Ontvangen 1 juli 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel F, onder 2, wordt in het voorgestelde vierde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».
II
In artikel II, onderdeel F, onder 2, wordt in het voorgestelde vierde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».
III
In artikel III, onderdeel F, onder 2, wordt in het voorgestelde vierde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».
IV
In artikel IV, onderdeel J, onder 4, wordt in het voorgestelde negende lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».
V
In artikel V, onderdeel F, onder 3, wordt in het voorgestelde achtste lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».
VI
In artikel VI, onderdeel F, onder 3, wordt in het voorgestelde vierde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».
VII
In artikel VII, onderdeel G, onder 3, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».
VIII
In artikel IX, onderdeel I, onder 3, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».
IX
In artikel X, onderdeel C, onder 3, wordt in het voorgestelde vierde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».
X
In artikel X, onderdeel P, onder 3, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».
XI
In artikel XI, onderdeel E, onder 4, wordt in het voorgestelde achtste lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».
XII
In artikel XII, onderdeel F, onder 4, wordt in het voorgestelde achtste lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».
XIII
In artikel XIII, onderdeel I, onder 3, wordt in het voorgestelde derde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».
XIV
In artikel XIV, onderdeel I, onder 3, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».
XV
In artikel XVI, onderdeel B, onder 3, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».
XVI
In artikel XVII, onderdeel E, onder 3, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».
Dit amendement strekt ertoe het criterium «redelijkerwijs duidelijk» nader te verduidelijken door te bepalen dat slechts sprake kan zijn van terugvordering indien het voor de betrokkene redelijkerwijs kenbaar en begrijpelijk was dat de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag werd verstrekt. Daarvan is slechts sprake indien dit voor de betrokkene voldoende kenbaar en begrijpelijk was.
In dit kader is van belang dat in Nederland circa 3 miljoen mensen moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen, wat neerkomt op ongeveer één op de vijf volwassenen. Laaggeletterdheid gaat bovendien in veel gevallen gepaard met beperkte digitale vaardigheden en moeite met het begrijpen van overheidscommunicatie. Dit betekent dat voor een aanzienlijke groep burgers niet zonder meer kan worden verondersteld dat zij de door de overheid verstrekte informatie begrijpen of kunnen doorgronden.
De huidige formulering laat aanzienlijke beoordelingsruimte, doordat zij uitgaat van wat een betrokkene had kunnen weten. Dit kan in de praktijk leiden tot uiteenlopende interpretaties en daarmee tot verschillen in toepassing. Door de norm te concretiseren wordt beter geborgd dat niet wordt uitgegaan van een abstracte veronderstelling van kennis, maar van wat voor de betrokkene voldoende kenbaar en begrijpelijk was.
Met deze aanscherping worden de voorspelbaarheid en rechtszekerheid vergroot en wordt beter aangesloten bij het uitgangspunt van het wetsvoorstel dat de menselijke maat centraal staat. Daarbij wordt de verantwoordelijkheid evenwichtiger verdeeld, doordat van het bestuursorgaan verwacht mag worden dat relevante informatie op een duidelijke, kenbare en begrijpelijke wijze aan de betrokkene is verstrekt.
Ergin