| Ingediend | 12 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 4 juni 2026 (na 23 dagen) |
| Indiener | Vicky Maeijer (PVV) |
| Beantwoord door | Sophie Hermans (VVD) |
| Onderwerpen | organisatie en beleid zorg en gezondheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z09583.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2147.html |
Ja.
Over het algemeen gaan mensen in Nederland vaak naar de tandarts, 82% bezoekt minimaal een keer per jaar de tandarts. Daar zitten dus ook mensen met een smalle beurs tussen. Voor veel mensen, en ook mensen met een smalle beurs, is mondzorg financieel toegankelijk. Bijvoorbeeld via aanvullende verzekeringen of, specifiek voor minima, een gemeentepolis. Tegelijkertijd is er een groep van naar schatting 640.000 volwassenen die om financiële redenen afzien van mondzorg. Het kabinet vindt dat een pijnlijke situatie.
Het is zeer pijnlijk als mensen hun toevlucht nemen tot dergelijke noodoplossingen. Er is helaas geen eenvoudige oplossing voor deze weerbarstige problematiek. Uit een verkenning2 naar gerichte regelingen voor minima blijkt namelijk dat deze allen de nodige uitdagingen kennen in het op een doelmatige manier bereiken van de beoogde doelgroep en ook dat deze regelingen de nodige financiële dekking vragen. Het kabinet heeft, gegeven de beschikbare financiële middelen, dan ook andere beleidskeuzes gemaakt.
Alhoewel het geen structurele en volledige oplossing is, is het kabinet wel voornemens om via de ontwikkelagenda van het AZWA een pilot rondom mondzorg voor minima uit te voeren. Hiervoor is 2 keer 5,5 miljoen euro gereserveerd.
Het klopt dat in 2024 64% van de volwassenen een aanvullende verzekering voor mondzorg had. Dat wil niet zeggen dat de overige 36% van de volwassenen deze verzekering niet kunnen betalen. Er zijn ook mensen die bewust geen aanvullende tandartsverzekering afsluiten, bijvoorbeeld omdat zij weinig mondzorgkosten verwachten en/of de kosten zelf kunnen dragen. Het is niet bekend waarom mensen géén tandartsverzekering afsluiten en in hoeverre betaalbaarheid daar de reden van is. Naar schatting mijden 640.000 volwassenen mondzorg vanwege financiële redenen. Het kabinet ziet geen aanleiding dit verder in kaart te brengen.
Uiteraard deelt het kabinet het belang van noodzakelijke mondzorg. Over het algemeen gaan mensen in Nederland vaak naar de tandarts en veel mensen kunnen de mondzorg zelf financieren of zich aanvullend hiervoor verzekeren. Voor veel mensen is mondzorg, gelukkig, toegankelijk. Er is helaas ook een groep voor wie dat niet geldt. Voor mensen met een lager inkomen kan de gemeentepolis, een zorgverzekering voor minima die altijd mondzorgdekking biedt, een optie zijn. Niet alle deelnemers van een gemeentepolis weten dat er een vergoeding voor mondzorgdekking in hun verzekerd pakket zit, dat biedt wellicht nog aanknopingspunten om de toegankelijkheid van mondzorg te verbeteren. Ook zijn er verschillende andere lokale regelingen of initiatieven. Deze initiatieven leveren een bijdrage aan het terugdringen van mondzorgmijding en het kabinet is deze partijen dus erkentelijk voor deze initiatieven. Tegelijkertijd ziet het kabinet dat deze initiatieven geen volledige oplossing kunnen bieden.
Zie het antwoord op vraag 5.
Alhoewel het kabinet deelt dat er een groep mensen is die om financiële redenen afzien van mondzorg, wordt de vermeende strekking dat mondzorg voor minima afhankelijk wordt van lokale initiatieven niet gedeeld. Via aanvullende verzekeringen of voor minima via een gemeentepolis is mondzorg voor een grote groep mensen financieel toegankelijk. Een gemeentepolis biedt altijd dekking voor mondzorg, al is dat niet altijd bij alle deelnemers bekend. Tegelijkertijd is er inderdaad een groep volwassenen voor wie mondzorg niet toegankelijk is en het kabinet is de diverse partijen zeer erkentelijk voor hun inspanningen om mondzorg voor deze groep verder toegankelijk te maken.
Er is geen eenvoudige oplossing voor deze weerbarstige problematiek. Uit een verkenning3 naar gerichte regelingen voor minima blijkt dat deze allen de nodige uitdagingen kennen in het op een doelmatige manier bereiken van de beoogde doelgroep en ook dat deze regelingen de nodige financiële dekking vragen. Het kabinet heeft, gegeven de beschikbare financiële middelen, andere beleidskeuzes gemaakt.
Alhoewel het geen structurele en volledige oplossing is, is het kabinet wel voornemens om via de ontwikkelagenda van het AZWA een pilot rondom mondzorg voor minima uit te voeren. Hiervoor is 2 maal 5,5 miljoen euro beschikbaar. De invulling van de pilot behoeft nog nadere uitwerking.
Ja.