Kamervraag 2011Z20544

Het artikel “Boete kweker ingetrokken”

Ingediend 19 oktober 2011
Beantwoord 23 november 2011 (na 35 dagen)
Indiener Eddy van Hijum (CDA)
Beantwoord door Henk Kamp (minister sociale zaken en werkgelegenheid) (VVD)
Onderwerpen organisatie en beleid werk
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2011Z20544.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20112012-738.html
1. Brabants Dagblad, 5 oktober 2011.
  • Vraag 1
    Heeft u kennisgenomen van het artikel «Boete kweker ingetrokken», waarin wordt gesteld dat uw ministerie een boete van € 192 000 intrekt voor het tewerkstellen van 24 Polen zonder tewerkstellingsvergunning? Kunt u dit bericht bevestigen?1

    Ja, ik heb hiervan kennis genomen. Het is juist dat de desbetreffende boete is ingetrokken.

  • Vraag 2
    Wat is de aanleiding voor het intrekken van deze boete? Is het juist dat u de boete niet houdbaar acht vanwege een uitspraak van het Europese Hof van Justitie over grensoverschrijdende dienstverlening, waarvoor geen tewerkstellingsvergunning nodig is? Welke uitspraak betreft dit en wat zijn de gevolgen van deze uitspraak voor het door u gevoerde beleid?

    In verband met het door de kweker ingestelde hoger beroep is na een juridische beoordeling geconcludeerd dat het boeterapport waarop de boete was gebaseerd onvoldoende bewijs bevatte om aan te nemen dat de dienstverlening alleen bestond uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Dit was de reden om de boete in te trekken.
    In het krantenbericht wordt waarschijnlijk gedoeld op het Vicoplus-arrest dat het Hof van Justitie van de Europese Unie in februari jongstleden heeft gewezen.
    Het Europese Hof gaf aan dat het is toegestaan om bij grensoverschrijdende dienstverlening die alleen bestaat uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten tewerkstellingsvergunningen te eisen (zogenoemde «onzuivere dienstverlening»). Voorts gaf het Hof aan dat sprake is van «onzuivere dienstverlening» als de werknemer zijn taken «onder leiding en toezicht» van de inlenende onderneming vervult.
    Met deze uitspraak werd het door mij sinds 2005 gevoerde beleid bevestigd om in gevallen van «onzuivere dienstverlening» een tewerkstellingsvergunning te eisen. De uitspraak heeft derhalve geen gevolgen voor het door mij gevoerde beleid.

  • Vraag 3
    Mag uit het intrekken van de boete worden afgeleid dat u de beleidslijn ten aanzien van gedetacheerde werknemers uit landen waarvoor geen vrij verkeer van werknemers geldt, zoals Roemenië en Bulgarije, herziet? Wat betekent dit voor het in Nederland gehanteerde onderscheid tussen «zuivere dienstverlening» (zoals het realiseren van een bouwwerk) en «onzuivere dienstverlening» (ter beschikking stellen van personeel via uitzendbureaus), waarbij in het laatste geval nog steeds een werkvergunning vereist is?

    Nee, de intrekking van de boete is het gevolg van specifieke omstandigheden in deze zaak en heeft niets te maken met een beleidswijziging.

  • Vraag 4
    Wat zijn de gevolgen voor de mogelijkheden om detachering van werknemers vanuit Roemenië en Bulgarije te reguleren? Geldt hiervoor nog steeds de vergunning- of notificatieplicht? Op welke wijze kan het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) vooraf controleren of de geldende arbeidsvoorwaarden worden nageleefd?

    Zoals in het antwoord op vraag 2 uiteengezet, bevestigt het Vicoplus-arrest dat voor «onzuivere dienstverlening» een tewerkstellingsvergunning nodig is. UWV WERKbedrijf toetst bij de aanvraag om een tewerkstellingsvergunning vooraf of het loon dat zal worden uitbetaald marktconform is. De Arbeidsinspectie kan controleren of het arbeidscontract wordt nageleefd. Overigens wordt voor laag- en ongeschoold werk nog slechts in uitzonderingsgevallen een tewerkstellingsvergunning verleend, omdat er voor dat werk voldoende prioriteitgenietend aanbod zal zijn.
    In geval van «zuivere dienstverlening» geldt de notificatieplicht. In die gevallen toetst het UWV WERKbedrijf niet op de arbeidsvoorwaarden.

  • Vraag 5
    Wat zijn de gevolgen voor de mogelijkheden, die de Arbeidsinspectie heeft om bij detacheringen van werknemers uit Roemenië of Bulgarije te controleren of de geldende arbeidsvoorwaarden worden nageleefd? Kunt u aangeven op grond van welke criteria de Arbeidsinspectie kan vaststellen of er sprake is van een legitieme detachering, dan wel een schijnconstructie, die is bedoeld om onder de Nederlandse normen te duiken?

    Zoals vermeld is bij vraag 2 wijzigt het beleid niet. De wijze waarop door de Arbeidsinspectie wordt geïnspecteerd wijzigt evenmin. De Arbeidsinspectie zal in het kader van het toezicht op naleving van de Wet arbeid vreemdelingen (hierna: Wav) en van de andere toepasselijke sociale regelgeving blijven controleren of geen ongeoorloofde constructies worden toegepast waarmee op oneigenlijke wijze toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt verkregen wordt en of de toepasselijke wetgeving wordt nageleefd.

  • Vraag 6
    Welke mogelijkheden ziet u om oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden vanuit EU-landen door detacheringsconstructies en (schijn)-zelfstandigheid tegen te gaan, in de situatie dat sprake is van volledig vrij verkeer van werknemers?

    Indien sprake is van volledig vrij verkeer van werknemers, bestaat voor werkgevers minder reden om gebruik te maken van schijnconstructies om de tewerkstellingsvergunningplicht te omzeilen. Wel moet worden voldaan aan de overige arbeidswetgeving, voor zover deze van toepassing is. Schijnzelfstandigheid vindt echter ook plaats om fiscale redenen, los van of er vrij werknemersverkeer geldt.

  • Vraag 7
    Bent u met ons van mening dat de discussie over een eerlijke concurrentie ook op Europees niveau gevoerd moet worden? Bent u bereid om u er op Europees niveau sterk voor te maken dat Nederland (net als Belgie: Limosa) ruimte krijgt om een meldplicht in te voeren voor uit het buitenland gedetacheerde werknemers en in het buitenland gevestigde/ingeschreven zelfstandige zonder personeel (zzp’ers) die in Nederland komen werken, zodat de Belastingdienst en het UWV beter kunnen controleren (bijv. op Verklaring arbeidsrelatie (VAR-verklaring) en E101-formulier voor afdracht sociale zekerheid) en de Inspectiediensten gerichter kunnen handhaven?

    Zoals aangegeven in mijn brief van 18 november, onderzoekt het kabinet of het in België gehanteerde systeem een bijdrage kan leveren aan de aanpak van schijnconstructies. Hierbij wordt ook betrokken dat dit systeem volgens de Europese Commissie in strijd is met het vrij verkeer van diensten in de EU.
    Ook wil ik bestaande registratieplichten voor EU-burgers, zoals de GBA en de registratie bij de IND, strakker handhaven, zoals ik heb aangegeven in mijn brief van 14 april 2011 De genoemde registraties raken een bredere groep dan alleen zelfstandigen.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2011Z20544
Volledige titel: Vragen van het lid Van Hijum (CDA) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het artikel «Boete kweker ingetrokken» (ingezonden 19 oktober 2011).
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20112012-738
Volledige titel: Vragen van het lid Van Hijum (CDA) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het artikel «Boete kweker ingetrokken» (ingezonden 19 oktober 2011).