Ontvangen 13 april 2026
Ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
In artikel I, onderdeel O, wordt na subonderdeel 2 een subonderdeel ingevoegd, luidende:
2a. Aan het eerste lid (nieuw) wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
i. een embryo tot stand te brengen met gebruikmaking van cellen die zijn verkregen bij de afbreking van een zwangerschap.
Uit de nota naar aanleiding van het verslag blijkt dat, voor zover de regering bekend, in Nederland geen embryoachtige structuren (ELS) tot stand worden gebracht met gebruik van geslachtscellen of embryo’s die verkregen zijn na abortus. Het ligt volgens de nota «om wetenschappelijke redenen niet voor de hand om deze cellen direct te gebruiken om ELS tot stand te brengen». Deze mogelijkheid wordt echter ook niet expliciet verboden, noch in de Embryowet, noch in de Wet foetaal weefsel. Om uit te sluiten dat dit in de toekomst mogelijk toch gebeurt, verbiedt dit amendement expliciet het tot stand brengen van ELS met geslachtscellen en embryo’s die verkregen zijn na abortus op grond van de Wet foetaal weefsel.
D. van Dijk Bikker