| Ingediend | 8 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 5 juni 2026 (na 28 dagen) |
| Indiener | Sarah Dobbe (SP) |
| Beantwoord door | Sophie Hermans (VVD) |
| Onderwerpen | organisatie en beleid zorg en gezondheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z09413.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2157.html |
Er wordt momenteel verkend op welke wijze de afhankelijkheid van omzetplafonds in de ggz kan worden verminderd. Deze verkenning wordt uitgewerkt in een routekaart voor passende ggz, waarbij de afbouw van omzetplafonds in samenhang wordt bezien met het ontwikkelen en verbeteren van alternatieve sturingsinstrumenten.
De routekaart moet daarmee de afhankelijkheid van omzetplafonds verkleinen en de sturing van zorgverzekeraars op de beweging van lichte naar zwaardere ggz versterken. Dit gebeurt onder andere door het verbeteren van belangrijke randvoorwaarden op het gebied van informatievoorziening, kwaliteit en aanspraken. In aansluiting op de afspraken uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) moet dit er uiteindelijk toe bijdragen dat het zorgaanbod beter aansluit op de zorgvraag. Voor de zomer zal het kabinet de Kamer informeren over de stand van zaken.
VWS en de NZa kiezen ervoor het toegezegde onderzoek naar de effecten van omzetplafonds in de ggz breed en grondig vorm te geven, zodat inzicht wordt verkregen in de samenhang tussen bijcontractering, zorgbemiddeling, behandelcapaciteit en wachtlijsten. Ook wordt hierbij gekeken of er sprake is van eventuele signalen over beschikbare maar mogelijk onbenutte capaciteit bij zorgaanbieders, bijvoorbeeld wanneer aanbieders via bijcontractering aangeven meer patiënten te kunnen behandelen. Wanneer een verzoek tot bijcontractering wordt afgewezen, moet immers aannemelijk zijn dat de zorgverzekeraar van oordeel is dat binnen de regio al voldoende passende zorg is ingekocht of beschikbaar is via zorgbemiddeling.
Juist omdat het onderzoek ziet op de feitelijke werking van bijcontractering en zorgbemiddeling in de praktijk, vraagt dit om een zorgvuldige analyse van data en processen bij alle zorgverzekeraars. Deze bredere aanpak vraagt aanvullende inzet en capaciteit, waarover VWS en de NZa momenteel in gesprek zijn. Het onderzoek zal naar verwachting binnenkort van start gaan.
Nee, het kabinet beschikt niet over een dergelijk landelijk overzicht van ggz-aanbieders met (dreigende) opnamestops in 2026 als gevolg van bereikte omzetplafonds, uitgesplitst naar verzekeraars, aanbieders en regio’s. Contractering en afspraken over omzetplafonds vinden plaats tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders, waarbij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) toeziet op de naleving van de zorgplicht. Het kabinet merkt hierbij op dat zorgverzekeraars, indien de door hen gecontracteerde capaciteit onvoldoende blijkt om aan hun zorgplicht te voldoen, verplicht zijn om aanvullende capaciteit te contracteren om alsnog aan deze zorgplicht te voldoen, voor zover dit mogelijk is gegeven de schaarste in de ggz. Daarnaast is de betreffende aanbieder verplicht de patiënt te wijzen op mogelijkheid van zorgbemiddeling in het geval dat een omzetplafond is bereik. De zorgverzekeraar kan de patiënt dan een alternatieve plek binnen de treeknorm aanbieden. Kan de zorgverzekeraar dat alternatief niet bieden, dan moet er worden bijgecontracteerd bij de oorspronkelijke aanbieder. Als het alternatief buiten het gecontracteerde aanbod van de polis valt, is de zorgverzekeraar verplicht volledige vergoeding te geven en geen eigen bijdrage voor de ongecontracteerde zorg in rekening te brengen.