Kamervraag 2017Z00271

De tolkenvoorziening

Ingediend 12 januari 2017
Beantwoord 5 april 2017 (na 83 dagen)
Indiener Vera Bergkamp (D66)
Beantwoord door Martin van Rijn (staatssecretaris volksgezondheid, welzijn en sport) (PvdA)
Onderwerpen bestuur gemeenten
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2017Z00271.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20162017-1574.html
  • Vraag 1
    Bent u bekend met de decentralisatie van de tolkenvoorziening?

    Ja.

  • Vraag 2
    Kunt u aangeven in hoeverre elke gemeente nu expertise moet hebben als het gaat om het beoordelen van het aantal benodigde tolkuren?

    Gemeenten hebben bij invoering van de Wmo 2015 en de Participatiewet besloten om een landelijke modelregeling voor de doventolk namens alle gemeenten onder te brengen bij de VNG (landelijke coördinatie). De Berengroep (leefdomein) en het UWV (werkdomein) voeren de voorziening namens de gemeenten uit. Individuele gemeenten moeten, niet anders dan voorheen, de ondersteuningsvraag kunnen signaleren en vervolgens doorverwijzen naar de Berengroep en/of UWV. De individuele beoordeling voor het aantal benodigde tolkuren ligt nu niet bij individuele gemeenten.

  • Vraag 3
    Kunt u aangeven op welke wijze expertise over het benodigde aantal tolkuren bij (kleine) gemeenten gewaarborgd wordt? Op welke wijze wordt voorkomen dat tolkbehoevenden niet de dupe worden van het ontbreken van expertise bij (kleine) gemeenten?

    Op basis van de landelijke modelregeling van de VNG kunnen doven en slechthorenden een beroep doen op 30 tolkuren per jaar; mensen met doofblindheid/beperkt in horen én zien kunnen jaarlijks gebruikmaken van 168 tolkuren. Mensen die daar bovenop extra uren nodig hebben, kunnen dat aanvragen via UWV (werkdomein) of de Berengroep (leefdomein). Op die manier hoeven (kleine) gemeentes niet alle expertise in huis te hebben over de benodigde aantal tolkuren en beoordeelt één instantie met veel expertise deze aanvragen.

  • Vraag 4
    Kunt u aangeven in hoeverre optimale keuzevrijheid in stand blijft bij de decentralisaties? Deelt u de mening dat het wenselijk is dat tolkbehoevenden een tolk uit bijvoorbeeld Groningen kunnen nemen als zij bijvoorbeeld in Eindhoven wonen, omdat de desbetreffende tolk gespecialiseerd is in een bepaald vakgebied, hobby of anderszins en daardoor beter kan voorzien in de hulpvraag dan een algemene tolk uit bijvoorbeeld dezelfde stad? Op welke wijze blijft deze mogelijkheid uit het huidige beleid gewaarborgd bij de decentralisatie?

    In de Wmo 2015 is de keuzevrijheid voor cliënten wettelijk verankerd. Keuzevrijheid moet in balans worden gebracht met de praktische mogelijkheden en een efficiënte inzet van de tolken. Als een doventolk van de ene naar de andere kant van het land moet rijden voor een paar uur tolken, kan het zo zijn dat dit niet passend is. Om die reden wordt er altijd naar de best mogelijke en redelijke oplossing gekeken. De technologische innovaties (die afstand irrelevant maken) moeten daarbij in ogenschouw worden genomen. Ik stimuleer gemeenten om open te staan voor de e-health mogelijkheden op dit vlak.

  • Vraag 5
    Deelt u de mening dat de kwaliteit van de tolkenvoorziening bovenal centraal moet staan? Zo ja, op welke manier waarborgt u dat tijdens de decentralisaties?

    Ik deel uw mening dat de kwaliteit en de inhoud van de doventolkvoorziening voorop moet staan. De basiskwaliteitseisen die de Wmo 2015 kent, zijn onverminderd van toepassing op de doventolkvoorziening. Een goede tolkenvoorziening is van belang, zodat iedereen kan participeren in de samenleving. Momenteel ligt de uitvoering van de doventolkvoorziening in hand van de Berengroep en UWV, waarbij de controle op de kwaliteit van de uitvoering, landelijk georganiseerd is.

  • Vraag 6
    In hoeverre zijn er andere opties overwogen, bijvoorbeeld om niet te decentraliseren?

    De huidige financieringswijze voor de doventolkvoorziening via de VNG is per 1 januari 2018 niet meer mogelijk. De VNG is voornemens de modelovereenkomst en -regeling voor deze voorziening door te decentraliseren. De cliëntenorganisaties hebben hierover hun zorgen geuit bij de VNG, met name over de borging van de expertise. In mijn brief van 8 maart 2017 heb ik u hierover geïnformeerd.

  • Vraag 7
    Kunt u aangeven wat de planning is voor de decentralisatie voor tolkenvoorziening?

    Zie antwoord vraag 6.

  • Vraag 8
    Kunt u aangeven op welke wijze u wilt monitoren hoe de kwaliteit en toegankelijkheid gewaarborgd blijven? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze doet u dit, en hoe informeert u de Kamer hierover?

    Zie antwoord vraag 6.

  • Mededeling - 3 februari 2017

    De vragen van het Kamerlid Bergkamp (D66) over de tolkenvoorziening (2017Z00271) kunnen tot mijn spijt niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. De reden van het uitstel is dat ik meer tijd nodig heb voor overleg met VNG en cliëntorganisaties. Ik zal u zo spoedig mogelijk de antwoorden op de kamervragen doen toekomen.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2017Z00271
Volledige titel: De tolkenvoorziening
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20162017-1574
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Bergkamp over de tolkenvoorziening