| Ingediend | 7 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 22 mei 2026 (na 45 dagen) |
| Indiener | Sarah Dobbe (SP) |
| Beantwoord door | Sophie Hermans (VVD) |
| Onderwerpen | organisatie en beleid zorg en gezondheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z07156.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1993.html |
Het artikel beschrijft een zeer tragisch verhaal. Een moeder is haar zoon verloren door suïcide. Volgens het artikel worstelde de zoon jarenlang met depressieve gevoelens en psychoses. Uiteindelijk werd hij verplicht opgenomen en behandeld in een GGZ-instelling. Tijdens zijn verblijf in die instelling is hij overleden door zelfdoding. Het grote verdriet van de moeder is invoelbaar en aangrijpend.
Ook vertelt het artikel van Pointer over het onderzoek na de zelfdoding. In de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (hierna: Wkkgz) is geregeld wat een zorgaanbieder moet doen na een dergelijke calamiteit. De zorgaanbieder moet een calamiteit onverwijld melden aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: IGJ). De zorgaanbieder onderzoekt vervolgens in beginsel zelf de calamiteit. De zorgaanbieder informeert daarbij de nabestaanden over de calamiteit en over de maatregelen die hij naar aanleiding van de calamiteit neemt of zal nemen. Na afronding van het calamiteitenonderzoek door de zorgaanbieder stuurt de zorgaanbieder de gevraagde stukken naar IGJ. Deze stukken worden door de IGJ beoordeeld. Als de IGJ daartoe noodzaak ziet, kan zij zelf onderzoek doen naar de calamiteit.
Niet alle zorgaanbieders verstrekken het calamiteitenrapport aan de nabestaanden, hoewel die daaraan wel behoefte kunnen hebben. Zoals toegezegd in de beleidsreactie op de evaluatie van de Wkkgz is het kabinet van plan om te gaan regelen dat zorgaanbieders nabestaanden actief informeren over het calamiteitenonderzoek en dat de nabestaande recht krijgt op een samenvatting van het calamiteitenrapport, indien hij of zij daarom verzoekt.2
Het kabinet vindt het allebei van belang: enerzijds helderheid voor nabestaanden over wat er is misgegaan en hoe dat kon gebeuren en anderzijds een zorgvuldig calamiteitenonderzoek op basis waarvan de zorginstelling kan leren en verbetermaatregelen kan treffen.
De meeste nabestaanden willen geïnformeerd worden over wat er is misgegaan. Tegelijkertijd kunnen zorgmedewerkers de angst hebben dat volledige openheid voor hen nadelige gevolgen kan hebben. Zo kan bij zorgverleners de vrees bestaan dat het onderzoeksrapport gebruikt gaat worden in een tuchtzaak, om schadevergoeding van de zorgaanbieder te eisen of voor «naming en shaming» via onder meer sociale media. Dat alles kan ertoe leiden dat zij niet of in mindere mate medewerking verlenen aan het onderzoek naar de calamiteit of incidenten helemaal niet meer melden. In dat geval worden de mogelijkheden om te leren niet optimaal benut. Dit komt de kwaliteit van zorg uiteindelijk niet ten goede en is dat ook in het nadeel van (toekomstige) cliënten. Vertrouwen is hierbij dan ook van groot belang.
In principe krijgt niemand anders dan de cliënt zelf informatie over de cliënt of inzage in gegevens uit het medisch dossier, tenzij de cliënt daar toestemming voor geeft. De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (hierna: WGBO) bevat echter sinds 2020 een bepaling die het inzagerecht voor nabestaanden en voormalig vertegenwoordigers in het medisch dossier van overleden cliënten regelt. Ook als de cliënt tijdens zijn leven geen toestemming heeft gegeven, mag de hulpverlener in sommige situaties inzage in het dossier geven. Dat kan als een nabestaande een mededeling over een incident heeft gekregen (op grond van de Wkkgz) of als iemand een zwaarwegend belang heeft, bijvoorbeeld als er een vermoeden is dat er een medische fout is gemaakt. Diegene moet dan wel aannemelijk maken dat zijn belang wordt geschaad en inzage nodig is om dit belang te beschermen.
Ten aanzien van kinderen is in de WGBO apart geregeld dat als een cliënt is overleden vóór zijn of haar zestiende verjaardag, een hulpverlener aan de persoon die het gezag had over het kind inzage of een kopie van het dossier mag geven als hier om wordt gevraagd.
In de WGBO is sinds 2020 al geregeld dat nabestaanden en voormalig vertegenwoordigers gegevens uit het medisch dossier van de overledene mogen inzien als zij een mededeling van een incident hebben ontvangen. Dit recht op inzage of afschrift is beperkt tot gegevens uit het dossier die betrekking hebben op het incident (dus niet voor het hele dossier). Daarnaast kan de cliënt zelf een document (laten) opstellen of mondeling aan de hulpverlener aangeven aan wie welke gegevens uit zijn medisch dossier na zijn overlijden wel of niet verstrekt mogen worden. Dit kan de cliënt bij inschrijving bij de zorginstelling doen, maar ook op een later moment. De cliënt mag zijn of haar toestemming op ieder moment ook weer intrekken. Het kabinet vindt het van belang dat het inzagerecht van nabestaanden zoveel als mogelijk bij leven van de cliënt bespreekbaar wordt gemaakt en desgewenst in het dossier wordt vastgelegd.
Het kabinet vindt openheid over incidenten en calamiteiten belangrijk. Bij calamiteiten gaat het om niet beoogde of onverwachte gebeurtenissen in de zorg met ernstige gevolgen voor de cliënt: de cliënt overlijdt of heeft ernstige schade. Dan wil je als cliënt, of in dit geval als nabestaande, weten wat er is gebeurd, hoe dat is gebeurd, en welke stappen zijn ondernomen om in de toekomst herhaling te voorkomen.
Na afloop van het calamiteitenonderzoek vindt het kabinet dat de cliënt, diens vertegenwoordiger of nabestaande het recht heeft op een mondelinge terugkoppeling van de bevindingen van het calamiteitenonderzoek, tenzij hij aangeeft daar geen behoefte aan te hebben. Indien de cliënt daar prijs op stelt, moet hij ook een schriftelijke samenvatting kunnen ontvangen van wat precies is onderzocht, wat de uitkomsten van het calamiteitenonderzoek zijn, alsmede de verbetermaatregelen die de zorgaanbieder naar aanleiding van het onderzoek zal treffen. Een voorstel hiertoe zal worden opgenomen in het wetsvoorstel Evaluatiewet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.
Voor het opstellen van een zorgvuldig en leerzaam calamiteitenonderzoek en nuttige verbetermaatregelen is de medewerking van de betrokken zorgverleners onmisbaar. Het kabinet wil voorkomen dat zorgmedewerkers onvoldoende meewerken aan het calamiteitenonderzoek uit angst voor een tuchtzaak, schadevergoeding of «naming en shaming» via onder meer sociale media, of incidenten helemaal niet meer melden. Tegelijkertijd begrijpt het kabinet de behoefte aan transparantie voor de cliënt en nabestaanden bij incidenten en calamiteiten. Daarom wil het kabinet voorstellen dat de zorgaanbieder de cliënt, diens vertegenwoordiger of nabestaande een mondelinge terugkoppeling moet geven over het calamiteitenonderzoek en dat de cliënt recht krijgt op een samenvatting van het calamiteitenrapport indien de cliënt daarom verzoekt. Een voorstel hiertoe zal worden opgenomen in het wetsvoorstel Evaluatiewet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.
Het kabinet vindt dit inderdaad niet wenselijk. Daarom wil het kabinet voorstellen dat de zorgaanbieder de cliënt, diens vertegenwoordiger of nabestaande een mondelinge terugkoppeling moet geven over het calamiteitenonderzoek en dat de cliënt recht krijgt op een samenvatting van het calamiteitenrapport indien de cliënt daarom verzoekt. Een voorstel hiertoe zal worden opgenomen in het wetsvoorstel Evaluatiewet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.
Indien er een calamiteit en/of geweldsincident heeft plaatsgevonden bij een aanbieder van een Wmo-voorziening, dan is de aanbieder, op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015), verplicht hiervan een melding te maken bij de toezichthoudend ambtenaar van de gemeente.
Gemeenten hebben, om aan hun verantwoordelijkheden in het kader van de Jeugdwet en de Wmo 2015 te voldoen, (doorgaans) echter geen inzage nodig in het (volledige) rapport. Het is wel wenselijk dat zij door de aanbieder voor zover noodzakelijk op de hoogte worden gesteld van de hoofdlijnen en verbeter-maatregelen die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen. Gemeenten kunnen hierover afspraken maken met de aanbieders.
De vragen van het lid Dobbe (SP) over het bericht «Nabestaanden krijgen geen inzage in rapport zorginstelling na dodelijke gebeurtenis» (2026Z07156) kunnen tot mijn spijt niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. De reden van het uitstel is dat de beantwoording van de Kamervragen afstemming vereist met meerdere betrokken partijen, hetgeen meer tijd in beslag neemt dan voorzien. Het kabinet zal de Tweede Kamer zo spoedig mogelijk de antwoorden op de Kamervragen doen toekomen.