| Ingediend | 17 december 2025 |
|---|---|
| Beantwoord | 13 februari 2026 (na 58 dagen) |
| Indieners | Annabel Nanninga (JA21), Diederik Boomsma (CDA) |
| Beantwoord door | Becking , Moes , Foort van Oosten (VVD) |
| Onderwerpen | cultuur en recreatie organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2025Z22306.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1102.html |
Ja.
Ja, wij zijn bekend met het compromis, en dat de viering in een andere vorm doorgang heeft kunnen vinden. Er is uitgebreid overleg gevoerd tussen de partijen. Wij staan positief tegenover het feit dat het is gelukt om tot een oplossing te komen die voor de verschillende betrokken partijen acceptabel is.
Wij kennen geen vergelijkbare casus waarbij een organisatie verzoekt een individuele artiest te vervangen. Wel zijn er door sommige instellingen keuzes gemaakt om voorstellingen te vervangen die niet aansluiten bij de profilering van de betreffende instelling.
Ja.
In het wetboek van Strafrecht zijn verschillende uitingsdelicten opgenomen, zoals strafbare vormen van persoonlijke belediging (zie de artikelen 261, 262 en 266 Sr), bedreiging (artikel 285 Sr), groepsbelediging (artikel 137c Sr), het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld tegen een groep mensen (artikel 137d Sr) en opruiing (artikel 131 Sr). Het in het openbaar tonen van een bepaald symbool, tekst of afbeelding of het roepen van leuzen kan, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, een uitingsdelict opleveren. Daarvoor is vereist dat de wettelijke bestanddelen van het desbetreffende uitingsdelict zijn vervuld. Daarbij moet voor ogen worden gehouden dat de strafbepalingen in het Wetboek van Strafrecht niet zodanig specifiek zijn dat bijvoorbeeld het roepen van leus X of het tonen van symbool Y telkens afzonderlijk strafbaar is gesteld. Ter verzekering van een breed toepassingsbereik zijn de uitingsdelicten vrij algemeen omschreven.
Onder opruiing (artikel 131 Sr) wordt verstaan het aanzetten tot een strafbaar feit of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. Intimidatie is niet zelfstandig strafbaar gesteld, maar kan afhankelijk van de feiten en omstandigheden een uitingsdelict opleveren. Bijvoorbeeld wanneer de uiting kwalificeert als zich in het openbaar opzettelijk beledigend uitlaten over een groep mensen vanwege wegens hun ras/hun godsdienst/hun levensovertuiging/hun seksuele gerichtheid/hun handicap (artikel 137c Sr). Het wetsvoorstel om verheerlijking van terrorisme strafbaar te stellen ligt op dit moment bij de Raad van State.
De politie en het Openbaar Ministerie (OM) zijn verantwoordelijk voor het ingrijpen bij mogelijke strafbare uitingen tijdens een demonstratie. Of er (direct) ingegrepen kan worden om strafbare feiten te beëindigen, hangt af van de context waarbinnen overtredingen of strafbare feiten plaatsvinden.
De Chanukah-concerten in Het Concertgebouw worden alternerend georganiseerd door de Stichting Chanukah Concerts en door de Stichting Jewish Music Concerts. De Stichting Jewish Music Concerts (organisator van het concert van The Jewish Amsterdam Chamber Ensemble) heeft de Chanukah-vieringen georganiseerd in 2022 en 2024. In 2025 werd de viering door de Stichting Chanukah Concerts georganiseerd.
Voorop staat dat het onacceptabel is als een concert geen doorgang kan vinden wegens een Joods thema of Joodse achtergrond van een organisatie. Culturele instellingen gaan wel zelf over de programmering. Wij zien ook dat de spanningen in de samenleving voor instellingen lastig te hanteren zijn. Om die reden is in het kader van de «strategie bestrijding antisemitisme» een subsidieverzoek ingewilligd van Kunsten«92 in samenwerking met het Verwey-Jonker instituut om de culturele en creatieve sector handvatten te bieden voor het omgaan met maatschappelijke spanningen en polarisatie. Deze is 20 januari 2026 gepubliceerd. Zoals blijkt uit dit rapport, hangt een besluit om iets wel of niet te programmeren naast de kernwaarden in de praktijk ook af van de risico’s op onveiligheid voor medewerkers, bezoekers en artiest/maker/kunstenaar; en mogelijke schade aan materialen en gebouwen. Daarmee heeft dit probleem ook een financieel component (i.e. beveiligingskosten).
Ja, het geplande concert heeft tot ophef onder het personeel geleid. Hoe daarmee wordt omgegaan is aan de organisatie. Wel is het onacceptabel als een concert geen doorgang kan vinden wegens een Joods thema of Joodse achtergrond van een organisatie. Het is daarom goed dat het lustrumconcert door is gegaan.
Ja.
Ja. Een van de maatregelen in de Strategie Bestrijding Antisemitisme is het Veiligheidsfonds Joodse Instellingen en Evenementen. Het primaire doel hiervan is dat Joods leven gewoon door moet kunnen gaan in Nederland en dat daarom middelen beschikbaar zijn voor veiligheidsinspanningen die helaas nodig zijn om dit mogelijk te maken. De organisator van het Chanoekaconcert heeft hier in 2025 gebruik gemaakt.
Ja, wij verwachten dat concertzalen of andere podia zich tot het uiterste inspannen om doorgang te geven aan culturele uitingen. De primaire verantwoordelijkheid voor een ordentelijk en veilig verloop van een bijeenkomst ligt bij de organisator en/of accommodatie. Dat geldt ook voor de mogelijke onveiligheid van betrokken personen (publiek, artiesten, personeel, enzovoorts). De burgemeester kan aanvullende maatregelen nemen als de aard en de omvang van de dreiging dermate is dat de organisatie en/of accommodatie hier zelf geen weerstand (meer) tegen kunnen bieden. De burgemeester is namelijk verantwoordelijk voor de openbare orde en de veiligheid, waar hij in de driehoek samen optrekt met het OM en de politie. Inspanningen van het kabinet zijn erop gericht het lokaal bestuur zo effectief en efficiënt als mogelijk in staat te stellen de lokale veiligheid te vergroten. Binnen dit systeem zijn al extra maatregelen mogelijk, bijvoorbeeld bewaking van instellingen door politie of KMAR wanneer er concrete informatie over onveiligheid is. In het kader van maatregelen verwijzen wij u ook naar het antwoord van vraag 10.
Het anders beoordelen op basis van achtergrond of religie van personen, organisaties of evenementen is ontoelaatbaar in een democratische rechtsstaat zoals Nederland dat is. Het is dan ook onacceptabel als een concert, voorstelling of culturele activiteit geen doorgang vindt wegens een Joods thema of Joodse achtergrond van een artiest.
Als algemene wet- en regelgeving die op deze vraag van toepassing zijn gelden de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), het Wetboek van Strafrecht en de Grondwet. Als specifieke wetgeving voor de culturele instellingen die door OCW worden bekostigd gelden in casu de Wet, het besluit en de Regeling op het specifiek cultuurbeleid (hierna: Wsc, Bsc en Rsc) dan wel de Erfgoedwet en Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingen (hierna: Rbr).
Hieruit vloeit voort dat het instellingen vrij staat om te bepalen aan wie zij hun zalen verhuren, tenzij daar specifieke verplichtingen over zijn opgenomen in de subsidieregelingen, dan wel in de verleningsbeschikkingen. Ook geldt dat instellingen niet in strijd met het wetboek van Strafrecht mogen handelen. Dit betekent dat zij bijvoorbeeld niet mogen discrimineren.
In de Wsc, Bsc, Rsc, noch in de Erfgoedwet en de Rbr zijn specifieke regels opgenomen over aan wie culturele instellingen hun zalen mogen verhuren. Ook in de subsidiebeschikkingen voor de culturele instellingen is hierover niets opgenomen.
Tijdens het wetgevingsoverleg van de OCW-begroting, onderdeel Cultuur van 19 januari 2026 is door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap toegezegd dat een verkenning wordt uitgevoerd naar het niet mogen uitsluiten van landen in de subsidievoorwaarden en de mogelijkheid van het korten van subsidie in het geval een land geboycot wordt. De Kamer ontvangt hierover in mei een brief.
Wanneer de redenen tot het weigeren om een zaal te verhuren, dan wel de redenen om te weigeren om een ruimte te bieden aan een optreden als strafbare discriminatie zijn aan te merken, dan is ook sprake van strijd met de voorwaarden en verplichtingen waaronder subsidie wordt verleend. Een impliciete voorwaarde is immers dat subsidie-activiteiten niet in strijd met de wet mogen zijn. Er moet dan wel echt sprake zijn van een feit dat strafbaar is onder het Wetboek van strafrecht. Dit is aan het OM en de rechter om te bepalen, niet aan een Minister.
Ja.
Wij achten het van groot belang dat journalisten ook tijdens demonstraties hun werk op een goede en veilige manier kunnen doen. Politie heeft, onder verantwoordelijkheid van het lokaal gezag, een belangrijke rol bij het in goede banen leiden van demonstraties en het waarborgen van de veiligheid van alle aanwezigen, zo ook die van journalisten. In zijn algemeenheid helpt het hierbij als de journalisten hun aanwezigheid bij de demonstratie waar mogelijk vooraf kenbaar maken aan de politie, bijvoorbeeld door het dragen van een geldige Politieperskaart.
Wij vertrouwen hierbij op de deskundigheid van de politie. Wanneer een journalist toch te maken krijgt met agressie of geweld, dan kan er altijd aangifte worden gedaan.
Afwegingen over de politie-inzet rondom demonstraties worden gemaakt in afstemming met het bevoegd gezag op basis van kennis van de lokale omstandigheden. Het klopt inderdaad dat hierbij dialoog en de-escalatie het uitgangspunt is.
In gevallen waarbij de openbare orde ernstig wordt verstoord of dreigt te worden verstoord, kan de politie overgaan tot beperking van de journalistieke bewegingsvrijheid op een bepaalde plaats. Bijvoorbeeld om de veiligheid van journalisten te kunnen waarborgen. Vanzelfsprekend is de politie terughoudend bij het beperken of aanhouden van journalisten.
Op 17 december 2025 hebben de leden Nanninga en Boomsma (beiden JA21) schriftelijke vragen gesteld over De organisatie van Chanoeka-concerten en andere concerten met een joods karakter in het Concertgebouw. Tot mijn spijt is beantwoording binnen de gestelde termijn niet mogelijk. Ik zal, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid, de vragen zo snel mogelijk beantwoorden.