| Ingediend | 26 november 2025 |
|---|---|
| Beantwoord | 13 januari 2026 (na 48 dagen) |
| Indieners | Barbara Kathmann (PvdA), Songül Mutluer (PvdA) |
| Beantwoord door | Foort van Oosten (VVD), van Marum |
| Onderwerpen | economie ict recht rechtspraak |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2025Z20557.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-859.html |
Ja.
Ja.
Ja.
Ja, ik vind dat de medewerkers van het OM in hun werk al te lang worden gehinderd door slecht functionerende ICT en betreur dit zeer.
Ja, ik deel de mening dat er voor de medewerkers in ieder geval niet genoeg zichtbare verbetering heeft plaatsgevonden. De ICT-inbreuk in juli 20258 heeft de problemen – in ieder geval tijdelijk – nog eens vergroot. De snel gegroeide ontevredenheid is daarmee goed verklaarbaar en terecht.
Hoewel de ICT-problemen bij mij bekend zijn, vind ik het erg vervelend en betreur ik dat zo veel medewerkers hier zo veel hinder van ondervinden.
De implementatie van het nieuwe wetboek vraagt inderdaad aanpassingen van de ICT. De ICT-opgave van het OM is in relatie tot het nieuwe wetboek groot. Op dit moment wordt door alle ketenorganisaties uitgegaan van inwerkingtreding van het nieuwe wetboek op 1 april 2029. Ook de planning van het OM is daarop gericht. Het OM kan op dit moment voor de ICT echter geen garanties geven ten aanzien van de haalbaarheid van deze planning. Het OM inventariseert momenteel de effecten van de recente ICT-problemen. Verwacht wordt dat de eventuele effecten daarvan, waaronder die met betrekking tot de implementatie van het nieuwe wetboek, in het voorjaar van 2026 bekend zijn.
De dagelijkse ICT-problemen hinderen het werk en leiden daarmee tot een hogere werkdruk. Dit zou, hoewel dit niet in kwantitatief opzicht inzichtelijk is te maken, een negatief effect kunnen hebben op de prestaties van het OM. De ICT-inbreuk heeft geleid tot het ontstaan van nieuwe voorraden en zal daarmee waarschijnlijk een tijdelijk negatief effect hebben op de doorlooptijden. De mate waarin de kwantitatieve ketendoelstellingen hierdoor worden beïnvloed is nog niet bekend. Het College van procureurs-generaal herkent de zorgen en is daarover met de Ondernemingsraad, het Comité, de leiding van de OM-onderdelen en de medewerkers in gesprek.
Op dit moment hebben de OM-medewerkers in alle (primaire) processen geregeld te maken met ICT-verstoringen. Er zijn inmiddels verschillende concrete maatregelen genomen die moeten helpen de werkdruk bij het OM te verlichten en het werkplezier te vergroten. Het College is hierover in gesprek met de Ondernemingsraad en met de leiding van de OM-onderdelen. Er is uitgebreidere monitoring ingericht om de prestaties van de systemen nauwlettend in de gaten te houden. Verdere vernieuwing en verzwaring van de onderliggende infrastructuur is gepland. Vanuit het College en de ICT-organisatie zijn bezoeken gebracht aan alle OM-onderdelen, met als doel om meer inzicht te krijgen in de directe en urgente ICT-problematiek en de specifieke behoeften van de collega’s op de OM-onderdelen. Op basis daarvan zijn diverse verbeteracties doorgevoerd die de werkprocessen ten goede komen.
Tegelijkertijd blijven zich in de bestaande, verouderde ICT-omgeving van het OM met enige regelmaat nieuwe ICT-incidenten aandienen. Daarom zet het OM naast genoemde kortetermijnmaatregelen ook heel stevig in op structurele oplossingen die weliswaar veel minder snel zijn te realiseren, maar voor het functioneren van de informatievoorziening (IV) en de werkprocessen bij het OM uiteindelijk van fundamenteel belang zijn. Daartoe is een meerjarenplanning in voorbereiding, die als basis zal dienen voor de onderbouwing van de meerjarige financieringsbehoefte van het OM vanwege de noodzakelijke investeringen in de ICT.
De NVvR heeft haar brief aan het College van procureurs-generaal gericht en hierop heeft het College gereageerd. Het College en de NVVR zijn regelmatig met elkaar in gesprek en het is ook in de eerste plaats aan het College om dat gesprek te voeren.
De mate waarin vertraging optreedt in zaken wordt gemeten in doorlooptijden. De ontwikkeling van de doorlooptijden wordt duidelijk bij de publicatie van de cijfers over 2025. Er kan geen causaal verband worden gelegd tussen de doorlooptijd van zaken en de algemene ICT-problematiek. Wel zal de impact van de ICT-verstoring die deze zomer plaatsvond en de nasleep daarvan waarschijnlijk zichtbaar worden in deze cijfers. Als gevolg van de ICT-verstoring en het offline gaan van de OM-systemen, konden nieuwe zaken in de periode van 17 juli tot eind augustus niet vanuit de opsporingsdiensten naar het OM worden overgedragen. Dit had vooral impact op de eenvoudige zaken. Tijdens de ICT-verstoring zijn zwaardere onderzoeks- en ondermijningsmisdrijven handmatig verwerkt en zijn vertragingen in de behandeling van deze zwaardere misdrijven beperkt gebleven.
Zoals hiervoor aangegeven hebben alle medewerkers te maken gehad met de ICT-problematiek. De ICT-inbreuk heeft effect gehad op de voorraden en doorlooptijden. Uit het landelijk zaakvolgsysteem blijkt dat de omvang van de voorraden («voorraadbak intake OM») vanaf de datum van de ICT-inbreuk sterk is toegenomen. Deze voorraden zijn in het vierde kwartaal van 2025 aangepakt; het OM verwacht dat deze extra voorraad in het eerste kwartaal van 2026 is weggewerkt.
Om de ICT structureel te verbeteren, zijn de komende jaren investeringen nodig. Daarnaast nemen de instroom en productie af, lopen tijdelijk beschikbaar gestelde middelen af en nemen structurele kosten van het OM toe. Kortom: het OM staat voor de opgave om de financiële positie structureel te versterken.
Alle OM-onderdelen moeten dus in hun begroting voor 2026 rekening houden met minder geld. Hen is door het College daarom gevraagd aan te geven welke maatregelen nodig zijn en welke consequenties dit heeft. Voor 2026 ligt de nadruk op bewuster, slimmer en efficiënt omgaan met middelen, zowel financieel als in de verdeling van het werk. Samen met de OM-onderdelen is gezocht naar effectieve aanpak om het OM financieel robuuster te maken en te houden. Het is aan de leiding van de OM-onderdelen om binnen die financiële kaders voor 2026 verstandige keuzes te maken: wat wel kan worden gedaan en wat niet. Intussen blijf het College in goed in contact met de OM-onderdelen en wordt het welzijn van de OM-medewerkers goed in de gaten gehouden.
Het College heeft geoordeeld dat het noodzakelijk en verantwoord is om de taakstelling op te leggen. Het College heeft samen met de leiding van de OM-onderdelen gezocht naar manieren om het OM financieel robuuster te maken en te houden. Hiermee maakt het OM financiële middelen vrij om zelf bij te dragen aan de noodzakelijke investeringen in het versterken van de ICT. Beter functionerende IV zal op langere termijn onder andere een positief effect hebben op de werkdruk. Het College blijft in goed contact staan met de OM-onderdelen. Waar de OM-onderdelen vastlopen, zal het College bezien of er financiële ruimte kan worden vrijgemaakt gedurende het jaar. Voor wat betreft de ICT-problematiek maakt het College inzichtelijk welke investeringen de komende jaren nodig zijn. Hierover ga ik het gesprek aan met het OM. Ik kan nog niet vooruitlopen op mogelijke oplossingsrichtingen.
Zoals hiervoor aangegeven heeft de offlinegang en stapsgewijze onlinegang van het OM geleid tot vertragingen en werken het OM en partners in en rondom de strafrechtketen hard om deze in te lopen. Er is momenteel sprake van een verhoogde werkvoorraad, waardoor het uitsturen van het wensen- en het schadevergoedingsformulier aan slachtoffers langer op zich laat wachten. Er zijn op dit moment echter geen signalen bij het OM bekend dat de slachtofferrechten in het geding komen. Zo wel dan zal het OM hier voortvarend mee aan de slag gaan.
Zie mijn antwoorden op de voorgaande vragen; er zijn door de ICT-inbreuk onder meer voorraden ontstaan die deels nog moeten worden weggewerkt.
Ik bespreek de ICT-problematiek zeer regelmatig met onder meer het College van procureurs-generaal en ik acht het College voldoende in staat om de problemen op te lossen. Ik laat mij niet uit over eventuele in de toekomst door mij te nemen maatregelen.
Het is in de eerste plaats aan het College van procureurs-generaal om de problemen met de ICT op te lossen. Uiteraard word ik van de voortgang op de hoogte gebracht en wordt er vanuit mijn departement meegedacht en ondersteuning geleverd. Ik acht het College voldoende in staat om de problemen op te lossen en laat mij niet uit over eventuele in de toekomst te nemen maatregelen.
Ja.
Hierbij deel ik u, mede namens de Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede dat de schriftelijke vragen van de leden Mutluer en Kathmann (beiden GroenLinks-PvdA), van uw Kamer aan de Kies een item. over de aanhoudende ICT-problematiek bij het Openbaar Ministerie (OM). (ingezonden 26 november 2025) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.