| Ingediend | 2 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 23 april 2026 (na 21 dagen) |
| Indiener | Martin Bosma (PVV) |
| Beantwoord door | Enneüs Heerma (CDA) |
| Onderwerpen | recht staatsrecht |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z06934.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1747.html |
Ja, ik heb in de bredere context kennisgenomen van de landelijke data-analyse van de NOS2 waar in het genoemde artikel naar wordt verwezen.
In het algemeen is het zo dat een percentage van boven de vijfentwintig procent op een enkel stembureau, zoals het geval bij stemlokaal in de Ulu Moskee in Bergen op Zoom, hoog is. Tegelijkertijd kunnen er verklaarbare factoren zijn voor een hoog aantal volmachtstemmen, zoals de nabijheid van een verpleeghuis, zorginstelling of een concentratie van inwoners die minder mobiel zijn en daarom vaker gebruikmaken van een volmacht. Het is belangrijk te benadrukken dat een dergelijk percentage op zichzelf dus geen bewijs is van fraude of ronselen.
In contact met de gemeente Bergen op Zoom komt naar voren dat de gemeente heeft geconstateerd dat het percentage volmachten op dit stembureau relatief hoog was. Er zijn echter geen onregelmatigheden aangetroffen die aanleiding gaven voor verder onderzoek. Daarnaast waren er in Bergen op Zoom meer stembureaus met relatief hogere percentages volmachten. Dit komt overeen met eerdere verkiezingen, waarbij in bepaalde wijken vaker gebruik wordt gemaakt van volmachten dan in andere.
Verschillen in het gebruik van volmachtstemmen zijn soms groot, maar vormen op zichzelf niet automatisch een reden tot zorg. Zoals hiervoor aangegeven zijn hogere percentages vaak te verklaren door de samenstelling van de bevolking in een bepaald gebied, zoals de aanwezigheid van ouderen of mensen in zorginstellingen.
Tegelijkertijd is het wel belangrijk om alert te blijven. Wanneer op dezelfde locaties structureel hoge percentages volmachtstemmen worden uitgebracht, is het zinvol om te begrijpen wat daar precies speelt. Dat is niet om direct te veronderstellen dat er sprake is van misbruik, maar om het functioneren van het systeem goed te blijven volgen en waar nodig te verbeteren. In de evaluatie van de verkiezingen zal hier dan ook nadrukkelijk naar worden gekeken.
Een kwalificatie als stembusfraude en het ronselen van stemmen is aan de politie en het Openbaar Ministerie (OM) om te onderzoeken en uiteindelijk aan de rechter om daarover een oordeel te vellen. Mocht er in een gemeente een vermoeden hiervan zijn, is het aan de gemeente om hier aangifte van te doen.
Per 1 januari 2026 is de Kieswet inderdaad gewijzigd met een aanscherping van de strafbaarstelling van het ronselen van volmachten. De delictsomschrijving van ronselen is aangepast, zodat ook bij een eenmalige oproep of een oproep via sociale media vervolging mogelijk kan zijn. Daarnaast is de maximale straf verhoogd van één maand naar zes maanden gevangenisstraf.
Zoals aangegeven in de memorie van toelichting bij die wet (Kamerstuk 36 571, nr. 3) is niet de verwachting dat deze wet opeens tot een grote verhoging van het aantal vervolgingen zal leiden aangezien de omvang van ronselen van volmachten bij verkiezingen in de praktijk beperkt lijkt. Onderzoek van de Kiesraad laat zien dat hier tussen 1998 en 2015 dertien keer aangifte van is gedaan, waarna het OM onderzoek heeft ingesteld.3 Dat neemt niet weg dat het van belang is dat de delictsomschrijving van ronselen bij de tijd is gebracht en dat de strafmaat nu beter aansluit bij de ernst van de overtreding.
Een van de maatregelen om de risico’s van het onrechtmatige gebruik van volmachten te beperken is de extra inzet op voorlichting voor kiezers, gemeenten en stembureaumedewerkers. Via de website elkestemtelt.nl, sociale media en een uitlegvideo is uitgelegd hoe de volmachtprocedure werkt en dat het initiatief tot afgeven van een volmacht altijd bij de kiezer zelf moet liggen.
De casus Gorinchem betrek ik bij de evaluatie van de verkiezingen, om te beoordelen of aanvullende maatregelen nodig zijn. Daarbij geldt dat elke maatregel zorgvuldig moet worden afgewogen: beperkingen van de mogelijkheid om bij volmacht te stemmen kunnen de toegankelijkheid van de verkiezingen beïnvloeden, vooral voor kiezers die echt niet zelf naar het stemlokaal kunnen gaan. Dit belang wordt altijd meegewogen.
Zie antwoord vraag 5.