Ontvangen 2 juni 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel D, wordt in het voorgestelde artikel 4c1, derde lid, na onderdeel b een onderdeel ingevoegd, luidende:
ba. of sprake is van een veiligheidsincident waarbij onderscheid is gemaakt op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat;
II
In artikel II, onderdeel D, wordt in het voorgestelde artikel 6b, derde lid, na onderdeel b een onderdeel ingevoegd, luidende:
ba. of sprake is van een veiligheidsincident waarbij onderscheid is gemaakt op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat;
III
In artikel III, onderdeel D, wordt in het voorgestelde artikel 5a1, derde lid, na onderdeel b een onderdeel ingevoegd, luidende:
ba. of sprake is van een veiligheidsincident waarbij onderscheid is gemaakt op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat;
IV
In artikel IV, onderdeel G, wordt in het voorgestelde artikel 3.40a, derde lid, na onderdeel b een onderdeel ingevoegd, luidende:
ba. of sprake is van een veiligheidsincident waarbij onderscheid is gemaakt op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat;
Dit amendement regelt dat bij de registratie van veiligheidsincidenten tevens wordt vastgelegd of het incident een discriminatoir karakter had op gronden zoals bedoeld in de Wet Gelijke Behandeling. De indieners achten dit van belang omdat discriminatie, in welke vorm dan ook, een grote impact kan hebben op de veiligheid en het welzijn van leerlingen, studenten en onderwijspersoneel. Juist kwetsbare groepen kunnen hierdoor structureel te maken krijgen met onveiligheid, ook wanneer afzonderlijke incidenten op zichzelf niet direct als patroon worden herkend. Door bij elk veiligheidsincident vast te leggen of het incident een discriminatoir karakter had, ontstaat beter zicht op de aard en omvang van discriminatoire onveiligheid binnen onderwijsinstellingen. Dit helpt scholen, medezeggenschapsorganen, toezichthouders en de overheid om gerichter maatregelen te nemen, patronen te signaleren en de veiligheid van kwetsbare groepen beter te waarborgen.
Daardoor wordt met dit amendement het veiligheidsbeleid versterkt en bevorderd dat iedere leerling en student zich vrij en veilig kan ontwikkelen, ongeacht afkomst, religie, beperking, seksuele gerichtheid, genderidentiteit of andere persoonskenmerken.
Rooderkerk Ergin