| Ingediend | 9 maart 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 11 mei 2026 (na 63 dagen) |
| Indiener | Lisa Westerveld (GL) |
| Beantwoord door | Bart van den Brink (CDA) |
| Onderwerpen | migratie en integratie organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z04651.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1876.html |
Voorafgaand aan de informele JBZ-Raad in januari kwamen Denemarken, Griekenland, Oostenrijk en de Europese Commissie op initiatief van Duitsland en Nederland bijeen voor een overleg over innovatieve oplossingen1. Daar is afgesproken om met deze groep een gezamenlijke verkenning naar mogelijke terugkeerhubs te starten. De bijeenkomst, en marge van de JBZ-raad op 5 en 6 maart jl., was de tweede bijeenkomst op Ministersniveau in dit verband.
Nederland ontving de uitnodiging voor deelname aan deze vervolgbijeenkomst na verzending van de geannoteerde agenda van de Raad. In het commissiedebat van maart heb ik evenwel melding gemaakt van de continuering van de Nederlandse deelname aan deze kopgroep.
De Kamer is per verslagen geïnformeerd over de stand van zaken omrent deze kopgroep. In het verslag van de informele JBZ-raad van januari is de Kamer geïnformeerd over de eerste bijeenkomst met deze groep landen. Per verslag van de formele JBZ-raad in maart is de Kamer geïnformeerd over de vervolgbijeenkomst.
Ten aanzien van de gezamenlijke verkenning om een terugkeerhub op te zetten spraken de lidstaten af om gecoördineerd in dialoog te gaan met mogelijke partnerlanden. Het betreft hier een zorgvuldig diplomatiek proces waarbij het doel een duurzaam en wederkerig partnerschap is. Gezien de diplomatieke vertrouwelijkheid van dit proces, zowel richting gelijkgezinde EU-lidstaten als richting eventuele partners, kan het kabinet geen uitspraken doen over partners die overwogen worden. Uw Kamer wordt daar over geïnformeerd via de gebruikelijke weg.
Het is noodzakelijk dat de uitwerking van de terugkeerhub zorgvuldig gebeurt en in overeenstemming geschiedt met de mensenrechtelijke verplichtingen die volgen uit EU-recht en internationaal recht/mensenrechtenverdragen, waaronder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Handvest voor de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). Het kabinet zal continu aandacht houden voor het waarborgen van de (mensen)rechten van de vreemdelingen en het voorkomen van schending van non-refoulement beginsel. Deze elementen zullen dus ook een voorwaarde zijn bij de uitwerking en implementatie. De kopgroep en het kabinet staan nauw in contact met de Europese Commissie en internationale organisaties, zoals de Internationale Organisatie voor Migratie en de VN-Vluchtelingen-organisatie (UNHCR), over de vormgeving van de terugkeerhub.
De kopgroep dient om de mogelijkheden voor een terugkeerhub gezamenlijk te verkennen en is daarmee een startpunt voor het daadwerkelijk realiseren ervan. Onderdeel van deze verkenning is vanzelfsprekend het spreken met verschillende landen buiten de EU die mogelijk interesse hebben in een daadwerkelijk duurzaam en wederkerig samenwerkingsverband. Zoals hierboven vermeld, is het voor Nederland belangrijk dat de invulling van de terugkeerhub in lijn is met EU- en internationaal recht, in het bijzonder met de mensenrechten, en zal dat dus ook een voorwaarde zijn van de uitwerking en implementatie met een partnerland.
Het kabinet beraadt zich momenteel op de te nemen stappen met betrekking tot Oeganda, ook in het licht van de verkiezingen aldaar.
De Kamer zal zoals gebruikelijk over de voortgang van het werk van de kopgroep worden geïnformeerd, met de aantekening dat dit diplomatiek gevoelige processen betreft. Daarom kan de Kamer ook door middel van vertrouwelijke technische briefings geïnformeerd over de stand van zaken van migratiepartnerschappen per land. Dit is het meest recent op 11 september 2025 gebeurd.
Op dit moment wordt het concept van de terugkeerhub nog nader uitgewerkt. Datzelfde geldt voor de modaliteiten van afspraken die met derde landen zouden kunnen worden gemaakt.
Terugkeer- en transithubs worden uitgewerkt met nadrukkelijke aandacht voor het adequaat borgen van mensenrechten van de betrokken migranten, in lijn met internationaal en EU-recht. De mensenrechtensituatie in derde landen wordt doorlopend gemonitord door NL vertegenwoordigingen ter plaatse. Het kabinet is bovendien doorlopend in gesprek met maatschappelijk middenveld, ook over innovatieve oplossingen.
De invulling van de terugkeerhub moet, ook als een vrijheidsbeperkende maatregelen daar onderdeel van is, ten allen tijde in lijn zijn met EU en internationaal recht. Binnen deze kaders zijn de precieze modaliteiten van een terugkeerhub samenwerking afhankelijk van de uiteindelijke afspraken die worden gemaakt met het partnerland.
Dat is afhankelijk van de uiteindelijke afspraken die worden gemaakt met het partnerland.
Behandeling van migranten in de terugkeerhub dient altijd in lijn te zijn met het internationaal en EU-recht.
Het kabinet streeft naar een effectief, humaan en toekomstbestendig asiel- en migratiesysteem. Het doel is uiteindelijk dat asielprocedures buiten Europa worden ingediend en afgehandeld en dat geen asielprocedures in Nederland meer plaatsvinden. Dit kabinet wil concrete eerste stappen zetten in de richting van dit einddoel en wil hier mee aan de slag. Dat is een weg van de lange adem. De verkenning en uiteindelijke operationalisering van de terugkeerhub kan hier onderdeel van zijn van deze eerste stappen. Daarnaast beoogt de transit hub als maatregel terugkeer te realiseren van vertrekplichtige vreemdelingen, en is een uitbreiding van het instrumentarium van EU lidstaten en Nederland om terugkeer te effectueren. De ontwikkeling van de terugkeerhub draagt daarom bij aan het doel om het EU asiel en migratiesysteem te versterken.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Westerveld (GroenLinks-PvdA), van uw Kamer aan de Minister van Asiel en Migratie over de kopgroep die is gevormd met Duitsland, Denemarken, Griekenland, Oostenrijk en Nederland om «terugkeerhubs» te installeren in het buitenland (ingezonden 9 maart 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.