Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 maart 2026
Tijdens de begrotingsbehandeling SZW op 19 maart 2026 heb ik toegezegd een brief te sturen naar aanleiding van de appreciatie van de amendementen 23, 24 en 25 van het lid Dijk (SP)1. De indiener stelt dekking voor binnen artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet, door te besparen op handhaving, sanctionering en terugvordering. Fraudeonderzoeken en terugvorderingen met een lage financiële omvang en bij sancties die voortkomen uit niet-opzettelijke fouten, zouden moeten worden geschrapt.
Middelen voor handhaving binnen de Participatiewet staan echter niet op de begroting van Sociale Zaken Werkgelegenheid, maar zijn onderdeel van het gemeentefonds. Deze besparing kan daarom niet worden verwerkt in de begrotingsstaat van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het budget dat wel op artikel 2 staat gereserveerd voor de Participatiewet is bedoeld voor de uitkeringen en deze uitgaven zijn 100% juridisch verplicht.
Hieraan voeg ik toe dat handhaving (van de Participatiewet) gericht is op het herstellen van de rechtmatige situatie. Dit is van belang voor het maatschappelijk draagvlak en om het stelsel toekomstbestendig en betaalbaar te houden. Het gaat niet alleen om repressieve sanctionering, maar juist ook om het herstellen van fouten en zo te zorgen dat iedere betrokkene krijgt waar hij of zij recht op heeft. Dat geldt ongeacht de aard en omvang van de zaak. Daarnaast is vooraf niet zomaar vast te stellen of er sprake is van een zaak met lage financiële omvang of van niet-opzettelijke fouten; daar is gedegen onderzoek voor nodig. Handhaving moet dan ook door gemeenten niet gezien worden als een manier om inkomsten te verwerven. Dit is in de aanbevelingen van de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en dienstverlening nogmaals expliciet gemaakt.2
Op 23 maart 2026 heeft de indiener de dekking van de betreffende amendementen gewijzigd. De indiener stelt in de gewijzigde amendementen 103, 104 en 1053 dekking binnen artikel 99 voor. Ik wijs erop dat de middelen op artikel 99 reeds gereserveerd zijn voor andere beleidsdoelen. Het inzetten van deze middelen als dekking gaat dus ten koste van deze beleidsvoornemens.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief