Kamervraag 2015Z08651

Het bericht “Bodemvissers worstelen met verbod op teruggooien bijvangst.”

Ingediend 13 mei 2015
Beantwoord 29 mei 2015 (na 16 dagen)
Indiener Barbara Visser (VVD)
Beantwoord door Sharon Dijksma (staatssecretaris economische zaken) (PvdA)
Onderwerpen economie overige economische sectoren
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2015Z08651.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20142015-2403.html
1. Het Financieel Dagblad, 11 mei 2015
2. Ibid, 11 mei 2015
3. Het Financieel Dagblad, 11 mei 2015
  • Vraag 1
    Bent u bekend met het bericht «Bodemvissers worstelen met verbod op teruggooien bijvangst.»?1 2

    Ja.

  • Vraag 2
    Wat is uw reactie op de berichtgeving?

    Ik ben mij terdege bewust van de impact die de aanlandplicht heeft op de bedrijfsvoering van visserijondernemingen. Daarom zoek ik samen met de sector naar de maximale rek en ruimte bij de invoering van de aanlandplicht, binnen de kaders van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB). De basisverordening van het GVB biedt mogelijkheden voor uitzonderingen. Deze worden op regionaal niveau uitgewerkt. Voor de Nederlandse kottersector is de aanlandplicht voor schol in de tongvisserij per 2016 een groot knelpunt. Schol is potentieel een kandidaat voor een uitzondering op de aanlandplicht voor soorten met een hoge overlevingskans na teruggooi. Ik pleit daarom in de Scheveningengroep (Noordzee) voor uitstel van de aanlandplicht van schol in de tongvisserij, tot in 2018 alle onderzoeken naar de overlevingskans en mogelijkheden om deze overlevingskans te verbeteren op een goede manier zijn afgerond. Ik sta daarin niet alleen. Een meerderheid van de lidstaten rondom de Noordzee deelt dit standpunt of kan het steunen. Voor een gemeenschappelijke aanbeveling aan de Europese Commissie is consensus nodig.

  • Vraag 3
    Deelt u de zorgen van VisNed dat de aanlandplicht voor de bijvangst kan leiden tot hogere kosten, administratieve problemen, personele zorgen en daarmee de ondergang van de sector? Zo nee, waarom deelt u deze zorgen niet? Zo ja, wat gaat doen u doen om dit zoveel mogelijk te voorkomen?

    Zie antwoord vraag 2.

  • Vraag 4
    Op welke wijze gaat Nederland de aanlandplicht voor bodemvisserij invoeren, welk tijdpad hanteert u en welke ruimte geeft u aan de bodemvisserij in de specifieke regelingen om te voorkomen dat Nederland haar eigen bodemvisserijsector kopje onder laat gaan?

    Ik zet mij in voor maximale benutting van de uitzonderingsmogelijkheden die de basisverordening van het GVB biedt. Zoals ik ook al in de kwartaalrapportage GVB van 12 mei jl. (TK 32 201, nr. 75) heb aangegeven, stuur ik binnenkort een stappenplan naar uw Kamer met daarin de nationale ambitie voor de aanlandplicht. Dit is het stappenplan dat ik samen met de sector ontwikkel. Om in aanmerking te komen voor uitzonderingen moeten de aanvragen wetenschappelijk onderbouwd worden. Om te komen tot een gedegen wetenschappelijke onderbouwing van bijvoorbeeld de overlevingskans van tong, schol en schar is de sector verschillende pilotprojecten gestart met behulp van subsidie uit het Europees Visserij Fonds.

  • Vraag 5
    Wat is uw reactie op de opmerking van VisNed en Imares dat Nederland zich moet gaan inzetten binnen de Europese Unie voor de uitzonderingsregel? Bent u bereid aan deze oproep gehoor te geven? Zo ja, hoe en wanneer gaat u dit doen? Zo nee, waarom bent u hier niet toe bereid?

    Zie antwoord vraag 4.

  • Vraag 6
    Kunt u nader aangeven waarom Nederland bijvangst als restproduct beschouwt en daarmee niet geschikt voor menselijke markt?

    De basisverordening van het GVB stelt dat ondermaatse vis alleen gebruikt mag worden voor toepassingen anders dan rechtstreeks menselijke consumptie. De reden hiervoor is de wens om juveniele vis te beschermen tegen gerichte visserij. Er is onduidelijkheid over wat toepassingen anders dan «rechtstreeks» menselijke consumptie zijn. De Europese Commissie aangegeven dat ondermaatse vis alleen gebruikt mag worden voor niet-menselijke consumptie. Begin dit jaar is daarom op mijn initiatief vanuit de Scheveningengroep een brief gestuurd aan de Europese Commissie met een voorstel voor een definitie die recht doet aan de mogelijkheden die de verordening biedt, waardoor hoogwaardige eiwitten en vetten gebruikt kunnen worden voor menselijke consumptie. Tegelijkertijd wordt met de gekozen definitie voorkomen dat een gerichte visserij op ondermaatse vis kan ontstaan.

  • Vraag 7
    Wat is uw reactie op de uitspraak van Imares-onderzoeker Marnix Polman3 dat door bijvangst aan te merken als restproduct dit een verspilling is van hoogwaardige vetten en eiwitten? Deelt u de mening van de heer Polman? Zo ja, bent u bereid de wetgeving hierop aan te passen? Zo nee, waarom niet?

    Zie antwoord vraag 6.

  • Vraag 8
    Bent u bereid uw ambtgenoten van Duitsland, Noorwegen en Engeland te steunen in hun pleidooi in de Europese Unie om bijvangst, rijk aan hoogwaardige vetten en eiwitten, wel te toe te staan voor de menselijke markt? Zo ja, hoe gaat u dit doen? Zo nee, waarom niet?

    Zie antwoord vraag 6.

  • Vraag 9
    Bent u bereid deze vragen te beantwoorden vóór 1 juni a.s. gezien de deadline van de Europese Commissie?

    Ja.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2015Z08651
Volledige titel: Het bericht “Bodemvissers worstelen met verbod op teruggooien bijvangst.”
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20142015-2403
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Visser over het bericht “bodemvissers worstelen met verbod op teruggooien bijvangst”