Kamervraag 2024Z02256

Amfetamine in mestvergisters

Ingediend 12 februari 2024
Beantwoord 15 maart 2024 (na 32 dagen)
Indieners Caroline van der Plas (BBB), Cor Pierik (BBB)
Beantwoord door Mark Harbers (minister infrastructuur en waterstaat) (VVD), Piet Adema (minister landbouw, natuur en voedselkwaliteit) (CU)
Onderwerpen landbouw natuur en milieu organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2024Z02256.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20232024-1245.html
  • Vraag 1
    Bent u bekend met de artikelen «Amfetamine in vergister blijkt biochemisch proces» en «Amfetamine in mestvergisters is geen drugsafval, verder onderzoek naar ontstaan stof»?1, 2

    Ja.

  • Vraag 2
    Hoe reageert u op het onderzoek van twee onafhankelijke advocatenkantoren dat de Opiumwet niet van toepassing zou zijn en dat er geen sprake zou zijn van een overtreding van de Meststoffenwet? Hoe verhoudt dat zich met uw zienswijze?

    De Opiumwet is van toepassing op de handelingen genoemd in artikel 2 en 3 met middelen die zijn vermeld op de lijsten I en II bij die wet. Met het oog op de bescherming van de volksgezondheid – meer specifiek de gezondheid van gebruikers – en van de openbare orde bevat de Opiumwet bepalingen met betrekking tot het voorkomen van de productie, de handel, het bezit en het gebruik van de middelen van de lijsten I en II. Amfetamine is een stof die is opgenomen op lijst I bij de Opiumwet, zodat de Opiumwet van toepassing is op de verboden handelingen met amfetamine. De nu beschikbare informatie lijkt er echter op te wijzen dat de aangetroffen amfetamine- en metamfetamineresten zodanig zijn vermengd met het digestaat dat deze niet kunnen worden gebruikt voor de productie van drugs, en daarmee evenmin voor de andere verboden handelingen op grond van de Opiumwet. Bij deze stand van zaken ligt toepassing op grond van de Opiumwet dan ook niet direct voor de hand.
    Voor wat betreft de Meststoffenwet geldt dat als amfetamine is bijgemengd, er geen sprake is van een verhandelbare meststof. Dit is ook zo opgenomen in mijn zienswijze, die is opgenomen in de memo die ik op verzoek van de betrokken provincies (Drenthe, Friesland en Groningen) heb opgesteld en eind november aan hen heb verstrekt. Amfetamine is immers geen stof die op grond van het bepaalde bij of krachtens de Meststoffenwet bij covergisting van mest mag worden toegevoegd. Als geen bijmenging heeft plaatsgevonden, dus als de in het digestaat aangetroffen amfetamine niet is toegevoegd aan de dierlijke mest, niet is toegevoegd aan aanvoerstromen naar de covergister en ook niet is toegevoegd aan het digestaat zelf en er voorts uitsluitend stoffen zijn gebruikt die zijn opgenomen in de bijlage Aa, onder IV, onder categorie 1 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, kwalificeert het digestaat wel als verhandelbare meststof dat ook als zodanig gebruikt mag worden. Wel blijft voor de verhandelbaarheid van de geproduceerde meststoffen artikel 6, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet bepalend. Dit betekent dat het digestaat alleen mag worden verhandeld als het onder normale gebruiksomstandigheden geen schadelijke gevolgen heeft voor de gezondheid van mens, dier of plant of voor het milieu.

  • Vraag 3
    Hoe kijkt u naar het feit dat de aangetroffen amfetamine in het digestaat waarschijnlijk afkomstig is van een biochemisch proces?

    In het door de groen-gassector opgestelde informatiedocument3 blijkt dat niet uitgesloten is dat de amfetamine is ontstaan tijdens of na de vergisting. Het is van belang dat het onderzoek hiernaar wordt voortgezet, zodat hierover ook wetenschappelijk meer duidelijkheid wordt verkregen. Ook in deze situatie mag het digestaat alleen worden verhandeld als het veilig is voor mens, dier of plant of milieu.

  • Vraag 4
    Heeft u inzichtelijk wat de financiële schade is bij de vergisters?

    Ik heb hier geen gegevens van.

  • Vraag 5
    Is volgens u deze financiële schade het gevolg van het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico?

    Het is niet aan mij om hier een oordeel over te geven. In deze casus is door de bevoegde instanties na onderzoek door de gezamenlijke noordelijke omgevingsdiensten, geconstateerd dat er stoffen in het digestaat zijn aangetroffen die niet in het digestaat thuishoren. Overigens zijn de provincies en de gemeentes de bevoegde instanties als het gaat om toezicht en handhaving op het gebied van afval. De provincies hebben in oktober 2023 vastgesteld dat het eindproduct van de covergisting niet meer mag worden verhandeld als meststof, maar door de vondst van amfetamine moet worden bestempeld als afvalstof. De provincies hebben dit vervolgens ook aan de betrokken ondernemers schriftelijk meegedeeld.

  • Vraag 6
    Maakt het voor uw antwoord op vraag 5 nog uit dat de amfetamine waarschijnlijk afkomstig is van een biochemisch proces?

    Nee. Zoals ook bij vraag 5 aangegeven betreft dit het optreden door de bevoegde instanties die verantwoordelijk zijn voor toezicht en handhaving op de afvalstromen bij de betreffende vergisters.

  • Vraag 7
    Bent u bereid om over te gaan tot nadeelcompensatie ten aanzien van de vergisters?

    Nee, het betreft hier, zoals af te leiden is uit de antwoorden op vraag 5 en 6, geen verantwoordelijkheid van het Ministerie van LNV, maar het handelen van de bevoegde instanties (provincies en gemeenten). Het Ministerie van LNV is in dit handelen niet betrokken, maar heeft op verzoek van de provincies pas naderhand een zienswijze verstrekt ten aanzien van de interpretatie van de Meststoffenwet over de juridische status van digestaat waarin amfetamine is bijgemengd.

  • Vraag 8
    Bent u bereid om nader te onderzoeken hoe deze afvalstof precies ontstaat?

    Zoals ik ook bij vraag 3 heb aangegeven is het van belang dat het onderzoek hiernaar wordt voortgezet, zodat hierover meer wetenschappelijke duidelijkheid kan worden verkregen. Dit is ook van belang om het toezicht en handhaving op de amfetamine in digestaat en de oorsprong ervan, in de toekomst adequaat te kunnen uitvoeren. In dit kader is het tevens van belang vast te stellen dat het digestaat met amfetamine geen schadelijke gevolgen heeft voor de gezondheid van mens, dier of plant of voor het milieu zoals in vraag 2 aangegeven. Dit is een vereiste om het digestaat als verhandelbare meststof te mogen toepassen. Het blijft voor de ondernemers daarom van belang dat de herkomst van deze amfetamine wordt achterhaald.

  • Vraag 9
    Klopt het dat amfetamine door water en daglicht snel biologisch wordt afgebroken?

    Het RIKILT, tegenwoordig Wageningen Food Safety Research (WFSR), heeft in 2017/2018 een stabiliteitsstudie uitgevoerd naar amfetamine in onder andere mest van varkens en runderen. Uit de stabiliteitsstudie kan worden geconcludeerd dat amfetamine in mest in 2 maanden tijd voor meer dan 80% afbreekt. Dit zowel voor mest afkomstig van varkens als van runderen. Het onderzoek toonde ook aan dat amfetamine in grondwater zeer langzaam afbreekt (na 6 maanden ca 20% afbraak). Verder gaf het onderzoek aan dat amfetamine dusdanig stabiel is in mest en grond op basis waarvan het aannemelijk is dat deze stoffen in een gewasplant terecht kunnen komen.

  • Vraag 10
    Klopt het dat er bij bodemonderzoek op akkers waar digestaat is uitgereden in 2023 en in de jaren daarvoor geen sporen van amfetamine in de bodem zijn aangetroffen?

    Voor zover bij mij bekend, wordt er niet standaard bemonsterd en geanalyseerd op amfetamine op akkers waar digestaat is uitgereden.

  • Vraag 11
    Wat moet er volgens u gebeuren om het digestaat nu alsnog zo snel mogelijk uit te kunnen rijden? Welke rol is daarin voor u weggelegd?

    De provincies hebben begin februari de betreffende covergisters een brief gestuurd dat het digestaat weer als verhandelbare meststof mag worden toegepast. In reactie daarop heeft de NVWA haar verantwoordelijkheid genomen door onderzoek te laten doen naar de mogelijke gevolgen op de volksgezondheid en de voedselveiligheid, wanneer het betreffende digestaat wordt uitgereden of op een andere wijze wordt verwerkt. Dit onderzoek is verricht door Bureau Risicobeoordeling & Onderzoek (bureau) van de NVWA. Bureau heeft hierbij ook contact gehad en gebruik gemaakt van een soortgelijk onderzoek dat gelijktijdig in opdracht van de noordelijke omgevingsdiensten door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is uitgevoerd. De conclusie van bureau is dat op basis van de indicatieve beoordeling van RIVM, het eenmalig uitrijden van digestaat met een gesommeerd gehalte aan amfetamine en metamfetamine kleiner dan of gelijk aan 1 mg/kg vers gewicht niet leidt tot risico’s voor de voedselveiligheid en de volksgezondheid. Hierbij wordt wel meegegeven, dat uit onderzoek (zie ook antwoord op vraag 9) is aangegeven dat deze stoffen in een gewasplant terecht kunnen komen, erop toe te zien dat de gehaltes aan amfetamines en andere contaminanten in de levensmiddelen en diervoeders afkomstig van met digestaat bemeste landbouwgronden geen risico’s vormen voor de voedselveiligheid en diergezondheid. Bureau beveelt aan er bij de verantwoordelijke partijen op aan te dringen dat de bron van amfetamines bekend wordt. Daarom heeft de NVWA aan de provincies verzocht om opdracht te geven aan een deskundige partij om brononderzoek uit te voeren.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2024Z02256
Volledige titel: Amfetamine in mestvergisters
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20232024-1245
Volledige titel: Antwoord op vragen van de leden Van der Plas en Pierik over amfetamine in mestvergisters