| Ingediend | 1 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 10 juni 2026 (na 70 dagen) |
| Indieners | Marjolein Faber (PVV), Marina Vondeling (PVV), Geert Wilders (PVV) |
| Beantwoord door | Bart van den Brink (CDA), David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z06763.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2212.html |
Ja, eerwraak is onacceptabel. Het is een misdrijf dat binnen ons Wetboek van Strafrecht strafbaar wordt gesteld als (poging tot) moord of doodslag.
Zoals in het antwoord op vraag 1 aangegeven, wordt eerwraak binnen ons Wetboek van Strafrecht gekwalificeerd als moord of doodslag. Beide vallen onder de zwaarste categorie geweldsdelicten en hebben altijd prioriteit bij de politie. Bij het vervolgen van moord- of doodslagzaken wordt niet apart geregistreerd op eerwraak. Of een eermotief een rol heeft gespeeld bij de gepleegde moord of doodslag blijkt veelal uit de feiten en omstandigheden van de zaak, voor zover de strafrechter deze context tot uitdrukking brengt in het vonnis dan wel arrest.
Eerwraak is een ernstig misdrijf en als het mogelijk is, zal de verblijfsvergunning van de dader worden ingetrokken. Daarbij is het kabinet gehouden aan geldende wet- en regelgeving. Voor het intrekken van de verblijfsvergunning op grond van gevaar voor de openbare orde, is ten minste een onherroepelijke gerechtelijke veroordeling van de desbetreffende vreemdeling nodig. Alleen de dader kan het land worden uitgezet; wanneer gezinsleden geen strafbaar feit hebben gepleegd, is er geen reden om hen uit te zetten.
Naarmate een vreemdeling langer in Nederland verblijft, dient de opgelegde straf zwaarder te zijn; deze zogenoemde «glijdende schaal» is neergelegd in artikel 3.86 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Daarnaast is de IND gehouden om te toetsen aan het evenredigheidsbeginsel of er specifieke redenen zijn, zoals de aanwezigheid van kleine kinderen, die de intrekking van de verblijfsvergunning zouden kunnen belemmeren. En bij een aantal categorieën vreemdelingen (asielstatushouders, EU-burgers en hun gezinsleden, langdurig ingezetene derdelanders en Turken die verblijfsrecht ontlenen aan het Associatieverdrag met EU-Turkije) moet de IND op grond van het EU-recht toetsen of de vreemdeling nog steeds een actuele bedreiging vormt voor de fundamentele belangen van de samenleving.
Ja. Het kabinet onderkent dat eergerelateerd geweld vaak een culturele achtergrond kent die regelmatig een oorsprong heeft in het herkomstland van de dader.
De politie registreert zaken waarbij mogelijk sprake is geweest van eerwraak niet aan de hand van de gevraagde gegevens.
De context van eergerelateerd geweld is complex. Verschillende thema’s zoals cultuur, familie, genderverhoudingen, mensenrechten, migratie, integratie en religie zijn relevant binnen de aanpak. Het uitlichten van slechts één van die thema’s, zoals religie, doet geen recht aan een constructieve aanpak van eergerelateerd geweld en kan bovendien stigmatiserend werken.1
Zoals in het antwoord op vraag 4 aangegeven onderkent het kabinet dat eergerelateerd geweld vaak een culturele achtergrond kent die regelmatig een oorsprong heeft in het herkomstland van de dader. Het kabinet hecht eraan meer grip te krijgen op migratie en geeft daaraan invulling met een brede agenda binnen de kaders van het internationaal recht.
Hierbij deel ik u, mede namens de Minister van Asiel en Migratie, mede dat de schriftelijke vragen van de leden Faber, Vondeling, Wilders (allen PVV), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de toename van eerwraak in Nederland (ingezonden 1 april 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.