelijke taak van gemeenten op het gebied van seksuele gezondheidsbevordering mogelijk is en worden de mogelijkheden om te komen tot een regionale ketenaanpak seksuele gezondheid onderzocht.
Ja, het kabinet vindt het zorgelijk dat mensen, in het bijzonder jongeren, in toenemende mate worden blootgesteld aan onjuiste of misleidende informatie over gezondheidsonderwerpen.9 Hierdoor kunnen zij onbedoeld keuzes maken die schadelijk zijn voor hun gezondheid.
Dit beeld is helaas herkenbaar. De expertisecentra Fiom en Rutgers werken samen aan een project over des- en misinformatie op het terrein van de reproductieve gezondheid. Als onderdeel van dit project is onderzoek gedaan naar online informatie over hormonale anticonceptie en de mogelijke invloed daarvan op kennis, opvattingen en keuzes voor een bepaalde vorm van anticonceptie.10 Uit dit onderzoek blijkt dat online des- en misinformatie over hormonale anticonceptie op verschillende manieren kan bijdragen aan wantrouwen tegen betrouwbare anticonceptiemethoden. Zo kunnen sociale mediaplatforms via algoritmen vooral informatie tonen aan gebruikers die aansluit bij bestaande overtuigingen. Daardoor komen mensen vaker in aanraking met dezelfde soort boodschappen en worden onjuiste claims minder snel gecorrigeerd. Het onderzoek laat ook zien dat online informatie over hormonale anticonceptie vaak eenzijdig negatief is en dat er veel nadruk wordt gelegd op mogelijke bijwerkingen, terwijl voordelen minder aandacht krijgen. Ook blijken er online onjuiste claims te circuleren, zoals de bewering dat de pil tot onvruchtbaarheid zou leiden en dat zogenoemde natuurlijke methoden veiliger of gezonder zijn.
Tegelijkertijd vraagt het onderzoek om nuance. Blootstelling aan misinformatie leidt niet automatisch tot onjuiste overtuigingen. En reproductieve keuzes worden beïnvloed door een samenspel van persoonlijke, sociale en maatschappelijke factoren.
De expertisecentra Fiom, Soa Aids Nederland en Rutgers werken aan het tegengaan van onjuiste informatie over reproductieve en seksuele gezondheid. Zij voorzien zowel hun doelgroepen als de beroepsprofessionals die met deze doelgroepen werken van betrouwbare informatie over anticonceptie en seksuele gezondheid. Dit doen zijn via hun verschillende websites11, folder- en informatiemateriaal en via sociale media.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 5 werken Fiom en Rutgers gezamenlijk aan een project dat zich richt op het tegengaan van online mis- en desinformatie over anticonceptie, onbedoelde zwangerschap en abortuszorg. Fase 1 van dit project omvatte een onderzoek12 naar de aard, omvang en impact van mis- en desinformatie over anticonceptie, onbedoelde zwangerschap en abortuszorg. Fase 2 van het project, dat op dit moment loopt, bestaat uit het ontwikkelen, testen en evalueren van een aantal interventies gericht op het tegengaan van online mis- en desinformatie. Zo wordt er samengewerkt met influencers en zorgprofessionals, wordt geëxperimenteerd met het pre- en debunken van informatie en wordt gedacht aan een speciale online campagne. De resultaten hiervan worden eind november 2026 verwacht. Fiom en Rutgers zullen de geleerde lessen vervolgens delen met andere partijen, zodat deze kennis breder kan worden benut. De voortgang van dit project wordt beschreven in de volgende Kamerbrief over seksuele gezondheid, die aan het eind van dit jaar naar de Kamer wordt gestuurd.
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 3 werkt het kabinet op diverse manieren aan het bevorderen van de seksuele gezondheid. Bijvoorbeeld door expertisecentra voor seksuele en reproductieve gezondheid (Rutgers en Soa Aids Nederland) te subsidiëren zodat zij jongeren, en hun ouders en anderen om hen heen, kunnen informeren over beschermde seks. In de aanvullende seksuele gezondheidszorg door de GGD’en is ook aandacht voor voorlichting over vellige seks en condoomgebruik. Dankzij het Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord (AZWA) komt er per 2027 structureel meer geld beschikbaar voor aanvullende soa-zorg via de GGD’en. Dit jaar wordt daarnaast gestart met de uitvoering van een meerjarige publiekscommunicatie-aanpak om het condoomgebruik onder jongeren te stimuleren.
Ja. Zoals benoemd in het antwoord op vraag 3 en 7 is het kabinet gestart met een meerjarige aanpak voor publiekscommunicatie ter bevordering van condoomgebruik. Sociale media worden daarbij ook ingezet. De eerste communicatieve uitingen worden dit najaar verwacht.
Expertisecentra Soa Aids Nederland en Rutgers voorzien zowel hun doelgroepen als de beroepsprofessionals die ook met deze doelgroepen werken van betrouwbare informatie over reproductieve en seksuele gezondheid. Daarnaast is er Sense. Sense.info is een platform voor seksuele gezondheid, speciaal gericht op jongeren van 12 tot 25 jaar. Soa Aids Nederland, Rutgers en Sense zijn actief en zichtbaar op sociale media. Zo besteedt Sense in korte filmpjes op TikTok aandacht aan onderwerpen zoals condoomgebruik, consent, soa’s en anticonceptie.
Het kabinet vindt het onwenselijk dat aanbevelingssystemen (algoritmen) problematische inhoud versterken, en vindt het daarom belangrijk om in gesprek te blijven met de internetpartijen, waaronder online platforms. Verschillende departementen treden in dialoog met verschillende soorten aanbieders in de internetsector, over onder andere polariserende algoritmen. Dit gebeurt bijvoorbeeld via de publiek-private samenwerking (PPS) online content moderatie, een overlegplatform tussen de overheid en de internetsector.
Omdat er al een goed beeld van deze gezondheidsrisico’s bestaat, acht het kabinet verder onderzoek op dit moment niet nodig. Volgens onderzoek van De Nieuwe Utrechtse School wijzen verschillende experts erop dat algoritmen een actieve rol spelen in het verspreiden en versterken van mis- en desinformatie, ook over gezondheidsonderwerpen.13 De invloed van online algoritmen op (des)informatie over anticonceptie, onbedoelde zwangerschap en abortuszorg is reeds onderzocht door Fiom en Rutgers in hun onderzoek «Echokamers en filterbubbels».14 Hieruit komt naar voren dat door algoritme-gedreven platforms
kunnen bijdragen aan zogenoemde filter- en informatiebubbels. Volgens de onderzoekers kan dit leiden tot online omgevingen waarin mensen vooral informatie tegenkomen die hun bestaande overtuigingen bevestigt en tegengeluiden minder zichtbaar zijn. Daarnaast versterken algoritme-gedreven platforms sensationele content, een dynamiek die zich bij alle onderwerpen op sociale media voordoet. Ook wordt benoemd dat de opkomst van generatieve AI-toepassingen, zoals ChatGPT, het risico met zich meebrengt dat misinformatie (onbedoeld) wordt gereproduceerd of versterkt wanneer deze systemen gebaseerd zijn op onjuiste of eenzijdige bronnen.
Kenniscentra benutten deze kennis bij het ontwikkelen en uitvoeren van hun activiteiten.
Door de opkomst van influencers kan het onderscheid tussen reclame, sponsoring en productplaatsing vervagen. Op dit moment is het niet altijd duidelijk welke regels van toepassing zijn, met name in relatie tot consumentenwetgeving en de Europese Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten (AVMSD). Het is vooraleerst belangrijk dat influencers duidelijkheid hebben over welke regels op hen van toepassing zijn, om de naleving te verbeteren. Het kabinet zet daarom op Europees niveau in op betere regulering van influencers en heeft zijn standpunt hierover kenbaar gemaakt via een non-paper15 in het kader van de herziening van de AVMSD. Daarnaast pleitte het kabinet in een non-paper over de Digital Fairness Act (DFA)16 voor duidelijkere regels voor influencers door meer duidelijkheid te geven over de reikwijdte van de AVMSD en het consumentenrecht. Ook stelde het kabinet voor om in de EU meer in te zetten op het certificeren van influencers17. Het kabinet kijkt met interesse uit naar de voorstellen van de Commissie op dit onderwerp.