Kamervraag 2018Z06401

Frauduleuze bemiddelingsbureaus

Ingediend 6 april 2018
Beantwoord 9 januari 2019 (na 278 dagen)
Indiener Alexander Kops (PVV)
Beantwoord door Kajsa Ollongren (viceminister-president , minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (D66)
Onderwerpen huisvesting organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2018Z06401.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20182019-1095.html
1. Nos.nl, 30 maart 2018
2. Kamerstuk 32 847, nr. 324
  • Vraag 1
    Bent u bekend met het bericht «Wanhopige woningzoekenden opgelicht door frauduleuze bemiddelingsbureaus»?1 Wat vindt u hiervan?

    Ja. Elke vorm van fraude is te betreuren en dient bestreden te worden. Dat gebeurt in dit geval ook door de Inspectie SZW, het Openbaar Ministerie en de Autoriteit woningcorporaties.

  • Vraag 2
    Op welke schaal komt deze fraude voor? Hoeveel woningzoekenden hebben op deze manier – onterecht – een sociale huurwoning toegewezen gekregen?

    Over de schaal waarop deze fraude voorkomt kan ik het volgende melden op basis van informatie ontvangen uit twee strafrechtelijke onderzoeken die door de directie opsporing van de Inspectie SZW en het Openbaar Ministerie worden gedaan. Uit de voorlopige resultaten van de twee strafrechtelijke onderzoeken is naar voren gekomen dat de twee verdachten enkele honderden cliëntendossiers hadden. Deze dossiers worden nog nader onderzocht. Daarnaast zijn bij de opsporingsdienst van de Inspectie SZW meldingen binnen gekomen die zien op het vermoeden dat op basis van valse inkomensverklaringen corporatiewoningen zijn toegewezen in de regio Amsterdam, Utrecht en Rotterdam.
    Hoeveel woningzoekenden op basis van een onjuiste opgave van het inkomen een sociale huurwoning daadwerkelijk toegewezen hebben gekregen is uit de onderzoeken niet naar voren gekomen. Toewijzing van een woning door woningcorporaties geschiedt, behalve op inkomen ook op basis van inschrijfduur en urgentie (welke op basis van de Huisvestingswet lokaal door gemeenten in de huisvestingsverordening wordt bepaald). Bij toewijzing van een woning controleert de corporatie of door de woningzoekende een inkomen is opgegeven dat past bij de toewijzingscriteria voor de betreffende woning. Afgaande op de aangetroffen dossiers lijkt het er op dat de verdachten bij de woningzoekenden de suggestie hebben gewekt dat zij snel aan een woning zouden worden geholpen zonder dat er sprake was van de vereiste inschrijfduur of urgentie.

  • Vraag 3
    Deelt u de mening dat de wanhoop van veel woningzoekenden is ontstaan doordat zij op de woningmarkt geen kant op kunnen (zij komen niet in aanmerking voor een sociale huurwoning, kunnen een middenhuurwoning niet vinden en krijgen geen hypotheek voor een koopwoning)? Deelt u de mening dat dit de noodzaak van het bouwen van meer middenhuurwoningen onderstreept?

    Vooropgesteld: de wens om snel een geschikte woning te bemachtigen rechtvaardigt niet om een onjuiste opgave van het (jaar)inkomen te doen. Inspectie SZW en Openbaar Ministerie wijzen als belangrijkste knelpunt voor de mogelijke fraude vooral op enkele systeemzwakheden en uitvoeringsproblemen bij het vaststellen van het inkomen. Belangrijkste hiervan zijn dat de woningzoekende zelf alle gegevens aanlevert op basis waarvan de aanspraak op een sociale huurwoning wordt beoordeeld en het feit dat dergelijke documenten (belastingformulier, loonstrook, bankafschrift) relatief eenvoudig te vervalsen zijn. Aan de uitvoeringskant speelt onder andere het probleem van de sterk wisselende inkomens in de tijd. De woningmarkt in bredere zin speelt in zoverre een rol dat er meer behoefte is aan doorstroming vanuit de sociale huur naar het middenhuursegment. Middenhuurwoningen vormen een belangrijk onderdeel voor een goed functionerende woningmarkt. Daarom geeft dit kabinet prioriteit aan de woningbouw met daarin ook expliciete aandacht voor de ontwikkeling van het middenhuursegment.

  • Vraag 4
    Deelt u de mening dat het onrechtvaardig is dat statushouders nog altijd met voorrang een woning toegewezen krijgen, terwijl wanhopige Nederlandse woningzoekenden geen kant op kunnen? Zo nee, waarom niet?

    Zoals ik bij de beantwoording van Kamervragen van de heer Kops (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2018–2019, nr. 527) op 20 augustus jongstleden heb geantwoord, deel ik die mening niet. Nadat de verplichte urgentiestatus van statushouders per 1 juli 2017 uit de Huisvestingswet is gehaald kunnen gemeenten zelf bepalen welke categorieën woningzoekenden ze als urgentiecategorie in de huisvestingsverordening wensen op te nemen. Deze keuze is daarmee lokaal bepaald. Dat statushouders op dit moment nog steeds door de meeste gemeenten in een urgentieregeling als voorrangscategorie worden beschouwd, is het gevolg van de afwegingen die gemeenten hebben gemaakt gegeven enerzijds de huidige lokale situatie op de woningmarkt en anderzijds de taakstelling die gemeenten hebben om statushouders te huisvesten. Het tijdig huisvesten van statushouders is voor een snelle en goede integratie van belang. Ook worden daarmee de maatschappelijke kosten die met de opvang van asielzoekers gepaard gaan, beperkt gehouden. Verder is het zo dat meer nog dan de wijze waarop de woningen worden verdeeld, het beschikbare woningaanbod van doorslaggevend belang is voor hoe lang mensen moeten wachten op een sociale huurwoning. Het aanjagen van de woningbouwproductie in gespannen regio's en het beter benutten van de bestaande voorraad is dan ook nodig om de kansen van alle woningzoekenden te vergroten. Daar zetten vele partijen zich volop voor in, waaronder gemeenten en ik zelf.

  • Vraag 5
    Wat gaat u doen om frauduleuze bemiddelingsbureaus aan te pakken? Deelt u de mening dat deze oplichters nooit meer als bemiddelaar actief mogen zijn? Zo nee, waarom niet?

    Er is sprake van een lopend strafrechtelijk onderzoek naar de verdachten en er zal derhalve sprake zijn van de geëigende strafrechtelijke maatregelen.
    Ook heeft de Autoriteit woningcorporaties aangeboden om met ondersteuning van de Inspectie SZW en het Openbaar Ministerie bijeenkomsten voor corporatiemedewerkers te organiseren om de bewustwording van de risico’s van mogelijke fraude bij de woningtoewijzing te vergroten. Daarnaast loopt er een verkenning van BZK en Aedes om te bezien welke mogelijkheden er zijn om de inkomenstoetsing te digitaliseren. Over de voortgang in dit traject zal u nader in 2019 geïnformeerd worden.

  • Vraag 6
    Hoe staat het met de uitvoering van de motie-Kops over oplichting door bemiddelaars?2

    In de aan u gerichte brief Goed verhuurderschap van 9 november (TK 2018–2019, 32 847, nr. 439) heb ik toegelicht toe hoe ik uitvoering geef aan deze motie.

  • Mededeling - 1 mei 2018

    Door het lid Kops (PVV) van de Tweede Kamer zijn vragen gesteld over frauduleuze bemiddelingsbureaus (ingezonden op 6 april 2018 met kenmerk 2018Z06401). Tevens heeft het lid Nijboer (PvdA) om een brief gevraagd over deze kwestie ten behoeve van een 30-leden debat (ingezonden 3 april 2018 met kenmerk 2018Z05997). De Inspectie SZW en het Openbaar Ministerie doen momenteel (strafrechtelijk) onderzoek naar deze fraude met inkomensverklaringen bij de toewijzing van corporatiewoningen. Na afronding hiervan zullen zij mij informeren en tevens een beleidssignaal opstellen. Op basis daarvan en een advies van de Autoriteit woningcorporaties hierover, zal ik uw Kamer mijn beleidsmatige reactie geven en tevens de gestelde Kamervragen beantwoorden. Afhankelijk van het verloop van de onderzoeken verwacht ik dit voor de zomer te kunnen doen.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2018Z06401
Volledige titel: Frauduleuze bemiddelingsbureaus
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20182019-1095
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Kops over frauduleuze bemiddelingsbureaus