Kamervraag 2010Z16275

Leerlingen die worden gedwongen te stoppen met hun opleiding vanwege een tekort aan leer-werkplekken

Ingediend 9 november 2010
Beantwoord 13 december 2010 (na 34 dagen)
Indieners Metin Çelik (PvdA), Tjeerd van Dekken (PvdA)
Beantwoord door Marja van Bijsterveldt (minister onderwijs, cultuur en wetenschap) (CDA)
Onderwerpen beroepsonderwijs onderwijs en wetenschap
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2010Z16275.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20102011-770.html
1. Dagblad van het Noorden, «Opleiding honderden scholieren in gevaar in het Noorden», 8 november 2010.
  • Vraag 1
    Heeft u kennisgenomen van het bericht «Opleiding honderden scholieren in gevaar in het Noorden»?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Is het waar dat in het Noorden van het land en in Overijssel ruim 350 mbo-scholieren mogelijk gedwongen met hun opleiding moeten stoppen, omdat zij grote moeite hebben met het vinden van een werk-leerplek bij een bedrijf?

    Nee.
    Op 5 november jl. bleken in totaal ca. 350 mbo-studenten in het noorden van het land (ca. 100 in Groningen, ca. 100 in Friesland en ca. 50 in Drenthe) en Overijssel (ca. 100) in oktober 2010 nog zoekende te zijn naar een bpv-plaats.
    Vervolgens zijn de regionale partijen (kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, mbo-instellingen en gemeenten) samen aan de slag gegaan om voor elk van deze jongeren alsnog een passende bpv-plaats te vinden.
    Al snel bleken deze activiteiten positieve resultaten op te leveren.
    Zo bleken in de regio Groningen medio november jl. nog maar vijftig van voornoemde mbo-studenten niet te beschikken over een bpv-plaats2. Op 30 november jl. berichtte de regionale projectleider mijn ministerie dat voor nagenoeg alle 100 mbo-studenten een oplossing naar tevredenheid is gevonden, veelal in de vorm van een passende bpv-plaats en in een enkel geval is er gekozen voor een andere opleiding.
    Uit de informatie van Colo volgt dat de inzet die de andere betrokken arbeidsmarktregio’s hebben geleverd ter bestrijding van de problematiek, een vergelijkbaar resultaat heeft opgeleverd.
    Door de sterk verbeterde regionale samenwerking en een intensievere inzet van voornoemde partijen zijn knelpunten rondom het aanbod aan bpv-plaatsen sneller dan voorheen in beeld en worden deze knelpunten vervolgens sneller opgelost.

  • Vraag 3
    Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat deze leerlingen overstappen naar een werk-leertraject waarbij ze vier dagen in de week naar school gaan en één dag in de week werken, omdat veel van deze leerlingen daarbij helemaal niet gebaat zijn ?

    Indien het niet mogelijk blijkt een toereikend aanbod aan bpv-plaatsen voor een bepaalde opleiding te realiseren, zal voor sommige studenten de overstap naar de bol-opleiding als enige mogelijkheid resteren om toch de opleiding af te ronden. De desbetreffende student kiest er dan bewust voor om de opleiding van voorkeur te vervolgen in de bol-variant, om zo in de toekomst toch het beroep van voorkeur te kunnen gaan uitoefenen.
    Dat laat onverlet dat er alles aan moet worden gedaan om te voorkomen dat jongeren die beter gedijen in een bbl-opleiding, noodgedwongen kiezen voor deze overstap. Uit de berichten die mij bereiken vanuit Colo, de MBO Raad en de regionale projectleiders jeugdwerkloosheid heb ik er alle vertrouwen in dat alle betrokken sectorale, regionale partijen zich daartoe maximaal inspannen.

  • Vraag 4
    Is het waar dat deze groep leerlingen bij gebrek aan een leerbaan nu hooguit twee dagen in de week naar school gaan en de rest van de week thuis zitten?

    Voor bbl-studenten die langere tijd niet beschikken over een bpv-plaats spannen de desbetreffende mbo-instellingen zich in om doordeweeks toch voldoende structuur te bieden aan deze jongeren. Zo spreiden mbo-instellingen de onderwijsuren voor deze opleidingen over meerdere ochtenden in de week, opdat jongeren niet dagenlang achter elkaar doelloos thuiszitten. Ingeval het leerplichtige bbl-studenten betreft, zetten mbo-instellingen extra in op een verhoging van het aantal onderwijsuren op de instelling zelf.

  • Vraag 5
    Kunt u aangeven in welke sectoren in het noorden van het land de problemen om een leerbaan te vinden het grootst zijn?

    Volgens de kenniscentra is het wat betreft de noordelijke provincies vooral in de sectoren bouw, techniek en transport & logistiek lastiger voor mbo-studenten om in crisistijd aan een leerbaan te komen.

  • Vraag 6
    Wat gaat u doen om deze problemen op te lossen, zodat deze mbo-scholieren verder kunnen met hun opleiding en kunnen gaan werken aan hun toekomst?

    Ingeval voor een bepaalde opleiding niet voldoende bpv-plaatsen beschikbaar zijn, spannen mbo-instellingen zich samen met kenniscentra en gemeenten intensief in om alsnog alle studenten aan een bpv-plaats te helpen.
    In eerste instantie wordt samen met de student gezocht naar een op de huidige opleiding toegesneden bpv-plaats, onder andere door de werving van extra bpv-plaatsen. Voor die studenten voor wie dat geen soelaas biedt, wordt een bpv-plaats van een aanverwante opleiding aangeboden waarmee de huidige opleiding kan worden afgerond. In zich daarvoor lenende gevallen wordt een bpv-plaats formatief opgevuld door twee studenten in plaats van één.
    Uit mijn antwoord op vraag 2 blijkt mijns inziens dat de huidige aanpak van tekorten aan bpv-plaatsen – het Stage- en Leerbanenoffensief van de kenniscentra en de regionale aanpak – effectief is. Dit komt mede doordat de branches crisismaatregelen hebben genomen, met inzet van middelen uit de O&O-fondsen, waarmee veel stageplaatsen en leerbanen voor mbo-studenten in crisistijd zijn behouden.

  • Vraag 7
    Zijn er in andere delen van het land soortgelijke problemen en kunt u aangeven in welke gebieden en in welke sectoren?

    Uit de Colo Barometer volgt juist dat het aanbod en de vraag naar bpv-plaatsen steeds beter in verhouding tot elkaar komen te staan. Naar verwachting van de kenniscentra is juist het zwaartepunt van de crisis voor de bpv-markt voorbij.
    Volgens de Colo Barometer van oktober jl. bezetten mbo-studenten op dit moment 343 983 bpv-plaatsen, tegenover slechts 309 225 bpv-plaatsen vorig jaar. Het aantal erkende leerbedrijven is op dit moment gestegen naar 214 300 leerbedrijven (een stijging van ca. 10% sinds aanvang van de economische crisis). Tevens laat voornoemde Colo Barometer zien dat het aantal opleidingen waarin zich knelpunten m.b.t. het aanbod aan bpv-plaatsen voordoen, wederom is gedaald ten opzichte van de voorgaande Colo Barometer.
    Ingeval er desondanks nog substantiële knelpunten optreden rondom het aanbod aan bpv-plaatsen, worden deze effectief bestreden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2010Z16275
Volledige titel: Vragen van de leden Çelik en Van Dekken (beiden PvdA) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over leerlingen die worden gedwongen te stoppen met hun opleiding vanwege een tekort aan leer-werkplekken (ingezonden 9 november 2010).
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20102011-770
Volledige titel: Vragen van de leden Çelik en Van Dekken (beiden PvdA) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over leerlingen die worden gedwongen te stoppen met hun opleiding vanwege een tekort aan leer-werkplekken (ingezonden 9 november 2010).