Vastgesteld 21 mei 2026
De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen afdoende zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.
Inleiding
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel, het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk en de reactie daarop vanuit de regering. Deze leden hebben hierover op dit moment geen vragen.
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij hebben hierbij geen opmerkingen of vragen en kijken uit naar de verdere behandeling van het wetsvoorstel.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Deze leden hebben hierover een enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden kunnen zich goed vinden in de gekozen overheveling naar Rijkswet van het Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Deze leden hebben nog een aantal vragen.
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden hebben geen vragen.
Verhouding tot mensenrechtenverdragen
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat uitlevering niet is toegestaan wanneer niet voldoende is gewaarborgd dat een mogelijk op te leggen doodstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd. Deze leden zouden hierop graag een nadere toelichting ontvangen. Betekent dit dat uitlevering wel toegestaan is wanneer er een kans bestaat dat een doodstraf wordt opgelegd? Waarom wordt de doodstrafexceptie niet dusdanig aangepast dat in geval dat de doodstraf kan worden opgelegd uitlevering niet toegestaan is? Bestaat anders niet het risico dat een latere administratie in het betreffende derde land alsnog een opgelegde doodstraf ten uitvoer legt? Zou het daarom derhalve niet logisch zijn om ten principale niet uit te leveren als een doodstraf kan worden opgelegd?
Adviezen
De leden van de CDA-fractie lezen dat de opmerkingen van de Orde van Advocaten van Curaçao (OvA) hebben geleid tot verschillende aanvullingen en verduidelijkingen in het artikelsgewijze deel van de memorie van toelichting. In de reflectie op de opmerkingen van de OvA missen deze leden echter een reflectie op het door hen aangedragen grootste zorgpunt, te weten de positie van de gouverneur. Deze leden vragen of er een reactie kan komen op de zorgen van de OvA rondom de positie van de gouverneur en daarbij specifiek ook kan ingaan op de mogelijkheid tot onderhandelingen aanknopen met andere staten, het niet-zijn van een politieke functionaris, de opgeworpen vraag of er voldoende ondersteuning voor de gouverneur beschikbaar is in het besluitvormingsproces omtrent uitlevering en het geschetste «conflict of interest» bij de positie van het openbaar ministerie.
De voorzitter van de commissie, Biekman
De griffier van de commissie, Hessing-Puts