Kamervraag 2021Z17409

De problematiek in de metaalsector als gevolg van de hoge elektriciteitsprijzen.

Ingediend 7 oktober 2021
Beantwoord 27 oktober 2021 (na 20 dagen)
Indiener Silvio Erkens (VVD)
Beantwoord door Stef Blok (VVD), Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD)
Onderwerpen economie energie industrie natuur en milieu
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2021Z17409.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20212022-468.html
  • Vraag 1
    Bent u bekend met de noodkreet die wordt geslagen in de metaalsector vanwege de hoge elektriciteitsprijzen? Hoe kijkt u naar de situatie waar deze bedrijven zich nu in bevinden?

    Ja. Er is op dit moment sprake van een unieke situatie op de gasmarkt en de hoge energieprijzen hebben de volle aandacht van het kabinet. De situatie heeft ook gevolgen voor bedrijven, met name bedrijven die veel energie gebruiken. In principe is het beheersen van de kosten, waaronder ook de energiekosten via lange(re)termijnleveringscontracten, een taak van het bedrijfsleven zelf.

  • Vraag 2
    Kunt u toelichten waarom er in Nederland wordt gerekend met een CO2-emissiefactor van 0,5 bij de bepaling van de Indirecte Kostencompensatie, terwijl er in Duitsland een factor van 0,75 wordt gebruikt?

    Compensatie voor indirecte ETS-kosten is een vorm van staatssteun die is toegestaan onder de Richtsnoeren betreffende bepaalde staatssteunmaatregelen in het kader van het systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten na 2021.1 In het impact assessment van de Europese Commissie van deze nieuwe richtsnoeren zijn voorlopige getallen voor de emissiefactor opgenomen, gebaseerd op cijfers uit 2018.2 De grootte van de emissiefactor wordt door de Europese Commissie vastgesteld en is afhankelijk van de CO2-intensiteit van de fossiele energie-opwek in een lidstaat; deze intensiteit is in Duitsland groter dan in Nederland. CE Delft doet in opdracht van RVO onderzoek naar de emissiefactor voor Nederland. De eerste resultaten wijzen op een emissiefactor die niet hoger ligt dan de factor die de Commissie hanteerde in genoemd impact assessment. Zodra het onderzoek is afgerond, zal ik het rapport met de Kamer delen.

  • Vraag 3
    Kunt u toelichten of er in de Indirecte-Kostencompensatie-regeling rekening wordt gehouden met het risico op koolstoflekkage van individuele bedrijven die aanspraak maken?

    De IKC-ETS regeling is een generieke regeling voor bedrijven in enkele specifieke sectoren ter voorkoming van koolstoflekkage als gevolg van het emissiehandelssysteem. Immers, niet-Europese concurrenten van deze bedrijven worden bij hun energierekening niet geconfronteerd met CO2-beprijzing en zouden daarom oneerlijk concurrentievoordeel hebben op onze bedrijven. Dat betekent overigens niet dat de IKC-ETS-regeling als doel heeft of gebruikt kan worden om algehele verschillen in energieprijzen uit te vlakken. Vanwege dit generieke karakter van de regeling en het verbod uit hoofde van artikel 10 van genoemde Richtsnoeren deze regeling aan te wenden voor noodlijdende bedrijven, kan deze niet aangepast worden aan de hand van de omstandigheden van een individueel bedrijf.

  • Vraag 4
    Deelt u de mening dat het onwenselijk is als Nederlandse bedrijven die al hebben verduurzaamd failliet gaan en daardoor grondstoffen zoals aluminium voortaan geïmporteerd moeten worden uit minder efficiënte en minder duurzame productielocaties?

    Voor het kabinet is het voorkomen van weglek van CO2-uitstoot en werkgelegenheidsverslies belangrijk, te meer omdat verplaatsing van CO2-uitstoot uit Nederland eerder een negatieve dan een positieve bijdrage aan het klimaatvraagstuk levert. Zoals u weet, voert de overheid daar actief beleid op, inclusief het ter beschikking stellen van financiering via diverse regelingen. Elk bedrijf maakt zijn eigen keuzes over welke verduurzamings- en andere investeringen te doen en over de beheersing van alle bedrijfsrisico’s in het licht van de rentabiliteit op zowel de korte als lange termijn. Dat laat onverlet dat het betreurenswaardig is wanneer een bedrijf failliet gaat en daarmee banen verloren gaan. Dit brengt voor alle betrokkenen en hun omgeving onzekerheid over de toekomst met zich mee.

  • Vraag 5
    Kunt u aangeven hoeveel bedrijven in de metaalsector risico lopen op faillissement als gevolg van de hoge elektriciteitsprijzen? Om hoeveel banen gaat het daarbij?

    Dit hangt sterk af van de mate waarin individuele bedrijven hun energieposities hebben afgedekt door bijvoorbeeld energiecontracten voor de lange termijn aan te gaan. Vooralsnog is mij één bedrijf bekend dat zelf heeft aangegeven dat het voortbestaan in acuut gevaar zou zijn. Met dat bedrijf zijn ongeveer 325 voltijds arbeidsplaatsen gemoeid.

  • Vraag 6
    Welke stappen heeft het kabinet ondernomen om er voor te zorgen dat deze bedrijven overeind blijven? Wat bent u bereid daarvoor nog te doen op korte termijn?

    Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 1 hebben de huidige situatie op de gasmarkt en de hoge energieprijzen de volle aandacht van het kabinet. Eventuele steunverzoeken van individuele bedrijven in nood worden beoordeeld aan de hand van het Afwegingskader Steun Individuele Bedrijven.3

  • Vraag 7
    Bent u bereid om, vanwege de urgentie van het onderwerp, de antwoorden op deze vragen uiterlijk 18 oktober 2021 te delen met de Kamer?

    Vanwege de elkaar snel opvolgende ontwikkelingen met betrekking tot de stijging van de energieprijzen, de IKC-ETS regeling en zijn belanghebbenden is het mij niet mogelijk gebleken uiterlijk die dag mijn antwoorden te sturen.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2021Z17409
Volledige titel: De problematiek in de metaalsector als gevolg van de hoge elektriciteitsprijzen.
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20212022-468
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Erkens over de problematiek in de metaalsector als gevolg van de hoge elektriciteitsprijzen