Gepubliceerd: 18 juni 2026
Indiener(s): Mirjam Sterk (CDA)
Onderwerpen: organisatie en beleid sociale zekerheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36713-10.html
ID: 36713-10

Nr. 10 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 juni 2026

Op 8 april jl. ontving ik vanuit de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport het verzoek om een brief waarin wordt aangegeven hoe het voorstel van wet vervanging abonnementstarief Wmo 2015 zich verhoudt tot de in het coalitieakkoord opgenomen beleidsmaatregelen/plannen en het tijdpad terzake. Dit wetsvoorstel beoogt de invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb) op grond van de Wmo 2015, ter vervanging van het huidige abonnementstarief.1

De invoering van de ivb wordt voorzien per 2028.2 Dat is voorafgaand aan een aantal andere in het coalitieakkoord genoemde maatregelen. Invoering van de ivb per 2028 is nodig omdat de druk op de maatschappelijke ondersteuning een urgent vraagstuk is. Zoals blijkt uit de memorie van toelichting3 bij het bovengenoemde wetsvoorstel, zorgen de dubbele vergrijzing en krapte op de arbeidsmarkt tot toenemende druk op de Wmo 2015. Het abonnementstarief versterkt die druk en heeft geleid tot hogere kosten voor gemeenten, lokale bezuinigingen binnen het sociaal domein en wachtlijsten.4 Juist de burgers die het meest kwetsbaar zijn, worden hierdoor het hardst geraakt: burgers die niet zelf of met behulp van naasten kunnen voorzien in de ondersteuning die zij nodig hebben en hiervoor dus afhankelijk zijn van de Wmo 2015. Met de invoering van de ivb neemt het kabinet een maatregel die noodzakelijk is om deze problematiek op zo kort mogelijke termijn aan te pakken.In verband met de termijn van negen maanden die nodig is voor een zorgvuldige implementatie van de ivb, is de beoogde datum van publicatie van de wetswijziging uiterlijk 1 april 2027.

Wat betreft de in het coalitieakkoord opgenomen beleidsmaatregelen/plannen zijn de analyses relevant die worden uitgevoerd n.a.v. de motie Stoffer c.s.5 over de effecten (op o.a. het besteedbaar inkomen) van de stapeling van coalitieakkoordmaatregelen met enkele reeds eerder voorgenomen maatregelen, waaronder de invoering van de ivb. Het kabinet is zich ervan bewust dat er zorgen bestaan over de stapeling van de voorgenomen maatregelen. Het kabinet heeft in reactie op de motie Stoffer c.s. en de motie Lahlah c.s.6 toegezegd om het effect van de verschillende maatregelen op het besteedbaar inkomen in kaart te brengen. In de procesbrief7 heeft het kabinet aangegeven de uitkomsten van deze analyse voor de zomer naar de Kamer te sturen. De analyse is echter complex en vergt meer tijd. Het kabinet is voornemens de uitkomsten van de analyse in augustus in bredere samenhang te bezien. Vervolgens zal het kabinet een integrale weging maken hoe de enveloppe tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken (CA 33) het beste ingezet kan worden. Over de uitkomsten van deze analyse, de invulling van de motie Stoffer c.s. en de motie Lahlah c.s. en de inzet van de enveloppe zal het kabinet de Kamer na de zomer informeren.

In het vertrouwen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd,

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk