Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Algemene Rekenkamer over de brief van 20 mei 2026 inzake het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Asiel en Migratie (Kamerstuk 36 945 XX, nr. 2).
De Algemene Rekenkamer heeft deze vragen beantwoord bij brief van 9 juni 2026. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Peter de Groot
De griffier van de commissie, Burger
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Heeft de Rekenkamer kunnen vaststellen of in het verleden een actief besluit is genomen om de functionaliteit voor managementinformatie over (terrorisme)screenings niet te gebruiken, of is hier sprake van onbekendheid of capaciteitsgebrek binnen de organisatie?
Wij hebben niet kunnen vaststellen of er een actief besluit is geweest om de functionaliteit niet te gebruiken. Om te achterhalen wat de reden is geweest, verwijzen we u naar de verantwoordelijke Minister. Het is aan hem om deze vraag over de achterliggende redenen te beantwoorden omdat wij niet over deze informatie beschikken.
Vraag 2
Aan welke concrete criteria zou de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) moeten voldoen om de onvolkomenheid «beheersing beslistermijnen asielprocedure» als opgelost te kunnen aanmerken in het verantwoordingsonderzoek 2026 (of later), en acht de Rekenkamer dit haalbaar gegeven de verwachting dat het nog circa vijf jaar duurt om de voorraad weg te werken?
Om te bepalen of een onvolkomenheid is opgelost, zullen wij toetsen aan ons beoordelingskader interne beheersing, aan het normenkader voor verbeterplannen (zie onze website de toelichting over beoordelingskaders), en de aanbevelingen in ons Verantwoordingsonderzoek 2025 (blz. 47). Zaken waar wij aan zullen toetsen is het inzichtelijk maken van de productiviteit voor het aanpakken van achterstanden, de borging van het kwaliteitssysteem en het meten van de effecten van maatregelen op basis van managementinformatie door de IND.
Voor het wegwerken van de achterstanden hebben wij de IND gevraagd een plan van aanpak op te stellen met tijdslijnen en concrete acties.
Wij verwachten niet dat het onderdeel van de onvolkomenheid omtrent het inzichtelijk maken van de effectiviteit van de maatregelen door de IND op korte termijn zal worden opgelost. Wij zullen de vooruitgang in de bedrijfsvoering monitoren.
Vraag 3
Heeft de Rekenkamer kunnen vaststellen of de geconstateerde tekortkomingen in de prestatieverklaringen bij de IND ook gevolgen hebben gehad voor de inhoudelijke betrouwbaarheid van de financiële verantwoording, of beperkt het negatieve oordeel over het totaalbedrag voor de agentschappen zich tot de formele onvolledigheid van de prestatieverklaringen?
Wij oordelen positief over de betrouwbaarheid en ordelijkheid van de verantwoorde bedragen. Bijna alle totalen die wij hebben gecontroleerd, voldoen aan de wet- en regelgeving. Er is echter één grote uitzondering: het totale overzicht van de agentschappen. Bij de controle van dit onderdeel hebben we te veel fouten en onzekerheden gevonden. Het aantal fouten ligt daardoor hoger dan de tolerantiegrens voor de verantwoordingsstaat agentschappen. Dit komt vooral door fouten bij de inkoop van grote, rijksbrede contracten. De IND is verplicht om deze contracten te gebruiken, waardoor zij hier zelf geen invloed op hadden.
Vraag 4
Is de Rekenkamer voornemens de door haar gesignaleerde risico’s rond de invoering van het Asiel- en Migratiepact op 12 juni 2026 – met name de overgang van DISA-taken naar de IND en de screeningstaak – actief te monitoren in het verantwoordingsonderzoek 2026, en zo ja, welke indicatoren wil zij daarvoor hanteren?
De risico’s die gesignaleerd zijn rond de invoering van het Asiel- en Migratiepact voor wat betreft de keuze voor het wegwerken van achterstanden, zijn onderdeel van de onvolkomenheid. We hebben de Minister aanbevolen een concreet plan op te stellen. In het Verantwoordingsonderzoek 2026 zullen we onderzoeken wat de Minister met onze aanbeveling heeft gedaan. Daarbij zullen we toetsen aan de concrete aanwijzingen die wij hebben gegeven en aan het normenkader dat wij daarvoor gebruiken (zie ook het antwoord op vraag 2). Het onderzoek is achteraf. We raden de Kamer aan gebruik te maken van haar informatierecht.