Kamervraag 2023Z02242

Waterstof uit kernenergie

Ingediend 9 februari 2023
Beantwoord 13 maart 2023 (na 32 dagen)
Indieners Henri Bontenbal (CDA), Silvio Erkens (VVD)
Beantwoord door Rob Jetten (minister zonder portefeuille economische zaken) (D66)
Onderwerpen natuur en milieu stoffen
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2023Z02242.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20222023-1852.html
  • Vraag 1
    Bent u bekend met het artikel «France, Germany aim for «common roadmap» on clean hydrogen»?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Op welke wijze bent u van plan om in te spelen op het feit dat Frankrijk en Duitsland samen gaan werken aan een «roadmap» voor schone waterstof waarin ook waterstof uit kernenenergie een belangrijke rol zal spelen? Welke mogelijkheden ziet u voor Nederland om ook gebruik te maken van waterstof uit kernenergie?

    Het kabinet verwelkomt dat Frankrijk en Duitsland hebben aangekondigd om de samenwerking voor waterstof te versterken. Dit zal een belangrijke prikkel geven voor de ontwikkeling van een Noordwest-Europese waterstofmarkt, waarin Nederland een prominente rol kan spelen. Een voorwaarde voor de ontwikkeling van deze markt is de aanleg van regionale waterstofinfrastructuur in de vorm van een backbone. Nederland zet erop in om daarover in regionaal verband afspraken te maken. Een belangrijk onderdeel van onze inzet is de deelname aan een waterstofwerkgroep binnen het Pentalateraal Forum, waarmee Nederland een gezamenlijk paper heeft geschreven (zie: Kamerstuk 22 112, nr. 2918 en Kamerstuk 32 813, nr. 1060).
    Zoals aangegeven tijdens het Commissiedebat Energieraad van 14 december jl. komt het kabinet bij de verdere uitwerking van de plannen voor kerncentrales in Nederland terug op de toekomstige rol van kernenergie in het Nederlandse energiesysteem en de mogelijke relatie met waterstofproductie. Mogelijk kan de elektriciteit die uit nieuwe kerncentrales zal worden opgewekt, ook voor waterstofproductie worden ingezet. Dit zal in een later stadium duidelijker worden. Ik verwacht dat Nederland ook waterstof en derivaten zal importeren van de Europese markt, als de infrastructuur hiervoor aanwezig is. Dit kan ook waterstof uit kernenergie zijn.

  • Vraag 3
    Hoe kijkt u naar de volgende passage uit het gezamenlijke statement van Duitsland en Frankrijk: «We will also ensure that both renewable and low carbon hydrogen can be be taken into account in European decarbonisation objectives, while acknowledging their differences and safeguarding the overall ambition level of the renewable target»?2

    Ik deel de boodschap van deze passage, want zowel hernieuwbare als koolstofarme waterstof speelt een belangrijke rol in het behalen van onze CO2-reductiedoelen. De inzet van het kabinet in de EU-onderhandelingen is daarom gericht op Europese kaders voor koolstofarme waterstof, zoals uit kernenergie, separaat van en complementair aan de afspraken over hernieuwbare waterstof in de RED (zie Kamerstuk 2023Z03396 en 22 112, nr. 3613). Ik hecht er waarde aan dat het gelijke speelveld voor waterstofproducenten en -gebruikers behouden blijft. Als de verwachte uitkomst van de onderhandelingen ten aanzien van het meetellen van koolstofarme waterstof voor de RED-doelen verandert zal ik mij er dan ook hard voor maken om dat gelijke speelveld te beschermen.

  • Vraag 4
    Welke ruimte biedt deze inzet van Frankrijk en Duitsland op het gebied van waterstof uit kernenergie voor het ook in Nederland meetellen van waterstof uit kernenergie in de Europese doelstelling voor het gebruik van groene waterstof in de industrie? En hoe zal Nederland van deze flexibiliteit gebruik gaan maken?

    Na de gezamenlijke verklaring blijkt uit mondelinge en schriftelijke statements dat beide landen nog niet volledig op één lijn zitten bij de onderhandelingen over de hernieuwbare energierichtlijn en het doel voor hernieuwbare waterstof voor de industrie onder deze richtlijn. Nederland probeert een brug te slaan tussen beide landen met oog op een snel akkoord over de richtlijn.
    De Europese doelstelling voor het gebruik van hernieuwbare waterstof in de industrie is onderdeel van de richtlijn hernieuwbare energie. Het voorstel bevindt zich momenteel in de triloogfase waarbij onderhandeld wordt tussen het Europees Parlement, de Europese Commissie en het Zweedse voorzitterschap namens de Raad. Binnen het huidige compromis telt koolstofarme waterstof niet mee aan die doelstelling.

  • Vraag 5
    Deelt u de mening dat zowel kernenergie als hernieuwbare energiebronnen nodig zijn voor de productie van het volume aan groene waterstof dat nodig is om de industrie snel te kunnen verduurzamen? Zo nee, waarom niet?

    Om de industrie op korte termijn te kunnen verduurzamen, is snelle opschaling van waterstofproductie essentieel. Het kabinet zet nationaal, behalve op import, in op de opschaling van de productie van hernieuwbare waterstof uit wind- en zonne-energie én op de toepassing van CO2-afvang en -opslag (CCS) bij waterstofproductie daar waar de inzet van hernieuwbare waterstof niet, of niet tijdig, voldoende mogelijk is. De verwachting is dat in Nederland de ontwikkeling van nieuwe kerncentrales na 2030 zal bijdragen aan onze klimaatdoelen en eventuele waterstofproductie.

  • Vraag 6
    Wat zouden de gevolgen zijn voor de Nederlandse ambities op het gebied van waterstof indien omringende landen wel inzetten op waterstof kernenergie en Nederland niet?

    Het kabinet is er voorstander van om additionaliteit als criterium te hanteren, ook voor de productie van koolstofarme waterstof. Indien landen bij de productie van waterstof gebruik zouden maken van bestaande energiecapaciteit, zoals bestaande kerncentrales, is er geen sprake van extra CO2-reductie. Ook kunnen risico’s ontstaan voor de Europese leveringszekerheid van elektriciteit als bij waterstofproductie gebruik gemaakt wordt van elektriciteit uit bestaande kerncentrales. Deze elektriciteit wordt dan niet meer geleverd aan bestaande gebruikers. Als dat wordt gecompenseerd met de opwekking van meer fossiele energie, zou dit zelfs tot extra CO2-uitstoot kunnen leiden. Eventuele concurrentie door waterstof uit bestaande energie heeft bovendien potentieel nadelige effecten op het gelijke speelveld voor zowel producenten als afnemers van waterstof uit additionele energie.

  • Vraag 7
    Bent u bereid om, in navolging van deze Frans-Duitse afspraken, ook namens Nederland in Europees verband te pleiten voor het meetellen van waterstof uit kernenergie in de Europese doelstelling voor het gebruik van groene waterstof in de industrie? Zo nee, waarom niet?

    Zie antwoord op vraag 3.

  • Vraag 8
    Bent u van mening dat het subsidie-instrumentarium voor waterstof ook ruimte moet bieden voor projecten die voltijds waterstof produceren en niet alleen projecten op basis van een windprofiel? Zo ja, hoe gaat u dit meenemen in uw instrumentarium?

    Het kabinet is bereid hier ruimte voor te bieden, maar wel onder de voorwaarde dat projecten die voltijds waterstof produceren bijdragen aan het behalen van de Europese waterstofdoelen. Het instrumentarium dient om de EU-waterstofdoelen te realiseren en de nationale ambities voor opschaling van elektrolyse waar te maken. Daarvoor moet het instrumentarium ruimte bieden aan projecten die voldoen aan de relevante EU-eisen.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2023Z02242
Volledige titel: Waterstof uit kernenergie
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20222023-1852
Volledige titel: Antwoord op vragen van de leden Bontenbal en Erkens over waterstof uit kernenergie