Voorgesteld 29 januari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit de eerste integrale evaluatie van de wet-Mulder blijkt dat verkeersboetes disproportioneel hoog zijn en de overheid moet stoppen met het verhogen van verkeersboetes en eerdere stijgingen moet terugdraaien;
overwegende dat kleine verkeersovertredingen in disproportionele mate belanden bij mensen met lage inkomens en al heel snel kunnen leiden tot grote financiële problemen, zonder dat daar effectieve rechtsbescherming wordt geboden;
verzoekt de regering, met het oog op de bescherming van de juridische en financiële positie van burgers, met concrete voorstellen te komen voor hoe de uitkomsten van het evaluatieonderzoek zullen worden meegenomen in het opnieuw vaststellen van de hoogte van boetes,
en gaat over tot de orde van de dag.
Abdi
Straatman
Struijs
Dobbe
Diederik van Dijk
Bikker
Coenradie