| Ingediend | 8 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 22 juni 2026 (na 75 dagen) |
| Indiener | Tom Russcher (FVD) |
| Beantwoord door | Bart van den Brink (CDA) |
| Onderwerpen | migratie en integratie organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z07347.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2321.html |
Ja.
Met de inwerkingtreding van het Europese Asiel- en Migratiepact per 12 juni jl. is de rol van DISA m.b.t. de leeftijdsschouw komen te vervallen. Als er vermoedens zijn van evidente meerderjarigheid en de vreemdeling zijn gestelde minderjarigheid niet met authentieke identiteitsdocumenten kan onderbouwen, houdt de IND thans een leeftijdsinterview. In het rapport van het leeftijdsinterview worden alle observaties over uiterlijke- en lichamelijke kenmerken, gedrag en verklaringen opgenomen. Indien niet kan worden geconcludeerd tot evidente meerderjarigheid dan is de conclusie dat de vreemdeling vooralsnog minderjarig is.
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat in het algemeen de leeftijdsschouw, thans leeftijdsinterview geheten, zorgvuldig is en het beleid zoals de Minister dat in paragraaf C1/2.1 van de Vc 2000 en in de Werkinstructie 2025/1 heeft uitgewerkt, op een zorgvuldige wijze is vormgegeven en redelijk is. De leeftijdsschouw is naar het oordeel van de Afdeling in het algemeen een bruikbaar middel voor de vaststelling of er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd van een vreemdeling.
De ervaring is dat slechts een minderheid van de asielzoekers identiteitsdocumenten overlegt waarmee hun identiteit kan worden gestaafd. De personalia van de vreemdeling, inclusief de leeftijd, worden thans geregistreerd in Eurodac. Daarmee is bekend welke leeftijd de gestelde alleenstaande minderjarige vreemdeling in de andere lidstaat heeft opgegeven. Wanneer in het Eurodac resultaat geen personalia zijn opgenomen, wordt beoordeeld of onderzoek noodzakelijk is.
Het Europese Unierecht bepaalt dat, voor toepassing van het medisch leeftijdsonderzoek, eerst minder-invasieve methodes moeten worden toegepast.2 Enkel in die gevallen waarbij de twijfel over de leeftijd aanhoudt, kan het medisch leeftijdsonderzoek als sluitstuk worden ingezet. Daarbij moet ook worden opgemerkt dat het medisch leeftijdsonderzoek belangrijke beperkingen kent. Er bestaat geen sluitende, wetenschappelijke methode om iemands leeftijd te bepalen. Het is met het huidige röntgenonderzoek enkel mogelijk om de beoordeling van de radiologen te vertalen naar een mogelijke leeftijdscategorie en daarmee de vraag te beantwoorden of de vreemdeling mogelijk minderjarig is. De resultaten van het medisch leeftijdsonderzoek zijn in beperkt aantal gevallen effectief, onder meer omdat uit het onderzoek moet volgen dat de gestelde amv ook op het moment van indiening van de asielaanvraag al minimaal 18 jaar oud was.
Zie antwoord vraag 4.
Staat een vreemdeling in een andere lidstaat als meerderjarig geregistreerd en is het resultaat van het leeftijdsinterview vooralsnog minderjarig, dan kan dat voor de IND aanleiding zijn om een zogeheten artikel 51 AMbV onderzoek te doen. In dat verband wordt onderzoek gedaan naar in de andere lidstaat overgelegde documenten en de wijze waarop leeftijdsbepaling heeft plaatsgevonden (op basis van verklaringen, of meer onderzoek).
Zoals hiervoor toegelicht, is het Unierechtelijke uitgangspunt om bij aanhoudende twijfel over de leeftijd als uiterste maatregel een medisch leeftijdsonderzoek toe te passen.
Zie antwoord vraag 7.
Het aantal personen dat zich als alleenstaande minderjarige vreemdeling heeft aangemeld, maar achteraf meerderjarig bleek te zijn, is niet precies uit systemen te herleiden omdat dit op verschillende momenten in het proces kan plaatsvinden. Naar schatting wordt ongeveer vijf procent van de vreemdelingen die een leeftijdsschouw krijgt, meerderjarig verklaard. Naar schatting wordt ongeveer 10 procent van de vreemdelingen die een medisch leeftijdsonderzoek ondergaan, meerderjarig verklaard.
Ten aanzien van het verschil in kosten tussen amv en volwassen asielzoekers, kan ik opmerken dat het niet heel concreet is te berekenen wat de Nederlandse staat de afgelopen drie jaar heeft uitgegeven aan personen die zich als amv hebben aangemeld en achteraf meerderjarig bleken te zijn. Dit is namelijk van diverse factoren (omvang van de groep, duur in een amv locatie etc.) afhankelijk en om die reden niet zomaar te bepalen. In zijn algemeenheid kan ik wel aangeven dat er een verschil zit in de kosten voor de opvang van een amv ten opzichte van de opvang van een meerderjarige bij het COA.
In de begroting 2026 is voor het COA rekening gehouden met een gemiddelde kostprijs van € 30.700 voor de opvang van meerderjarige asielzoekers per persoon per jaar, terwijl de gemiddelde kostprijs voor de opvang van een amv € 88.000 per persoon per jaar bedraagt. Het verschil in kosten heeft hoofdzakelijk te maken met de intensiteit van begeleiding. De begrote kosten 2026 voor Nidos ten aanzien van de begeleiding in het kader van de voogdij bedraagt € 10.477 per amv per jaar.
Zie antwoord vraag 9.
Zie antwoord vraag 9.
Er is een zorgvuldig proces leeftijdsbepaling ingericht om leeftijdsfraude tegen te gaan. De huidige werkwijze van leeftijdsbeoordeling kent echter beperkingen omdat geen sluitende methode voor leeftijdsbepaling bestaat. We blijven, ook in gesprek met NFI, betrokken op nieuwe wetenschappelijke inzichten en ontwikkelingen in andere lidstaten om de werkwijze waar mogelijk te optimaliseren.
Zie antwoord vraag 12.
Dit door u voorgestelde uitgangspunt is in strijd met jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en met het Unierecht. Daaruit volgt dat de IND in beginsel moet uitgaan van het vermoeden dat de vreemdeling minderjarig is en deze vreemdeling als minderjarig moet behandelen. Als na onderzoek de conclusie is dat een vreemdeling als meerderjarig moet worden beschouwd, moet de IND motiveren waarom van de meerderjarigheid wordt uitgegaan.
Zie antwoord vraag 14.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Russcher (FVD), van uw Kamer aan de Minister van Asiel en Migratie over het vaststellen van de leeftijd van asielzoekers (ingezonden 8 april 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.