Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 augustus 2026
In Kamerbrief «Toekomst samenwerking met maatschappelijke organisaties in ontwikkelingshulp» van 11 november 2024 (Kamerstuk 36 600 XVII, nr. 13) is door toenmalig Minister Klever een onderzoek aangekondigd naar de invoering van een hoger financieel drempelcriterium voor maatschappelijke organisaties die subsidie wensen te ontvangen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Een dergelijke verhoging zou leiden tot grotere financiële onafhankelijkheid van deze organisaties.
In deze brief deel ik met uw Kamer de uitkomsten van dat onderzoek, uitgevoerd door de Radboud Universiteit en mijn reactie daarop.
De hoofdconclusie van het onderzoek is dat het invoeren van een hoger financieel drempelcriterium niet aan te raden is. Op dit moment wordt bij een deel van de subsidieaanvragen als criterium gehanteerd dat organisaties minstens 25% van hun totale inkomsten van andere partijen dan BZ moeten ontvangen. Verhoging van dit percentage naar bijvoorbeeld 50% leidt tot een verdrievoudiging van het aantal uitgesloten organisaties en verdringing van Nederlandse en zuidelijke organisaties door internationale ngo’s. Dit slaat gaten in het Nederlandse ngo-«ecosysteem» en gaat in tegen het principe van het vergroten van eigenaarschap bij organisaties in het mondiale Zuiden.
Bovenstaande uitkomsten zijn voor mij aanleiding om niet over te gaan tot invoering van een financieel drempelcriterium van 50% voor maatschappelijke organisaties die BZ-subsidies wensen te ontvangen.
Het advies om met maatschappelijke organisaties te spreken over het diversifiëren van hun inkomsten, uit oogpunt van financiële weerbaarheid, is al gebruik binnen het ministerie en dit wordt dan ook voortgezet. Het advies om het financiële drempelcriterium van het beleidskader Focus te evalueren, wordt meegenomen in de voorgenomen tussentijdse evaluatie van dat kader.
Ook het advies om in samenspraak met maatschappelijke organisaties de relatie tussen BZ en deze organisaties verder in te vullen neem ik over. Maatschappelijke organisaties zijn belangrijke partners van het ministerie. Een sterk maatschappelijk middenveld is namelijk essentieel voor effectieve ontwikkelingssamenwerking en voor de bescherming en bevordering van mensenrechten en democratie. Op een recente bijeenkomst met vertegenwoordigers van 60 maatschappelijke organisaties noemde ik reeds het grote belang dat ik hecht aan de verschillende rollen die maatschappelijke organisaties spelen in een democratische rechtsorde. In mijn Kamerbrief van 23 maart 2026 (Kamerstuk 36 800 XVII, nr. 67) benadrukte ik specifiek het belang van de rol van pleitbezorger en beleidsbeïnvloeder.
Het eindrapport ven het onderzoek van de Radboud Universiteit wordt gelijktijdig met deze brief aan uw Kamer aangeboden.
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.W. Sjoerdsma