| Ingediend | 21 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 29 juni 2026 (na 69 dagen) |
| Indiener | Jeltje Straatman (CDA) |
| Beantwoord door | Bart van den Brink (CDA) |
| Onderwerpen | migratie en integratie organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z08504.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2415.html |
Ja
Na gesprekken tussen het COA en de gemeente heeft het COA in april 2026 besloten om de pendelbus langs de lopende afspraken uit de bestuursovereenkomst in te blijven zetten ter bevordering van de bereikbaarheid van de locatie. Alle bewoners van de locatie kunnen hier gebruik van maken en zijn hierover geïnformeerd. Het gebruik van de bus is conform de gemaakte afspraken altijd mogelijk geweest voor de gehele groep bewoners. Onder de gebruikers bevonden zich ook schoolgaande kinderen. Deze doelgroep woont inmiddels niet meer op het asielschip. Het COA houdt centraal geen registratie bij van het aantal bewoners dat gebruik maakt van de pendelbus. Operationeel wordt echter gemonitord en geëvalueerd of de pendelbus aansluit bij een behoefte van de bewoners en of deze nodig is voor de bereikbaarheid van de COA locatie. Hieruit blijkt dat de pendelbus op dit moment nodig is.
Zie antwoord vraag 2.
Zie antwoord vraag 2.
De inzet van de pendelbus is onderdeel van gemaakte afspraken tussen het COA en de gemeente rondom opvang van bewoners op de boot. Het COA zet publieke middelen zo doelmatig en efficiënt in als mogelijk is. Juist ter bevordering daarvan worden onderliggende financiële afspraken niet geopenbaard. De pendelbus wordt gefinancierd uit het COA-kader voortkomend uit de rijksbegroting.
Zoals aangegeven is de pendelbus onderdeel van de bestuursovereenkomst met het COA en zijn het COA en de gemeente gekomen tot een passende oplossing. Op operationeel niveau evalueren het COA en de gemeente periodiek of de inzet van de pendelbus in een behoefte voorziet en of deze noodzakelijk is voor de bereikbaarheid van de COA locatie.
Er bestaat geen expliciete wettelijke norm die de bereikbaarheid van opvanglocaties met ov en/of alternatief vervoer vastlegt. Goede bereikbaarheid is echter wel onderdeel van het COA plan van eisen. In de praktijk wordt dit geborgd via de lokale vergunningverlening en het omgevingsrecht aangevuld met bestuurlijke afspraken tussen gemeente, vervoerder en COA. De kern is dat bewoners en bezoekers de locatie redelijkerwijs moeten kunnen bereiken.
Het heeft de voorkeur dat asielopvang voldoende bereikbaar is zonder inzet van een pendelbus. Het is echter van primair belang dat opvang kan worden geboden aan iedereen die daar recht op heeft. De inzet van noodopvang zoals de Galaxy in Amsterdam, in dit geval inclusief afspraken over bereikbaarheid en mobiliteit, is daarom voorlopig noodzakelijk vanwege de grote druk op de asielopvang. Het inzetten van een pendelbus is echter ook bij dit soort noodopvang geen standaardpraktijk. Alleen wanneer de bereikbaarheidssituatie geen andere mogelijkheden biedt wordt deze optie overwogen.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Straatman (CDA), van uw Kamer aan de Minister van Asiel en Migratie over het bericht «COA mag pendelbus asielboot niet stopzetten en gaat in gesprek met gemeente over toekomst» (ingezonden 21 april 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.