Kamervraag 2011Z18233

Gesponsord onderzoek

Ingediend 22 september 2011
Beantwoord 26 oktober 2011 (na 34 dagen)
Indiener Jasper van Dijk (SP)
Beantwoord door Halbe Zijlstra (staatssecretaris onderwijs, cultuur en wetenschap) (VVD)
Onderwerpen onderwijs en wetenschap onderzoek en wetenschap voeding zorg en gezondheid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2011Z18233.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20112012-423.html
1. http://www.eenvandaag.nl/gezondheid/38634/is_gesponsord_onderzoek_nog_betrouwbaar
2. http://www.eenvandaag.nl/uploads/doc/PERSBERICHT%20zuivel-wur%20definitief_1.docx
3. Kamervragen Jasper van Dijk, 20-2-9, nummer1634
  • Vraag 1
    Heeft u kennisgenomen van het bericht dat stichting Wakker Dier een klacht indient tegen de Wageningen University (WUR), naar aanleiding van gesponsord onderzoek naar de invloed van melk op de gezondheid?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Wat is uw oordeel over de beschuldiging dat de WUR volgens stichting Wakker Dier fungeert als reclamebureau voor de zuivelindustrie, aangezien uit onderzoek zou blijken dat melk goed is tegen hart- en vaatziekten?2

    Het is niet aan mij te oordelen over de wetenschappelijke kwaliteit van onderzoek. Het is aan de wetenschappelijke gemeenschap om hierover uitspraken te doen.

  • Vraag 3
    Hoe oordeelt u over de steekproef van Wakker Dier onder 25 recente publicaties, waaruit blijkt dat de helft werd gefinancierd door de voedingsindustrie?

    Ik juich het toe wanneer publieke kennisinstellingen en bedrijven met elkaar samenwerken, hetzij op structurele basis in PPS-constructies, hetzij in de vorm van contractonderzoek. Ik vind ook dat bedrijven meer moeten investeren in R&D. Dat laatste streven wij na met het bedrijfslevenbeleid en het beleid voor de topsectoren. Ook belangrijk is dat belangenverstrengeling wordt voorkomen. Voor dit doel heeft de VSNU de Gedragscode voor Wetenschapsbeoefening ontwikkeld. Alle onderzoekers en wetenschappers weten waaraan zij zich te houden hebben.

  • Vraag 4
    Deelt u de mening dat het onaanvaardbaar is dat onderzoeksresultaten beïnvloed worden door belanghebbenden, omdat dit het vertrouwen in de wetenschap schaadt? Zo ja, wat onderneemt u hiertegen?

    Ik deel de mening dat beïnvloeding van onderzoeksresultaten door belanghebbenden niet aanvaardbaar is. Het risico hierop wordt bestreden met een aantal maatregelen. Om te beginnen de hierboven genoemde gedragscode van de VSNU. Een soortgelijke gedragscode is ontwikkeld door de NFU, de Nederlandse Federatie van Universitaire Medische Centra. De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen besteedt in haar publicaties aandacht aan de onafhankelijkheid van onderzoek en aan het vraagstuk van integriteit. Ook is bij de KNAW het LOWI ondergebracht, het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit. Hier kunnen vermoedens van inbreuken op de integriteit van wetenschappelijk onderzoek worden gemeld, waarna zij worden onderzocht. Openheid en openbaarheid zijn daarnaast belangrijk om belangenverstrengeling tegen te gaan (zie hiervoor het antwoord op vraag 5). Tot slot verwijs ik naar de Strategische Agenda Hoger Onderwijs, Onderzoek en Wetenschap, waarin ik heb aangekondigd aan de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen om advies te vragen over het vertrouwen in de wetenschap. Daarbij horen thema’s als integriteit en onafhankelijkheid van onderzoek.

  • Vraag 5
    Deelt u de mening dat er absolute transparantie moet bestaan over de financiering van onderzoek en de nevenfuncties van onderzoekers? Zo ja, hoe voldoet u aan deze eis?

    Transparantie vind ik belangrijk. Niet alleen vanwege eventuele risico’s van belangenverstrengeling, maar ook om inzicht te hebben in de mate waarin bedrijven en kennisinstellingen met elkaar samenwerken. In het antwoord op vraag 3 heb ik aangegeven dat intensivering van de samenwerking een belangrijk speerpunt in het beleid is. Dit geldt zowel voor het beleid voor hoger onderwijs en onderzoek als voor het bedrijfslevenbeleid en het beleid voor de economische topsectoren. De instellingen zelf zijn verantwoordelijk voor het openbaar maken van hun samenwerkingsrelaties, uiteraard binnen redelijke grenzen en zonder dat dit leidt tot hoge administratieve lasten.

  • Vraag 6
    Deelt u de mening van uw voorganger dat nevenfuncties van hoogleraren openbaar moeten zijn, door middel van een register? Zo ja, kunt u hiervan een geactualiseerd overzicht verschaffen?3

    Ik deel de opvatting dat nevenfuncties in principe openbaar moeten zijn. Instellingen moeten hierop echter uitzonderingen kunnen maken wanneer daarvoor zwaarwegende redenen zijn, zoals het belang van de bescherming van de veiligheid en persoonlijke levenssfeer van hun medewerkers. Zoals ik in het overleg over de Strategische Agenda Hoger Onderwijs, Onderzoek en Wetenschap op 26 september jongstleden heb aangegeven, zal ik de instellingen erop aanspreken hun gegevens op de website up-to-date te houden.

  • Vraag 7
    Bent u bereid heldere uitgangspunten rond transparantie en onafhankelijkheid met betrekking tot wetenschappelijk onderzoek onder de aandacht van universiteiten te brengen? Zo nee, wat onderneemt u als universiteiten de eigen gedragscode niet naleven?

    Ja, zie het antwoord op vraag 6.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2011Z18233
Volledige titel: Vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over gesponsord onderzoek (ingezonden 22 september 2011).
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20112012-423
Volledige titel: Vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over gesponsord onderzoek (ingezonden 22 september 2011).