Kamervraag 2024Z01783

Boodschappen die weer duurder wordt en (graai)inflatie die omhoog schiet.

Ingediend 5 februari 2024
Beantwoord 7 maart 2024 (na 31 dagen)
Indiener Jimmy Dijk
Beantwoord door Steven van Weyenberg (D66)
Onderwerpen economie organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2024Z01783.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20232024-1183.html
  • Vraag 1
    Heeft u kennisgenomen van het artikel in de Telegraaf waarin wordt gesteld dat de boodschappen weer duurder zijn geworden?1

    Ja. Daarbij kan worden opgemerkt dat de grootste prijsstijgingen van voedsel ten minste op korte termijn grotendeels achter de rug lijken. Waar de jaar-op-jaar stijging van de categorie voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken begin 2023 nog een maximum bereikte van 17,9%, was dat in januari 2024 2,5%. Het CPB heeft in de meest recente raming (Centraal Economisch Plan 2024) de verwachting uitgesproken dat de voedselprijzen in 2024 slechts licht zullen stijgen, en deze prijzen in 2025 rond het langjarig gemiddelde van vóór 2022 zal liggen2. Ook vanuit de sector, betrokken organisaties en experts komen signalen dat de grote prijsstijgingen achter de rug zijn.

  • Vraag 2
    Waarom kunt u de inflatie niet beteugelen?

    Een sterk herstel na de covid-pandemie in combinatie met de verschrikkelijke oorlog in Oekraïne heeft geleid tot hoge inflatie. In 2022 betrof het vooral een sterke stijging van energieprijzen. In eerste instantie merkten huishoudens de hoge inflatie dan ook vooral doordat hun energierekening hoger werd. Om deze effecten te beperken heeft het kabinet in 2023 een prijsplafond voor energie ingesteld. Dit heeft de inflatie direct verlaagd en de koopkracht van huishoudens verbeterd: de energieprijzen verlaagden de inflatie in 2023 met bijna 2%.3
    Gedurende 2023 zijn de hoge energieprijzen gaan doorwerken in de rest van de economie. Bedrijven die veel energie gebruiken rekenen de hogere kosten die worden gemaakt, door en werkenden vragen extra loon om hun koopkracht te behouden. Dit heeft de inflatie verbreed en maakt het lastiger voor het kabinet om gerichte maatregelen te nemen om de inflatie te drukken. Het instellen van een prijsplafond op energie zou op dit moment bijvoorbeeld maar zeer beperkte invloed hebben op de inflatie omdat de prijzen van energie ondertussen onder het niveau van het prijsplafond liggen.
    De centrale bank is verantwoordelijk voor het terugbrengen van de inflatie in de eurozone als geheel. Zij streeft er naar om deze te verlagen tot 2%. Hiervoor heeft zij afgelopen jaar de rentes sterk verhoogd en we zien hiervan ook duidelijk de effecten: de inflatie is afgelopen jaar sterk afgenomen. Bedroeg deze op de top in september 2022 nog ruim 14%, afgelopen maanden lag deze rond de 2%.
    Wel heeft het kabinet oog voor huishoudens die als gevolg van de hoge inflatie moeite hebben om rond te komen. Daarom heeft het kabinet voor zowel 2023 als structureel maatregelen genomen om werken meer lonend te maken en de bestaanszekerheid van huishoudens te verbeteren, zoals uitgebreider toegelicht in het antwoord op vraag 3. Met dit pakket aan maatregelen nam de armoede niet toe en die onder kinderen zelfs fors af.

  • Vraag 3
    Wat gaat u doen aan de koopkracht van de Nederlander nu u de inflatie niet kunt beteugelen? De lonen verhogen?

    De recente CPB-raming laat zien dat koopkracht over de linie toeneemt in 2024. Dit is mede het gevolg van meerdere maatregelen van het kabinet: zo heeft het kabinet vanaf 2024 het kindgebonden budget en de huurtoeslag verhoogd, bovenop de eerdere forse verhogingen van het wettelijk minimumloon. Het kabinet heeft vanaf 2024 ook het minimumuurloon ingevoerd en de arbeidskorting voor werkenden met een inkomen rond minimumloon verhoogd. Daarnaast is op verzoek van de Tweede Kamer de kinderbijslag verhoogd en wordt (indien het wetsvoorstel wordt aangenomen) het wettelijk minimumloon per 1 juli 2024 verder verhoogd met 1,2 procentpunt. Volgens de meest recente raming van het CPB (Centraal Economisch Plan 2024) herstelt de koopkracht zich in 2024 dankzij de stijging van lonen en de daling van de inflatie. De lagere inflatie van 2,9% en de stijging van de lonen met 6% zorgt dus voor een mediane koopkrachtstijging van 2,7% in 2024. Het is aan sociale partners om afspraken te maken over de lonen.

  • Vraag 4
    Bent u op de hoogte van de verdubbeling van de winst van bijvoorbeeld banken?2

    Ja, zie de brief over bankwinsten van mijn voorganger5.

  • Vraag 5
    Gaat u nadere maatregelen nemen om de inflatie tegen te gaan?

    Zie antwoord vraag 2.

  • Vraag 6
    Heeft u kennisgenomen van het feit dat voedsel duurder is geworden? Vind u dat producenten hun belastingen mogen doorberekenen aan de consument?

    Ik heb kennis genomen van de CBS-publicatie waarin staat dat de voedingsmiddelen in januari jl. met 2,1% zijn gestegen ten opzichte van vorig jaar. In december waren de voedingsmiddelen 4,1% duurder dan het jaar ervoor.6
    Het is aan de bedrijven zelf om hun prijzen te bepalen, inclusief de doorberekening van belastingen aan consumenten. Het zal per producent ervan afhangen hoe de belastingen worden doorberekend. Wanneer prijzen tot stand komen als gevolg van kartels of misbruik van de economische machtspositie kan de Autoriteit Consument & Markt (ACM) daartegen optreden.

  • Vraag 7
    Wat ligt er in uw vermogen om het doorberekenen van belastingen van producenten tegen te gaan?

    Zie antwoord vraag 6.

  • Vraag 8
    Kunt u met supermarkten afspreken dat voedsel voor mensen met een kleine beurs verkrijgbaar blijft, zoals in Frankrijk? Is een «anti-inflation quarter» een instrument dat u wilt inzetten?3

    De regering in Frankrijk maakte in 2023 afspraken met supermarkten om de prijsstijging van «dagelijkse producten» te beperken, in ruil voor compensatie. Deze afspraak liep tot het einde van 2023. In Nederland zijn geen afspraken gemaakt met supermarkten om de prijsstijging te beperken. Daar waar de prijzen tot stand komen als gevolg van kartels of misbruik van de economische machtspositie kan de ACM optreden. Het kabinet heeft veel andere maatregelen genomen om huishoudens te ondersteunen, zoals benoemd bij het antwoord op vraag 3.
    Intussen zien we dat de grootste prijsstijgingen van voedsel grotendeels achter de rug lijken (zie ook het antwoord op vraag 1). Daarnaast is de verwachting dat de loongroei dit jaar hoger zal liggen dan de inflatie. Dit draagt bij aan het herstel van koopkracht. De extra verhoging van het wettelijk minimumloon per 1 juli 2024 (indien het wetsvoorstel wordt aangenomen) vormt daarbij een extra steun voor mensen met een kleinere beurs.

  • Vraag 9
    Bent u op de hoogte van uw uitspraken ten tijde van uw Kamerlidmaatschap over torenhoge inflatie in relatie tot armoede? Is uw inzicht daaromtrent veranderd?4

    Volgens de CPB-raming uit maart 2023 zou het aandeel personen in armoede oplopen van 4,7% in 2023 naar 5,8% in 2024. Sindsdien heeft zowel het kabinet als de Tweede Kamer besloten tot aanvullend beleid om een toename van armoede te voorkomen en kinderarmoede te verlagen. Volgens de meest recente raming van het CPB uit februari 2024 lukt dat ook: de armoede komt ook in 2024 uit op 4,7% onder alle personen en op 4,9% onder kinderen.

  • Vraag 10
    Heeft u contact met de Spaanse Minister van Financiën over maatregelen tegen inflatie? Wat vindt u van deze maatregelen?5

    De thema’s inflatie en de gevolgen voor de koopkracht van burgers zijn regelmatig onderdeel van gedachtewisselingen in de Ecofinraad. Hier spreek ik met de Europese Ministers van Financiën, waaronder die van Spanje. Deze discussies zijn nuttig om van andere landen te leren en inspiratie op te doen voor nationaal beleid. In de inkomensondersteuning bestaan er veel mogelijkheden die kwetsbare huishoudens gerichter ondersteunen in de portemonnee dan een verlaging van de BTW op boodschappen. Bij de Miljoenennota 2024 is er een integrale afweging gemaakt voor het pakket om een toename van armoede te voorkomen, zoals beschreven in het antwoord bij vraag 3 en vraag 9. In vergelijking met andere landen is in de afgelopen jaren zowel in absolute als in relatieve termen een groot deel van het bbp uitgegeven aan inkomensondersteuning. In dezelfde analyse wordt ook duidelijk dat slechts enkele landen hebben gekozen voor prijsregulatie zoals uitgevoerd in Spanje10.

  • Vraag 11
    Vindt u ook dat winstgestuurde inflatie, oftwel graaflatie, met een pakket aan maatregelen die dit tegengaat hoog op de agenda moet komen, zoals Isabella Weber dat wereldwijd doet?6

    Door wegvallend aanbod en toenemende vraag kunnen winsten tijdelijk toenemen. Daarnaast kan er ook sprake zijn van winstgestuurde inflatie, waarbij gedurende kostprijsstijgingen de prijzen verhoogd worden om winstmarges te behouden of te verhogen. Ook deze vorm van inflatie staat bij mij op het netvlies en meer onderzoek hiernaar is wenselijk. Indien marktimperfecties zoals marktmacht een rol spelen bij het verhogen van prijzen en winsten is het in principe aan de ACM om hier op te acteren. Er wordt nu onderzocht of het instrumentarium van de ACM nog toereikend is in deze huidige tijd. In het tweede kwartaal van 2024 komt er een Kamerbrief naar buiten over de toereikendheid van het ACM-instrumentarium inclusief bredere noties over de misbruik van marktmacht, zoals mijn collega Staatssecretaris Vijlbrief heeft aangegeven in het mondelinge vragenuurtje.
    Daarnaast heeft het kabinet al een aantal voorstellen van Isabella Weber, zoals prijsregulering en het afromen van overwinsten, geïmplementeerd in Nederland. Zo is er in Nederland in 2023 een prijsplafond op energie ingevoerd. Ook zijn er maatregelen geïmplementeerd om de hogere winsten af te romen, zoals de tijdelijke solidariteitsbijdrage, de tijdelijke inframarginale elektriciteitsheffing en de tijdelijke verhoging van de mijnbouwheffing. Als laatste heeft het kabinet de afgelopen jaren gewerkt aan een verschuiving van lasten op arbeid naar lasten op winsten en vermogen, zoals het lage vpb-tarief en het box 2- en 3-tarief.

  • Vraag 12
    Gaat u deze maatregelen implementeren?

    Zie antwoord vraag 11.

  • Vraag 13
    Heeft u kennisgenomen van de antwoorden van Staatssecretaris Vijlbrief aangaande regulering van brandstofprijzen op mondelinge vragen van Kamerleden op 23 januari 2024?7

    Ja, daar heb ik kennis van genomen, zie ook het antwoord bij vragen 11 en 12.

  • Vraag 14
    Gaat u deze manier van reguleren ook toepassen op prijzen van andere boodschappen?

    Er zijn in het mondelinge vragenuurtje meerdere manieren van markttoezicht geopperd. Staatssecretaris Vijlbrief heeft tijdens dit vragenuurtje een toezegging gedaan te bekijken of de ACM meer bevoegdheden kan krijgen als bedrijven de prijzen kunstmatig hoog houden en dat in de Kamerbrief over de toereikendheid van de ACM-bevoegdheden mee te nemen. Deze toezegging verwelkom ik.

  • Vraag 15
    Hoe gaat u zorgen dat een goede regulering van de prijzen op boodschappen effectief werkt?

    Ik heb geen intentie voor wat betreft verdere regulering van boodschappenprijzen en kan daarom geen concrete invulling op deze vraag geven. De ACM is verantwoordelijk voor het toezicht op de Nederlandse markten. Op dit moment wordt er onderzoek gedaan naar de toereikendheid van het ACM-instrumentarium, zie hiervoor ook het antwoord op vraag 11, 12 en 14.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2024Z01783
Volledige titel: Boodschappen die weer duurder wordt en (graai)inflatie die omhoog schiet.
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20232024-1183
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Dijk over boodschappen die weer duurder worden