| Ingediend | 13 maart 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 17 april 2026 (na 35 dagen) |
| Indiener | Anne-Marijke Podt (D66) |
| Beantwoord door | Silvio Erkens (VVD) |
| Onderwerpen | dieren landbouw |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z05109.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1668.html |
Ja, hier ben ik van op de hoogte.
Ja, hier ben ik van op de hoogte.
We leven in een dynamische wereld waarbij het soms nodig is om aanpassingen te doen. Aanpassingen in MVO-beleid gaan in mijn ogen altijd gepaard met transparantie, actieve betrokkenheid van stakeholders en duidelijke communicatie. Het is echter aan bedrijven en organisaties zelf om te besluiten over hun MVO-doelstellingen. Zij stellen die zelf op en bepalen ook zelf of doelstellingen haalbaar zijn of niet. Over of het klopt dat aanpassingen niet wenselijk zijn kan ik mij niet uitspreken, maar transparantie en betrouwbaarheid zijn voor mij essentieel voor draagvlak en geloofwaardigheid. Dat zal ik dan ook te allen tijde blijven benadrukken in gesprekken met de sector en in onze eigen beleidsvoering.
De doelstelling om te stoppen met de import van kalveren vanuit Ierland en Oost-Europa, is vanuit het oogpunt van dierenwelzijn een zeer wenselijke en mooie doelstelling. Het staat VanDrie Group vrij om in te spelen op een veranderende markt en daarbij kunnen MVO-doelstellingen ook veranderen. De Europese wet- en regelgeving staat lang transport van ongespeende kalveren ook toe, zij het onder strikte voorwaarden op het gebied van verzorging en rij- en rusttijden. Hieraan moeten ondernemers zich houden. Ik vind het daarbij belangrijk dat bedrijven, in dit geval VanDrie Group, transparant zijn en uitleg geven over aanpassingen van de MVO-doelstelling.
Het actieplan van de sector – Veal Forward – spreekt niet zozeer van het afbouwen van transport van ongespeende kalveren over lange afstanden, maar over het toepassen van het «nee, tenzij principe». Wat betekent dat kalveren alleen over lange afstanden vervoerd zullen worden, wanneer er voldaan wordt aan de in het plan beschreven voorwaarden. De koers waar VanDrie Group voor kiest, kan daar binnen passen. Uit oogpunt van dierenwelzijn vind ik het onwenselijk dat VanDrie Group de eerder getoonde ambitie los heeft gelaten.
Zoals hierboven al aangegeven, vind ik het vanuit het oogpunt van dierenwelzijn onwenselijk dat VanDrie Group het doel om te stoppen met de import van ongespeende kalveren uit Ierland en Oost-Europa niet terug laat komen in het laatste MVO-verslag. Dat wil niet zeggen dat ze niet meer aan dit doel werken, maar het maakt het in ieder geval een stuk minder transparant. Het is duidelijk dat de maatschappij en Tweede Kamer deze transporten niet meer willen vanwege het effect op het dierenwelzijn onderweg. Maar zolang de Europese wet- en regelgeving toestaat dat ongespeende kalveren over lange afstanden vervoerd mogen worden, volgen deze dierstromen de route van vraag en aanbod. Daarom zet ik in Europa bij de herziening van de Transportverordening alles op alles om lange transporten van ongespeende kalveren te verbieden.
Ik vind het positief dat de sector zelf aan haar toekomst werkt door middel van een actieplan zoals Veal Forward. Dit plan is sinds de publicatie ervan onveranderd gebleven en niet minder ambitieus geworden.
Ik vind dierenwelzijn en een goede werking van de interne markt belangrijk. Een betere bescherming van dieren tijdens transport en een goed werkende interne markt kunnen alleen bewerkstellig worden als we binnen de Europese Unie allemaal dezelfde standaarden volgen, ook voor dierenwelzijn. Daarom zet ik mij – net als toenmalig Minister Adema – in voor een verbod op lang transport voor ongespeende dieren én duidelijke regels omtrent voederen en drenken onderweg bij de herziening van de Transportverordening. Deze inzet wordt op ieder mogelijk moment naar voren gebracht bij de Raadswerkgroepen over de herziening van de Transportverordening.
De melkvee- en kalversector zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik ben van mening dat door deze beide sectoren bij het ontwikkelen van toekomstig beleid als één sector te zien, recht wordt gedaan aan deze verbondenheid.
Zoals eerder door mijn voorganger beschreven in de Kamerbrief over de inrichting van de kalverhouderij (Kamerstuk 28 624, nr. 372) zijn er een aantal belangrijke stappen te zetten in de kalverhouderij. Dit betreft minder import en korter transport van kalveren, strengere diergezondheidseisen, uitwerking van de AMvB dierwaardige veehouderij en emissiereductie. Dat zijn onderwerpen waar ik onverminderd op inzet. Daarnaast zijn er pilots gestart waarin geëxperimenteerd wordt gericht op een gezonde kalverketen. Door Wageningen University and Research (WUR) wordt gewerkt aan het eindrapport over de (monitoring van) de pilots. Hierover wordt uw Kamer na het zomerreces geïnformeerd.
Daarnaast heeft de Europese Commissie aangekondigd met herzieningen te komen op meerdere dierenwelzijnsverordeningen. Ook hierbij zal ik mij inzetten op het verbeteren van de welzijn van kalveren.
Momenteel wordt de omvang van de kalversector niet begrenst door dier- of fosfaatrechten. De wens tot het verbreden van de wettelijke basis voor deze rechten naar de kalverhouderij (en de geitenhouderij) staat opgenomen in het coalitieakkoord. Hiervoor ben ik de opties aan het verkennen.
Met betrekking tot de voortgang van de regelgeving voor IBR verwijs ik naar de brief (Kamerstuk 28 807, nr. 324) die ik op 3 april heb verstuurd. Daarnaast werk ik samen met stakeholders aan een bestrijdingsprogramma voor BVD. Ik doe alles wat binnen mijn mogelijkheden ligt om de regelgeving voor IBR en BVD zo snel mogelijk in werking te laten treden. Voor beide processen ben ik afhankelijk van verschillende verplichte juridische stappen in het proces. Hier heb ik weinig invloed op en versnelling is niet mogelijk. Daarnaast is in het ieders belang dat deze stappen zorgvuldige doorlopen worden. Ik streef er naar dat de Amvb IBR op 1 januari 2027 in werking zal treden. Over het tijdpad voor BVD zal ik de Kamer op een later moment informeren.
Ja, daartoe ben ik bereid.