Kamervraag 2014Z14123

Hoog ziekteverzuim en gebrek aan begeleiding van jonge criminelen in jeugdgevangenissen

Ingediend 18 augustus 2014
Beantwoord 23 september 2014 (na 36 dagen)
Indiener Ahmed Marcouch (PvdA)
Beantwoord door Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD)
Onderwerpen openbare orde en veiligheid organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2014Z14123.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20142015-49.html
1. AD/Algemeen Dagblad, 18 augustus 2014 maandag, p. 11
  • Vraag 1
    Kent u het bericht «Kweekschool voor zware criminelen»?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Is het in bericht gestelde waar dat vanwege een hoog ziekteverzuim onder het personeel van de jeugdgevangenissen jonge delinquenten te weinig behandeling of begeleiding krijgen? Zo nee, wat is er niet waar?

    Ik onderschrijf niet de strekking van het artikel dat jeugdigen in een justitiële jeugdinrichting (JJI) te weinig behandeling of begeleiding zouden krijgen vanwege een hoog ziekteverzuim onder het personeel. De kwaliteit van de geleverde zorg staat niet ter discussie. De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de kwaliteitsverbetering van de JJI’s. Dit heeft tot een significante verbetering geleid, zoals ook uit de rapporten van de gezamenlijke inspecties blijkt. Uw Kamer is over de ontwikkeling van de JJI’s regelmatig op de hoogte gesteld naar aanleiding van rapporten van de inspecties en de Algemene Rekenkamer en in antwoord op Kamervragen. Ik verwijs hierbij onder meer naar mijn brieven van 16 november 2010 (Kamerstuk 24 587, nr. 402), 20 juni 2014 (Kamerstuk 24 587, nr. 586) en 25 juni 2014 (Kamerstuk 24 587, nr. 592) en tevens naar het Algemeen Overleg dat ik op 2 juli 2014 (kamerstuk 24 587, nr. 600) met uw Kamer mocht hebben.
    Door de beperkte instroom van jongeren in de afgelopen jaren moest een groot aantal inrichtingen dan wel locaties van inrichtingen gesloten worden. Deze ontwikkelingen, enerzijds kwaliteitsverbetering en anderzijds afbouw van capaciteit, vragen veel van het personeel. Ik heb echter geen aanwijzingen dat hierdoor het ziekteverzuim recent is toegenomen en evenmin dat de jeugdigen hierdoor te weinig behandeling of begeleiding krijgen.

  • Vraag 3
    Hoe hoog is het ziekteverzuim onder het personeel van de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI’s)?

    In de eerste vier maanden van 2014 lag het ziekteverzuim in de JJI’s op 7,8%.

  • Vraag 4
    Hoe heeft het ziekteverzuim onder het personeel van de JJI’s zich de afgelopen vijf jaar ontwikkeld? Ziet ook u een spanning tussen het in het artikel gestelde ten aanzien van een stijging van het ziekteverzuim en de mededeling van een woordvoerder van uw ministerie dat het ziekteverzuim juist aan het dalen is?

    Het ziekteverzuim over de afgelopen 5 jaar laat het volgende beeld zien.
    Zoals u kunt zien in bovenstaande tabel, vertoont het ziekteverzuim een dalende trend. De norm van het ziekteverzuim in een zware sector zoals de JJI’s wordt mede bepaald door type werkzaamheden, leeftijdsopbouw, opleidingsniveau en ligt daarmee dus hoger dan die in andere sectoren waar bureauwerk meer kenmerkend is. In het ziekteverzuim bij de JJI’s is sinds 2012 een dalende lijn te zien. De aanpak van het ziekteverzuim is binnen DJI een belangrijk aandachtspunt waarbij de focus nu meer ligt op preventief handelen. Hiervoor staan veel instrumenten ter beschikking, variërend van het functioneringsgesprek tot het frequent verzuimgesprek, van de fysieke vaardigheidstoets (FVT) tot het werken aan dossiervorming. Vanaf voorjaar 2012 is ook gebruik gemaakt van verzuimcoaches en re-integratieadviseur bij rijksinstellingen.
    Vanuit de sectordirectie JJI is in de 4 maandelijkse P&C gesprekken met alle inrichtingen de aanpak van het ziekteverzuim een belangrijk aandachtspunt. Mijn indruk is dat deze aanpak aansluit zoals de cijfers over de eerste maanden van 2014 laten zien. De in 2013 ingezette positieve trend wordt voortgezet.

  • Vraag 5
    Is het waar dat vanwege het ziekteverzuim in de JJI De Hartelborgt «hele groepen jongeren (...) amper hun kamers» uitkomen of dat vanwege ziekteverzuim dagprogramma’s worden versoberd? Zo ja, deelt u de mening dat dit ongewenst is en zo ja, wat zijn de gevolgen daarvan voor de jonge gedetineerden en voor hun resocialisatie? Zo nee, wat is er niet waar aan het gestelde?

    Nee, het klopt niet dat hele groepen jongeren amper hun kamers uitkomen. In het kader van de periodieke doorlichtingen heeft de Inspectie Veiligheid en Justitie, in samenwerking met de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de Jeugdzorg en de Inspectie voor het Onderwijs in 2012 een doorlichtingsonderzoek uitgevoerd in JJI De Hartelborgt. Hierover heb ik u in januari 2013 schriftelijk geïnformeerd.2 Hierin kwam de continuïteit van het dagprogramma in de locatie Spijkenisse als aandachtspunt naar voren. In het rapport staan twee factoren benoemd die van invloed zijn op de continuïteit van het dagprogramma. De eerste is de stabiliteit van de personeelsbezetting. De tweede factor de samenwerking tussen de school en de inrichting. De inspecties hebben verbeterpunten benoemd. Deze verbeterpunten hebben betrekking op een stabiele personeelsbezetting, training van de medewerkers in de-escalerend en fysiek optreden bij agressie en geweld en de controle op contrabande alsmede personeelstekort. In augustus 2013 is een tussentijds toezicht uitgevoerd bij JJI De Hartelborgt om te bezien in hoeverre de verbeterpunten ook gerealiseerd zijn. In de brief van het Hoofd van de Inspectie Veiligheid en Justitie mede namens de Hoofdinspecteur van de Inspectie Jeugdzorg d.d. 7 april 2014 (www.ivenj.nl) oordelen de Inspecties positief over de inspanningen die De Hartelborgt heeft gepleegd om de geconstateerde verbeterpunten op te lossen. De inspecties benoemen expliciet dat het personeelstekort bij De Hartelborgt per 1 maart 2014 structureel is opgelost.

  • Vraag 6
    Is het waar dat bij gebrek aan begeleiding jonge gedetineerden niet op verlof kunnen? Zo ja, hoe vaak komt dat voor en wat betekent dat voor de resocialisatie van deze jongeren? Zo nee, wat is er niet waar?

    Het toekennen van verlof is een instrument om de jongere geleidelijk weer terug te laten keren in de maatschappij. Aan de effectuering van dit verlof wordt door de JJI’s dan ook veel belang gehecht. Ik sluit niet uit dat in een enkel geval een verlof geen doorgang gevonden heeft omdat er onvoldoende begeleiding beschikbaar was. Er zijn ook andere redenen waarom een verlof geen doorgang kan vinden. Zo komt het in een enkel geval voor dat de inrichting vindt dat er bij het verlof extra beveiligingsmedewerkers aanwezig moeten zijn vanwege het risico op ontvluchting, terwijl de betrokken jongere het verlof onder die condities niet door wil laten gaan. Voorts kan het zijn dat de situatie op het door de jongere opgegeven verlofadres te onveilig is en het verlof om die reden geen doorgang kan vinden. Ook het niet houden aan de gestelde verlofvoorwaarden of betrokkenheid bij een incident kan als gevolg hebben dat een eerstvolgend verlof geen doorgang kan vinden. De redenen waarom verlof geen doorgang kan vinden worden niet per geval geregistreerd.

  • Vraag 7
    Hoe heeft het aantal klachten van deze jonge gedetineerden zich de afgelopen vijf jaar ontwikkeld? Hoeveel van deze klachten zijn gegrond verklaard? Hoeveel van die klachten hebben een gebrek aan dagbesteding, begeleiding of verlof als onderwerp?

    1.057
    1.196
    1.301
    1.014
    1.316
    75
    112
    73
    94
    186
    0
    0
    5
    30
    30
    1
    2
    1
    4
    14
    Eén jongere kan verantwoordelijk zijn voor het indienen van een veelvoud van klachten. Jeugdigen kunnen geen officieel beklag indien over de feitelijke begeleiding. Wel staat daar de mogelijkheid van bemiddeling via de maandcommissaris van de Commissie van Toezicht voor open. Dit wordt niet centraal geregistreerd. De gegronde klachten over dagbesteding zijn bijna allemaal afkomstig van JJI De Hartelborgt, namelijk 28 in 2012 en 25 in 2013. Het aantal klachten over dagbesteding is bij deze inrichting nu drastisch verminderd doordat de inrichting maatregelen heeft genomen. Dit mede naar aanleiding van de eerder genoemde onderzoeken van de gezamenlijke inspecties. Zie het antwoord op vraag 5.

  • Vraag 8
    Is er sprake van incidenten waarbij jonge gedetineerden uit boosheid over de versobering van hun dagprogramma agressief gedrag vertonen? Zo ja, wat is de aard en omvang van die incidenten?

    In 2013 was het niet doorgaan van het dagprogramma aanleiding voor het in het artikel genoemde incident waarbij een aantal jongeren in opstand kwamen in De Hartelborgt. Hiervan is aangifte gedaan en de betrokken jongeren zijn disciplinair gestraft. Mij zijn geen andere incidenten gemeld die gerelateerd zijn aan boosheid over de versobering van het dagprogramma. Uw Kamer heb ik bij verschillende gelegenheden geïnformeerd over incidenten in de JJI’s. Ik verwijs hierbij onder meer naar mijn brieven van 25 oktober 2011 (Kamerstuk 24 587, nr. 441) en 18 maart 2013 (Kamerstuk 24 587, nr. 489).

  • Vraag 9
    Deelt u de zorgen van jeugdrechtadvocaten, kinderrechters en hoogleraren dat bij gebrek aan begeleiding de kans op recidive grote wordt? Zo ja, wat gaat u doen om die zorgen weg te nemen? Zo nee, waarom niet?

    Ik deel het belang dat deze professionals hechten aan een goede begeleiding om de kans op recidive van jeugdigen te verminderen. Vandaar ook dat ik belang hecht aan een goed functionerende jeugd(straf)keten waarbij ketenpartners adequaat samenwerken. Voor de sanctionering van jeugdigen staat een groot palet aan interventies en vormen van begeleiding beschikbaar. Gerealiseerd moet worden dat verreweg de meeste jeugdigen slechts een relatief korte periode in een JJI verblijft en ook de extramurale sancties van beperkte duur zijn. Deze jeugdigen kampen vaak op veel gebieden met (gedrags)problematiek. Het verkleinen van de kans op recidive kan daarmee niet alleen in bestraffing gevonden worden. Andere factoren zoals nazorg, onderwijs en de sociale context waarin de jongere zich ontwikkeld zijn hierbij minstens zo relevant.

  • Vraag 10
    Is het waar dat «deskundigen nu al vaker een voorwaardelijke gevangenisstraf adviseren, zodat deze jonge delinquenten ambulant kunnen worden behandeld. Dan krijgen ze een betere behandeling dan wanneer ze in de gevangenis komen.»? Zo ja, waar blijkt dat uit?

    Bij de aanpak van jeugdcriminaliteit is het pedagogisch element van groot belang. Het beleid is erop gericht om begeleiding en behandeling in eerste instantie ambulant invulling te geven. Detentie van jeugdigen is het ultimum remedium. Uit onderzoek blijkt dat behandeling in de sociale context van de jeugdige, waarbij ouders en anderen die dichtbij de jeugdige staan, de voorkeur heeft. Ook is bekend dat het bij elkaar plaatsen van deze groep jongeren kan leiden tot negatief beïnvloeding. Het vormgeven van detentie in voorwaardelijke sanctie biedt een stok achter de deur om de jeugdige gemotiveerd te houden.
    Dit is overigens niet hetzelfde als «een betere behandeling dan tijdens detentie», een stelling die ik niet onderschrijf.

  • Mededeling - 11 september 2014

    Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen het lid Marcouch (PvdA) van uw Kamer aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over over hoog ziekteverzuim en gebrek aan begeleiding van jonge criminelen in jeugdgevangenissen (ingezonden 18 augustus 2014) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2014Z14123
Volledige titel: Hoog ziekteverzuim en gebrek aan begeleiding van jonge criminelen in jeugdgevangenissen
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20142015-49
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Marcouch over hoog ziekteverzuim en gebrek aan begeleiding van jonge criminelen in jeugdgevangenissen