| Ingediend | 20 maart 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 15 april 2026 (na 26 dagen) |
| Indiener | Daniël van den Berg (JA21) |
| Beantwoord door | Stientje van Veldhoven (D66) |
| Onderwerpen | natuur en milieu organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z05637.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1612.html |
Ja.
Het kabinet erkent de zorgen die er momenteel bestaan vanuit de energie-intensieve industrie. Om deze zorgen te ondervangen streeft het kabinet ernaar de hoge energiekosten te adresseren, een zoveel mogelijk gelijk Europees te borgen, verduurzaming van energie-intensieve industrieën te stimuleren, en investeringszekerheid te bewaken. Het EU ETS is het voornaamste instrument om verduurzaming in de EU te stimuleren en is daarmee cruciaal voor bovengenoemde ambities. Het instrument draagt bij aan de nodige investeringszekerheid voor langjarige investeringsbeslissingen en is kosteneffectief doordat het gebruik maakt van een marktmechanisme. EU-brede beleidsinstrumenten genieten bovendien een sterke voorkeur boven nationale alternatieven, waarmee een ongelijk Europees speelveld geriskeerd wordt.
Het afzwakken of uitstellen van het EU ETS zou extra onzekerheid geven voor de energie-intensieve industrie en bedrijven treffen die al hebben geïnvesteerd in verduurzaming. Daarbij draagt het EU ETS bij aan de wens van de EU en het kabinet om onafhankelijker te worden van fossiele energie uit derde landen, waarvan het belang door de huidige hoge energieprijzen opnieuw wordt onderstreept. Het kabinet is daarom voorstander van een goed functionerend ETS en heeft zich tijdens de afgelopen Milieuraad, Energieraad en Europese Raad, uitgesproken tegen afzwakking van het ETS, conform de motie van de leden Bushoff en Van Oosterhout. Het kabinet zal zich bij de herziening van het ETS (juli 2026) inzetten voor ondersteuning van de verduurzaming van de industrie, met specifieke aandacht voor koolstoflekkage-gevoelige sectoren.
Ja. Het deel van de ETS-rechten dat op de markt komt via veilingen leidt tot hogere kosten. Deze kosten kunnen vermeden worden wanneer bedrijven verder verduurzamen.
Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 2 is het kabinet geen voorstander van een afzwakking of tijdelijke opschorting van het ETS.
Het klopt dat een aantal lidstaten wijst op het effect van het ETS op de elektriciteitsprijzen. Gemiddeld op EU-niveau bestaat de elektriciteitsrekening voor industriële gebruikers voor ongeveer 11% uit ETS-kosten, met variaties afhankelijk van de elektriciteitsmix van de lidstaat. Andere componenten zijn energiekosten, netkosten en belastingen. Lidstaten hebben de mogelijkheid om indirecte ETS-kosten te compenseren via de indirecte kostencompensatie (IKC). In Nederland behelst het ETS gemiddeld ongeveer 7% van de elektriciteitsrekening van industriële gebruikers, exclusief kostencompensatie. Het kabinet heeft 0,5 miljard euro per jaar gereserveerd om voor Nederland indirecte kostenstijging te mitigeren.
De impact van het ETS op korte termijn moet tevens worden afgewogen tegen de rol die het ETS op de langere termijn speelt om de afhankelijkheid van fossiele energie af te bouwen. Zolang de EU voor haar energievoorziening en industriële productie sterk afhankelijk blijft van fossiele energie, blijft er een kwetsbaarheid bestaan voor externe schokken. Het huidige hoge prijsniveau van fossiele brandstoffen benadrukt eens te meer dat de energietransitie noodzakelijk is voor de leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie. Wegens de belangrijke rol van het ETS voor de energietransitie, zet het kabinet daarom in op een sterk ETS.
Nee, zie de antwoorden op vraag 2 en vraag 5.
Alle lidstaten zijn, op basis van de ETS-richtlijn, verplicht om de ETS-veilinginkomsten, of een financieel equivalent daarvan, te besteden aan klimaatbeleid. Het kabinet onderschrijft deze regel. De Nederlandse begroting kent een scheiding tussen inkomsten en uitgaven waardoor een directe koppeling tussen de ETS-opbrengsten en uitgaven niet mogelijk is. Wel zijn de totale uitgaven aan stimuleringsmaatregelen voor verduurzaming van de industrie momenteel ruim groter dan de ETS-1-inkomsten.2 Daarmee wordt bijgedragen aan een lagere energierekening en lagere concurrentiedruk voor de industrie. Het kabinet zal zich in de EU blijven inzetten voor het hanteren van deze regel.
Het kabinet zet zich in voor de betaalbaarheid van energie, leveringszekerheid en een gelijk speelveld voor bedrijven. Om koolstoflekkage te voorkomen bevat het ETS verschillende instrumenten: de toewijzing van gratis rechten, de koolstofgrensheffing (CBAM) en de mogelijkheid tot indirecte kostencompensatie (IKC). Deze instrumenten bieden op dit moment al bescherming en het kabinet zal de aankomende herziening benutten om deze instrumenten verder te verbeteren. Ten aanzien van de betaalbaarheid van energie en leveringszekerheid is het van belang dat we op zo snel mogelijke termijn onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen afbouwen. Het ETS levert daar een noodzakelijke bijdrage aan.
Het ETS biedt een tijdpad voor het aantal nieuwe emissierechten dat in de toekomst beschikbaar komt (het emissieplafond). Dit geeft duidelijkheid aan bedrijven over de mogelijkheid om broeikasgassen uit te stoten in de toekomst en daarmee met de vraag wanneer investeringen in verduurzaming noodzakelijk zijn. Omdat de energie-intensieve industrie een hoog risico heeft op koolstoflekkage, ontvangt zij een hoeveelheid gratis rechten die overeenkomt met de uitstoot per product van de top 10% meest efficiënte installaties. De meest efficiënte installaties hebben daarom geen ETS-kosten of verdienen aan de verkoop van ETS-rechten, en aan een hogere verkoopprijs van hun producten (in sectoren die onder het CBAM vallen). In Nederland geldt dit bijvoorbeeld voor de kunstmestindustrie en staalindustrie.
In andere sectoren zijn Nederlandse installaties echter veelal minder efficiënt dan de top 10%, waardoor de industrie kosten ondervindt van het ETS. Deze kosten kunnen worden voorkomen door te investeren in verduurzaming. Het is belangrijk dat bedrijven met inefficiënte installaties gaan investeren: zonder investeringen stevenen verouderde installaties onvermijdelijk af op sluiting. Het ETS verkleint daartoe de onrendabele top van deze investeringen; aanvullend stelt het kabinet ondersteuning zoals de SDE++ ter beschikking voor verduurzamings-investeringen. Een belangrijke kanttekening bij het vermijden van ETS-kosten door verdere verduurzaming, is dat oog moet worden gehouden voor de randvoorwaarden (bv. netcongestie). Hierdoor kunnen de ETS-kosten niet altijd op korte termijn worden vermeden.
Volgens een recente publicatie van de Europese Centrale Bank3 bestond de prijs die de energie-intensieve industrie in Nederland in 2024 betaalde voor elektriciteit, voor ongeveer 7% uit ETS-kosten. Of deze kosten gevolgen hebben voor het vestigingsklimaat hangt af van de mate van bescherming tegen koolstoflekkage. Het ETS houdt hiermee rekening door middel van gratis rechten, de koolstofgrensheffing (CBAM) en de mogelijkheid tot indirecte kostencompensatie (IKC). Voor dit laatste heeft het kabinet in het coalitieakkoord € 0,5 mld. per jaar gereserveerd, met als doel de elektriciteitskosten van de weglekgevoelige elektriciteits-intensieve industrie te verlagen.
Ja.
Het Moderniseringsfonds draagt bij aan het moderniseren van energiesystemen en de bevordering van energie-efficiëntie in de genoemde EU lagere-inkomenslidstaten. Een beperkt deel van de inkomsten uit veilingen (2% van de veilinginkomsten tussen 2021–2030 en 2,5% tussen 2024–2030) valt ten gunste aan het Moderniseringsfonds. In totaal gaat het op EU-niveau om gemiddeld 4,3 miljard euro per jaar. De dertien lidstaten die voor dit fonds in aanmerking komen hebben een relatief verouderde industrie en elektriciteitsproductie, waardoor de ETS-kosten relatief hoog zijn. Om hier deels voor te compenseren, zorgt het Moderniseringsfonds voor een beperkt solidariteitselement in het ETS.
Zie antwoord vraag 12.
Nee, deze mening deel ik niet.
Het kabinet staat in beginsel kritisch tegenover nieuwe fondsen die ETS-inkomsten herverdelen en zal dat signaal ook afgeven bij de onderhandelingen over de herziening van de ETS-richtlijn. Uiteindelijk zal een akkoord bereikt moeten worden over de gehele wijziging van de ETS-richtlijn, waarbij voorop staat dat een ambitieus ETS nodig is voor een tijdige energietransitie en daarmee uiteindelijk ook voor de betaalbaarheid van energie in de EU.
De vragen van de leden Van den Berg en Hoogeveen (beiden JA21) over het bericht dat Polen en Italië met acht andere lidstaten de aanval openen op de Europese CO2-beprijzing (kenmerk 2026Z05637) kunnen vanwege de benodigde afstemming niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. Ik zal uw Kamer zo spoedig mogelijk de antwoorden op de vragen doen toekomen.