Kamervraag 2019Z05998

Een groot tekort aan personeel in de kinderopvang en de gevolgen hiervan voor kleine ondernemers

Ingediend 27 maart 2019
Beantwoord 19 april 2019 (na 23 dagen)
Indiener René Peters (CDA)
Beantwoord door Tamara van Ark (staatssecretaris sociale zaken en werkgelegenheid) (VVD)
Onderwerpen gezin en kinderen sociale zekerheid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2019Z05998.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20182019-2354.html
1. Rapport Quick Scan Vacatures Kinderopvang, januari 2019, in opdracht van Platform Arbeidsmarkt Kinderopvang
  • Vraag 1
    Bent u bekend met de Quick Scan Vacatures Kinderopvang, waaruit blijkt dat de vacaturegraad in de kinderopvang 51 vacatures bedraagt op 1000 banen (laatste kwartaal 2018)?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Kunt u bevestigen dat de kinderopvang daarmee, samen met de bouw en de horeca, behoort tot de branches met het hoogste aantal openstaande vacatures?

    Het gaat goed met de economie. Steeds meer mensen zijn aan het werk en de lonen stijgen. Daarvan profiteert ook de kinderopvangsector door de groeiende vraag naar opvang. In een jaar tijd is het aantal kinderen dat naar de kinderopvang gaat met kinderopvangtoeslag gestegen met 58.000. Tegelijkertijd neemt het aantal openstaande vacatures toe. Werkgevers in de kinderopvang geven aan dat het lastig is op een krappe arbeidsmarkt geschikt personeel te vinden. Ik heb kennis genomen van de Quick Scan Vacatures Kinderopvang die CentERdata op verzoek van het Arbeidsmarktplatform Kinderopvang heeft uitgebracht. Werkgevers in de kinderopvang zijn bevraagd, in totaal hebben 312 werkgevers de enquête ingevuld. Hieruit wordt een vacaturegraad voor de gehele kinderopvangsector berekend van 48 vacatures op 1.000 banen2. De Quick Scan vergelijkt deze vacaturegraad met de vacaturegraad volgens het UWV (op basis van CBS-cijfers) van andere sectoren. Wat die vergelijking lastig maakt is het verschil in berekeningswijze. Er zal op korte termijn over de resultaten van de Quick Scan gesproken worden met het arbeidsmarktplatform Kinderopvang.
    Met de vacaturegraad wordt inzichtelijk hoe de arbeidsvraag in een sector eruit ziet. Voor de kinderopvang publiceert het CBS geen eigen vacaturegraad, omdat deze nog niet betrouwbaar genoeg is. Voor de arbeidsmarktkrapte is het ook belangrijk om zicht te hebben op het arbeidsaanbod. Ik kijk naar de spanningsindicator van UWV, omdat hier arbeidsvraag en arbeidsaanbod worden vergeleken. De spanningsindicator voor technische beroepen. ICT beroepen en dienstverlenende beroepen liggen hoger dan de spanningsindicator voor leid(st)ers kinderopvang en onderwijsassistenten.

  • Vraag 3
    Wat vindt u van dit toenemende tekort aan personeel voor de kinderopvang?

    Ik krijg signalen dat het werkgevers in de kinderopvang moeite kost om gekwalificeerd personeel te vinden. Ik kan me voorstellen dat dit momenteel een lastige uitdaging voor deze werkgevers vormt.
    De vacaturegraad biedt kennis over de arbeidsvraag. Als we de arbeidsmarktkrapte willen analyseren dan moeten zowel de vraag als het aanbod van arbeid worden bekeken. De spanningsindicator van UWV bekijkt de verhouding tussen de arbeidsvraag en het arbeidsaanbod. Deze vergelijkt per beroepsgroep het aantal openstaande vacatures met het aantal personen dat voorheen werkzaam was in deze beroepsgroep en momenteel minder dan een half jaar een WW-uitkering ontvangen.
    UWV-cijfers bevestigen het beeld dat de krapte op de arbeidsmarkt voor leid(st)ers kinderopvang en onderwijsassistenten het afgelopen jaar sterk is toegenomen. Desalniettemin wordt de arbeidsmarktspanning nog steeds als gemiddeld getypeerd. Drie jaar geleden was dit nog een zeer ruime arbeidsmarkt.
    Zoals ik in mijn brief3 van 15 maart jl. aangeef, betekent een gemiddelde arbeidsmarktspanning niet dat kinderopvangorganisaties geen personeelstekorten hebben. De cijfers geven een globaal beeld van de hele arbeidsmarkt in de sector. Lokaal kan er zeker sprake zijn van krapte. Ik zie dat partijen creatief reageren op hun lokale omstandigheden. Bijvoorbeeld de samenwerking tussen Tilburgse kinderopvanglocaties en Servicebureau Kinderopvang. Zij hebben de handen in een geslagen om geïnteresseerden te werven. Dit soort initiatieven juich ik toe.

  • Vraag 4
    Herkent u het beeld dat dit problemen geeft, zowel voor kinderopvangorganisaties als voor ouders?

    Vanuit de kinderopvangsector krijg ik signalen dat sommige kinderopvanghouders en ouders tegen problemen aanlopen vanwege de sterk toegenomen vraag naar kinderopvang, zoals volle kinderopvangvoorzieningen en toenemende wachttijden. Met name op populaire dagen; maandag, dinsdag en donderdag. Deze signalen neem ik serieus. Kinderopvang is er zodat ouders arbeid en zorg voor hun kinderen kunnen combineren. Ouders vertrouwen hierop. Lange wachttijden zorgen voor onzekerheid en druk bij ouders om een plek te vinden voor hun kind. De kinderopvangsector is bij uitstek een sector die inspeelt op dynamische omstandigheden. Ik vind het goed om te zien dat de sector dit ook nu doet, bijvoorbeeld door de capaciteit uit te breiden. Ik houd de ontwikkeling nauwgezet in de gaten en deel deze met uw Kamer middels de kwartaalrapportages kinderopvang.

  • Vraag 5
    Kunt u bevestigen dat deze problemen nog versterkt worden door de toegenomen kwaliteitseisen waaraan ondernemers zich moeten houden en dat dit vooral geldt voor kleine ondernemers in de kinderopvang?

    In 2016 is samen met de partijen uit de sector het bestuurlijke akkoord Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) gesloten. Per 1 januari 2019 zijn twee van deze maatregelen in werking getreden: de aanpassing van de beroepskracht-kindratio (bkr) met een aanscherping in de dagopvang van nuljarigen en met een versoepeling in de bso, en de verplichte inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker. Naast de gestegen vraag naar kinderopvang, leidt de aangescherpte bkr tot een grotere vraag naar beroepskrachten. Mede om houders meer tijd te geven zich voor te bereiden op inwerkingtreding van de aangepaste bkr is de maatregel in juni 2017 met een jaar uitgesteld. het Landelijk register kinderopvang (LRK) wordt bijgehouden hoeveel formele kinderopvanglocaties er in Nederland staan ingeschreven. Hieruit blijkt vooralsnog niet dat het aantal kleine kinderopvanghouders is afgenomen.
    BSO
    1.774
    84,7%
    8,5%
    4,2%
    2,0%
    0,6%
    KDV
    2.892
    86,7%
    6,8%
    3,9%
    2,2%
    0,4%
    BSO
    1.841
    85,7%
    7,8%
    4,2%
    1,8%
    0,5%
    KDV
    2.903
    86,8%
    6,8%
    3,9%
    2,1%
    0,4%
    BSO
    1.882
    85,4%
    8,3%
    3,7%
    2,0%
    0,5%
    KDV
    2.893
    86,8%
    6,9%
    3,7%
    2,1%
    0,5%
    BSO
    1.890
    85,0%
    7,4%
    4,7%
    2,3%
    0,6%
    KDV
    2.785
    87,2%
    6,4%
    3,8%
    2,1%
    0,6%
    BSO
    1.886
    84,6%
    7,7%
    4,7%
    2,2%
    0,7%
    KDV
    2.756
    87,0%
    6,4%
    3,7%
    2,2%
    0,6%

  • Vraag 6
    Welke maatregelen gaat u treffen om te voorkomen dat kleine ondernemers het onderspit delven en er slechts nog ruimte is voor grote ondernemers in de kinderopvang, waardoor de keuze voor ouders wordt beperkt?

    Zoals uit tabel 1 blijkt, neemt het aantal kleine kinderopvanghouders momenteel niet af. Ik zal de ontwikkelingen blijven volgen. Voor de kinderopvang vind ik het belangrijk dat het huidige beleid de tijd krijgt zich te zetten en te bewijzen. We moeten gezamenlijk optrekken, de sector en ministerie, om in een markt die voortdurend in ontwikkeling is zoveel mogelijk stabiliteit aan ouders te bieden en zorgen dat ouders kunnen kiezen voor de opvang die past bij hun voorkeur.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2019Z05998
Volledige titel: Een groot tekort aan personeel in de kinderopvang en de gevolgen hiervan voor kleine ondernemers
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20182019-2354
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Peters over een groot tekort aan personeel in de kinderopvang en de gevolgen hiervan voor kleine ondernemers