Voorgesteld 29 januari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat volgens artikel 10, lid 2 van het Wetboek van Strafrecht de minimale duur van een gevangenisstraf één dag is;
constaterende dat de minimale duur van een gevangenisstraf in Duitsland één maand bedraagt;
overwegende dat zeer korte gevangenisstraffen vaak zinloos zijn en geen recht doen aan het leed van slachtoffers;
verzoekt de regering een voorstel in te dienen om de minimale duur van een gevangenisstraf, naar Duits voorbeeld, te verhogen naar één maand,
en gaat over tot de orde van de dag.
Emiel van Dijk