Ontvangen 3 februari 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel I, onderdeel R, wordt in het voorgestelde artikel 5.15, tweede lid, «de gehele of nagenoeg gehele periode in het» vervangen door «ten minste 300 dagen van het».
Dit amendement regelt dat verhuurders die op basis van de huurinkomsten worden belast langer de tijd hebben voordat een woning die leegstaat (bijvoorbeeld na het vertrek van een huurder) in het regime voor gemengd gebruik terechtkomt. Dit schept meer ruimte voor verhuurders om een woning te renoveren en/of te verduurzamen. Indiener beoogt hiermee het voor verhuurders van sociaal en anderszins betaalbaar verhuurde woningen makkelijker te maken om de woning te verbouwen en te verduurzamen. In de Wet werkelijk rendement box 3 geldt deze uitzondering nu wanneer «nagenoeg de gehele periode in het kalenderjaar» de woning verhuurd is. Zoals volgt uit de memorie van toelichting (p. 94) wordt met «nagenoeg de gehele periode» 90% van een kalenderjaar bedoeld, ofwel 328 dagen. Dit levert met name voor sociaal als anderszins betaalbaar verhuurde woningen het risico op dat een verbouwing net iets langer in beslag neemt dan deze vrijgestelde periode van 37 dagen (365 minus 328). En zeker voor betaalbaar verhuurde woningen met een relatief hoge WOZ-waarde kan dat nadelig uitpakken. Om deze reden verruimt indiener deze periode met een kleine maand tot 300 dagen per jaar.
Grinwis