Gepubliceerd: 24 november 2023
Indiener(s): Robbert Dijkgraaf (minister onderwijs, cultuur en wetenschap) (D66)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36470-VIII-2.html
ID: 36470-VIII-2

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Vergaderjaar 2023‒2024

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2023 wijzigingen aan te brengen in:

  • 1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • 2. de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,RobbertDijkgraaf

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,MariëllePaul

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

In deze Tweede Suppletoire Begroting van het Ministerie van OCW zijn de effecten van besluiten van het kabinet over de Najaarsnota verwerkt. Deze suppletoire wet moet dan ook in samenhang worden bezien met de Najaarsnota.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs is verantwoordelijk voor Artikel 1 (primair onderwijs), Artikel 3 (voortgezet onderwijs), Artikel 9 (arbeidsmarkt- en personeelsbeleid) en Leven Lang Ontwikkelen. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is verantwoordelijk voor de overige artikelen. De verdeling van de beleidsterreinen tussen de Ministers en de Staatssecretaris is vastgelegd in de portefeuilleverdeling van Kabinet Rutte IV.

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een algemeen deel en een artikelsgewijs deel. Het algemeen deel bevat een overzicht van de belangrijkste suppletoire mutaties op de OCW-begroting (paragraaf 2.1) en een overzicht van de coronamaatregelen (paragraaf 2.2). Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Tabel 1 Ondergrenzen conform Rijksbegrotingsvoorschriften

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1.000

5

10

=> 1.000

10

20

De toelichtingen op de uitgaven gelden ook voor de verplichtingen. Alleen indien er sprake is van een groot verschil van de verplichtingenmutaties ten opzichte van de uitgavenmutaties, wordt dit verschil apart toegelicht. Deze verschillen ontstaan bijvoorbeeld doordat er verplichtingen zijn aangegaan die niet tot een uitgavenmutatie leiden (zoals het aangaan van garantieverplichtingen in het kader van schatkistbankieren) of door regelingen waarvoor de verplichtingen dit jaar worden aangegaan terwijl de uitgaven pas volgend jaar (of in de jaren daarna) plaatsvinden.

Met het oog op het budgetrecht worden uitvoeringsmutaties zoveel mogelijk in de Tweede Suppletoire Begroting verwerkt. Er doen zich in de laatste maanden van het jaar echter ook nog mutaties voor, bijvoorbeeld in de (garantie)verplichtingen. De Tweede Kamer wordt hierover in een aparte brief geïnformeerd en de mutaties worden bij Slotwet verwerkt.

2 Het beleid

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 2 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2023 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Artikelnr.

Uitgaven

Stand vastgestelde begroting 2023

 

56.501.427

Stand suppletoire begroting prinsjesdag 2023

 

57.050.109

Belangrijkste suppletoire mutaties:

  

1)

Saldo mee- en tegenvallers

diverse

‒ 201.285

2)

Covid-19

1,3,4,7

‒ 21.511

3)

Openstaande verplichtingen

diverse

‒ 18.981

4)

Niet-plafondrelevante mutaties

11

‒ 710.000

5)

In-/extensivering

1,6,7,9

‒ 13.500

6)

Desalderingen

1,4,14,95

4.776

7)

Overige mutaties

diverse

‒ 22.255

 

Stand 2e suppletoire begroting 2023

 

56.067.353

Toelichting

1. Saldo mee- en tegenvallers

Er is per saldo een meevaller op de OCW-begroting van € 201,3 miljoen. Hieronder worden enkele mee- en tegenvallers toegelicht:

    • In het primair onderwijs bedraagt de totale meevaller € 14,5 miljoen. Dit komt met name door een meevaller van € 12,0 miljoen door minder aanvragen op de subsidieregeling energiecompensatie scholen funderend onderwijs.

    • In het voortgezet onderwijs bedraagt de totale meevaller € 130,8 miljoen. Dit komt met name door een meevaller van € 47,1 miljoen op de subsidieregeling van het programma Maatschappelijke Diensttijd en een meevaller van

      € 16,4 miljoen door minder aanvragen op de subsidieregeling heterogene brugklassen.

    • In het middelbaar beroepsonderwijs bedraagt de per saldo meevaller € 8,9 miljoen. Dit wordt met name veroorzaakt door een meevaller van € 6,7 miljoen op de nieuwe regeling doorstroom beroepskolom. Door het opstartjaar zijn er in 2023 minder aanvragen gedaan dan geraamd.

    • Op de studiefinanciering is er een per saldo tegenvaller van € 15,0 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door een meevaller van € 25,0 miljoen als gevolg van een bijstelling van de ramingen op de aanvullende beurs en meerderjarige scholieren op basis van de verstrekte gegevens van DUO. Daarnaast is er een tegenvaller van € 40,0 miljoen die veroorzaakt wordt door een bijstelling van de ramingen op de reisvoorzieningen.

  • Binnen cultuur bedraagt de totale meevaller € 25,4 miljoen. Deze wordt met name veroorzaakt door een meevaller van € 15,7 miljoen op het programma leesbevordering bij de bibliotheek op school, wat onderdeel is van het masterplan basisvaardigheden.

  • Binnen de apparaatskosten bedraagt de totale meevaller € 12,1 miljoen. Deze wordt veroorzaakt door een meevaller op de middelen die voor apparaats- en uitvoeringskosten zijn gereserveerd uit de coalitieakkoord-middelen. Als gevolg van de krappe arbeidsmarkt én door de gefaseerde aanname van personeel ontstaat voor dit jaar deze meevaller.

2. Covid-19

Het kabinet heeft als gevolg van de uitbraak van het coronavirus extra middelen toegevoegd aan de OCW-begroting voor onder andere 2023. Veel van deze regelingen zijn vanwege urgentie aan de ruime kant geraamd, om te voorkomen dat het budget niet toereikend zou blijken voor de getroffen maatregelen. In totaal is er in 2023 € 21,5 miljoen van de coronamiddelen niet gebruikt. Dit komt onder andere door een meevaller van € 9,0 miljoen op  het opdrachtenbudget van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) en een meevaller van € 4,6 miljoen op het budget van de zelftesten. Deze middelen worden conform afspraak teruggestort aan Financiën.

3. Openstaande verplichtingen

Op diverse artikelen zijn er verplichtingen die niet meer in 2023 tot uitgaven zullen leiden maar wel in 2024. Het budget valt daarom voor 2023 lager uit. Het gaat hier in totaal om € 19,0 miljoen. Dit saldo bevat met name openstaande verplichtingen op NGF-projecten, zoals de Einsteintelescoop, het Programma Leeroverzicht, LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden en zelfdenkende moleculen.

4. Niet-plafondrelevante mutaties

De niet-plafondrelevante mutaties ter hoogte van € 710,0 miljoen hebben betrekking op de studiefinanciering. Dit betreft voornamelijk de bijstelling op de rentedragende leningen van € 500,0 miljoen, en de bijstellingen op de aanvullende beurs, de basisbeurs en de reisvoorzieningen om aan te sluiten op de actuele realisatiecijfers van DUO.

5. In- en extensiveringen

Het saldo van de in- en extensiveringen bedraagt € 13,5 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door een extensivering van € 7,5 miljoen op de experimenteerregeling voor onderwijszorgarrangement en een extensivering van € 6,0 miljoen op de pilots voor het programma ‘Jonge Kind’.

6. Desalderingen

De desalderingen hebben betrekking op de uitgaven en ontvangsten. De grootste desaldering binnen dit bedrag betreft een toevoeging aan de begrotingsreserve schatkistbankieren van € 1,9 miljoen.

7. Overige mutaties

Het saldo van de overige mutaties bestaat uit verschillende mutaties. Hierin zitten met name interdepartementale overboekingen. De hoogste overboeking betreft een overboeking met het Provinciefonds van € 15,0 miljoen voor bekostiging van de monumentenzorg. De overig hoogste overboekingen zijn ook toegelicht bij de diverse artikelen.

Tabel 3 Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2023 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Artikelnr.

Ontvangsten

Stand vastgestelde begroting 2023

 

1.868.865

Stand suppletoire begroting prinsjesdag 2023

 

1.869.380

Belangrijkste suppletoire mutaties:

  

1)

Covid-19

6,7,11

7.086

2)

Saldo mee- en tegenvallers

Diverse

‒ 3.839

3)

Desalderingen

Diverse

4.776

Stand 2e suppletoire begroting 2023

 

1.877.403

Toelichting

1. Covid

Als gevolg van de uitbraak van het coronavirus zijn in eerdere jaren extra middelen toegevoegd aan de OCW-begroting. Indien deze niet tot realisatie komen, worden deze teruggestort. Dit bedrag bestaat met name uit een terugstorting van de verstrekte bijdragen voor coronabanen in het onderwijs. Het betreft in totaal € 6,9 miljoen, waarvan € 3,8 miljoen wordt teruggestort door de universiteiten en € 3,1 miljoen door de hogescholen.

2.Saldo mee- en tegenvallers

Het saldo mee- en tegenvallers wordt mede veroorzaakt door een tegenvaller op de ontvangsten van het lesgeld van € 15,0 miljoen. Daarnaast is er is een restant van € 6,7 miljoen van het Nationaal Archief op de balanspost huisvesting RHC's (Regionale Historische Centra). Bij de invoering van het nieuwe archiefstelsel zijn er middelen gereserveerd voor de huisvesting van de RHC’s. Hiervan is een deel niet nodig gebleken. Deze middelen worden afgerekend en teruggeboekt naar de begroting van OCW.

3. Desalderingen

De desalderingen hebben betrekking op de uitgaven en ontvangsten. De grootste desaldering binnen dit bedrag betreft een toevoeging aan de begrotingsreserve schatkistbankieren van € 1,9 miljoen.

2.2 Overzicht Coronamaatregelen

De jaren 2020, 2021 en 2022 zijn voor een belangrijk deel getekend door de coronacrisis. Het kabinet heeft diverse (nood)maatregelen genomen om de crisis het hoofd te bieden. Deze paragraaf geeft een overzicht van de maatregelen die op de begroting van het Ministerie van OCW zijn genomen.

Tabel 4 Extracomptabele tabel overzicht Coronamaatregelen (bedragen x € 1 miljoen)

Tabel Extracomptabele tabel overzicht Coronamaatregelen (bedragen x € 1 miljoen)

   

Maatregel

Verplichtingen 2023

Uitgaven 2023

Relevante Kamerstukken

Nationaal Programma Onderwijs

1.257,5

1.499,1

(Kamerstukken II 2020/21, 35570 VIII, nr. 185), (Kamerstukken II 2022/23, 36250 VIII, nr. 2)

Aanpak van de Jeugdwerkloosheid

9,6

9,6

(Kamerstukken II 2020/21, 35682, nr. 2), Kamerstukken II 2021/22, 36120 VIII, nr. 2

Ventilatie

129,5

127,7

(Kamerstukken II 2021/22, 36022 VIII, nr. 2), (Kamerstukken 2021/22, 36082 VIII, nr. 2)

Zelftesten

1,7

1,7

(Kamerstukken II 2020/21, 35739, nr. 2), (Kamerstukken II 2020/21, 35806, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 36022 VIII, nr. 2)

Nationaal Programma Onderwijs

In de Kamerbrief over Nationaal Programma Onderwijs: steunprogramma voor herstel en perspectief (Kamerstukken II 2020/21, 35570, nr. 185) is vermeld dat er voor € 8,5 miljard wordt geïnvesteerd in het gehele onderwijs. Het doel hiervan is om leerlingen en studenten te helpen hun gaven en talenten tot bloei te brengen, ondanks de coronacrisis en de gevolgen daarvan voor het onderwijs. Bij de start van het NP Onderwijs is aangegeven dat het de bedoeling is dat scholen de extra middelen besteden in de schooljaren 2021/2022 en 2022/2023. Per brief van 25 februari 2022 over Bijsturing NP Onderwijs: verdeling middelen en verlenging van de bestedingstermijn (Kamerstukken 2021/2022, 35925, nr 155) is aangegeven dat scholen de middelen die zij ontvangen voor schooljaar 2022/2023 ook in schooljaar 2023/2024 en in schooljaar 2024/2025 kunnen besteden aan de interventies van de menukaart. Daarom zijn er middelen naar 2023 tot en met 2025 geschoven, zodat de ondersteuning aan scholen en de monitoring gedurende de gehele looptijd van het NP Onderwijs in stand kan worden gehouden.

Aanpak van de jeugdwerkloosheid

Het kabinet heeft besloten om te investeren in loopbaangesprekken met kwetsbare jongeren, om hiermee de kans op werkloosheid te verkleinen.

Ventilatie

Voor optimale leerprestaties is het belangrijk dat scholen zo verantwoordelijk mogelijk fysiek onderwijs kunnen blijven organiseren. Goede luchtkwaliteit maakt hier onderdeel van uit, om het risico op COVID-19 besmettingen te verkleinen. Daarnaast dient onderwijspersoneel les te geven onder goede arbeidsomstandigheden, goede luchtkwaliteit is hierbij van groot belang.

Zelftesten

Met de inzet van zelftesten in het onderwijs kan een belangrijke bijdrage worden geleverd aan continuering van (fysiek) onderwijs, wat van belang is om onderwijsachterstanden te voorkomen, voor psychisch welbevinden van leerlingen en studenten, en voor arbeidsparticipatie van ouders.

3 De beleidsartikelen

3.1 Beleidsartikel 1. Primair onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 1 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

15.494.847

962.299

16.457.146

    

Uitgaven

16.082.302

‒ 25.934

16.056.368

    

Bekostiging

14.730.346

‒ 26.283

14.704.063

Bekostiging po-instellingen

13.781.342

‒ 21.552

13.759.790

Bekostiging Caribisch Nederland

30.443

825

31.268

Prestatiebox

0

0

0

Aanvullende bekostiging

185.319

‒ 5.556

179.763

Aanpak lerarentekort G5

31.605

0

31.605

Aanvullende bekostiging NP Onderwijs

701.637

0

701.637

Subsidies (regelingen)

433.834

40.414

474.248

Onderwijsvoorziening jonggehandicapten

27.878

3.920

31.798

Nederlands onderwijs buitenland

12.930

‒ 1.200

11.730

Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs

17.473

‒ 71

17.402

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

0

0

0

Extra hulp voor de klas

0

0

0

School en omgeving

77.740

0

77.740

Basisvaardigheden

156.294

41.985

198.279

Nationaal Groeifonds

0

0

0

NGF Open Leermateriaal

443

0

443

NGF Digitaal Onderwijs

3.450

0

3.450

Schoolmaaltijden

60.827

‒ 305

60.522

Overige subsidies

76.799

‒ 3.915

72.884

Opdrachten

51.489

‒ 28.542

22.947

Opdrachten

45.897

‒ 26.674

19.223

Opdrachten Caribisch Nederland

0

2.767

2.767

Zelftesten

5.592

‒ 4.635

957

Bijdrage aan agentschappen

45.040

0

45.040

Dienst Uitvoering Onderwijs

45.040

0

45.040

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

14.013

0

14.013

Stichting Vervangingsfonds en Particpatiefonds

11.217

0

11.217

UWV

2.796

0

2.796

Bijdrage aan medeoverheden

807.386

‒ 11.329

796.057

Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

571.367

‒ 6.000

565.367

Caribisch Nederland

24.814

‒ 5.240

19.574

Scholenprogramma Groningen

3.089

‒ 89

3.000

Nationaal Programma Onderwijs

54.773

0

54.773

Ventilatie in scholen

129.015

0

129.015

SPUK vve Oekraïne

9.675

0

9.675

SPUK huisvesting noodlocaties PO

14.653

0

14.653

Overig

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

194

‒ 194

0

Brede scholen

194

‒ 194

0

Bijdrage aan sociale fondsen

0

0

0

Bijdrage aan sociale fondsen

0

0

0

Ontvangsten

9.208

35

9.243

Tabel 6 Uitsplitsing verplichtingen
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

15.494.847

962.299

16.457.146

waarvan garantieverplichtingen

‒ 2.472

‒ 37

‒ 2.509

waarvan overig

15.497.319

962.336

16.459.655

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2023" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen voor artikel 1 zijn verhoogd met € 962,3 miljoen. Dit wordt vooral verklaard door het toevoegen van € 768,9 miljoen verplichtingenruimte op bekostiging voor po-instellingen. Met de vereenvoudiging bekostiging wordt ieder jaar loon- en prijsbijstelling voor zowel het lopende jaar als het volgende jaar verplicht. Voor het programma schoolmaaltijden worden de kasuitgaven voor 2024 al in 2023 beschikt en verplicht. Daarom is er voor schoolmaaltijden 101,3 miljoen aan extra verplichtingenruimte in 2023 toegevoegd. Voor de subsidieregeling basisvaardigheden is de verdeling tussen po en vo-scholen vastgesteld. Dat resulteert in een verschuiving van zowel kas- als verplichtingenbudget. Omdat er voor twee jaar wordt beschikt, is er € 84,0 miljoen extra verplichtingenruimte nodig.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget wordt per saldo met € 26,3 miljoen verlaagd.

De verlaging wordt met name veroorzaakt door een meevaller van € 12,0 miljoen op de subsidieregeling ‘energiecompensatie scholen funderend onderwijs’, doordat het aantal aanvragen lager is dan het aantal aanvragen waar budget voor beschikbaar was. Voor het experiment Onderwijszorgarrangementen (OZA) was een budget van € 7,5 miljoen beschikbaar vanuit het coalitieakkoord. Er is echter voor gekozen om geen middelen te verbinden aan de deelname van het experiment. Daarnaast wordt er een betaling gedaan aan de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) van € 8,1 miljoen. Door een dalend aantal plaatsingen in justitiële jeugdinrichtingen dalen ook de kosten voor onderwijs in deze instellingen. Het teveel ontvangen voorschot wordt door het Ministerie van OCW terugbetaald aan DJI.

Subsidies

Het budget wordt per saldo met € 40,4 miljoen verhoogd.

Dit komt grotendeels door een herverdeling van subsidiemiddelen t.b.v. de subsidieregeling basisvaardigheden van artikel 3 naar artikel 1 wat zorgt voor een verhoging van het subsidiebudget van € 42,0 miljoen. Deze € 42,0 miljoen wordt toegevoegd aan het subsidiebudget voor de regeling basisvaardigheden op artikel 1. Deze herverdeling is nodig door het gelijktrekken van het subsidiebedrag per leerling in het po en vo.

Opdrachten

Het budget wordt per saldo met € 28,5 miljoen verlaagd.

De verlaging wordt met name veroorzaakt door een meevaller van € 9,0 miljoen op het opdrachtenbudget voor het Nationaal Programma Onderwijs, omdat een aantal geplande opdrachten geen doorgang vond. Deze middelen vloeien terug naar de schatkist zoals alle corona-gerelateerde middelen. Bij Julibrief is per abuis € 6,0 miljoen voor de SPUK pilot het programma het Jonge Kind niet van opdrachten maar van bekostiging afgeboekt. Middels deze boeking wordt het budget voor 2023 van het juiste budget afgeboekt. Er is een meevaller van € 4,6 miljoen op het budget voor zelftesten. Ook dit zijn corona-gerelateerde middelen en vloeien derhalve terug naar de schatkist.

Daarnaast worden er voor € 8,9 miljoen verscheidene overboekingen gedaan zoals: een overboeking aan artikel 16 (onderzoek en wetenschapsbeleid) voor het uitvoeren van een onderzoek in het kader van het programma Jonge kind door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek; een overboeking naar VWS ten behoeve van Uitvoeringsorganisatie DUS-i voor de uitvoeringskosten van subsidies en een ophoging van het budget voor de regeling jonggehandicapten.

Bijdrage aan medeoverheden

Het budget wordt per saldo met € 11,3 miljoen verlaagd.

Dit wordt met name verklaard doordat er in 2024 gestart wordt met de pilots in het kader van het programma Jonge Kind, waarvoor € 6,0 miljoen beschikbaar is gekomen vanuit de CA-middelen. Dit bedrag valt in 2023 vrij. Een deel van het budget voor Caribisch Nederland (CN) wordt besteed middels opdrachten. Dit wordt in de loop van het jaar op het correcte instrument gezet. Hiervoor wordt € 2,5 miljoen overgeboekt naar Opdrachten CN. Daarnaast is bij de uitvoering van de onderwijshuisvestingsconvenanten met CN vertraging opgelopen. Hierdoor valt er dit jaar € 2,0 miljoen vrij. Deze middelen worden als openstaande verplichting bij Tweede suppletoire begroting afgeboekt en meegenomen in de Eindejaarsmarge. Mits de Eindejaarsmarge wordt toegekend, worden deze middelen bij Eerste suppletoire begroting 2024 aan de OCW-begroting toegevoegd, zodat de middelen alsnog kunnen worden uitgekeerd om te voldoen aan de convenantsafspraken.

Toelichting bijdrage OCW aan scholenprogramma Groningen 

In 2016 is tussen OCW, Nationaal Coördinator Groningen (NCG) en de betrokken schoolbesturen en gemeenten afgesproken dat in het Groningse aardbevingsgebied 101 scholen aardbevingsbestendig en toekomstbestendig worden gemaakt.

Aan het scholenprogramma dragen, naast de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) (€ 172,5 miljoen), de gemeenten en schoolbesturen (€ 44,5 miljoen), het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (€ 23,5 miljoen) en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (€ 50,0 miljoen; waarvan € 3,0 miljoen per jaar tot en met 2034) bij.

Tot en met 2020 werden de middelen van OCW via een decentralisatie-uitkering (DU) ter beschikking gesteld aan de betreffende gemeenten. De bestuurlijke afspraken in het ondertekende convenant uit 2017 perken de bestedings- en beleidsvrijheid van de ontvangende gemeenten in, wat indruist tegen het idee van een DU. De middelen zijn bij Voorjaarsnota 2021 teruggeboekt naar de OCW-begroting en worden vanaf dat moment als een specifieke uitkering overgemaakt naar de vier gemeenten ten behoeve van de nieuwbouw of versterking en verduurzaming van schoolgebouwen in het aardbevingsgebied.

Hieronder is een overzicht opgenomen waarin, conform artikel 17, tweede lid, van de Financiële-verhoudingenwet, de maximaal te ontvangen bedragen per gemeente zijn opgenomen. Voor de bijdrage aan de gemeenten voor het kalenderjaar 2023 zal dit (net als voor kalenderjaar 2022) als wettelijke grondslag gelden op basis van artikel 4.23, derde lid, aanhef en onderdeel c, van de Algemene Wet Bestuursrecht, omdat het nog niet is gelukt om tijdig een andere juridische basis te realiseren voor deze specifieke uitkering.

Tabel 7

Gemeente

Bedrag per jaar

Het Hogeland

417.520

Groningen

134.834

Midden-Groningen

896.924

Eemsdelta

1.550.722

Totaal

3.000.000

3.2 Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 3 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

11.865.636

57.142

11.922.778

    

Uitgaven

11.737.614

‒ 182.629

11.554.985

    

Bekostiging

10.868.276

‒ 20.027

10.848.249

Bekostiging vo-instellingen

10.097.559

‒ 20.027

10.077.532

Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen

8.557

0

8.557

Bekostiging Caribisch Nederland

24.128

0

24.128

Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters

119.646

0

119.646

Aanvullende regelingen leerlingendaling

4.540

0

4.540

Aanvullende bekostiging Nationaal Programma Onderwijs

613.846

0

613.846

Subsidies (regelingen)

640.471

‒ 141.983

498.488

Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo

36.786

0

36.786

Pilots lente- en zomerscholen vo

5.577

‒ 2.340

3.237

Nieuwe leerweg

10.241

‒ 174

10.067

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

0

0

0

Extra hulp voor de klas

0

0

0

Regeling Heterogene brugklassen

21.250

‒ 16.350

4.900

Basisvaardigheden

176.214

‒ 41.985

134.229

Nationaal Groeifonds

0

0

0

Maatschappelijke diensttijd

186.149

‒ 69.595

116.554

School en Omgeving

49.709

0

49.709

NGF Ontwikkelkracht

12.689

0

12.689

Schoolmaaltijden

39.000

‒ 195

38.805

Overige subsidies

102.856

‒ 11.344

91.512

Opdrachten

45.637

‒ 16.131

29.506

Opdrachten

28.925

‒ 9.375

19.550

Zelftesten

2.643

‒ 2.242

401

MDT opdrachten

14.069

‒ 4.514

9.555

Bijdrage aan agentschappen

74.565

0

74.565

Dienst Uitvoering Onderwijs

74.565

0

74.565

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

63.930

‒ 4.488

59.442

College voor Toetsen en Examens

16.952

‒ 4.488

12.464

SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen

46.978

0

46.978

Bijdrage aan medeoverheden

44.387

0

44.387

Nationaal Programma Onderwijs

35.019

0

35.019

SPUK huisvesting noodlocaties VO

9.368

0

9.368

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

348

0

348

GRAZ (ECML) en PISA

348

0

348

Ontvangsten

7.391

0

7.391

Tabel 9 Uitsplitsing verplichtingen
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

11.865.636

57.142

11.922.778

waarvan garantieverplichtingen

‒ 5.658

31

‒ 5.627

waarvan overig

11.871.294

57.111

11.928.405

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2023» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden per saldo met € 46,0 miljoen verhoogd. Het verschil met de verplichtingen- en uitgavenmutaties betreft € 239,7 miljoen. Dit wordt vooral veroorzaakt door het ophogen van de verplichtingenstand met € 100 miljoen voor het in 2023 beschikken en verplichten van de subsidie voor Sterk Techniekonderwijs 2024. Ook de subsidie voor schoolmaaltijden 2024 wordt nog in 2023 beschikt en verplicht. De verplichtingenstand 2023 is om die reden met € 64,7 miljoen verhoogd. Het verplichtingenbudget voor MDT is met € 75 miljoen verhoogd. De subsidie voor MDT kent een kasritme waarin de uitbetalingen in meerdere jaren plaatsvinden, maar al deze betalingen worden in één jaar beschikt en verplicht.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget wordt per saldo met € 20,0 miljoen verlaagd.

Dit komt met name doordat het aantal leerlingen in de definitieve telling lager is dan het aantal leerlingen in de voorlopige telling. Dit verschil in leerlingenaantallen zorgt voor een meevaller van € 8,0 miljoen. Daarnaast is het aantal aanvragen voor de subsidieregeling energiecompensatie scholen funderend onderwijs (voor PO en VO) lager dan het aantal aanvragen waar budget voor is. Dit zorgt voor een meevaller van € 12 miljoen.

Subsidies

Het budget wordt per saldo met € 142,0 miljoen verlaagd.

Dit heeft onder andere te maken met een meevaller van € 16,35 miljoen op de regeling heterogene brugklassen. Op overige subsidies ontstaat een meevaller van € 7,5 miljoen. Deze meevaller bestaat onder andere uit vrijval op de budgetten voor vrij en veilig onderwijs en de curriculumherziening. Een herverdeling van subsidiemiddelen t.b.v. de subsidieregeling basisvaardigheden zorgt een verlaging van het subsidiebudget van € 41,9 miljoen. Deze € 41,9 miljoen wordt toegevoegd aan het subsidiebudget voor de regeling basisvaardigheden op art. 1. Deze herverdeling is nodig door het gelijktrekken van het subsidiebedrag per leerling in het po en vo.

Daarnaast wordt het subsidiebudget voor de Maatschappelijke Diensttijd (MDT) met € 69,6 miljoen verlaagd. Deze verlaging komt onder andere door een meevaller van € 47,1 miljoen op de hoofdsubsidieregeling 2023 veroorzaakt door het kasritme van de subsidieregelingen. Ook ontstaat een meevaller van € 18,7 miljoen op de losse subsidies voor MDT. Overboekingen naar VWS van € 3,8 miljoen voor met name de verlenging van MDT-subsidies aan gemeenten zorgen voor een verlaging van het subsidiebudget.

Opdrachten

Het budget wordt per saldo met € 16,1 miljoen verlaagd.

Op het instrument opdrachten ontstaat een meevaller van € 7,5 miljoen door vrijval op de budgetten voor het maatwerkdiploma, monitoring basisvaardigheden en de basisteams. Ook is er een meevaller van € 2,2 miljoen op het budget voor zelftesten.

Daarnaast is er sprake van een meevaller van € 4 miljoen op het opdrachtenbudget MDT.

3.3 Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 4 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

5.437.778

51.487

5.489.265

    

Uitgaven

5.830.989

‒ 16.419

5.814.570

    

Bekostiging

5.193.345

‒ 825

5.192.520

Bekostiging mbo-instellingen

4.178.790

1.000

4.179.790

Bekostiging Caribisch Nederland

12.200

‒ 1.389

10.811

Bekostiging vavo

80.204

0

80.204

Kwaliteitsafspraken investeringsbudget

586.134

0

586.134

Kwaliteitsafspraken resultaatafhankelijk budget

217.623

0

217.623

Regionaal Investeringsfonds

22.065

‒ 436

21.629

Salarismix Randstadregio's

55.279

0

55.279

Regionaal Programma

30.550

0

30.550

Begeleidingsgesprekken jeugdwerkloosheid

10.500

0

10.500

Subsidies (regelingen)

361.170

‒ 10.006

351.164

Praktijkleren

265.864

‒ 1.766

264.098

Leven Lang Ontwikkelen

1.985

0

1.985

Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal

13.692

311

14.003

Loopbaanoriëntatie

34.623

0

34.623

Doorstroom beroepskolom

16.380

‒ 6.720

9.660

LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden (NGF)

3.068

‒ 1.827

1.241

Vakwedstrijden mbo

4.727

0

4.727

Zelftesten

0

0

0

Maatschappelijke diensttijd

0

0

0

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

0

0

0

Extra hulp voor de klas

0

0

0

Overige subsidies

20.831

‒ 4

20.827

Opdrachten

19.317

‒ 8.712

10.605

Opdrachten

18.587

‒ 8.082

10.505

Zelftesten

730

‒ 630

100

Bijdrage aan agentschappen

23.785

2.050

25.835

Dienst Uitvoering Onderwijs

21.220

1.494

22.714

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

2.565

556

3.121

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

85.087

‒ 293

84.794

College voor Toetsen en Examens

0

0

0

Wet SLOA

0

0

0

SBB

82.357

‒ 293

82.064

NWO Comenius

2.730

0

2.730

NCP NLQF

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

148.285

1.367

149.652

RMC's

43.623

0

43.623

Educatie

85.462

0

85.462

Regionaal Programma

19.200

0

19.200

Caribisch Nederland

0

1.367

1.367

Ontvangsten

4.700

1.000

5.700

Tabel 11 Uitsplitsing verplichtingen
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

5.437.778

51.487

5.489.265

waarvan garantieverplichtingen

5.322

8.977

14.299

waarvan overige verplichtingen

5.432.456

42.510

5.474.966

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2023» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden per saldo met € 42,5 miljoen verhoogd en de uitgaven worden per saldo met € 16,4 miljoen verlaagd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 58,9 miljoen) wordt met name veroorzaakt door een correctie-bijstelling van de verplichtingenraming op het instrument Salarismix Randstadregio’s zonder kaseffecten 2023 van € 52,2 miljoen.

Uitgaven

De uitgaven worden per saldo met € 16,4 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor het instrument Bekostiging wordt per saldo met € 0,8 miljoen verlaagd in 2023. Deze verlaging wordt grotendeels veroorzaakt door de volgende mutaties:

  • Een jaarlijkse overboeking van € 1,4 miljoen voor de bijzondere uitkering Sociale Kanstrajecten Jongeren op Caribisch Nederland (CN) van het instrument Bekostiging CN naar het instrument CN medeoverheden.

  • Een desaldering van € 1,0 miljoen voor de bestuursoverdracht van ROC TOP naar ROC van Amsterdam en Flevoland. Zoals beschreven in deKamerbrief draagt de gemeente Amsterdam € 1,0 miljoen bij aan de bestuursoverdracht. Deze middelen worden via de knelpuntenpot op het instrument bekostiging mbo-instellingen uitgekeerd.

Subsidies

Het budget voor het instrument Subsidies wordt per saldo met € 10,0 miljoen verlaagd in 2023. Deze verlaging wordt grotendeels veroorzaakt door de volgende mutaties:

  • Op het instrument Doorstroom beroepskolom wordt er € 6,7 miljoen minder uitgegeven wegens vertraging in het opstartjaar 2023 en daardoor minder aanvragen op de nieuwe subsidieregeling versterking aansluiting beroepsonderwijskolom. In deze regeling was initieel € 150 miljoen beschikbaar voor de jaren 2023 tot en met 2025. De publicatie van de regeling heeft lang geduurd, waardoor het in 2023 niet meer mogelijk was om twee aanvraagrondes te doen. Daarbij komt dat de eerste (en enige) aanvraagronde grotendeels in de schoolvakantie viel.

  • In het kader van het NGF-project ‘LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden’ is in 2023 subsidie verleend aan twee pilotregio’s voor de uitvoeringsfase van het project. Deze subsidies lopen door in 2024. De middelen op het instrument NGF Laaggeletterdheid van € 1,8 miljoen wordt in deze 2e suppletoire begroting 2023 afgeboekt en ook conform de begrotingsregels meegenomen in de (100% Eindejaarsmarge 2023/2024) van het investeringsplafond.

Opdrachten

Het budget voor het instrument Opdrachten wordt per saldo met € 8,7 miljoen verlaagd in 2023. Deze verlaging wordt grotendeels veroorzaakt door de volgende mutaties:

  • De middelen van € 4,8 miljoen voor het NGF-project ‘Leeroverzicht & Skills worden in deze 2e suppletoire begroting afgeboekt en conform de begrotingsregels meegenomen naar 2024 in de (100% Eindejaarsmarge 2023/2024) van het investeringsplafond. Dit wordt veroorzaakt doordat het technisch beheer en reguliere doorontwikkelen van Leeroverzicht is uitgesteld.

  • De middelen van € 2,0 miljoen voor het Nationaal Programma Onderwijs (NP Onderwijs) worden bij 2e supp afgeboekt en worden middels de Eindejaarsmarge meegenomen naar 2024. Deze middelen zijn bestemd voor uitvoering, monitoring, evaluatie en onderzoek naar aanleiding van de verlenging van het programma.

  • Een meevaller van € 0,63 miljoen op het instrument Sneltesten. Deze additionele generale middelen voor COVID-19 gaan conform afspraak terug naar het Ministerie van Financiën.

Bijdrage aan medeoverheden

Het budget voor het instrument Bijdrage aan medeoverheden wordt per saldo met € 1,4 miljoen verhoogd in 2023. De jaarlijkse overboeking voor de bijzondere uitkering Sociale Kanstrajecten Jongeren op CN wordt van het instrument Bekostiging CN overgeboekt naar het instrument CN medeoverheden.

Ontvangsten

De ontvangsten worden eenmalig in 2023 met € 1,0 miljoen verhoogd. De gemeente Amsterdam draagt € 1,0 miljoen bij aan de bestuursoverdracht van ROC TOP naar ROC van Amsterdam en Flevoland (zie toelichting onder bekostiging).

3.4 Beleidsartikel 6. Hoger onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 6 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

4.806.523

‒ 15.389

4.791.134

    

Uitgaven

4.627.189

‒ 5.105

4.622.084

    

Bekostiging

4.479.496

‒ 3.087

4.476.409

Bekostiging onderwijsdeel

3.925.510

‒ 3.087

3.922.423

Bekostiging ontwerp en ontwikkeling

151.380

0

151.380

Studievoorschot kwaliteitsafspraken

362.399

0

362.399

Studievoorschotvouchers

0

0

0

Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen

3.214

0

3.214

Fonds onderzoek en wetenschap

36.993

0

36.993

NGF Katalysator

0

0

0

NGF Digitale impuls

0

0

0

Subsidies (regelingen)

95.040

‒ 1.718

93.322

Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding

585

0

585

Zelftesten

0

0

0

Overige subsidies

5.843

70

5.913

NGF Katalysator

35.000

‒ 1.172

33.828

NGF Digitale impuls

53.612

‒ 616

52.996

Bijdrage aan agentschappen

16.173

‒ 1.000

15.173

Dienst Uitvoering Onderwijs

16.173

‒ 1.000

15.173

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

36.480

700

37.180

NWO: Praktijkgericht onderzoek

0

0

0

NWO: Promotiebeurs voor leraren

11.346

0

11.346

NWO: NRO-programma's Hoger Onderwijs

19.825

0

19.825

Nederland-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)

5.309

700

6.009

Ontvangsten

17

3.714

3.731

Tabel 13 Uitsplitsing verplichtingen
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

4.806.523

‒ 15.389

4.791.134

waarvan garantieverplichtingen

62.895

‒ 26.284

36.611

waarvan overige verplichtingen

4.743.628

10.895

4.754.523

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2023» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Subsidies

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

NVAO ziet zich nog in 2023 geconfronteerd met sterk gestegen kosten die aanleiding geven tot een verhoging van de bijdrage vanuit het ministerie van OCW.

Ontvangsten

3.5 Beleidsartikel 7. Wetenschappelijk onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 14 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 7 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

7.515.981

368.523

7.884.504

    

Uitgaven

7.100.963

‒ 977

7.099.986

    

Bekostiging

7.069.283

87

7.069.370

Bekostiging onderwijsdeel

3.049.878

‒ 3.913

3.045.965

Bekostiging onderzoeksdeel

2.843.361

0

2.843.361

Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek

802.832

0

802.832

Studievoorschot kwaliteitsafspraken

220.982

0

220.982

Studievoorschotvouchers

0

0

0

Profilering en zwaartepuntvorming

0

0

0

Fonds onderzoek en wetenschap

152.230

4.000

156.230

Subsidies (regelingen)

23.333

‒ 317

23.016

Nuffic

10.755

0

10.755

Studiekeuze123

4.354

0

4.354

Vluchteling Studenten UAF

2.751

0

2.751

Studentenwelzijn (Ecio)

981

0

981

Interstedelijk Studentenoverleg (ISO)

321

0

321

Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)

279

0

279

Open en online onderwijs

483

0

483

Zelftesten

0

0

0

Overige subsidies

3.409

‒ 317

3.092

Opdrachten

5.180

‒ 747

4.433

Opdrachten

4.260

42

4.302

Zelftesten

920

‒ 789

131

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

3.167

0

3.167

Europees Universitair Instituut Florence (EUI)

2.036

0

2.036

United Nations University (UNU)

1.131

0

1.131

Ontvangsten

531

3.819

4.350

Tabel 15 Uitsplitsing verplichtingen
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

7.515.981

368.523

7.884.504

waarvan garantieverplichtingen

69.726

132.500

202.226

waarvan overige verplichtingen

7.446.255

236.023

7.682.278

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2023» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Subsidies

Opdrachten

3.6 Beleidsartikel 8. Internationaal beleid

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 16 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 8 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

23.002

214

23.216

    

Uitgaven

22.573

‒ 1.054

21.519

    

Subsidies (regelingen)

8.608

‒ 323

8.285

Stichting Ons Erfdeel

185

0

185

Stichting Nuffic

1.060

‒ 52

1.008

Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs & Training

4.339

0

4.339

Internationalisering onderwijs

1.136

‒ 136

1.000

Duitsland Instituut Amsterdam

896

‒ 28

868

Netherlands house for Education and Research (Neth-ER)

668

0

668

Incidentele HGIS subsidies

157

‒ 157

0

Overige incidentele subsidies

167

50

217

Opdrachten

4.034

74

4.108

Opdrachten

4.034

74

4.108

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

9.451

‒ 805

8.646

Nederlandse Taalunie

7.845

‒ 43

7.802

Stichting Nuffic

0

0

0

Europa College Brugge

34

‒ 4

30

Unesco

57

0

57

OESO CERI

98

‒ 8

90

Fulbright Commission The Netherlands

410

0

410

EU-programma's en activiteiten

22

0

22

Overige bijdragen

985

‒ 750

235

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

480

0

480

Vlaams-Nederlandshuis DeBuren (Hoofdstuk 5 BuZa)

480

0

480

Ontvangsten

99

0

99

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2023» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

Uitgaven

3.7 Beleidsartikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 17 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 9 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

212.119

‒ 9.656

202.463

    

Uitgaven

198.518

‒ 4.941

193.577

    

Bekostiging

37.680

1.800

39.480

Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen

37.680

1.800

39.480

Tekorten regios

0

0

0

Subsidies (regelingen)

154.042

‒ 7.454

146.588

Lerarenbeurs

62.717

0

62.717

Zij-instroom

72.924

‒ 2.870

70.054

Wet Beroep leraar en Lerarenregister

0

0

0

Aanpak lerarentekort

14.249

‒ 3.844

10.405

Overige subsidies

4.152

‒ 740

3.412

Opdrachten

3.103

713

3.816

Opdrachten

3.103

713

3.816

Bijdrage aan agentschappen

3.693

0

3.693

Dienst Uitvoering Onderwijs

3.693

0

3.693

Ontvangsten

6.500

0

6.500

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2023» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden per saldo met € 9,7 miljoen verlaagd, met name door een verlaging van het verplichtingenbudget voor de Subsidieregeling Onderwijspersoneel Opleiding tot Leraar met € 6,4 miljoen. Het verschil tussen verplichtingen- en uitgavenmutaties is € 4,7 miljoen. Dit wordt verklaard door de Subsidieregeling Onderwijsassistenten Opleiding tot Leraar, waarbij een subsidie voor vier jaar in een keer wordt verplicht.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Subsidies

De uitgaven voor het hoofdbudget zij-instroom worden met € 2,9 miljoen verlaagd. Dit komt door een verlaging van de uitgaven voor de Subsidieregeling Onderwijspersoneel Opleiding tot Leraar met € 1,7 miljoen en de Subsidieregeling instroom schoolleiders po van buiten met € 1,2 miljoen. Voor de opstart van de onderwijsregio's is vanuit het budget voor Aanpak Lerarentekort een subsidieregeling voor voorlopers opgesteld met een subsidieplafond van € 2,7 miljoen en daarnaast is voor de uitvoering van de activiteiten van de Realisatie Eenheid het budget Aanpak Lerarentekort met € 1,1 miljoen verlaagd en zijn deze middelen toegevoegd aan de budgetten Opdrachten (€ 0,8 miljoen) en APK (€ 0,3 miljoen) waaruit de activiteiten worden betaald. Het budget van Aanpak Lerarentekort wordt met € 1,8 miljoen verlaagd ten behoeve van een intensivering op Tegemoetkoming Kosten Opleidingsscholen.

3.8 Beleidsartikel 11. Studiefinanciering

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 18 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 11 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

6.676.369

‒ 695.000

5.981.369

     

Uitgaven

6.676.369

‒ 695.000

5.981.369

  

0

 

0

Inkomensoverdracht

 

2.478.310

15.000

2.493.310

Basisbeurs gift (R)

 

400.742

0

400.742

Aanvullende beurs gift (R)

 

754.716

‒ 25.000

729.716

Reisvoorziening gift (R)

 

993.732

40.000

1.033.732

Maatregelen herinvoering basisbeurs (R)

 

0

0

0

Tegemoetkoming (R)

 

0

0

0

Studievoorschotvouchers (R)

 

1.065

0

1.065

Caribisch Nederland gift (R)

 

3.101

0

3.101

Overige uitgaven (R)

 

324.954

0

324.954

Leningen

 

3.995.442

‒ 710.000

3.285.442

Basisbeurs prestatiebeurs (NR)

 

396.192

‒ 40.000

356.192

Aanvullende beurs prestatiebeurs (NR)

 

198.220

‒ 65.000

133.220

Reisvoorziening (NR)

 

308.260

‒ 45.000

263.260

Maatregelen herinvoering basisbeurs (NR)

 

0

0

0

Rentedragende lening (NR)

 

2.769.186

‒ 500.000

2.269.186

Collegegeldkrediet (NR)

 

296.377

‒ 60.000

236.377

Leven lang leren krediet (NR)

 

25.917

0

25.917

Overige uitgaven (NR)

 

1.290

0

1.290

Bijdrage aan agentschappen

 

202.617

0

202.617

Dienst Uitvoering Onderwijs

 

202.617

0

202.617

Ontvangsten

 

1.400.270

4.014

1.404.284

Ontvangsten (R)

 

81.654

4.014

85.668

 

Ontvangen rente (R)

60.296

0

60.296

 

Overige ontvangsten (R)

20.867

4.014

24.881

 

Ontvangsten Caribisch Nederland (R )

491

0

491

Ontvangsten (NR)

1.318.616

0

1.318.616

 

Terugontvangen lening (NR)

1.318.616

0

1.318.616

Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2023" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Toelichting per instrumenten (algemeen):

Zowel voor de uitgaven als de ontvangsten wordt een onderscheid gemaakt tussen relevant en niet-relevant. Relevant betekent: relevant voor het uitgavenplafond. Uitgangspunt in de begrotingsregels is dat uitgaven die relevant zijn voor het EMU-saldo ook relevant zijn voor het uitgavenplafond. Zoals opgenomen in Miljoenennota 2022 is de behandeling van prestatiebeurzen voor het EMU-saldo veranderd door gewijzigde inzichten van Eurostat en daarmee het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De relevante uitgaven in deze begroting worden hoofdzakelijk gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend en uitgekeerde prestatiebeurs die wordt omgezet in een gift. In deze suppletoire begroting van het Ministerie van OCW worden de prestatiebeursuitgaven als niet-relevant behandeld (zolang die nog niet zijn omgezet in een gift); in de weergave van het EMU-saldo worden zij wel als relevant weergegeven, middels een correctie op het EMU-saldo.

Overige niet-relevante uitgaven zijn de rentedragende leningen. Deze uitgaven zijn niet-relevant voor het uitgavenplafond, maar worden wel meegerekend in de EMU-schuld. De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangen rente op leningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijk aflossingen op de hoofdsom van de rentedragende leningen.

Toelichting

Uitgaven

De totale uitgaven op Artikel 11 (Studiefinanciering) worden met € 695,0 miljoen naar beneden bijgesteld. De bijstelling voor inkomensoverdrachten wordt met € 15,0 miljoen naar boven bijgesteld. Het budget voor de leningen wordt met € 710 miljoen naar beneden bijgesteld. Hieronder wordt per instrument toegelicht hoe de bijstellingen tot stand zijn gekomen.

Toelichting per instrument:

Inkomensoverdrachten

De relevante uitgaven worden met € 15,0 miljoen naar boven bijgesteld. Op de onderlinge posten zijn er verschillende bijstellingen, die bestaan uit de volgende elementen:

  • De basisbeurs wordt per saldo met € 0 miljoen bijgesteld. De omzetting van prestatiebeurs naar gift worden met 10,0 miljoen naar boven bijgesteld. Op de beurs die direct als gift wordt uitgekeerd vindt een bijstelling omlaag plaats van € 10,0 miljoen.

  • De aanvullende beurs wordt met € 25,0 miljoen verlaagd. Dit betreft een bijstelling omlaag van € 30,0 miljoen van de aanvullende beurs die direct als gift wordt uitgekeerd. De omzetting naar gift wordt met € 5,0 miljoen verhoogd.

  • De reisvoorziening wordt per saldo met € 40,0 miljoen verhoogd. Dit betreft een bijstelling omlaag van € 15,0 miljoen op de beurs die direct als gift wordt uitgekeerd. Daarnaast is er sprake van een opwaartse bijstelling van € 10,0 miljoen op de omzettingen van prestatiebeurs in gift en een opwaartse bijstelling van € 45,0 miljoen voor de bijdrage studerenden aan OV.

Leningen

De niet-relevante uitgaven worden per saldo met € 710,0 miljoen verlaagd. De niet-relevante uitgaven aan de prestatiebeurzen en leningen zijn geraamd in prijspeil 2023. De niet-relevante LPO uitkering over het lopende jaar 2023, totaal € 386,2 miljoen, is daardoor extra en valt vrij in deze suppletoire begroting. Dit verklaart deels de hoge bijstelling op niet-relevante uitgaven van in totaal € 710,0 miljoen. De bijstelling (inclusief de LPO-uitkering) bestaat uit de volgende onderdelen:

  • De niet-relevante uitgaven aan de basisbeurs worden per saldo met € 40,0 miljoen bijgesteld. De toekenningen prestatiebeurs worden omlaag bijgesteld met € 30,0 miljoen als gevolg van de reeds bekende realisatie. Tevens bevat deze post de tegenboeking van de relevante omzettingen van prestatiebeurs in gift van € - 10,0 miljoen.

  • De niet-relevante uitgaven aanvullende beurs zijn per saldo met € 65,0 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit betreft een neerwaartse bijstelling van € 60,0 miljoen op de toekenningen prestatiebeurs. Daarnaast bevat deze post de tegenboeking van de relevante omzettingen van de prestatiebeurs in gift van € -5,0 miljoen.

  • De niet-relevante uitgaven aan de reisvoorziening worden per saldo met € 45,0 miljoen naar beneden bijgesteld. Het betreft enerzijds een verlaging van de reisvoorziening met € 35,0 miljoen omdat er minder reisvoorziening aan studenten is toegekend dan is geraamd. Deze post bevat anderzijds de tegenboeking van de relevante post omzettingen naar gift van € 10,0 miljoen.

  • De niet-relevante uitgaven op de post rentedragende lening zijn naar beneden bijgesteld met € 500,0 miljoen. Uit de realisatiegegevens tot en met juli 2023 blijkt dat de uitgaven aan de rentedragende lening lager zijn dan eerder geraamd. De niet-relevante uitgaven aan het collegegeldkrediet zijn verlaagd met € 60,0 miljoen als gevolg van de reeds bekende realisatie.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs blijft ongewijzigd.

Ontvangsten

De relevante ontvangsten worden omhoog bijgesteld met € 4,0 miljoen. Dit is het gevolg van een bijstelling op de DUO ontvangsten. Deze post is met € 4,0 miljoen opwaarts bijgesteld vanwege het vrijvallen van meerdere balansposten.

3.9 Beleidsartikel 12. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 19 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 12 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

77.935

‒ 5.000

72.935

    

Uitgaven

77.935

‒ 5.000

72.935

 

0

 

0

Inkomensoverdracht

75.013

‒ 5.000

70.013

Minderjarige deelnemers bol (R )

0

0

0

Tegemoetkoming lerarenopleiding (tlo) (R)

3.985

0

3.985

Deeltijd vo (R)

1.964

0

1.964

Volwassenenonderwijs (vavo) (R)

5.664

0

5.664

Meerderjarige scholieren vo (R)

59.758

‒ 5.000

54.758

Meerderjarige scholieren vso (R)

3.642

0

3.642

Leningen

14

0

14

STOEB/ALR (NR)

14

0

14

Bijdrage aan agentschappen

2.908

0

2.908

Dienst Uitvoering Onderwijs

2.908

0

2.908

Ontvangsten

2.180

0

2.180

Minderjarige deelnemers bol (R)

0

0

0

Tegemoetkoming lerarenopleiding en deeltijd vo (R)

290

0

290

Meerderjarige scholieren v(s)o en vavo (R)

1.890

0

1.890

Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2023» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2023» weergegeven.

Toelichting

Uitgaven

De uitgaven aan de WTOS worden per saldo met € 5,0 miljoen naar beneden bijgesteld.

Toelichting per instrument:

Inkomensoverdracht

De uitgaven aan het onderdeel meerderjarige scholieren vo worden met € 5,0 miljoen verlaagd. Deze bijstelling is gedaan op basis van de reeds gerealiseerde uitgaven.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs blijft ongewijzigd.

Ontvangsten

Het ontvangstenbudget blijft ongewijzigd.

3.10 Beleidsartikel 13. Lesgelden

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 20 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 13 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

16.448

0

16.448

    

Uitgaven

16.448

0

16.448

    

Bijdrage aan agentschappen

16.448

0

16.448

Dienst Uitvoering Onderwijs

16.448

0

16.448

Ontvangsten

251.725

‒ 15.000

236.725

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2023» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2023» weergegeven.

Toelichting

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs blijft ongewijzigd.

Ontvangsten

De ontvangsten worden met € 15,0 miljoen verlaagd. Deze bijstelling is gedaan op basis van de reeds gerealiseerde ontvangsten.

3.11 Beleidsartikel 14. Cultuur

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 21 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 14 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

829.090

‒ 27.667

801.423

    

Uitgaven

1.339.400

‒ 39.098

1.300.302

    

Bekostiging

1.047.486

‒ 22.651

1.024.835

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen

246.170

‒ 3.622

242.548

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen

278.538

‒ 300

278.238

Huisvesting erfgoed

0

0

0

Beheer en onderhoud collecties erfgoed

0

0

0

Museale instellingen met een wettelijke taak

249.509

0

249.509

Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen

39.038

‒ 1.652

37.386

Digitale openbare bibliotheek

18.599

0

18.599

Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten

13.903

0

13.903

Monumentenzorg

161.558

‒ 15.010

146.548

Archieven incl. Regionale Historische Centra

33.445

‒ 2.067

31.378

Flankerend beleid huisvesting

6.725

0

6.725

Cultuureducatie met Kwaliteit

1

0

1

Subsidies (regelingen)

147.009

‒ 10.430

136.579

Verbreden inzet cultuur

23.787

0

23.787

Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)

13.411

212

13.623

Programma leesbevordering

34.653

‒ 11.617

23.036

Creatieve Industrie

1.768

140

1.908

Monumentenzorg

0

0

0

Erfgoed en fysieke leefomgeving

0

0

0

Specifiek cultuurbeleid

69.918

670

70.588

Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

3.472

165

3.637

Opdrachten

29.524

‒ 3.458

26.066

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

2.093

‒ 132

1.961

Monumentenzorg

0

0

0

Archeologie

0

0

0

Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

15.398

‒ 2.263

13.135

Overige opdrachten

12.033

‒ 1.063

10.970

Bijdrage aan agentschappen

59.561

1.528

61.089

Nationaal Archief

59.561

1.528

61.089

Bijdragen aan medeoverheden

53.831

‒ 4.095

49.736

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

1.989

8

1.997

Ontvangsten

10.176

8.533

18.709

Tabel 22 Uitsplitsing verplichtingen
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

829.090

‒ 27.667

801.423

waarvan garantieverplichtingen

32.548

‒ 71.042

‒ 38.494

waarvan overige verplichtingen

796.542

43.375

839.917

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2023» worden de mutaties weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De totale verplichtingenraming wordt verhoogd met € 43,4 miljoen. Het verschil tussen de verhoging van de verplichtingenraming en de verlaging van de uitgavenraming is € 82,5 miljoen. De garantieverplichtingen zijn ongewijzigd. Het grootste deel van het verschil van de wijzigingen bij de verplichtingenraming ten opzichte van de kasraming bestaat uit een verhoging van de verplichtingenraming om zeker te zijn dat er voldoende ruimte is voor het aangaan van de verplichtingen voor de monumentenzorg. Daarnaast bestaat het verschil uit verplichtingen die worden aangegaan waaraan betalingen in een later jaar zijn verbonden, met name bij de museale instellingen met een wettelijke taak, leesbevordering en bij de bijdragen aan medeoverheden.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

De uitgavenraming wordt met € 22,7 miljoen verlaagd. Het grootste deel hiervan wordt veroorzaakt door een overboeking van de middelen voor monumentenzorg € 15,0 miljoen naar het financiële instrument bijdragen aan medeoverheden. In 2023 is eenmalig extra budget beschikbaar gesteld om een aantal urgente restauraties van grote monumenten te kunnen ondersteunen, deze middelen worden via het Provinciefonds besteed. Daarnaast zijn er meevallers die veroorzaakt zijn door loon- en prijsbijstellingen over incidentele middelen die niet konden meelopen in de reguliere bekostiging.

Subsidies

De uitgavenraming wordt met € 10,4 miljoen verlaagd. Het grootste deel hiervan wordt veroorzaakt door middelen voor de bibliotheken op school voor leesbevordering die niet meer in 2023 tot betaling konden komen.

Bijdragen aan medeoverheden

De uitgavenraming wordt met € 4,1 miljoen verlaagd. De belangrijkste reden voor deze verlaging zijn overboekingen aan het Provinciefonds en Gemeentefonds in het kader van de Erfgoed Deal. Daarnaast wordt er ten laste van dit financiële instrument € 15,0 miljoen overgeboekt naar het Provinciefonds en beschikbaar gesteld aan de provincies Flevoland, Noord-Brabant, Noord-Holland, Overijssel en Groningen om een aantal urgente restauraties van grote monumenten te kunnen ondersteunen. Deze € 15,0 miljoen wordt tegelijkertijd overgeboekt vanuit het financiële instrument bekostiging, zodat deze € 15,0 miljoen per saldo wegvalt in het totaal van de mutaties bij het financiële instrument bijdrage aan medeoverheden.

Ontvangsten

De ontvangstenraming wordt verhoogd met € 8,5 miljoen. Deze verhoging bestaat uit desalderingen ten laste van het Museaal aankoopfonds voor kunstaankopen (€ 1,8 miljoen) en een onttrekking van middelen aan de balanspost van het Nationaal Archief (€ 6,7 miljoen).

3.12 Beleidsartikel 15. Media

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 23 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 15 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

1.329.691

‒ 2.230

1.327.461

    

Uitgaven

1.242.667

‒ 2.230

1.240.437

    

Bekostiging

1.203.300

325

1.203.625

Landelijke publieke omroep

957.048

0

957.048

Regionale omroep

178.968

0

178.968

Stichting Omroep Muziek

19.978

0

19.978

Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG)

32.420

‒ 328

32.092

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

3.022

59

3.081

Co-productiefonds Binnenlandse Omroep (CoBO)

5.522

0

5.522

Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik)

1.830

0

1.830

Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO)

1.890

0

1.890

Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve

1.766

917

2.683

Overige bekostiging media

856

‒ 323

533

Subsidies (regelingen)

30.832

‒ 2.170

28.662

Subsidies (regelingen)

6.380

‒ 1.465

4.915

Steunfonds Lokale Informatievoorziening

0

0

0

Werk aan Uitvoering

0

0

0

Onderzoeksjournalistiek

9.938

59

9.997

Lokale journalistiek

14.514

‒ 764

13.750

Opdrachten

1.345

‒ 385

960

Opdrachten

1.345

‒ 385

960

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

7.111

0

7.111

Commissariaat voor de Media

7.111

0

7.111

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

79

0

79

European Audiovisual Observatory

79

0

79

Ontvangsten

174.515

0

174.515

Overige ontvangsten

174.515

0

174.515

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2023» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingenmutatie is gelijk is aan de uitgavenmutatie.

Uitgaven

De uitgaven worden met 2,2 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument:

Subsidies

Het instrument subsidies wordt per saldo verlaagd met € 2,2 miljoen. De verlaging wordt veroorzaakt door niet besteedde middelen uit diverse posten onder het instrument subsidies vrij te laten vallen.

Opdrachten

Het instrument Opdrachten wordt per saldo verlaagd met € 0,4 miljoen. De verlaging is het gevolg van een overboeking van € 0,2 miljoen naar het budget voor het Adviescollege NPO en een overboeking van € 0,2 miljoen naar het instrument Subsidies ten behoeve van Lokale journalistiek. Deze uitgaven zijn gerealiseerd onder het instrument subsidies en niet onder het instrument opdrachten.

Ontvangsten

De raming van de Ster-inkomsten wordt zoals gebruikelijk bij de 2e Suppletoire Begroting niet aangepast. Bij Jaarverslag en Slotwet worden de ontvangsten aangepast aan de hand van de definitieve realisatie over het afgelopen jaar. De mediabegrotingsbrief bevat wel een update van de verwachte afdracht.

3.13 Beleidsartikel 16. Onderzoek en wetenschapsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 24 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 16 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

1.987.335

21.089

2.008.424

    

Uitgaven

1.687.724

8.181

1.695.905

    

Bekostiging

1.409.617

27.410

1.437.027

NWO

565.544

2.250

567.794

KNAW

106.152

819

106.971

KB

60.756

108

60.864

NWO Talentenontwikkeling

175.486

0

175.486

NWO TTW

8.463

0

8.463

NWO Grootschalige researchinfrastructuur

58.586

0

58.586

NWO Praktijkgericht Onderzoek

60380

0

60.380

Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek

39.441

5.526

44.967

Poolonderzoek

3.329

0

3.329

Caribisch Nederland

2.644

0

2.644

NWO NWA

143.141

12.085

155.226

NWO Fonds onderzoek en wetenschap

168.827

2.972

171.799

NWO Praktijk onderzoek en wetenschap

16.868

3.650

20.518

Subsidies (regelingen)

70.280

‒ 13.528

56.752

Stichting NLBIF

0

0

0

Naturalis Biodiversity Center

8.509

0

8.509

BPRC

11.989

0

11.989

NCWT/NEMO

4.186

0

4.186

STT

254

0

254

Stichting AAP

1.192

0

1.192

Nationale coördinatie

5.022

‒ 2.666

2.356

Subsidie Fonds onderzoek en wetenschap

3.268

‒ 2.868

400

Nationaal Groeifonds

35.860

‒ 7.994

27.866

Delta Climate Center

0

0

0

Opdrachten

9.584

‒ 3.408

6.176

Opdrachten

897

2.740

3.637

Opdrachten Fonds onderzoek en wetenschap

8.687

‒ 6.148

2.539

Bijdrage aan agentschappen

82.799

‒ 2.181

80.618

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

964

0

964

RVO Fonds onderzoek en wetenschap

81.835

‒ 2.181

79.654

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

115.444

‒ 112

115.332

EMBC

1.241

0

1.241

EMBL

6.539

0

6.539

ESA

35.338

0

35.338

CERN

61.410

0

61.410

ESO

10.804

0

10.804

NTU/INL

112

‒ 112

0

Ontvangsten

1.501

0

1.501

Tabel 25 Uitsplitsing verplichtingen
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

1.987.335

21.089

2.008.424

waarvan garantieverplichtingen

0

‒ 1.195

‒ 1.195

waarvan overige verplichtingen

1.987.335

22.284

2.009.619

In de kolom «Mutaties Tweede suppletoire begroting 2023» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De overige verplichtingen worden met € 22,3 miljoen verhoogd. Het verschil tussen deze verplichtingen- en de uitgavenmutaties à € 14,1 miljoen wordt veroorzaakt door verplichtingenmutaties zonder kaseffect. Het gaat om:

  • Bijstellen van de verplichting ten behoeve van NWO Nationale Wetenschapsagenda voor € 3,0 miljoen.

  • Bijstellen van de verplichting ten behoeve van NWO (bekostiging) voor € 4,0 miljoen vanwege het verplichten van de loon- en prijsbijstellingstranche 2023 voor 2024.

  • Bijstellen van de verplichting ten behoeve van KNAW voor € 7,1 miljoen vanwege het verplichten van de loon- en prijsbijstellingstranche 2023 voor 2024

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget wordt per saldo met € 27,4 miljoen verhoogd. Deze verhoging is vooral het gevolg van diverse overboekingen van andere begrotingsartikelen of begrotingshoofdstukken naar Artikel 16 (Onderzoek en wetenschapsbeleid). Het betreft bijvoorbeeld bijdragen aan en financiering van onderzoeken en calls via NWO, met name voor de NWA en het NRO.

Subsidies

Het budget wordt per saldo met € 13,5 miljoen verlaagd. Deze verlaging is vooral het gevolg van overlopende verplichtingen binnen Groeifondsprojecten, in totaal € 8,2 miljoen, en een per saldo meevaller op subsidies van € 1,4 miljoen. Daarnaast waren er technische verschuivingen van subsidies naar bekostiging en opdrachten, bij nadere invulling van de uitgaven blijkt dat deze toch via een ander begrotingsinstrument worden besteed.

3.14 Beleidsartikel 25. Emancipatie

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 26 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 25 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

16.098

‒ 1.835

14.263

    

Uitgaven

25.838

‒ 4.935

20.903

    

Bekostiging

13.263

0

13.263

Kennisinfrastructuur: Gender- en lhbti- gelijkheid

13.263

0

13.263

Subsidies (regelingen)

8.220

‒ 2.940

5.280

Gender- en lhbti- gelijkheid 2022-2027

8.220

‒ 2.940

5.280

Opdrachten

3.474

‒ 1.133

2.341

Bijdrage aan medeoverheden

881

‒ 862

19

Gemeentefonds gender- en lhbti- gelijkheid

881

‒ 862

19

Ontvangsten

0

0

0

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2023» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden per saldo met € 1,8 miljoen verlaagd.

Uitgaven

De uitgaven worden per saldo met € 4,9 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument:

Subsidies

Het budget wordt per saldo met € 2,9 miljoen verlaagd. Dit komt voornamelijk door een meevaller van € 3,1 miljoen op de 'Tegemoetkoming wet wijziging geregistreerd geslacht'. De aanvraagperiode voor de tegemoetkoming is op 18 oktober 2023 afgesloten.

Opdrachten

Het budget voor opdrachten wordt per saldo met €1,1 miljoen verlaagd.

Bijdrage Medeoverheden

De middelen op dit instrument worden met € 0,9 miljoen verlaagd. Deze middelen worden voor de programma's 'Regenboogsteden' en «Veilige Steden» naar het gemeentefonds overgeboekt.

4 De niet-beleidsartikelen

4.1 Nog onverdeeld

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 27 Budgettaire gevolgen van beleid, artikel 91 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

0

0

0

    

Uitgaven

0

0

0

    

Loonbijstelling

0

0

0

waarvan programma

0

0

0

waarvan apparaat

0

0

0

Prijsbijstelling

0

0

0

waarvan programma

0

0

0

waarvan apparaat

0

0

0

Onvoorzien

0

0

0

    

Ontvangsten

0

0

0

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2023» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2023» weergegeven.

4.2 Apparaat Kerndepartement

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 28 Budgettaire gevolgen van beleid, artikel 95 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

383.580

‒ 7.615

375.965

    

Uitgaven

383.580

‒ 7.615

375.965

    

Personele uitgaven

322.053

‒ 7.958

314.095

waarvan eigen personeel

309.336

‒ 21.077

288.259

waarvan externe inhuur

8.195

13.119

21.314

waarvan overige personele uitgaven

4.522

0

4.522

    

Materiële uitgaven

61.527

‒ 1.565

59.962

waarvan ICT

7.718

13.958

21.676

waarvan bijdrage aan SSO's

24.411

‒ 161

24.250

waarvan overige materiële uitgaven

29.398

‒ 15.362

14.036

Begrotingsreserve schatkistbankieren

0

1.908

1.908

    

Ontvangsten

567

1.908

2.475

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2023» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Personele uitgaven

Het budget wordt per saldo met € 8,0 miljoen verlaagd. De verlaging wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  • meevaller (-/- € 12,1 miljoen): Deze (incidentele) meevaller wordt vooral veroorzaakt door de voor de uitvoering van het Coalitieakkoord gereserveerde middelen. Door de krappe arbeidsmarkt én door de gefaseerde aanname van personeel ontstaat voor dit jaar deze meevaller.

  • een aantal interne overboekingen (+/+ € 2,5 miljoen): het betreft hier voornamelijk overboekingen van programmageld voor onder andere extra capaciteit bij de RCE voor advies en uitvoering van het werkproces versterking erfgoed;

  • overboekingen tussen departementen(+/+ € 2,1 miljoen) zoals de jaarlijkse bijdrage van EZK aan de AWTI;

  • diverse openstaande verplichtingen (-/- € 0,4 miljoen): enkele programma’s en projecten hebben vertraging opgelopen, onder andere door krapte op de arbeidsmarkt en door vertraagde besluitvorming;

Materiële uitgaven

Het budget wordt per saldo met € 1,6 miljoen verlaagd. Dit wordt veroorzaakt door openstaande verplichtingen (-/- € 1,6 miljoen). Enkele programma’s en projecten hebben vertraging opgelopen, onder andere door krapte op de arbeidsmarkt en door vertraagde besluitvorming.

Begrotingsreserve schatkistbankieren

Het budget voor Begrotingsreserve schatkistbankieren wordt met € 1,9 miljoen verhoogd.

Het ministerie van OCW staat garant voor onderwijsinstellingen die bij de Staat lenen (schatkistbankieren). Voor het risico dat het ministerie hierdoor loopt, ontvangt het ministerie van OCW een vergoeding (risicopremie). Deze premie wordt (via een desaldering) toegevoegd aan de Begrotingsreserve schatkistbankieren.

Ontvangsten

Het budget wordt met € 1,9 miljoen verhoogd. Zie hiervoor de toelichting bij de Begrotingsreserve schatkistbankieren.

5 Agentschappen

5.1 Agentschap DUO

In deze paragraaf is de 2e suppletoire begroting opgenomen van de Dienst Uitvoering Onderwijs. De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van de Rijksoverheid voor het onderwijs. DUO levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten, informatievoorziening alsmede diensten gericht op de verbetering van de verbinding tussen beleid en uitvoering. Daarnaast verricht DUO werkzaamheden voor overige departementen en derden.

Tabel 29 Exploitatieoverzicht baten-lastenagentschap DUO (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

(1) Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen)

(2) Mutaties 2e suppletoire begroting

Totaal geraamd (3) = (1) + (2)

Baten

   

- Omzet

415.189

59.599

474.788

waarvan omzet moederdepartement

333.086

46.675

379.761

waarvan omzet overige departementen

76.375

12.598

88.973

waarvan omzet derden

5.728

326

6.054

Rentebaten

0

1.200

1.200

Vrijval voorzieningen

0

0

Bijzondere baten

0

0

Totaal baten

415.189

60.799

475.988

    

Lasten

   

Apparaatskosten

380.477

64.717

445.195

- Personele kosten

271.568

41.312

312.880

waarvan eigen personeel

224.189

1.472

225.661

waarvan inhuur externen

39.061

28.990

68.051

waarvan overige personele kosten

8.317

10.851

19.168

- Materiële kosten

108.910

23.405

132.314

waarvan apparaat ICT

29.818

13.827

43.645

waarvan bijdrage aan SSO's

26.876

1.994

28.870

waarvan overige materiële kosten

52.215

7.584

59.799

Rentelasten

100

523

623

Afschrijvingskosten

33.012

2.059

35.071

- Materieel

13.000

1.468

14.468

waarvan apparaat ICT

12.500

1.468

13.968

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

500

500

- Immaterieel

20.012

591

20.603

Overige lasten

1.500

1.500

waarvan dotaties voorzieningen

1.500

1.500

waarvan bijzondere lasten

0

0

Totaal lasten

415.089

67.299

482.388

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

100

100

Agentschapsdeel Vpb-lasten

100

100

Saldo van baten en lasten

0

‒ 6.500

‒ 6.500

Toelichting

De baten in de 2e suppletoire begroting stijgen met van € 60,8 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting. De lasten in de 2e suppletoire begroting stijgen met € 67,3 miljoen ten opzichte de 1e suppletoire begroting. Per saldo wordt derhalve een negatief resultaat van € 6,5 miljoen verwacht. Dit negatieve resultaat wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door twee exogene oorzaken. Dit betreft enerzijds de vernieuwde IKB-regeling effectief per 1 januari 2023 zoals opgenomen in het Onderhandelingsresultaat voor CAO Rijk 2022-2024. Dit resulteert in ingeschatte additionele overige personele kosten van € 3,8 miljoen uit hoofde van gespaarde IKB-uren welke worden toegevoegd aan de verlofverplichting. Anderzijds geldt dat er sprake is van bovenmatige stijging van de huisvestingskosten van €2,5 miljoen. Dit betreffen specifiek de huur- en energiekosten welke bij DUO in rekening worden gebracht voor diverse locaties. Het restant van € 0,2 miljoen heeft diverse oorzaken van beperkte omvang.

Baten

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement is € 46,7 miljoen hoger dan in de 1e suppletoire begroting. Dit wordt verklaard door bijstellingen in de (basis)dienstverlening gesaldeerd met een technische correctie van de toegekende loon- en prijsbijstellingen welke per saldo € 23,4 miljoen bedraagt. De bijstellingen in de dienstverlening betreffen onder andere additionele activiteiten in het kader van Werk aan Uitvoering, examens en de regeling kwijtschelden schulden gedupeerden kinderopvangtoeslag. Een deel van de toegekende loon- en prijsbijstellingen is doorgeschoven naar het jaar 2024. Daarnaast is per saldo € 13,6 miljoen extra besteed aan (beleids-)opdrachten zoals Stimulans Arbeidsmarkt Positie, Herinvoeringbasisbeurs, Informatie Huishouding en IV-Strategie. Ten slotte is sprake van additionele omzet uit hoofde van de dienstverlening vanuit Shared Service Organisatie Noord (€ 6,0 miljoen) en de uitvoering van extra werkzaamheden voor de werkplekdienstverlening ten behoeve van het moederdepartement en de onder haar vallende diensten (€ 3,7 miljoen).

De genoemde extra omzet van € 46,7 miljoen wordt voor € 6,0 miljoen gedekt vanuit art. 95 Kerndepartement. Daarnaast is € 9,8 miljoen gedekt vanuit de overlopende passiva. De overige € 30,9 miljoen is gedekt door middelen die reeds beschikbaar waren vanuit de OCW begroting.

Omzet overige departementen en derden

De omzet overige departementen en derden stijgt met € 12,9 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting. De stijging is het gevolg van een toename van de omzet uit hoofde van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (€ 7,8 miljoen), het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, (€ 5,6 miljoen), het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (€ 1,0 miljoen), respectievelijk het ministerie van Financiën (€ 0,6 miljoen). Daarnaast is sprake van twee nieuwe opdrachten voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (€ 1,1 miljoen) en een daling van de dienstverlening aan het ministerie van Justitie en Veiligheid (- € 3,2 miljoen).

Rentebaten

De rentebaten stijgen met €1,2 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting. Dit betreft een inschatting van de rentebaten uit hoofde van het positieve saldo op de rekening courant met het ministerie van Financiën. 

Lasten

Apparaatskosten

De kosten in de 2e suppletoire begroting stijgen € 67,3 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2023. De personele kosten stijgen met € 41,3 miljoen en de materiële kosten stijgen met € 23,4 miljoen. Deze stijgingen hangen samen met de bovengenoemde uitbreidingen van de (basis)dienstverlening voor zowel het moederdepartement als voor andere ministeries. Voorts is sprake van de twee eerder beschreven exogene ontwikkelingen, namelijk de vernieuwde IKB-regeling welke effectief is per 1 januari 2023 en de bovenmatig gestegen huisvestingskosten, welke resulteren in een forse toename van de kosten. De invulling van deze additionele dienstverlening vindt vooral plaats door externe inhuur. De afschrijvingskosten stijgen met € 2,1 miljoen. Dit is primair het gevolg van gestegen afschrijvingen van materiële vast activa gerelateerd aan het ICT domein. De rentelasten stijgen als gevolg van de gestegen rentepercentages gerelateerd aan uitstaande leningen bij het ministerie van Financiën.

Kasstroomoverzicht

Tabel 30 Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1.000)
  

(1) Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen)

(2) Mutaties 2e suppletoire begroting

Totaal geraamd (3) = (1) + (2)

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

17.519

 

17.519

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

415.189

60.799

475.988

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 380.477

‒ 67.299

‒ 447.776

2.

Totaal operationele kasstroom

34.712

‒ 6.500

28.212

 

Totaal investeringen (-/-)

‒ 73.600

9.000

‒ 64.600

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 73.600

9.000

‒ 64.600

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

 

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

‒ 20.153

‒ 20.153

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

73.600

‒ 9.000

64.600

4.

Totaal financieringskasstroom

53.447

‒ 9.000

44.447

5.

Rekening courant RHB 31 december (=1+2+3+4)

32.078

‒ 6.500

25.578

Toelichting

Het kasstroomoverzicht is aangepast ten opzichte van de oorspronkelijke begroting op basis van de nu voorziene additionele omzet en kosten, rekening houdend met via de balans gereserveerde middelen voor in 2023 doorlopende projecten. De investeringen in de (im)materiële vaste circa activa dalen met € 9,0 miljoen aangezien een deel doorschuift naar 2024. Het beroep op de leenfaciliteit is hierop aangepast.