Kamerstuk 36748-31

Amendement van het lid Grinwis over het verhogen van het heffingsvrij resultaat en het verlagen van de grens van de eerste schijf in de Successiewet

Dossier: Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)

Gepubliceerd: 3 februari 2026
Indiener(s): Pieter Grinwis (CU)
Onderwerpen: belasting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36748-31.html
ID: 36748-31

19,3 %
80,7 %

PvdD

SGP

50PLUS

DENK

Volt

GroenLinks-PvdA

JA21

SP

FVD

PVV

CU

VVD

D66

BBB

Groep Markuszower

CDA


Nr. 31 AMENDEMENT VAN HET LID GRINWIS

Ontvangen 3 februari 2026

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel R, wordt in het voorgestelde artikel 5.40 «€ 1.800» vervangen door «€ 2.000».

II

Na artikel IV wordt een artikel ingevoegd. Luidende:

ARTIKEL IVA

In artikel 24, eerste lid, van de Successiewet 1956 worden de in de tarieftabel genoemde bedragen telkens verminderd met 40.000 euro.

Toelichting

Dit amendement regelt dat het heffingsvrij resultaat wordt verhoogd met € 200, van € 1.800 naar € 2.000. Dit betekent dat huishoudens met relatief lage vermogenswinsten in deze bandbreedte niet belastingplichtig zijn in box 3, wat uitvoeringstechnische voordelen biedt. Indiener acht deze verhoging niet meer dan redelijk, zeker als je € 2.000 vergelijkt met het jarenlang in box 3 gehanteerde veronderstelde rendement van 4%. Bij dat rendement komt € 1.800 overeen met € 45.000 aan heffingvrij vermogen en € 2.000 met € 50.000, terwijl het heffingvrij vermogen in 2026 al € 59.357 per persoon is. Dekking wordt gevonden in de verlaging van de eerste schijf van de schenk- en erfbelasting met € 40.000 per 1-1-2028.

Grinwis