| Ingediend | 27 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 22 juni 2026 (na 26 dagen) |
| Indiener | Mpanzu Bamenga (D66) |
| Beantwoord door | Sjoerd Sjoerdsma (D66), Berendsen |
| Onderwerpen | internationaal organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z11057.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2329.html |
Ja.
Het kabinet heeft kennis genomen van het rapport «From Bogotá to El Fasher» van Human Rights Watch. De bevindingen in het rapport zijn zorgelijk. Een reactie op het rapport vindt u in de aanbiedingsbrief van deze beantwoording.
Het conflict in Soedan gaat gepaard met veelvuldig en ernstig geweld tegen burgers, waarbij het grootschalige, etnische en seksuele geweld in de nasleep van de val van El Fasher als een dieptepunt wordt gezien. Militaire, logistieke en/of financiële steun aan betrokken partijen draagt bij aan het voortduren van dit geweld. Er geldt bovendien een VN wapenembargo voor Darfoer. In diverse verklaringen hebben de EU en Nederland dan ook opgeroepen tot het stoppen van wapenstromen door externe partijen. Voorbeelden van de Nederlandse diplomatieke inzet vormen de ministeriële verklaring van de Soedan Kerngroep in de mensenrechtenraad van 26 februari jl. en de EU-verklaring van 21 april jl. Ook heeft het kabinet meermaals gepleit voor het uitbreiden van het VN-wapenembargo op Darfoer naar heel Soedan in EU-verband en in andere internationale overleggen, waaronder binnen de Coalition for Atrocity Prevention and Justice in Sudan.
Nederland spreekt met alle relevante landen in de regio, waaronder ook de VAE, over Soedan, waarbij wij zorgen uiten over de humanitaire- en mensenrechtensituatie en het belang bepleiten van het beëindigen van het conflict en het stoppen van wapenleveranties aan de strijdende partijen.
Het VN-wapenembargo verplicht alle staten om de nodige maatregelen te nemen om te voorkomen dat wapens en aanverwant materieel van welke aard dan ook alsmede technische training en bijstand, worden geleverd aan actoren die actief zijn in Darfoer. De verplichting voor de handhaving van het embargo is daarmee gericht aan staten, niet aan bedrijven of individuen. Als de VN veiligheidsraad vaststelt dat individuen of entiteiten de stabiliteit in Darfoer bedreigen kan de veiligheidsraad overgaan tot sancties.
Nederland pleit reeds in EU-verband voor aanvullende sancties tegen de oorlogseconomie en tegen individuen en eniteiten verantwoordelijk voor het conflict en mensenrechtenschendingen in Soedan. Wegens de vertrouwelijke aard van het sanctie-instrument, kan niet meer informatie gegeven worden over status van individuele sancties.
Door diverse organisaties, waaronder de onafhankelijke internationale Fact Finding Mission, het Panel of Experts on the Sudan van de VN veiligheidsraad, het Internationaal Strafhof, en diverse NGO’s en mediaorganisaties wordt reeds onderzoek gedaan naar het conflict in Soedan, inclusief de rol van externe actoren en bedrijven daarbij. Nederland spant zich in om te zorgen dat er gedegen onderzoek naar het conflict in Soedan kan plaatsvinden. Het kabinet pleit bijvoorbeeld in de Soedan kerngroep in de Mensenrechtenraad in voor de verlenging van het mandaat van de Fact Finding Missie en Nederland doet een financiële bijdrage aan het landenkantoor van het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Mensenrechten in Soedan.
Het kabinet deelt de zorgen omtrent het omleidingsrisico van militaire goederen naar Soedan. Alle vergunningaanvragen voor de uitvoer van militaire goederen en dual-use goederen met militair eindgebruik per geval en zorgvuldig aan de Europese wapenexportcriteria en de criteria van het VN-Wapenhandelsverdrag. Daarbij is er specifiek aandacht voor het omleidingsrisico naar Soedan. Als er een duidelijk risico bestaat op ongewenst eindgebruik, zoals een bijdrage aan ernstige mensenrechtenschendingen of omleiding, wordt een vergunningaanvraag afgewezen. De inzet en activiteiten van de Coalition for Atrocity Prevention and Justice voor Soedan richten zich onder andere op de coördinatie van bewijsvergaring van mensenrechtenschendingen, gezamenlijke statements en sanctioneren van daders en actoren die het conflict in standhouden.