Kamervraag 2012Z11141

Het aannemen door de lidstaten van de Voedsel- en landbouworganisatie FAO van de internationale richtlijnen voor landrechten

Ingediend 5 juni 2012
Beantwoord 19 juni 2012 (na 14 dagen)
Indiener Arjan El Fassed (GL)
Beantwoord door Knapen (CDA)
Onderwerpen landbouw organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2012Z11141.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20112012-2813.html
  • Vraag 1
    Hoe beoordeelt u het aannemen van de internationale richtlijnen voor landrechten in mei jl. door de lidstaten van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO)?1 Deelt u de mening dat dit een belangrijke stap is naar betere bescherming van kleine boeren tegen landroof?

    Ik ben verheugd dat de leden van de Committee on World Food Security (CFS) op 11 mei jl. na een lang en af en toe moeizaam proces de Voluntary Guidelines on the Responsible Governance of Tenure of Land, Fisheries and Forests in the Context of Food Security hebben aangenomen. Ik ben met u van mening dat dit een belangrijke stap is in het bevorderen van land governanceop globaal, regionaal, nationaal en sub-nationaal niveau, niet in de laatste plaats omdat in de CFS naast lidstaten (het CFS staat open voor alle lidstaten van FAO, IFAD en andere VN organisaties of programma’s) ook vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en maatschappelijke middenveld meepraten én meebeslissen. Onze inzet in de EU Working Group on Land Issues en de deelname aan de onderhandelingen in Rome in juli 2011, oktober 2011 en maart 2012 hebben duidelijk resultaat gehad. Hiervan kunnen kleinschalige boeren en boerinnen nu daadwerkelijk en eerlijker profiteren. Niet alleen omdat hun rechtszekerheid toe kan nemen, maar ook omdat andere actoren, betrokken bij landverwerving en landgebruik, nu gewezen kunnen worden op het feit dat er wereldwijde consensus is inzake richtlijnen over hoe op een eerlijke en duurzame wijze om te gaan met landrechten.

  • Vraag 2
    Op welke wijze bent u voornemens om deze richtlijnen, die nationale regeringen oproepen om de landrechten van hun bevolking beter te beschermen, maar tegelijkertijd ook wijzen op de verantwoordelijkheid van andere landen en hun bedrijven, toe te passen in het Nederlands beleid?

    Ik ben van plan om de Voluntary Guidelines on the Responsible Governance of Tenure of Land, Fisheries and Forests in the Context of Food Securityactief bekend te stellen bij een breed publiek en het gebruik daarvan samen met Nederlandse actoren (LANDac, Universiteiten, Kadaster, NGO’s, bedrijven) en internationale partners (EU (-lidstaten), FAO, IFAD, Wereldbank, UN-Habitat, International Land Coalition, LPI etc) te promoten en ondersteunen. Daarbij betrek ik niet alleen Nederlandse ambassades maar ook uitvoeringsorganisaties als FMO, NUFFIC en Agentschap NL. Op die manier wil ik alle betrokkenen – zowel in Nederland als in onze partnerlanden – aansporen om gezamenlijk te werken aan het bevorderen van betere land governance in lijn met de recent aangenomen internationale richtlijnen voor landrechten.

  • Vraag 3
    Deelt u de mening dat in het kader van coherentie van beleid het van belang is dat deze richtlijnen ook hun beslag krijgen in nationale wetgeving? Zo neen, waarom niet?

    De Voluntary Guidelines on the Responsible Governance of Tenure of Land, Fisheries and Forests in the Context of Food Security gelden net zo goed voor Nederland als voor alle andere CFS leden. Dit houdt in dat de Nederlandse regering zich niet alleen actief zal inzetten op het versterken van betere land governancein partnerlanden maar ook zal inzetten op het aansporen en aanspreken van zoveel mogelijk betrokken Nederlandse actoren om de internationale richtlijnen voor landrechten als leidraad en ijkpunt te gebruiken en de toepassing daarvan daadwerkelijk te bevorderen.

  • Vraag 4
    Deelt u de mening dat deze richtlijnen ook van toepassing moeten worden op het bedrijfsleveninstrumentarium, aangezien de verantwoordelijkheid van bedrijven ook een belangrijk onderdeel is van de richtlijnen? Zo neen, waarom niet?

    De Tweede Kamer is al eerder geïnformeerd over het feit dat ik bedrijven graag zie als een deel van de oplossing en niet als een deel van het probleem. In betreffende brief DDE-168/2012 van 1 mei 2012 wordt ook aangegeven dat het hanteren van de OESO richtlijnen voor IMVO en de resultaatmetingen voor armoede zeer belangrijk is. Daartoe zijn met uitvoeringsorganisaties als Agentschap NL en FMO afspraken gemaakt om de risico’s voor het ondernemen in ontwikkelingslanden in kaart te brengen. Eén van die risico’s is landrechten. De recent aangenomen Voluntary Guidelines on the Responsible Governance of Tenure of Land, Fisheries and Forests in the Context of Food Security vormen een goed referentiepunt hierbij en versterken mijn beleid in deze.

  • Vraag 5
    Is het waar dat ook Nederlandse banken betrokken kunnen zijn bij de financiering of investeringen in bedrijven die betrokken zijn bij landroof? Kent u daar voorbeelden van? Kunt u dit toelichten? Als u geen voorbeelden kent, bent u dan bereid te onderzoeken welke banken op enigerlei wijze betrokken zijn bij landroof? Zo nee, waarom niet?

    Er zijn geen aanwijzingen dat Nederlandse banken betrokken zijn (geweest) bij de financiering of investeringen in bedrijven die in verband zijn of worden gebracht met oneerlijke of niet duurzame land deals. De regering ziet daarom op dit moment geen meerwaarde in verder onderzoek. Wel wordt ingezet op het bevorderen en blijvend versterken van zoveel mogelijk transparantie, duurzaamheid, en naleving van mensenrechten rond allerhande – internationale en lokale – land deals. Daarom worden internationale organisaties als GRAIN en de International Land Coalition ondersteund en wordt Nederlands en internationaal onderzoek naar succes- en faalfactoren van landtransacties en landbeheer bevorderd. Deze aanpak is naar mijn mening effectiever: de kans dat slechte deals niet alleen gesignaleerd worden maar ook in opspraak komen, is groter en goede deals kunnen beter voor het voetlicht gebracht worden.

  • Vraag 6
    Deelt u de mening dat de internationale richtlijnen voor landrechten ook van toepassing moeten zijn op investeringen in bedrijven door financiële instellingen en banken met staatssteun? Zo neen, waarom niet?

    Uit mijn antwoorden op voorgaande vragen kunt u opmaken dat Nederland zich actief wil inzetten om het gebruik en het belang van de Voluntary Guidelines on the Responsible Governance of Tenure of Land, Fisheries and Forests in the Context of Food Security zo breed mogelijk te bevorderen en te verankeren. Zowel in Nederland als daarbuiten. Onderscheid maken tussen financiële instellingen en bedrijven die wel of geen staatssteun ontvangen acht ik daarbij niet zinvol.

  • Vraag 7
    Bent u bereid middels een brief aan de Kamer, uiteen te zetten op welke wijze u de internationale richtlijnen gaat toepassen in uw beleid? Zo neen, waarom niet?

    In de aan de Tweede Kamer toegezegde voortgangsrapportage rond de speerpunten zal – voor zover van toepassing – expliciet aandacht worden besteed aan resultaten die van belang zijn in de context van de Voluntary Guidelines on the Responsible Governance of Tenure of Land, Fisheries and Forests in the Context of Food Security. Ik ben van mening dat de inzet op het bevorderen van land governance niet op zichzelf staat en vindt de relatie tussen de inzet hierop en die op aanpalende onderwerpen binnen de voedselzekerheids-, water- en stabiliteitsagenda’s zeker zo belangrijk.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2012Z11141
Volledige titel: Het aannemen door de lidstaten van de Voedsel- en landbouworganisatie FAO van de internationale richtlijnen voor landrechten
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20112012-2813
Volledige titel: Antwoord vragen van het lid El Fassed over het aannemen door de lidstaten van de Voedsel- en landbouworganisatie FAO van de internationale richtlijnen voor landrechten