Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 19 januari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in het voorgestelde box 3-stelsel het eigen gebruik van onroerende zaken forfaitair wordt belast tegen 3,35% van de WOZ-waarde, uitgaande van een volledig jaar;
overwegende dat dit kan leiden tot belastingheffing over een voordeel dat niet of slechts gedeeltelijk is genoten, met name bij vakantiewoningen met een deels consumptief karakter;
overwegende dat de WOZ-waarde een onvolmaakte grondslag vormt en de voorgestelde systematiek juridisch kwetsbaar is;
verzoekt de regering uit te werken of het mogelijk is een uitvoerbare tegenbewijsregeling op te nemen voor het werkelijke voordeel van eigen gebruik van onroerende zaken;
verzoekt de regering tevens een tegenbewijsregeling voor de openingsbalanswaarde van vastgoed in box 3 uit te werken,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van Eijk
Stoffer
Grinwis