1.
NRC, 12 mei 2026, «Italiaan aan boord van KLM-vlucht vertoont symptomen van het hantavirus»,
Italiaan aan boord van KLM-vlucht vertoont symptomen van het hantavirus – NRC.
1.
NRC, 12 mei 2026, «Italiaan aan boord van KLM-vlucht vertoont symptomen van het hantavirus»,
Italiaan aan boord van KLM-vlucht vertoont symptomen van het hantavirus – NRC.
Vraag 1
Hoe beoordeelt u op dit moment de ernst en het potentiële risico van het Hantavirus voor de volksgezondheid?
Vraag 2
Zou u uiteen kunnen zetten hoe momenteel de prevalentie van het Hantavirus in Nederland concreet wordt gemonitord? Welke methodologieën worden daarbij toegepast?
Vraag 3
Heeft u reeds de verschillende mogelijke methodologieën om de besmettingen met en de verspreiding van het Hantavirus te monitoren in kaart gebracht en/of externe expertise ingewonnen om deze methodologieën in kaart te brengen?
Vraag 4
Welke methodologieën passen andere landen reeds toe?
Vraag 5
Zijn er op dit moment meerdere varianten van het Hantavirus in omloop? Zo ja, welke varianten betreft het en in welke regio’s of landen worden deze vastgesteld?
Vraag 6
Kunt u de laatste stand van zaken geven van de wetenschappelijke kennis met betrekking tot de besmettelijkheid van de verschillende varianten?
Vraag 7
Welke cruciale kennis ontbreekt momenteel nog? Laat u bijkomend onderzoek uitvoeren naar die ontbrekende kennis?
Vraag 8
Bent u bekend met de casus van een Italiaanse man die in het ziekenhuis opgenomen werd met symptomen van het Hantavirus?1
Vraag 9
Beschikt u over meer informatie of deze man in contact is gekomen met de Nederlandse vrouw die met eenzelfde KLM-vlucht wilde meereizen en even later aan de gevolgen van het Hantavirus overleed? Wordt hier nader onderzoek naar gevoerd?
Vraag 10
Klopt het dat er aanwijzingen zijn dat bepaalde varianten van mens op mens overdraagbaar zouden kunnen zijn? Zo ja, wat is hierover bekend? Welke acties onderneemt u om hierover meer kennis te vergaren?
Vraag 11
Hoe verloopt momenteel het bron- en contactonderzoek indien sprake is van een vermoedelijke of bevestigde besmetting?
Vraag 12
Beschikt Nederland momenteel over voldoende capaciteit om, indien noodzakelijk, snel en effectief bron- en contactonderzoek uit te voeren en op te schalen?
Vraag 13
Kunt u stap voor stap toelichten welke procedures in werking treden wanneer iemand besmet blijkt te zijn? Welke stappen moeten besmette mensen en hun omgeving doorlopen?
Vraag 14
Welke behandelmogelijkheden zijn momenteel beschikbaar of in ontwikkeling voor besmette patiënten? Zijn die van toepassing op verschillende varianten van het virus?
Vraag 15
Wordt gewerkt aan de ontwikkeling van vaccins of andere preventieve maatregelen om besmetting met het Hantavirus te voorkomen? Zo ja, welke rol speelt Nederland hierin?
Vraag 16
Werkt Nederland op het vlak van vaccins samen met andere Europese landen en Europese instellingen? Zo ja, hoe ziet die samenwerking eruit?
Vraag 17
Indien Nederland onderzoek naar vaccins mee financiert of faciliteert, welke voorwaarden zullen gesteld worden naar betaalbaarheid en beschikbaarheid van eventuele ontwikkelde vaccins?
Vraag 18
Welke internationale maatregelen worden genomen naar aanleiding van de huidige uitbraak van het Hantavirus en op welke manier draagt Nederland daaraan bij?
Vraag 19
Kunt u reflecteren op de huidige positie van het kabinet ten aanzien van het internationale pandemieverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)? In hoeverre verschilt de positie van dit kabinet ten aanzien van het pandemieverdrag van die van het vorige kabinet?
Vraag 20
In welke mate monitort Nederland virusuitbraken en opkomende infectieziekten in andere landen om vroeg geïnformeerd te zijn van mogelijke gezondheidsrisico’s door ziektes die zich naar Nederland zouden kunnen verspreiden?
Vraag 21
Welke bijdrage levert Nederland aan internationaal onderzoek om te voorkomen dat lokale uitbraken zich ontwikkelen tot mondiale gezondheidscrises en om behandelingen of preventieve maatregelen voor dergelijke gezondheidsrisico’s te ontwikkelen?
Vraag 22
Kunt u reflecteren op de staat van de wereldwijde pandemische paraatheid en de gevolgen daarvan voor gezondheidsrisico’s in Nederland, inclusief Caraïbisch Nederland?
Vraag 23
Welke rol ziet deze regering voor zichzelf in de versterking van mondiale samenwerking op het gebied van infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid?