Gepubliceerd: 19 september 2023
Indiener(s): Kuipers
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36410-XVI-2.html
ID: 36410-XVI-2

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Vergaderjaar 2022–2023

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 35.268,2

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 183,1

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld en worden de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van verplichtingen-kasagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E.J.Kuipers

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

Inleiding

Voor u ligt de begroting 2024 van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Deze begroting bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Beleidsagenda

  • Beleidsartikelen en de niet-beleidsartikelen

  • Begroting agentschappen

  • Financieel Beeld Zorg

  • Diverse bijlagen

De budgettaire verwerking van de beleidsprioriteiten met betrekking tot de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg worden vermeld in het Financieel Beeld Zorg.

Groeiparagraaf

De VWS-monitor wordt naar aanleiding van het wetgevingsoverleg over het VWS-jaarverslag en de Slotwet 2018 d.d. 18 juni 2019 separaat aan de Tweede Kamer verzonden tegelijk met de begroting van VWS. Voorts wordt invulling gegeven aan de motie van de leden Van den Berg en Kerstens uit datzelfde wetgevingsoverleg door indicatoren op te nemen in de artikelen. Met de indicatoren opgenomen in de beleidsartikelen stellen we de begroting 2024 op conform het verzoek van de vaste Kamercommissie VWS van 2015.

Toelichting Budgettaire tabel

Afzonderlijke posten in de budgettaire tabellen in de beleidsartikelen worden toegelicht als de mutaties groter of gelijk zijn aan de ondergrenzen in onderstaande staffel conform de Rijksbegrotingsvoorschriften. Daar waar het kleinere bedragen betreft worden deze alleen toegelicht indien deze politiek relevant zijn.

Tabel 1 Ondergrenzen conform Rijksbegrotingsvoorschriften

Omvang begrotingsartikel in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 en < 1000

5

10

=> 1000

10

20

COVID-19

De begroting 2024 bevat bij de beleidsagenda een overzicht met uitgaven voor het beheersen van corona. De uitgaven hebben betrekking op 2022, 2023 en 2024, 2025 en doorloop naar latere jaren.

2. Beleidsagenda

2.1 Beleidsprioriteiten

Gezondheid is één van de belangrijkste waarden voor iedereen. Er zijn veel factoren die daar van invloed op zijn, zoals roken, overgewicht en mentale gezondheid. Ongezond gedrag zorgt voor een deel van de ziektelast en zorgvraag in onze samenleving. Een fit, gezond en veerkrachtig (Caribisch) Nederland bereik je niet alleen met zorg. Gezonde keuzes stimuleren en ongezonde keuzes ontmoedigen helpt ons gezonder te worden als samenleving. Maar als het dan nodig is, willen we kunnen rekenen op zorg en ondersteuning die bij ons past. Thuis als het kan, en verder weg als het nodig is.

De stijgende zorgvraag maakt dat de zorg onder druk komt te staan. We worden allemaal ouder, er zijn steeds meer (medische en technologische) mogelijkheden en mensen hebben steeds vaker een chronische aandoening. Om te zorgen dat iedereen kan rekenen op beschikbare en betaalbare zorg en ondersteuning, werken we aan het beter organiseren hiervan. Maar het begint bij het afremmen van de zorgvraag door in te zetten op een stevig preventiebeleid. Deze verandering wordt geholpen door verschillende trajecten. Deze trajecten zijn het Integraal Zorgakkoord (IZA), het programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (TAZ), het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO), de toekomstbestendigheid van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Nationale Dementiestrategie, de Hervormingsagenda Jeugd, de Toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking, het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Nationaal preventieakkoord.

De grote opgave die we zien om Nederland gezonder te maken en de zorgvraag beter op te vangen in de toekomst, zijn afhankelijk van al deze trajecten. Die verandering kunnen wij niet alleen vanuit VWS bereiken en hebben daar dus de medeoverheden en partijen uit het veld bij nodig. Daarom hebben we de akkoorden ook juist met hen gesloten. Samen werken we aan de verschuiving naar passende zorg in de hele zorgsector. Dat maakt ook dat de regionale samenwerking en samenwerking tussen partijen uit het veld centraal staat in de akkoorden. We moeten over de domeinen heen samenwerken om onze ambities waar te maken. Als we onze ambities uit de hervormingstrajecten ook op de lange termijn willen handhaven, dan hoort daar immers aandacht voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën bij.

In 2024 gaan we in alle trajecten belangrijke stappen zetten. Daar wordt in de volgende hoofdstukken op in gegaan.

2.1.1 Passende zorg en betaalbaarheid

Integraal Zorgakkoord

Het streven naar passende zorg is niet nieuw. De brede maatschappelijke afweging tussen hoge kwaliteit, brede toegankelijkheid en schaarse capaciteit is een voortzetting van trajecten die al eerder ingezet zijn. Een gezonde samenleving staat centraal, met focus op het voorkomen van vraag naar zorg. Met het Integraal Zorgakkoord (IZA) gaan we nog een stap verder met samenwerking over sectoren heen en tussen de overheid en veldpartijen. De beweging naar passende zorg is ambitieus, complex en een verandering die niet van de één op de andere dag is gerealiseerd. De uitvoering van het IZA zal niet zonder slag of stoot gaan, maar juist door samen te werken, over korte termijn belangen heen te kijken en door te zetten, gaan we de zorgtransformatie samen realiseren.

In 2023 is gestart met de transitie vanuit het IZA, bijvoorbeeld door het opstellen van regioplannen en regiobeelden. Vanaf komend jaar gaat de transitie een slag dieper met behulp van de transformatiemiddelen die beschikbaar zijn. We moeten met elkaar de zorg anders inrichten. Wat de juiste inrichting is en welke problemen spelen, verschilt per regio. Daarom kunnen partijen zelf beslissen waar ze op inzetten en gaan we, samen met de partijen uit de Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ)-regio’s aan de slag met de implementatie van zorgcoördinatie. Hiermee worden de knelpunten en uitdagingen van de acute zorg in kaart gebracht zodat patiënten met een spoedzorgvraag snel en op de juiste plek geholpen worden. De plannen hiervoor liggen klaar en we scheppen de landelijke voorwaarden die nodig zijn voor het structureel inrichten van zorgcoördinatie. Hierdoor kunnen we de regio’s ondersteunen bij de implementatie. Zo wordt er voor de acute zorg reeds een plan gemaakt om deze met behulp van zorgcoördinatie efficiënter in te richten.

Het IZA bevat daarnaast stevige ambities om de organisatie van de brede eerste lijn in verbinding met andere domeinen te versterken. Het doel hierbij is herkenbaarheid en aanspreekbaarheid van de zorgprofessionals voor de burger. De zorg moet door de verschillende partijen goed op elkaar zijn afgestemd en het liefst dichtbij waar het kan. Zorgprofessionals moeten hun tijd kunnen besteden aan datgene waarvoor ze zijn opgeleid en wat ze het liefst doen: patiëntenzorg.

Passende zorg

We zetten grote stappen op weg naar zorg en ondersteuning die de stijgende zorgvraag beter opvangt. Investeren in de gezondheid van Nederland, het remmen van de groei van de zorg en tegelijkertijd het garanderen dat toegankelijkheid centraal staat. Daarvoor moeten we de zorg anders organiseren en gaan we nog beter samenwerken, ondersteund vanuit een goede digitale infrastructuur.

Passende zorg is óók zorg waarin digitalisering een rol speelt. Uitwisseling van gegevens, op het juiste moment, is daarbij cruciaal voor hybride zorg. In de komende jaren willen we in lijn met de nationale visie en strategie op het gezondheidsinformatiestelsel en het IZA de randvoorwaarden voor gegevensuitwisseling op orde krijgen: namelijk het landelijk dekkend netwerk en de generieke functies zoals de toegankelijkheid tot data met een protocol voor autorisatie en authenticatie. Tevens zal ingezet worden op de verdere implementatie van de geprioriteerde gegevensuitwisselingen die onderdeel uitmaken van de Wet op de Elektronische Gegevensuitwisseling (Wegiz).

Beschikbaarheid van de juiste geneesmiddelen hoort ook bij passende zorg. Als zorg ingevuld wordt met medicijnen, moeten deze beschikbaar zijn. We zetten in samenwerking met het veld in op een breed spectrum van acties om de beschikbaarheid van geneesmiddelen te waarborgen. Zo verkennen we op Europees en internationaal niveau hoe er meer grip kan komen op de beschikbaarheid van geneesmiddelen en hoe we beter kunnen samenwerken in het oplossen van tekorten. Nationaal overleggen we met het veld over mogelijke aanpassingen van het inkoopbeleid van zorgverzekeraars en tekortensignalering door veldpartijen. Ook verkennen we hoe oplossingen versneld kunnen worden geïmplementeerd als tekorten optreden. Tegelijkertijd onderzoeken we hoe overheidsinstrumenten als de Wet geneesmiddelen prijzen (Wgp), het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) en de rol van de Inspectie Gezondheidszorg Jeugd (IGJ) en het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) kunnen bijdragen aan een betere beschikbaarheid van geneesmiddelen voor de Nederlandse patiënten.

De beweging die we maken naar passende zorg en het verduurzamen van zorg, liggen in elkaars verlengde. Met de inzet op het voorkomen van zorg, het leveren van de juiste zorg op de juiste plek, het afremmen van medicalisering en gepast medicijngebruik en meer gebruik van hybride zorg, wordt bijgedragen aan het leveren van zorg met zo min mogelijk impact op klimaat, milieu en leefomgeving. Immers, de meest duurzame vorm van zorg is het voorkomen van zorg en het uitsluitend leveren van zinnige zorg. Passende zorg geleverd op de juiste plek met oog voor milieu- en klimaatimpact ís duurzame zorg.

Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (Wlz en sociaal domein)

Het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) draagt bij aan een brede maatschappelijke beweging en de transitie in wonen, ondersteuning en zorg voor ouderen: zelfstandig als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan. Deze drieslag is een logisch gevolg van demografische ontwikkelingen, arbeidsmarktontwikkelingen en financiële houdbaarheid van het stelsel, maar moet ook gezien worden in het licht van een veranderende samenleving met veranderende behoeften en wensen. Samengevat: we willen anders, we kunnen anders en we moeten anders.

De beweging is onderdeel van een lange termijn perspectief. De stappen die we zetten, zetten we in samenhang, ook in relatie tot het IZA. Partners moeten hierin de ruimte hebben om hun inzichten en belangen in te brengen. Dat versterkt de beweging. Als overheid zijn we onderdeel van deze beweging. We stimuleren samenwerking én ondersteunen de partners.

De structuur van het programma WOZO weerspiegelt de beweging die we maken. Door middel van een logische ordening van vijf actielijnen geven we vorm en inhoud aan de beweging, samen met externe partijen. De vijf actielijnen zijn als volgt opgebouwd: 1) Samen vitaal ouder worden; 2) Sterke basiszorg voor ouderen; 3) Passende Wlz-zorg; 4) Wonen en zorg voor ouderen en 5) Arbeidsmarkt en Innovatie. Deze actielijnen stimuleren de zelfredzaamheid van ouderen en hun bewustzijn van de veranderende omstandigheden met nieuwe kansen en afhankelijkheden bijvoorbeeld door nieuwe technologieën. Ook zetten we hierbij in op het versterken van de sociale basis in het licht van goede basiszorg in de eerste lijn.

In de langdurige zorg spelen verschillende uitdagingen zoals betaalbaarheid, tekort aan zorgpersoneel en de toenemende druk op mantelzorgers. Om te zorgen dat de langdurige zorg houdbaar blijft wordt door veld- en systeempartijen veelvuldig ingezet op innovatie. Een voorbeeld van innovatie die wordt gezien als oplossing is inzet van digitaal/ hybride zorg. Activiteiten om de transitie naar digitaal/ hybride zorg in de langdurige zorg verder te brengen zijn, voor de doelgroep ouderen, voor het leeuwendeel opgenomen in de actielijnen van het WOZO-programma. Voor de gehandicaptenzorg wordt er via de Toekomstagenda gehandicaptenzorg invulling aan gegeven.

Toekomstbestendige Wmo

Met een vergrijzende bevolking stijgt ook de vraag naar zorg en ondersteuning. Passende ondersteuning en betaalbaarheid van voorzieningen worden steeds belangrijker en de druk op mantelzorgers neemt daardoor ook toe. Specifiek voor de Wmo wordt samen met veldpartijen gewerkt aan een verbetering van de (financiële) houdbaarheid van de Wmo. Zo voeren we de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in. De invoering zal helpen om de druk bij gemeenten op (de beschikbaarheid van) Wmo-voorzieningen te verlagen. Door het inkomen en het vermogen als basis te gebruiken voor de eigen bijdrage, houden we rekening met wat een individuele burger kan dragen.

Niet alleen de vergrijzing, ook de ontwikkelingen ten aanzien van de arbeidsmarkt, het langer thuis wonen en digitalisering van zorg en ondersteuning hebben impact op de vraag naar Wmo-ondersteuning die gemeenten bieden. Hoe deze ontwikkelingen zich gaan vertalen in het gebruik van Wmo-voorzieningen voor de middellange tot lange termijn, is echter nog niet inzichtelijk. Dat willen we graag weten, zodat we verschillende beleidsopties kunnen uitdenken voor de blijvende houdbaarheid van de Wmo 2015 op de lange termijn. Hier werken we samen met het CPB aan.

Dakloosheid wordt in het Nationaal Actieplan integraal bekeken, waarbij de structurele oorzaken van dakloosheid centraal staan: bestaansonzekerheid en het tekort aan betaalbare huisvesting. Dat vraagt onverminderd onze aandacht. We ondersteunen gemeenten om dakloosheid te voorkomen met een preventieve aanpak. We investeren ook in het opzetten van een monitoringsdashboard voor en door gemeenten en het versterken van de kwantitatieve monitoring om zo beter inzicht te krijgen in het behalen van de doelstelling van het Nationaal Actieplan: uiteindelijk nul dakloze mensen in 2030, aansluitend bij de Lissabon Verklaring.

Nationale Dementiestrategie

Door de dubbele vergrijzing zal het aantal mensen met dementie in Nederland sterk stijgen, van 300.000 nu naar meer dan 500.000 in 2040. Met de Nationale Dementiestrategie gaan we in 2024 verder op de ingeslagen weg. Bij thema 1 (‘Dementie de wereld uit’) gaat het om grootschalig onderzoek uitgevoerd door breed samengestelde onderzoeksconsortia, gericht op onder andere ontwikkeling van therapieën, adequate diagnostiek, risicoreductie, waarbij de vertaling naar de dagelijkse (zorg)praktijk nadrukkelijk aandacht heeft. Thema 2 (‘Mensen met dementie tellen mee’) is met name gericht op het dementie vriendelijk maken van de samenleving en het bieden van zinvolle daginvulling aan mensen met dementie, zodat ze zo volwaardig mogelijk deel kunnen blijven uitmaken van de maatschappij. Bij thema 3 (‘Steun op maat bij leven met dementie’) richten we ons met name op de implementatie van de zorgstandaard dementie, waaronder casemanagement. 

Palliatieve zorg en geestelijke verzorging thuis

Palliatieve zorg is de zorg die de kwaliteit van leven verbetert voor patiënten (en hun naasten) die te horen hebben gekregen dat ze niet meer beter worden. Deze zorg richt zich op de behandeling en verlichting van problemen van fysieke-, psychische-, sociale- en zingevingsaard. Deze zorg kan gelijktijdig worden verleend met een ziekte gerichte behandeling. Het is belangrijk dat mensen weten dat palliatieve zorg bestaat en dat zij op tijd nadenken over wat voor hen belangrijk is. Als mensen palliatieve zorg ontvangen, is de kans op onnodige behandelingen aanzienlijk kleiner. Met behulp van de coalitieakkoordmiddelen zetten we in op de verbetering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de palliatieve zorg en geestelijke verzorging thuis.

Hervormingsagenda Jeugdzorg

Partijen in de jeugdhulp staan voor grote opgaven. Om de jeugdhulp toekomstbestendig te maken, zijn stevige veranderingen nodig in denken en doen. Gemeenten, aanbieders, jongeren en het Rijk zijn het erover eens dat flinke hervormingen nodig zijn om te zorgen dat kinderen en gezinnen de juiste zorg op de juiste plek krijgen. Daarbij moet ook het stelsel zorginhoudelijk en organisatorisch verbeterd worden en leiden tot een financieel houdbaar en daarmee duurzaam stelsel. De maatregelen in de Hervormingsagenda Jeugd zijn hierbij leidend. Het is van belang hierbij samen op te trekken.

De Hervormingsagenda Jeugd bevat diverse maatregelen. Onderdeel van de overeengekomen maatregelen is het scherper afbakenen van de reikwijdte van de Jeugdwet, zodat de jeugdhulpplicht toeziet op jeugdigen en gezinnen in de meeste kwetsbare situaties. Er moet een integrale aanpak zijn voor zowel de jeugdigen als hun ouders. Versterking van de verbinding met domeinen als het onderwijs, bestaanszekerheid/schulden en volwassenen-ggz is daarvoor cruciaal. Ook zullen de lokale teams worden verstevigd en wordt ingezet op de toegankelijkheid van voorzieningen (bij voorkeur) in de wijk. Daarbij ligt de nadruk op het zo veel mogelijk thuis helpen van jeugdigen en naasten. De eerste stappen zijn hiervoor in 2023 gezet met de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp. In 2024 gaan we verder met een aanpak voor het transformeren van de overige vormen van residentiële jeugdhulp. Ook zijn er afspraken gemaakt over investeren in kwaliteit en blijvend leren. Als laatste voorbeeld zal door middel van data en monitoring een verbeterd inzicht komen in het functioneren van het jeugdstelsel. Dit maakt het ook mogelijk op basis van feiten keuzes te maken en te leren van onszelf en van elkaar.

Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en welzijn

Schaarste aan personeel in zorg en welzijn is – net als in andere sectoren – de dagelijkse realiteit. Het tekort aan medewerkers in zorg en welzijn is en blijft de komende jaren een belangrijke uitdaging. We gaan die uitdaging samen met alle relevante partijen in zorg en welzijn – zoals zorgmedewerkers, zorgorganisaties, zorginkopers, opleiders en beroepsorganisaties – aan. Met het programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en welzijn (TAZ) wordt in 2024 de transitie verder op gang gebracht om het werk anders te organiseren in zorg en welzijn, met het doel om de toegankelijkheid van de zorg te borgen in de toekomst.

Omdat niet alle afspraken en acties zoals weergegeven in het programmaplan TAZ gelijktijdig kunnen worden opgepakt, zijn samen met de veldpartijen zes prioritaire thema’s vastgesteld. Rond deze thema’s zijn kerngroepen geformeerd met deelnemers uit de gehele sector zorg en welzijn:

1) Herstel van de balans tussen vast en flexibel personeel; 2) Regionaal werkgeverschap; 3) Begeleiding van stagiairs en nieuwe medewerkers; 4) Sociale en technologische innovatie; 5) Bekwaam is inzetbaar en voorwaarden voor leven lang ontwikkelen en 6) Regeldrukvermindering.

De afspraken in het programma TAZ worden op onderdelen versterkt door de uitwerking van bijvoorbeeld het IZA, het programma WOZO en het interdepartementale traject gericht op de arbeidsmarktkrapte (gecoördineerd door het ministerie van SZW). Datzelfde geldt voor de Hervormingsagenda Jeugd, de bestuurlijke afspraken met de VNG voor de inzet van gemeenten op gezondheid, de toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking, het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) gericht op preventie en het missiegedreven innovatiebeleid. Tezamen moet de inzet van de verschillende programma’s leiden tot een beperking van de zorgvraag en een arbeidsmarkt in zorg en welzijn waarbinnen met een minder grote stijging van zorgverleners aan de toekomstige zorgvraag voldaan kan worden.

2.1.2 Preventie en sportstimulering

We staan voor een gezond, fit en veerkrachtig Nederland, nu en in de toekomst. Om die reden investeren we in preventieve gezondheidsmaatregelen, zoals vaccinaties, screenings en bevolkingsonderzoeken en programma’s voor gezonde levensstijl. Het doel is een gezonde generatie in 2040. Gezonde mensen hebben minder vaak zorg nodig en leveren een grotere bijdrage aan de maatschappij en de economie. De ambities uit het Nationaal Preventieakkoord staan nog steeds overeind en richten zich op stoppen met roken, terugdringen van problematisch alcoholgebruik en het tegengaan van overgewicht.

Gezond Actief Leven Akkoord

Met het Gezond Actief Leven Akkoord (GALA) hebben we onze ambities gesteld op het gebied van gezondheid en welbevinden. Samen met gemeenten, GGD-en en zorgverzekeraars bouwen we aan een gerichte lokale en regionale aanpak van preventie, gezondheid en sociale basis. Zo stellen we niet ziekte, maar een gezonde samenleving centraal. Het GALA gaat uit van een brede, integrale benadering van preventie met aandacht voor de fysieke en sociale omgeving van mensen en belangrijke factoren als bestaanszekerheid. Het versterken van de mentale gezondheid hoort daar ook bij. Door meer te bewegen, sporten en deelnemen aan culturele uitingen wordt ook de mentale gezondheid versterkt. Dit zijn aantoonbare beschermende factoren waar in 2024 verder op wordt ingezet.   

Mensen in een kwetsbare sociaal-economische situatie hebben een hoger risico op een slechtere (ervaren) gezondheid. Het bereiken van deze mensen is in het GALA een belangrijke opgave om de gezondheidsachterstanden terug te kunnen dringen. De eerste duizend dagen van een kind zijn onbetwist van groot belang voor een gezond leven. Daarom willen we de (lokale) ketenaanpak Kansrijke start in alle gemeenten versterken, uitbouwen en structureel verankeren.

Bestaande hulp en zorg bij gezondheidsproblemen zijn nu niet altijd passend. Hulp is bijvoorbeeld niet altijd gericht op de specifieke situatie en de leefomgeving van de zorg- of hulpvrager. We willen terug naar de nabijheid en de menselijke maat vanuit de lokale sociale basis of de sociale infrastructuur, in samenspraak met de inwoners. Het gaat om omzien naar elkaar. Door de toename van het aantal ouderen dat zelfstandig woont, zal de druk op de sociale omgeving, waaronder het verlenen van mantelzorg, toenemen. Daarom zetten we in op vitaal ouder worden en langer kunnen meedoen. Dat willen we bereiken door onder meer het versterken van de zelfredzaamheid van ouderen, bijvoorbeeld door de inzet op valpreventie.

Gezondheidsbescherming

Sporten en bewegen dragen bij aan een gezonde leefstijl. Dat leidt uiteindelijk tot minder vermijdbare ziektelast en meer gezonde levensjaren. De helft van de Nederlanders beweegt onvoldoende. Ook zijn er grote verschillen in sport- en beweegdeelname tussen groepen in de samenleving (leeftijd, inkomen en opleiding). Het doel is dat in 2040 75% van de Nederlanders aan de beweegrichtlijnen voldoet. Dit willen we bereiken door: 1) de sportsector te versterken, zodat mensen die willen sporten en bewegen dit ook kunnen, 2) de kansengelijkheid in de sport- en beweegdeelname te vergroten en 3) bewegen in het dagelijks leven te stimuleren.

Een gezonde samenleving betreft ook het beschermen van de gezondheid tegen risico’s, in het bijzonder door middel van vaccinaties. Zwangere vrouwen komen in aanmerking voor de griepvaccinatie en vanaf 2024 kunnen alle zuigelingen in Nederland een rotavirusvaccinatie krijgen. Tevens blijven we inzetten op het bestrijden en voorkomen van soa en hiv. In 2024 wordt de PrEP-zorg (de hiv-preventiepil voor specifieke risicogroepen) bestendigd. Op basis van de uitkomsten van de toekomstverkenning naar de aanvullende seksuele gezondheidsregeling zullen we inzetten op een betere positionering van deze regeling binnen het zorgstelsel.

2.1.3 Pandemische Paraatheid

Versterkte publieke gezondheid

Het programma «Versterking infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid GGD’en» zet in op het vergroten van (personele) capaciteit, versterking van bovenregionale samenwerking, praktijkgericht onderzoek, opleidingen voor artsen infectieziektebestrijding (IZB), en bij- en nascholing. Dat doen we door te zorgen voor de voorwaarden voor aanvullende, rechtstreekse financiering voor de GGD’en. Ook worden in 2024, in samenwerking met de GGD’en, GGD GHOR NL en het RIVM, uniforme eisen gesteld aan de voorbereidingen voor opschaling bij GGD’en.

Het ontwerp Landelijke Functie opschaling Infectieziektebestrijding (LFI) wordt in 2024 stap voor stap in gebruik genomen. Met de aanpassing van de Wet publieke gezondheid (Wpg) tweede tranche wordt geregeld dat de minister van VWS via de LFI bij de uitbraak van een A-infectieziekte rechtstreeks kan sturen op de medisch-operationele processen van de GGD’en. Dat is ook het moment waarop de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de LFI formeel zijn geregeld en de LFI volledig operationeel zal zijn. Maatregelen gericht op het versterken van de infectieziektebestrijding door het RIVM en ketenpartners, betreffen bijvoorbeeld uitbreiding en vernieuwing van de landelijke monitoring en surveillance, versterking van de bovenregionale samenwerking en landelijke coördinatie van het medische bestrijdingsbeleid.

In 2024 start de stapsgewijze herinrichting van de informatievoorziening in het domein van de infectieziektebestrijding (IZB). Dit doen we samen met het RIVM, GGD GHOR NL en de GGD’en. Vanaf 2024 tot en met 2026 nemen we gefaseerd afscheid van de huidige inrichting. Met acties uit het ‘Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid’ wordt ingezet op de zoönosengeletterdheid van burgers en professionals (de kennis op het gebied van zoönose), het versterken van de One Health surveillance en gegevensuitwisseling en internationale samenwerking.

Met onze kennis- en innovatieagenda richten we ons op onder andere ventilatie, detectie, gedrag en therapie-ontwikkeling. Ook internationaal worden er kennis- en innovatieprogramma’s ontwikkeld via bijvoorbeeld de Coalition for Epidemic Preparedness (CEPI) en via het RIVM rondom monitoring en surveillance. Er wordt tevens een Caribische HUB voor publieke gezondheid ingericht, met als doel duurzame versterking van de lokale capaciteit, kennis en expertise op het gebied van pandemische paraatheid en infectieziektebestrijding in het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Flexibele en opschaalbare zorg

We werken toe naar een vaccinatievoorziening voor volwassenen die zowel haar taken kan uitvoeren in een koude fase (regulier) als warme fase (bestrijding pandemie). Hiermee wordt een belangrijke stap gezet richting een kosteneffectief, flexibel, wendbaar en toekomstbestendig vaccinatiestelsel. Zorgcoördinatie is een middel om de schokbestendigheid van de (acute) zorg te vergroten en de beschikbare capaciteit zo effectief mogelijk te benutten. Tijdens een pandemie kan dan aan patiënten zoveel mogelijk de juiste zorg worden geboden, op de juiste plek, op het juiste moment en van de juiste zorgverlener. Hiermee houden we de zorg voor iedereen in Nederland zo toegankelijk mogelijk, met zo min mogelijk afschaling van zorg en risico op gezondheidsschade. Ook de langdurige zorg moet zich voorbereiden op (pandemische) uitbraken van infectieziekten. Bijvoorbeeld door het versterken van hygiëne en infectiepreventie in de verpleeghuizen, de gehandicaptenzorg en bij de zorg thuis. Daarom investeren we onder meer in monitoring en surveillance met als doel het versterken van inzicht in ontwikkelingen. Ook werken we aan het goed inrichten van coördinatiestructuren in de langdurige zorg.

Versterkte leveringszekerheid

Leveringszekerheid en passende zorg zijn altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar tijdens een pandemie is de zorg nog meer dan anders afhankelijk van medische producten voor patiënten en professionals. Daarbij gaat het om geneesmiddelen, waaronder vaccins, medische hulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen. We investeren in opschaalbare en duurzame productiecapaciteit in Nederland van deze essentiële medische producten. In Europees verband zetten we in op het verminderen van kwetsbaarheden en ongewenste afhankelijkheden in de productie- en toeleveringsketen van medische producten, en een sterkere open strategische autonomie.

(Lessen) coronacrisis

Het afgelopen voorjaar zijn de laatste maatregelen en adviezen die specifiek voor COVID-19 golden omgezet in generieke adviezen die gelden voor alle typen infectieziekten. Tegelijkertijd is er gewerkt aan de afschaling van het coronabeleid, zoals bijvoorbeeld de testinfrastructuur. Op dit moment zijn er diverse interne evaluatietrajecten opgezet en wordt gekeken hoe we de opgedane kennis kunnen behouden. De lessen van COVID-19 zijn ook gebruikt voor het opzetten van het beleidsprogramma Pandemische Paraatheid. Met deze lessen alleen zijn we er niet. Scenario’s zijn een belangrijk instrument om te anticiperen op potentiële pandemieën en te blijven toetsen hoe de pandemische paraatheid van Nederland ervoor staat. In 2024 wordt de ex durante evaluatie op grond van de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) afgerond.

2.1.4 Brede welvaart en Sustainable Development Goals

In 2015 zijn door de Verenigde Naties de Sustainable Development Goals (SDG’s) vastgesteld als de nieuwe mondiale duurzame ontwikkelingsagenda voor 20301. Ook Nederland heeft zich gecommitteerd om deze doelen in 2030 te behalen. Het Ministerie van VWS is met name verantwoordelijk voor SDG3 (goede gezondheid en welzijn), met raakvlakken met vele andere SDGs, zoals SDG 8 (waardig werk en economische groei) en SDG 12 (verantwoorde consumptie en productie).

Vanuit VWS wordt onder andere bijgedragen aan de SDGs met de Mondiale Gezondheidsstrategie, de 3e Green Deal Duurzame Zorg (SDG 12, 3), het Integraal Zorgakkoord (SDG 3), het Gezond en Actief Leven Akkoord (SDG 3), het programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (SDG’s 3, 8), het Beleidsprogramma Pandemische Paraatheid (SDG3), het Nationaal Preventieakkoord (SDG 3), het programma Wonen, Ondersteuning en Zorgen voor Ouderen (SDG 3), en het Sportakkoord (SDG3).2

Naar aanleiding van de Hammelburg c.s. motie (Kamersstukken II 2021/22 35925, nr. 22) heeft het kabinet in 2022 aangekondigd onderzoek te doen naar de mogelijkheden om brede welvaart te integreren in departementale begrotingen. Brede welvaart betreft de levenskwaliteit hier en nu en de mate waarin dit invloed heeft op de kwaliteit van het leven van toekomstige generaties en mensen elders op de wereld. Op Prinsjesdag 2023 wordt door het CBS per departement een factsheet gepubliceerd. Deze factsheet visualiseert brede welvaartsresultaten die relevant zijn voor de beleidsterreinen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Een belangrijke indicator van brede welvaart is een goede gezondheid en welzijn. Gezondheid is sterk bepalend voor de kwaliteit van leven. De factsheet monitor brede welvaart van het CBS laat op veel terreinen een positieve of neutrale trend zien. Bijvoorbeeld in zowel de daadwerkelijke gezondheid als de ervaren gezondheid. 77,2% van de bevolking ervaart de eigen gezondheid als (zeer) goed. Daarnaast daalt het percentage van mensen dat ernstige beperkingen ervaart bij het dagelijks functioneren. Verder valt op dat het aantal mensen dat rookt afneemt. Ook zien we dat het aantal zelfdodingen afneemt. Op een aantal terreinen is verbetering mogelijk, waar dan ook met verscheidene programma's op wordt ingezet. Zo neemt bijvoorbeeld het percentage kinderen van 2 jaar dat gevaccineerd (BMR) is af. Verder neemt het aantal mensen van 20+ met overgewicht toe en daalt het aandeel van de bevolking zonder psychische klachten.

2.1.5 Overzicht coronamaatregelen
Tabel 2 Totaal COVID-19 gerelateerde maatregelen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (bedragen x €1 miljoen)

Art.

Omschrijving maatregel

realisatie 2021

realisatie 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Vindplaats

 

A. Begrotingsgefinancierd

        

2, 1 en 3

1) Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen

213

55

38

2

2

‒ 7

‒ 1

ISB6-2022, ISB7-2022, ISB8-2022, 1e sup2023

1

2) GGD'en en veiligheidsregio's

2.862

1.785

655

212

0

0

0

1e sup2023, NvW 1e supp2023, Suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

1

3) IC-capaciteit

190

162

0

0

0

0

0

 

6

4) Ondersteuning sportsector

279

70

36

0

0

0

0

 

4

5) Ondersteuning zorgpersoneel

2

0

0

0

0

0

0

 

1, 2 en 4

6) Onderzoek inzake COVID-19

100

126

90

35

2

0

0

ISB6-2021, ISB9-2021, ISB8-2022, 1e sup 2023, Suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

1

7) Testcapaciteit

2.260

564

44

79

0

0

0

1e supp2023

1 en 9

8) Vaccin ontwikkeling, implementatie en medicatie

830

881

224

81

58

47

0

1e supp2023

4

9) Zorgbonus

777

‒ 1

1

0

0

0

0

 

4

10) Omscholen personeel voor arbeidsmarkt zorg

86

3

30

0

0

0

0

 

4

11) Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland

97

27

3

0

0

0

0

 

1, 2, 3, 4, 9 en 10

12) Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting)

379

156

64

21

0

0

0

ISB9-2021, ISB8-2022

 

13) Garanties

135

43

0

0

0

0

0

 
 

Totaal A

8.208

3.871

1.186

430

62

40

‒ 1

 
          
 

B. Premiegefinancierd

        
 

13) Meerkosten COVID-19 Wlz (plafond Zorg)

162

200

0

0

0

0

0

 
 

14) Overige maatregelen (plafond Zorg)

100

76,5

43

0

0

0

0

 
 

Totaal B

262

276,5

43

0

0

0

0

 
          
 

Totaal A+B=C

8.470

4.148

1.229

430

62

40

‒ 1

 

Toelichting

In bovenstaand overzicht zijn de coronagerelateerde uitgaven op de VWS-begroting voor de jaren 2021 en 2022 (reeds gerealiseerd) en voor 2023, 2024 en doorwerking naar latere jaren opgenomen.

Voor de GGD’en en de GGD-GHOR is in 2024 in totaal € 180,6 miljoen beschikbaar om, mede op basis van advies van de Gezondheidsraad, een basiscapaciteit voor COVID-19 vaccinaties in stand te houden, voor de landelijke coördinatie van activiteiten van de GGD’en en voor de landelijke faciliteiten voor de informatievoorziening. In geval van een vaccinatieronde voor risicogroepen in 2024 zal aanvullende financiering nodig zijn. Daarnaast is voor de GGD'en in 2024 in verband met de afbouw van taken € 27 miljoen beschikbaar voor transitiekosten en voor doorlopende financiële en personele verplichtingen en is € 4 miljoen beschikbaar voor vaccinatie van medisch kwestbaren door ziekenhuizen.

Voor onderzoek in het kader van covid is in 2024 voor het RIVM € 13 miljoen beschikbaar voor het Programma-19. Daarnaast doet ZonMW onderzoek naar de effectiviteit van maatregelen (€ 4 miljoen) en naar post-covid (€8,5 miljoen) en is € 6,3 miljoen beschikbaar voor het ZonMw-deelprogramma behandeling. De overige € 3,1 miljoen is beschikbaar strategisch onderzoek.

Voor testcapaciteit is in 2024 nog een bedrag gereserveerd van € 79 miljoen voor door- en aflopende contracten in het kader van testen.

Voor de aanschaf van vaccins (€ 52 miljoen) en het vaccinatieprogramma van het RIVM (€ 29 miljoen) is in 2024 totaal € 81 miljoen beschikbaar.

2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

Tabel 3 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Art.

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand begroting 2023 (inclusief NvW)

 

35.460.691

33.179.602

33.787.246

35.390.912

36.377.361

0

Belangrijkste mutaties

       
        

Corona maatregelen

       

Uitvoeringskosten GGD voor vaccineren

1

0

180.647

0

0

0

0

Aanschaf zelftesten

1

0

34.700

0

0

0

0

RIVM Covid vaccinaties

1

0

28.977

0

0

0

0

Uitvoeringskosten GGD

1

0

27.000

0

0

0

0

RIVM Programma 19 onderzoek

1

0

13.000

0

0

0

0

Post-covid onderzoek

2

1.750

8.500

0

0

0

0

Monitoring en surveillance door RIVM

1

0

8.000

0

0

0

0

Selectie en vaccineren risicogroepen

1

0

4.000

0

0

0

0

Effectiviteit van maatregelen ZonMw

1

0

4.000

0

0

0

0

Stimuleren begrip samenleving over ontwikkeling virus

1

0

3.500

0

0

0

0

Strategisch onderzoeksprogramma covid 19

1

0

3.100

0

0

0

0

Afwikkeling SON en DT

1

0

2.450

0

0

0

0

Effectieve dienstverlening

1

0

2.400

0

0

0

0

Ventilatie onderzoek

1

‒ 3.000

‒ 2.000

0

0

0

0

        
        

Overige maatregelen

       

Vanuit het IZA wordt er maximaal structureel € 150 miljoen beschikbaar gesteld voor gemeenten om bij te dragen aan de IZA doelstellingen. Voornemen is om deze middelen via SPUK regeling beschikbaar te stellen aan gemeenten.

1

150.000

150.000

150.000

150.000

150.000

150.000

In het kader van Pandemische Paraatheid wordt in 2024 onder andere ca. € 35 miljoen vrijgemaakt voor versterking van de ICT bij GGD’en en ca. € 25 miljoen voor de versterking van de infectieziekte bestrijding.

1

7.281

60.249

48.079

64.507

58.478

58.478

Het Zorginstituut adviseerde in 2017 dat prenatale screening zonder medische indicatie niet binnen de Zvw past. Vanaf 1 januari 2024 wordt de 20 wekenecho aangeboden via het landelijke programma prenatale screening en bekostigd via de Rijksbegroting

1

0

27.700

27.700

27.700

27.700

27.700

Bijstelling uitgavenraming rijksbijdrage Wlz naar aanleiding van actuele ramingen van het CPB.

3

‒ 200.000

350.000

‒ 1.000.000

‒ 200.000

100.000

1.500.000

Bijstelling uitgavenraming rijksbijdrage BIKK (Bijdrage Kosten Korting) naar aanleiding van actuele ramingen van het CPB

3

‒ 24.700

229.800

79.000

160.400

152.100

317.800

Voor de uitvoering van de CA-maatregel voor dak en thuislozenopvang is er structureel € 62 miljoen beschikbaar gesteld

3

0

62.000

62.000

62.000

62.000

62.000

Doorontwikkeling in het kader van standaardisatie van gegevensuitwisseling Persoonlijke GezondheidsOmgeving

4

6.400

32.600

31.600

32.300

24.200

0

Dit betreft investeringen en uitvoeringskosten van de Hervormingsagenda Jeugd die vanuit de VWS-begroting worden ingezet

5

0

91.000

95.000

0

0

0

Het Investeringsakkoord Opleiden Wijkverpleging (IOW) moet leiden tot het inrichten van een regionaal - en waar passend landelijk - opleidingsaanbod waarin op innovatieve, toekomstbestendige en efficiënte wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan opleiden en scholing in de wijkverpleging.

4

0

50.000

50.000

30000

0

0

Rijksbijdrage 18-

2

0

16.800

‒ 14.800

‒ 20.200

‒ 20.400

‒ 24.300

Voor de dekking van Pallas is er 1,36 miljard aan dekking gevonden door de pakketmaatregel vitamine D.

2

0

‒ 136.270

‒ 136.270

‒ 136.270

‒ 136.270

‒ 136.270

Voor de dekking van Pallas is er 32 miljoen aan dekking gevonden uit de groeiruimte van de non-IZA zvw-sectoren

11

0

‒ 32.000

‒ 32.000

‒ 32.000

‒ 32.000

‒ 32.000

Kapitaalverschaffing Pallas

2

15.881

265.200

365.000

350.700

222.725

0

Overboeking vanuit het Nationaal Groeifonds voor DUTCH (Digital United Training Concepts for Healthcare)

4

0

47.000

1.000

0

0

0

Bijstelling zorgtoeslag naar aanleiding van actuele ramingen CPB

8

109.100

51.500

237.000

298.300

1.065.400

756.500

        

Totaal

 

35.523.403

34.763.455

33.750.555

36.178.349

38.051.294

2.679.908

Overige mutaties

 

12.692.501

504.761

1.108.831

847.601

554.086

37.020.446

Stand ontwerpbegroting 2024

 

48.215.904

35.268.216

34.859.386

37.025.950

38.605.380

39.700.354

2.3 Openbaarheidsparagraaf

Openbaarheidsparagraaf 

In de samenleving en binnen het Rijk groeit de behoefte aan gerichte informatie en transparantie. De overheid streeft ernaar om een open overheid te zijn. Door informatie actief openbaar te maken, krijgt de samenleving beter zicht op keuzes van de overheid en afwegingen hierbij. Ook is er bij een open overheid meer ruimte om samen met burgers beleid te maken. Een goede digitale informatiehuishouding is hierbij een randvoorwaarde.

Binnen het ministerie van VWS lopen meerdere trajecten in het kader van een open overheid. Naast het programma Implementatie Wet open overheid (Woo) loopt ook het vijf jaar durende programma VWS Open op Orde (2021-2026).

Actieve openbaarmakingSinds 1 juli 2021 worden beslisnota’s bij Kamerstukken over beleidsvorming en wetgeving meegestuurd naar de Kamer. Met ingang van Prinsjesdag 2022 is dit uitgebreid naar alle Kamerstukken over voortgang, kennisdeling, begroting en internationale en Europese onderhandelingen. Het programma VWS Open op Orde heeft beleidsdirecties ondersteunt in de voorbereidingen op het openbaar maken van de beslisnota’s zodat dit op een eenduidige manier gebeurt.

Vanuit het programma Implementatie Woo worden de VWS-concernonderdelen geïnformeerd over en ondersteund bij het (op termijn) actief openbaar maken van de informatiecategorieën genoemd in de Woo. Voor VWS gaat het om 14 informatiecategorieën, zoals bijvoorbeeld onderzoeksrapporten en convenanten. Het actief openbaar maken van deze informatiecategorieën is nog niet verplicht maar mag al wel voor zover dat niet al gebeurt. Voorwaarde is dat er een digitaal publicatieplatform beschikbaar is waarop of waarlangs belanghebbenden deze documenten kunnen vinden. VWS-kern gebruikt hiervoor nu nog (rijks)overheid.nl. Een initiatief om tot een rijksbreed publicatieplatform te komen wordt met belangstelling gevolgd. ZBO’s, agentschappen en diensten van VWS kunnen gebruik maken van een eigen website om informatie openbaar te maken.

Passieve openbaarmakingVanuit het programma Implementatie Woo wordt gewerkt aan de verbetering van de passieve openbaarmaking. Het doel van deze verbetering ligt nadrukkelijk op het inkorten van de huidige afhandeltermijnen. In samenwerking met de directie WJZ en de directie OBP/Kennisplein wordt gewerkt aan het verbeteren van de werkprocessen om aan de termijnen te voldoen.

Het programma Woo brengt de werkprocessen rond de totstandkoming en openbaarmaking van de verschillende informatiecategorieën in kaart. Indien van toepassing, worden werkprocessen in samenwerking met de betreffende organisatieonderdelen aangepast en geoptimaliseerd. Daarnaast werkt het programmateam nauw samen met ICT-gerelateerde onderdelen om de systeemaanpassingen voor te bereiden die noodzakelijk zijn voor deze actieve openbaarmaking. Tevens wordt ingezet op voorlichting richting VWS-medewerkers hoe zij zo goed mogelijk aan dit proces kunnen bijdragen.

Het programma Woo geeft ook invulling aan de vereiste om een zogeheten ‘contactpersoon Woo’ aan te stellen.

Aanwending Woo-budgetVoor de implementatie en uitvoering van de Woo is in 2024 een budget van € 4.363.000 beschikbaar. Het budget wordt verdeeld en aan hen toegekend aan de hand van in te dienen fiches, waarin hun plannen voor het bevorderen van actieve en passieve openbaarmaking en uitvoering van de wet worden beschreven en van een financiële onderbouwing worden voorzien.

Verbetering van de informatiehuishoudingOm informatie (actief) beschikbaar te kunnen stellen, te kunnen verantwoorden en de bedrijfsprocessen goed te laten verlopen is het belangrijk om overheidsinformatie goed op te slaan. Als we onze informatie op orde hebben, kunnen we als ministerie van VWS goed samenwerken, open, transparant en betrouwbaar zijn. De verbetering van de informatiehuishouding wordt aangepakt aan de hand van vier rijksbreed vastgestelde actielijnen: Informatieprofessionals, Volume en Aard van de informatie, Informatiesystemen en Bestuur en naleving.

Vanuit de actielijn Informatieprofessionals is enerzijds aandacht voor capaciteit en opleiding van de informatieprofessionals en anderzijds richt zich het op het informeren van de medewerkers in het gehele departement over goed informatiebeheer. Het Kwaliteitsraamwerk Informatievoorziening (KWIV) – profielen voor I-professionals – is inmiddels geïmplementeerd. Er is een aanhoudende behoefte aan voldoende capaciteit informatieprofessionals die nodig zijn voor het kunnen uitvoeren van de opgave voor het verbeteren van de informatiehuishouding. Daarnaast zijn opleidingsplannen ter ontwikkeling van de informatieprofessionals belangrijk om (verder) vorm te geven. Met reeds aangetrokken communicatieadviseurs en andere experts zal de bewustwording over goed informatiebeheer bij medewerkers worden verhoogd.

Vanuit de actielijn Volume en Aard van de informatie is er in 2024 aandacht voor de rijksbreed gestelde aandachtgebieden: het archiveren van chatberichten, het archiveren van e-mailberichten en een samenwerkingsfunctionaliteit. Web archivering is reeds geïmplementeerd en wordt voortgezet, tevens is de generieke selectielijst geactualiseerd en wordt berichtenverkeer van Bestuursraadleden en bewindspersonen nog steeds veiliggesteld.

Vanuit de actielijn Informatiesystemen wordt er ingezet op de verbetering van architectuur, systemen en applicaties. Vanuit deze actielijn moet er meer aandacht komen voor ‘archiving by design’ waar aan de voorkant wordt gekeken naar de duurzame toegankelijkheid van informatie over de hele levenscyclus. Tevens wordt bij het kerndepartement het traject voortgezet om het DMS systeem te vervangen.

Vanuit de actielijn Bestuur en naleving wordt ingezet op het versterken van de onderlinge samenwerking op het gebied van informatiehuishouding binnen het concern en in aansluiting op de rijksbrede ontwikkelingen. Er komt een herijkt concernbreed actieplan 2024 voor de verbetering van de informatiehuishouding en organisatieonderdelen hebben specifieke eigen plannen. Ook werkt VWS (mee) aan de ontwikkeling van een sturingsmiddel in de vorm van een dashboard voor informatiehuishouding.

2.4 Strategische Evaluatie Agenda (SEA)

Opzet strategische evaluatieagenda VWS

De Strategische Evaluatie Agenda (SEA) heeft als doel om betere en meer bruikbare inzichten te krijgen in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid, alsmede het benutten van deze inzichten om daarmee uiteindelijk een hogere maatschappelijke toegevoegde waarde van beleid te realiseren. De opzet van de SEA ondersteunt het streven om evalueren als integraal onderdeel van het beleidsproces goed in te bedden.

In 2023 heeft VWS de evaluatieagenda verder ontwikkeld door:

•         Het formuleren van inzichtbehoeften in de SEA. De inzichtbehoeften vormen het fundament voor het maken van strategische keuzes rond het programmeren van (ex-ante, ex-durante en ex-post) evaluatieonderzoeken. De inzichtbehoeften komen onder meer voort uit (een prioritering van) kennislacunes, naderende besluitvormingsmomenten en vaststaande (verplichte) evaluatiemomenten.

•        De koppeling met het kader «Beleidskeuzes uitgelegd». In de evaluatieparagraaf van het kader Beleidskeuzes uitgelegd wordt onderbouwd hoe het beleid geëvalueerd zal worden. Deze evaluaties bieden de basis om te leren, het beleid bij te sturen en verantwoording af te kunnen leggen. Daarmee raakt het kader aan de Strategische evaluatieplanning van VWS. VWS ziet de Strategische Evaluatie Agenda als kans om de werkwijze ‘Beleidskeuzes uitgelegd’ verder te brengen3. Daarmee raakt het kader aan de Strategische evaluatieplanning van VWS.

•         De oprichting van een expertisecentrum voor evaluaties en onderzoek. Om ondersteuning te bieden bij de opzet en uitvoering van evaluatie en onderzoek hebben beleid en staf de krachten gebundeld in het 'Expertisecentrum voor Evaluatie en Onderzoek'. Dit expertisecentrum is een voor VWS nieuw initiatief dat voortbouwt op de ervaringen opgedaan vanuit de beleidsmedewerkers, kenniscoördinatoren van het beleid en medewerkers vanuit de Chief Science Officer en Evaluatiefunctie. Door bundeling en analyse van de verschillende onderzoeksresultaten en leerlessen kunnen de inzichtbehoeften voor toekomstige evaluaties en onderzoeken beter worden geformuleerd. Met het expertisecentrum wordt invulling gegeven aan het gedane advies uit de ex durante evaluatie van de pilot Lerend evalueren om een kwalitatief goede stuurgroep die dicht op de evaluatie zit te organiseren.

•         Meer aandacht voor informatie aan de Kamer over evaluatieonderzoek en de uitkomsten hiervan, met name met betrekking tot de periodieke rapportages over de SEA thema’s.

De huidige SEA is opgesteld voor de jaren 2024-2030. De uitdagingen voor een goed functionerend gezondheidszorgstelsel voor nu en straks zijn groot. In de SEA zijn daarom de belangrijke thema’s voor houdbare zorg in goed overleg met diverse stakeholders benoemd. In de volgende paragrafen worden deze thema’s nader toegelicht en de bijhorende evaluatieprogrammering gepresenteerd. In bijlage 6 worden vervolgens de verschillende onderzoeken uit de SEA elk nader beschreven.

Thema 1: Volksgezondheid en sport

Volksgezondheid is de gezondheidstoestand van de bevolking en het geheel aan activiteiten ter bevordering van de gezondheid van de bevolking. Het gaat dan vooral om collectieve maatregelen voor de publieke gezondheid, zoals het voorkómen van ziekten en het verlengen van de levensverwachting. Het doel van het beleid van VWS richt zich dan ook op: een goede volksgezondheid, waarbij mensen zo min mogelijk blootstaan aan bedreigingen van hun gezondheid én zij in gezondheid leven.

De maatschappelijke opgaven op het gebied van volksgezondheid zijn veelal domeinoverstijgend waarbij goede samenwerking tussen alle betrokkenen een must is. In de uitwerking van deze opgaven geldt dat mensen in eerste instantie wel zelf verantwoordelijk zijn voor hun gezondheid en zichzelf – indien mogelijk – dienen te beschermen tegen gezondheidsrisico’s.

Sport en bewegen dragen in belangrijke mate bij aan een betere gezondheid, aan het verbeteren van leefbaarheid en veiligheid, sociale samenhang en integratie en aan het verbeteren van de schoolprestaties. Daarnaast heeft sport en bewegen een intrinsieke waarde.

Voor de Strategische Evaluatie Agenda wordt de onderstaande indeling gehanteerd voor de beschrijving van de monitorings- en onderzoeksinspanningen voor het thema van volksgezondheid en sport. Deze subthema’s verschillen qua aard en aanpak van elkaar. In de periodieke rapportage zullen daarom de inzichten in de doeltreffendheid en doelmatigheid elk afzonderlijk per subthema worden besproken. Generieke vragen voor de periodieke rapportage worden gevonden in: a) hoe wordt gestuurd op het realiseren van de beleidsdoelen, b) in welke mate is dat doeltreffend & doelmatig en c) welke mogelijke verbeteringen(-/stappen) zijn hierin te onderkennen.

1) Gezondheidsbeleid: De Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024 beschrijft de landelijke prioriteiten op het gebied van publieke gezondheid en geeft richting aan het lokale gezondheidsbeleid van gemeenten. Het doel van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) is het bereiken van een gezonde generatie in 2040. Waarbij gezonde mensen opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis. Vanuit verschillende thema’s wordt hierop ingezet. Vanuit Kansrijke Start is er speciale aandacht voor het bevorderen en behouden van de fysieke en mentale gezondheid vanaf het prille begin, de eerste 1000 dagen, waarbij speciale aandacht uitgaat naar mensen in kwetsbare situaties. Voor het gezondheidsonderzoek en het stimuleren van het gebruik van de ontwikkelde kennis wordt intensief samengewerkt met kennisinstituten zoals het RIVM en ZonMw.

2) Ziektepreventie: Het doel van het preventiebeleid is om de gezondheid van mensen in Nederland te verbeteren. Naast de bestrijding van volksziektes is een belangrijk onderdeel hiervan de bestrijding van infectieziekten en het voorkomen/ingespeeld zijn op eventuele toekomstige pandemieën. De focus voor de komende periode ligt bij te komen tot een toekomstbestendig stelsel van infectieziektebestrijding, waarin de lessen en taken van de aanpak van de COVID-19-crisis duurzaam zijn geïmplementeerd.

3) Gezondheidsbevordering: Een gezonde leefstijl is belangrijk voor het algemene welzijn van mensen. Het doel van leefstijlpreventie is ziekte voorkomen en een goede gezondheid behouden en bevorderen. Belangrijke leefstijlthema’s zijn: roken, alcohol, voeding, bewegen en overgewicht. Om de gezondheid te bevorderen beschikt de overheid over verschillende beleidsvarianten van informatie verstrekken tot aan iets verbieden. De afweging die hierbij gemaakt wordt hangt sterk samen met voorkeuren voor keuzevrijheid, solidariteit, marktinterventie en paternalisme. In de uitvoering van de gezondheidsbevordering worden stappen gezet. Komende tot resultaten in de praktijk is een proces van de lange adem.

4) Ethiek: Het is belangrijk om aandacht en zorg te hebben voor medisch ethische kwesties. Door technologische ontwikkelingen en voeren van het maatschappelijk debat is het belangrijk om periodiek de effecten daarvan te wegen en eventuele opkomende nieuwe ethische dilemma’s bespreekbaar te maken. De Gezondheidsraad en ZonMw zijn belangrijke onafhankelijk partijen die (evaluatie)onderzoek doen en (gevraagd en ongevraagde) adviezen geeft.

5) Sport en bewegen: In Nederland wordt gestreefd naar een sportieve samenleving, waarin voor iedereen passende en veilige sport- en beweegmogelijkheden zijn. Het landelijk sportbeleid richt zich op stimuleren, financieren en regisseren. Er moet aandacht zijn voor hoe dit beleid in de praktijk uitwerkt. De periodieke rapportage kan ingaan op welke invloed de diverse beleidslijnen hebben op verschillende groepen mensen. Er zijn namelijk culturele verschillen in sport- en beweeggedrag. Met beleid willen we iedereen bereiken.

Tabel 4 SEA: Volksgezondheid en sport

Thema

Type onderzoek

Afronding

Begrotingsartikel

Periodieke rapportage – Volksgezondheid

EP evaluatie

2028

1,6

Gala – midterm review

EA, ED, EP

2024

1

Voortgang Nationaal Preventieakkoord

ED evaluatie

2025

1

Rijksvaccinatiebeleid

EA evaluatie

jaarlijks

1

Bevolkingsonderzoeken

EA evaluatie

jaarlijks

1

Aanpak volksziektes

ED evaluatie

2025

1

RIVM

EP

2027

Agents.

ZonMw

EP

2027

1

Sportakkoord II

ED evaluatie

jaarlijks

6

Topsport in Nederland

ED evaluatie

jaarlijks

6

BOSA en SPUK Stimulering Sport

ED evaluatie

2023

6

Thema 2: Curative 1e en 2e lijnszorgDe minister is verantwoordelijk voor een toegankelijk, betaalbaar en kwalitatief goed zorgstelsel. Zo ook voor de curatieve zorg, waaronder de eerste- en tweedelijnszorg. Bij de eerstelijnszorg kan een patiënt direct terecht. Denk hierbij aan de huisartsenzorg, wijkverpleging en apotheekzorg. Voor de tweedelijnszorg heeft de patiënt een verwijzing van de huisarts nodig. De meeste ziekenhuiszorg valt hieronder.

Voor wat betreft de eerstelijnszorg ligt de focus voor de komende jaren op het creëren van toekomstgerichte eerstelijnszorg. Op dit moment werkt het ministerie van VWS met partijen uit de eerstelijnszorg aan een visie op de eerstelijnszorg in 2030 en aan een bijbehorend plan van aanpak t/m 2026. In 2022 is het Integraal Zorgakkoord (IZA) afgesloten, met als doel de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Om dit te bereiken zijn afspraken gemaakt tussen het pinisterie van VWS en een groot aantal partijen in de zorg. Ondertekenaars van het IZA voor wat betreft eerste- en tweedelijnszorg zijn onder meer overkoepelende organisaties van eerstelijnszorg en ziekenhuizen. In onderstaand overzicht staan de monitorings- en evaluatie-inspanning voor de verschillende aspecten van de eerste- en tweedelijnszorg voor de komende periode beschreven. Als gevolg van de vergrijzing, de beweging naar passende zorg en omdat mensen langer thuis blijven wonen, zullen steeds meer mensen voor complexere zorgvragen een beroep doen op eerstelijnszorg. Voor de periodieke rapportage staat de vraag centraal of de beweging van tweede naar eerstelijnszorg op de juiste manier ingezet is en hoe deze beweging verder kan worden verstevigd.

Tabel 5 SEA: Curative 1e en 2e lijnszorg

Thema

Type onderzoek

Afronding

Begrotingsartikel

Periodieke rapportage – Passende zorg

EP evaluatie

2027

2

Monitoring IZA

ED evaluatie

2024

2

Diverse monitors NZa

ED evaluatie

jaarlijks

2

Programma ‘Zorgevaluatie en Gepast Gebruik’

ED evaluatie

periodiek

2

De werking van zorgmarkten

ED evaluatie

2025

2

Juist Zorg Op de Juiste Plek (JZOJP)

EP evaluatie

2024

2

Thema 3: Geestelijke gezondheidszorgWanneer iemand problemen van psychische aard ervaart, kan die persoon voor behandeling terecht komen in de geestelijke gezondheidszorg (ggz). De overheid wil dat mensen met psychische problemen passende hulp krijgen via de huisarts, gemeenten, basis ggz of gespecialiseerde ggz. Ggz wordt geleverd in verschillende domeinen en dus vanuit verschillende wetten en financieringsstromen. De wetten die een rol spelen in de ggz zijn de Zvw, Wlz, Wmo, Wvggz, Wzd en Jeugdwet. Hierdoor zijn zorgverzekeraars, zorgkantoren en gemeenten verantwoordelijk voor verschillende delen van de ggz-zorg. Het Integraal Zorgakkoord (IZA) heeft als doel de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Afspraken over de curatieve ggz en het sociaal domein maken hier ook onderdeel van uit met o.a. de focus op:

• Toegang: Toegankelijkheid verbeteren en wachttijden verminderen door een andere ordening en betere samenwerking binnen en met de ggz en zorgen voor voldoende capaciteit.• Kwaliteit: Meer inzicht in zorgopbrengsten, kwaliteit en effectiviteit van behandeling om de zorg aan patiënten verder te verbeteren.• Samenwerking: Het verbeteren van de samenwerking tussen sociaal domein, huisartsenzorg en ggz-zorg.• Arbeidsmarkt: Gelijkmatig verdelen werkdruk en optimaal inzetten personeel in de ggz.

Tabel 6 SEA: Geestelijke gezondheidszorg

Thema

Type onderzoek

Afronding

Begrotingsartikel

Periodieke rapportage – ggz

EP evaluatie

2028

2,3,5

Kerncijfers ggz NZa

ED monitor

periodiek

2,3,5

Ggz-dashboard

ED monitor

periodiek

2,3,5

Monitoring wachttijden ggz NZa (IZA)

ED monitor

Halfjaarlijks

2,3,5

Monitor zorggebruik ggz-wonen cliënten in Wlz

ED monitor

jaarlijks

2,3,5

Zicht en grip op cruciale ggz

EA onderzoek

2024

2,3,5

Monitor psychische problematiek

ED onderzoek

2023/2024

2,3,5

Evaluatie Wzd en Wvggz

EP evaluatie

2026

2,3,5

Thema 4: Geneesmiddelen en medische technologieNederlanders moeten verzekerd zijn van doelmatige zorg met kwalitatief hoogwaardige en veilige producten. De overheid heeft hier een bijzondere verantwoordelijkheid in het borgen van de toegang tot werkzame en betaalbare genees- en hulpmiddelen, voor nu en voor morgen. Hiervoor schept het voorwaarden voor de beschikbaarheid en leveringszekerheid, de toegankelijkheid, de veiligheid, de kwaliteit en de betaalbaarheid van medische producten die aan de eisen van de tijd voldoen en doelmatig worden gebruikt.

Het beleidsterrein kent diverse raakvlakken met de ‘markt’ – met innovatie en wereldwijd opererende bedrijven en productie- en leveringsketens. Belangrijke aandachtsgebieden voor de komende periode hierbij zijn:

a) Geneesmiddelenbeleid met speciale aandacht voor het creëren van de toekomstbestendig beleid voor dure geneesmiddelen, waarbij betaalbaarheid, kwaliteit en toegankelijkheid gewaarborgd worden. In IZA hebben partijen afgesproken het pakketbeheer van dure geneesmiddelen merkbaar te verbeteren.

b) Beschikbaarheid van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en lichaamsmateriaal: Productie en toeleveringsketen weerbaar maken en tekorten ondervangen.

c) Programma Medische Isotopen (PMI). De doelstelling van het programma is het borgen van de voorzieningszekerheid van medische isotopen en het versterken van de nucleaire kennisinfrastructuur waarin nieuwe (kanker-) therapieën tot ontwikkeling kunnen komen.

Tabel 7 SEA: Geneesmiddelen en medische technologie

Thema

Type onderzoek

Afronding

Begrotingsartikel

Periodieke rapportage – Geneesmiddelen NL in 2030

EP

2024

FBZ

Evaluatie geneesmiddelenvisie

EP

2023

FBZ

Mid-term review IZA - Dure geneesmiddelen

ED

2024

FBZ

Leveringszekerheid

ED

2024

FBZ

Programma Medische Isotopen

ED

2027

FBZ

aCBG

EP

2028

Agents.

Thema 5: JeugdKinderen hebben het recht veilig en zo gezond mogelijk op te groeien. Alleen op die manier kunnen ze hun talenten ontwikkelen en optimaal meedoen in de samenleving. Voor de realisatie hiervan heeft de Rijksoverheid verantwoordelijkheid voor het stelsel van preventie en jeugdhulp, zoals dit in de Jeugdwet is vastgelegd. Op grond van de Jeugdwet zijn gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor het leveren van de voorzieningen op dit gebied.

De Jeugdwet in de huidige vorm kan de eerdere beloften van de decentralisatie onvoldoende waarmaken. In de kern waren dit passende hulp, dichtbij huis, brede triage, integraal in de context van het gezin, efficiënter en met minder kosten. Met de Hervormingsagenda Jeugd wordt gewerkt aan betere en tijdige zorg en ondersteuning op de juiste plek en een beter beheersbaar (en daarmee duurzaam) jeugdhulpstelsel. Bij de uitwerking van de noodzakelijke hervormingen worden vijf leidende principe gehanteerd.

1. Passende zorg is beschikbaar voor de meest kwetsbare kinderen en jongeren.

2. Versterken veerkracht van kinderen en gezinnen in hun normale dagelijkse leven.

3. Minder marktwerking, meer samenwerking en betere inkoop van zorg.

4. Verbetering kwaliteit en effectiviteit van jeugdzorg.

5. Jeugdzorg als effectieve samenwerkingspartner

Naast inhoudelijke verbeteringen zijn ook dringend verbeteringen nodig in de randvoorwaarden voor een goed functionerend jeugdstelsel. Zo is het belangrijk om het inzicht in de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid te vergroten door te komen tot betere kwaliteit en beschikbaarheid van data en een betere landelijke integrale monitoring. Dit met het doel het functioneren van het jeugdstelsel over de jaren heen beter in beeld te brengen op de doelen kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid en beter zicht te krijgen op de effecten van landelijk, regionaal en gemeentelijk beleid. Hiermee kunnen we op basis van feiten keuzes maken, kunnen we van onszelf en elkaar leren, beter bijsturen waar nodig en het stelsel beter beheersbaar maken.

De maatregelen om hiertoe en de inhoudelijke thema’s te komen, zijn in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd in overleg met betrokken partijen nader uitgewerkt.

Tabel 8 SEA: Jeugd

Thema

Type onderzoek

Afronding

Begrotingsartikel

Periodieke rapportage

EP evaluatie

2028

5

Ex durante adviezen Commissie van deskundigen

ED evaluatie

2025

5

Monitor Hervormingsagenda

ED evaluatie

2024-2026

5

Jeugdmonitor

ED monitor

jaarlijks

5

Beleidsinformatie Jeugd

ED monitor

jaarlijks

5

Thema 6: Maatschappelijke ondersteuning

De burger participeert vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht in de samenleving. Daar waar dat niet lukt bieden gemeenten en veldpartijen ondersteuning met als doel de burger zoveel en zolang mogelijk te laten deelnemen aan de samenleving. Gemeenten dragen sinds de hervorming van de langdurige zorg in 2015 de verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het Rijk is verantwoordelijk voor een goed functionerend stelsel. Het is de taak van de Rijksoverheid om gemeenten en veldpartijen in een positie te brengen om tot meer effectieve en efficiënte ondersteuning te komen. De Rijksoverheid draagt hierbij zorg voor de financiering van de Wmo 2015 en voert hierop regie door het vaststellen van de wettelijke kaders, houden van toezicht, monitoren en evalueren van de werking van de Wmo 2015.

In 2018 is een eerste evaluatie uitgevoerd naar de werking van de Wmo 2015 in de de praktijk. De afgelopen periode is met alle partijen gewerkt aan het verder oppakken en doorvoeren van de adviezen in de praktijk. Als één overheid wordt belang gehecht aan een zekere mate van rust in het stelsel, omdat de decentralisatie niet «af» is. Er wordt door gemeenten hard gewerkt aan onder andere de lokale uitvoering, de inkoop van ondersteuning en zorg voor (kwetsbare) inwoners, het maken van afspraken met huisartsen, zorgkantoren en zorgverzekeraars, het aanbieden van laagdrempelige voorzieningen in de wijk en het bieden van mantelzorgondersteuning. Alles om ervoor te zorgen dat hun inwoners zelfredzaam zijn en kunnen participeren.

Belangrijke aandachtsgebieden voor de toekomst en bijbehorende monitorings- en onderzoeksinspanning zijn:

1) Effectieve uitvoering: Om passende ondersteuning vanuit de Wmo doelmatig in te kunnen zetten, is het van belang om zowel inzicht te hebben in de algemene, relevante kennis die beschikbaar is, als in kennis over werkzame elementen en de effectiviteit van aanpakken in het sociaal domein zoals ook tussen de verschillende regio’s.

2) Samenwerking: Mensen die in hun eigen leefomgeving ondersteuning, hulp en zorg nodig hebben ervaren met enige regelmaat een gebrek aan coördinatie of afstemmingsproblemen tussen betrokken professionals uit verschillende domeinen. In de evaluaties van Eén tegen eenzaamheid en het Nationaal Actieplan Dakloosheid wordt daarom nadrukkelijk ingegaan hoe passende ondersteuning ‘over de domeinen heen’ vereenvoudigd kan worden vanuit het zorgdomein, het brede sociaal domein en eventuele aanpalende leefgebieden. Deze leerlessen zijn ook belangrijk om voor de aanpak van andere brede maatschappelijk vraagstukken zoals samenwerking in de wijk, ggz en uitvoering van de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams).

3) Werkend Wmo-stelsel: Sinds 2019 geldt er een maximumtarief voor de eigen bijdrage voor huishoudens die gebruikmaken van Wmo-voorzieningen; dit is het zogeheten abonnementstarief. Het abonnementstarief in de Wmo is ingevoerd met als doel de stapeling van eigen betalingen voor zorg en ondersteuning te beperken. Jaarlijks wordt in de Monitor abonnementstarief Wmo gerapporteerd over de (financiële) effecten van de invoering van het abonnementstarief en duiding gegeven aan de gesignaleerde ontwikkelingen. Met de invoering van de inkomensafhankelijke bijdrage per 1 januari 2026 wordt de hoogte van de eigen bijdrage bij alle maatwerkvoorzieningen afhankelijk van het inkomen.

4) Kwaliteit & Sturing: Een belangrijke maatschappelijke vraag is of de Wmo in de huidige vorm toekomstbestendig is. Daarom is met gemeenten afgesproken een gezamenlijke analyse uit te voeren naar de ontwikkelingen (5 ‒ 20 jaar) op vraag en aanbod in de Wmo die op basis van demografische en maatschappelijke ontwikkelingen zijn te verwachten. Het doel hiervan is om een gezamenlijk beeld te krijgen van de opgave in de Wmo en daarnaast te bevorderen dat VNG en Rijk gezamenlijk en proactief kunnen sturen op de fundamentele vraagstukken voor de lange termijn.

Geconstateerd is dat niet altijd kan worden beschikt over informatie die nodig is om een zo objectief mogelijk beeld te vormen van de huidige uitvoeringspraktijk van de Wmo en te sturen op de maatschappelijke opgaven. Dit maakt een zinvol gesprek met gemeenten over opgaves, mede in relatie tot beschikbare middelen, soms ingewikkeld. In opdracht van VWS heeft het RIVM overzicht gecreëerd in het grote aantal monitors en onderzoeksrapporten dat indicatoren meet die betrekking hebben op de Wmo, onderverdeeld in een aantal relevante beleidsonderwerpen en thema’s. Als één overheid en met betrokkenheid van aanbieders, cliënten en overige stakeholders zullen indicatoren in kaart worden gebracht welke van belang zijn om structureel te monitoren om zo tot een gemeenschappelijk beeld te komen.

Tabel 9 SEA: Maatschappelijke ondersteuning

Thema

Type onderzoek

Afronding

Begrotingsartikel

Periodieke rapportage maatschappelijke onderst.

EP evaluatie

2026

3

Doelmatigheid Wmo

ED evaluatie

2023/2024

3

Professionalisering sociaal werk

EP evaluatie

2026

3

Eén tegen eenzaamheid

EP evaluatie

2025

3

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

EP evaluatie

2024-2026

3

Houdbaarheidsonderzoek Wmo

EP evaluatie

2024

3

Samenbrengen stuurinformatie Wmo

EA onderzoek

2025

3

Evaluatie stimulering sociaal werk

EP evaluatie

2026-2027

3

Monitor Wmo

ED monitor

2024

3

Rapportage clientervaringsonderzoek

ED onderzoek

Continu

3

Monitor gemeentelijk sociaal domein

ED monitor

Continu

3

Thema 7: Ouderenzorg en palliatieve zorg

OuderenzorgDe samenleving vergrijst in rap tempo. In 2040 zijn er twee keer zoveel 65-plussers als in 2020. Daarmee stijgen zorgvraag en zorguitgaven. Ook de arbeidsmarkttekorten stijgen, terwijl het mantelzorgpotentieel daalt. Tevens is er een tekort aan geschikte woonplekken voor ouderen. De minister voor LZS heeft begin juli 2022 een beleidsprogramma WOZO aan de Tweede Kamer aangeboden. Ouderen zijn van grote waarde in onze samenleving. De meeste ouderen willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Dit vergroot de levenskwaliteit. Het is aan de samenleving om hieraan een bijdrage te leveren.

WOZO zet in op een gemeenschappelijk lange termijn perspectief voor de ouderenzorg met een expliciete norm: zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan. Het programma draagt bij aan het op gang brengen van een brede maatschappelijke beweging en aan de transitie in wonen, ondersteuning en zorg voor ouderen. Langs de volgende vijf actielijnen wordt gewerkt aan de randvoorwaarden:

1.         Samen vitaal ouder worden2.         Sterke basiszorg voor ouderen3.         Passende Wlz-zorg4.         Wonen en zorg voor ouderen5.         Arbeidsmarkt en Innovatie

Palliatieve zorgPalliatieve zorg is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven, voor mensen van alle leeftijden die ongeneeslijk ziek zijn, of voor wie het levenseinde door kwetsbaarheid in zicht komt. Door proactieve zorgplanning, het voeren van gesprekken met patiënten en naasten over de wensen in de laatste levensfase en het vastleggen en delen van informatie met andere betrokken zorgverleners, ontstaat passende palliatieve zorg. Als de laatste levensfase vroegtijdig wordt gesignaleerd en palliatieve zorg wordt ingezet, ontstaan er minder klachten en problemen. Bovendien leidt het tot minder onnodige zorg, bijvoorbeeld minder ongeplande ziekenhuisopnames en kunnen mensen vaker sterven op de plek van voorkeur. Door de toenemende (dubbele) vergrijzing, de vooruitgang in de medische wetenschap en een toename van het aantal mensen met een chronische ziekte zullen in de komende jaren steeds meer mensen palliatieve zorg nodig hebben. Met behulp van de coalitieakkoordmiddelen, in totaal een extra impuls van € 150 miljoen voor de komende jaren, wordt ingezet op de verbetering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de palliatieve zorg en geestelijke verzorging thuis. In de Verzamelbrief Wet Langdurige Zorg van 6 juli 2022 (Kamerstukken II 2021/22 34 104, nr. 359), staat de uitwerking beschreven van de wijze waarop de middelen worden ingezet. In 2024 zal een begin worden gemaakt met een lange termijn visie voor de palliatieve zorg.

Kerncijfers palliatieve zorgDe kerncijfers palliatieve zorg worden gepubliceerd op www.palliaweb.nl en maken beschikbare data uit betrouwbare bronnen beschikbaar voor zorgprofessionals, voorbeelden zijn Staatvenz Palliatieve zorg en de NZa monitor palliatieve zorg.

Tabel 10 SEA: Ouderenzorg en palliatieve zorg

Thema

Type onderzoek

Afronding

Begrotingsartikel

Periodieke rapportage – ouderenzorg

EP evaluatie

2028

3

Monitor Langdurige zorg

ED monitor

periodiek

3

Kerncijfers Langdurige Zorg

ED monitor

periodiek

3

Monitor WOZO

ED monitor

2025

3

Monitor Nationale Dementiestrategie

ED monitor

Periodiek

3

Waardigheid en trots op locatie

EP evaluatie

2024

3

Academische werkplaatsen ouderen, gehandicapten

EP evaluatie

2027

3

Evaluatie NPPZ II

ED, EP evaluatie

2024, 2026

3

Evaluatie Regeling ptzgv thuis

EP evaluatie

2026

3

Evaluatie ZonMw programma Palliantie II

EP evaluatie

2026

3

Thema 8: Gehandicaptenzorg

In Nederland leven circa 2 miljoen mensen met een beperking. Minder dan 10% van deze groep woont in een zorginstelling. De overige 90% woont en leeft, met meer of minder ondersteuning, thuis. Dit is een zeer diverse groep mensen met verschillende leeftijden en achtergronden, zowel jeugdigen als volwassenen.

We werken naar een inclusieve samenleving waar iedereen naar wens en vermogen mee kan blijven doen. De basis hiervoor is de bekrachtiging van het VN-verdrag door de Nederlandse overheid in 2016. Het slechten van drempels en het nastreven van een inclusieve samenleving blijft nodig en dit maatschappelijke vraagstuk overstijgt de zorg. Het vraagt een inspanning vanuit alle onderdelen van de samenleving. Het is nodig om te waarborgen dat mensen de mogelijkheid hebben om mee te doen en hun positie te versterken.

De toenemende complexiteit die we in het dagelijkse leven tegenkomen, zien we ook terug in de zorg voor mensen met een beperking. Als we kijken naar de inhoud van de zorg en ondersteuning dan zien we (in ieder geval in de langdurige zorg) dat het ingewikkelder is om in alle gevallen een passend antwoord te hebben op de zorgvragen van mensen met meer beperkingen. Dit heeft bijvoorbeeld te maken met demografische ontwikkelingen, zoals de stijgende levensverwachting. Daarnaast neemt de problematiek toe rond zorg voor mensen met een beperking en gedragsproblematiek. Er is dan ook een andere inzet van expertise, vakmanschap en vormen van samenwerking nodig dan voorheen, zoals tussen de GHZ en de GGZ.

Tegelijkertijd zien we voorbeelden ontstaan waar sociale en technologische vernieuwingen dit doorbreken en tot nieuwe inzichten leiden hoe het anders en beter kan. Het is van belang om deze vernieuwingen beter te faciliteren, samenwerking te stimuleren en implementatie te versnellen. Op die manier blijft het niet slechts bij voorbeelden en realiseren we sneller het potentieel aan mogelijkheden in deze sector. Dit is tevens gewenst omdat de druk op de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerde medewerkers ook in de gehandicaptenzorg toeneemt.

De Toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking heeft de volgende thema’s geprioriteerd die komende periode extra aandacht behoeven om de beweging naar een toekomstbestendige gehandicaptenzorg te verstevigen. Periodiek zal de voortgang op de onderstaande acties en doelen vanaf 2024 worden gemonitord.

1)        Complexe zorg

2)        Mensen met een licht verstandelijke beperking

3)        Verbeterde inzet van de cliëntondersteuning

4)        Meer duurzame toepassing van innovatie & technologie

5)        Arbeidsmarkt: boeien, binden en benutten

6)        Levenslang, levensbreed Wmo

Tabel 11 SEA: Gehandicaptenzorg

Thema

Type onderzoek

Afronding

Begrotingsartikel

Periodieke rapportage – ghz

EP evaluatie

2026

3

Monitor ZZP Gehandicaptenzorg (CBS)

ED monitor

jaarlijks

3

Toekomstagenda gehandicaptenzorg

ED evaluatie

2024-2026

3

Subsidie gespecialiseerde cliëntondersteuning

EP evaluatie

2026

3

Thema 9: Arbeidsmarkt en opleidingen zorgHet is van belang dat zorgprofessionals nu en in de toekomst graag in de sector zorg en welzijn gaan werken en daar ook blijven werken. Dit vraagt om een brede, intensieve en continue aanpak gericht op aantrekkelijk werken in de zorg. Dit betekent ook dat zorgopleidingen toekomstbestendig moeten blijven.

Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg & welzijnHet programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg & welzijn (TAZ) geeft een belangrijke aanzet voor een transitie naar passende en arbeidsbesparende zorg die gerealiseerd moet worden. Het is in de eerste plaats voor werkgevers in zorg en welzijn om uitdagingen het hoofd te bieden. Daarbij mogen ze rekenen op ondersteuning van relevante partijen zoals beroepsverenigingen, brancheorganisaties en het ministerie van VWS.

Opleiden in een veranderend zorglandschapHet zorglandschap verandert. De bevolking vergrijst en er is steeds vaker sprake van multiproblematiek, waardoor de zorgvraag de komende jaren zal stijgen. De zorgprofessional is gemotiveerd en goed opgeleid, maar staat tegelijkertijd ook bloot aan een steeds verder stijgende werkdruk. Daarnaast is er een beweging ingezet op meer preventie en een verdere versteviging van de eerstelijnszorg en het sociale domein. Transformatie naar meer passende zorg onderschrijft ook de noodzaak om na te denken over passende en toekomstbestendige opleiding, waarbij thema’s als duurzame inzetbaarheid, generalisme, netwerkzorg en interprofessioneel samenwerken een steeds prominenterer rol zullen gaan innemen. Binnen verschillende gremia - betrokken bij medische (vervolg)opleidingen – wordt op dit moment gesproken over hoe hier verder vorm, inhoud en richting aan te gaan geven in de toekomst.

Tabel 12 SEA: Arbeidsmarkt en opleidingen zorg

Thema

Type onderzoek

Afronding

Begrotingsartikel

Arbeidsmarkt

   

Periodieke rapportage arbeidsmarkt

EP evaluatie

2025

4

Monitoring en evaluatie TAZ

ED evaluatie

2024

4

Arbeidsmarkt & ontzorgen zorgprofessionals IZA

ED evaluatie

2024

4

    

Opleidingen

   

Evaluatie subsidieregeling Opleidingsmodule Basis Acute Zorg

EP evaluatie

2024

4

Evaluatie subsidieregeling oleidingen in een Jeugd ggz-instelling

EP evaluatie

2024

4

Evaluatie subsidieregeling opleiding tot advanced nurse practicioner en opleiding tot physician assistant

EP evaluatie

2026

4

Evaluatie subsidieregeling stageplaatsen zorg II

EP evaluatie

2025

4

Evaluatie subsidieregeling opleidingsactiviteiten AIGT

EP evaluatie

2026

4

Evaluatie subsidieregeling vaccinatie stageplaatsen zorg

EP evaluatie

2026

4

Tabel 13 Overige VWS-brede evaluaties

Thema

Type onderzoek

Afronding

Begrotingsartikel

Pgb 2.0 systeem

EP evaluatie

2026

diverse

Verduurzaming zorg en welzijn

ED evaluatie

2025

1-11

Pandemische paarheid

ED evaluatie

2024

1

Standaardisatie gegevensuitwisseling

ED evaluatie

2026

4

NZa

EP evaluatie

2028

4

Zorginstituut

EP evaluatie

2025

4

CIZ

EP evaluatie

2026

3

CAK

EP evaluatie

2024

4

2.5 Overzicht risicoregelingen

In reactie op het rapport van de Commissie Risicoregelingen heeft het kabinet in 2013 voor nieuwe en bestaande risicoregelingen een garantiekader opgesteld (Kamerstukken II 2013/14, 33750, nr. 13). In lijn met het beleid gaat VWS terughoudend om met het gebruik van risicoregelingen. Conform de gemaakte afspraken worden in deze paragraaf de garanties en achterborgstelling van VWS uitgebreid toegelicht.

Tabel 14 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

o.g.v.

Uitstaande garanties 2022

Geraamd te verlenen 2023

Geraamd te vervallen 2023

Uitstaande garanties 2023

Geraamd te verlenen 2024

Geraamd te vervallen 2024

Uitstaande Garanties 20241

Garantie plafond

Totaal plafond

2

Voorzieningen tbv De Hoogstraat

Begrotingswet

5.545

 

833

4.712

 

832

3.880

 

4.712

2

Voorzieningen tbv Ziekenhuizen

Regeling 1958

93.661

 

19.061

74.600

 

15.708

58.892

 

74.600

3

Voorzieningen tbv Verpleeghuizen

Financiering

3.657

 

845

2.812

 

668

2.144

 

2.812

3

Voorzieningen tbv Psychiatrische instellingen

Regeling 1958

8.576

 

2.254

6.322

 

1.385

4.937

 

6.322

3

Voorzieningen tbv Zwakzinnigen inrichtingen

Regeling 1958

1.400

 

346

1.054

 

346

708

 

1.054

3

Voorzieningen tbv Overige instellingen

Regeling 1958

23

 

23

0

 

0

0

 

0

3

Voorzieningen tbv Instellingen gehandicapten

Regeling 1958

7.410

 

1.576

5.834

 

1.162

4.672

 

5.834

3

Voorzieningen tbv Zwakzinnigen inrichtingen

Rijksregeling

2.337

 

253

2.084

 

223

1.861

 

2.084

3

Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten

Rijksregeling

28.811

 

3.312

25.499

 

2.820

22.679

 

25.499

2

Voorzieningen tbv Ziekenhuizen

Rijksregeling

0

 

0

0

 

0

0

 

0

3

Dak- en thuislozen

 

132

 

102

30

 

30

0

 

30

2

Garantie NRG Petten22

 

22.624

 

0

22.624

 

0

22.624

 

22.624

1

Garantiestelling analysecapaciteit

 

0

 

188.300

0

 

0

0

 

0

1

Bestuurs-aansprakelijkheid SON

 

2.500

 

0

2.500

 

0

2.500

 

2.500

            
 

Totaal

 

176.676

 

216.905

148.071

 

23.174

124.897

 

148.071

X Noot
1

Door afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

X Noot
2

Betrof in 2019 geen nieuwe verlening maar een gedeeltelijke overheveling van een bestaande garantie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat naar het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Toelichting

Doel en werking garantieregeling

De in de tabel vermelde verstrekte garanties komen grotendeels voort uit drie aparte regelingen: de Garantieregeling inrichtingen voor gezondheidszorg 1958, de Rijksregeling Dagverblijven voor gehandicapten inzake erkenning, subsidiëring, verlening van garanties en toezicht uit 1971 en de Rijksregeling Gezinsvervangende Tehuizen voor gehandicapten, ook uit 1971. De betreffende regelingen dateren uit een tijd dat de overheid een expliciete verantwoordelijkheid had voor bouw en spreiding van intramurale zorgvoorzieningen. Door het afgeven van de garanties was het voor zorginstellingen eenvoudiger om via institutionele beleggers, en in latere jaren door banken, financiering te krijgen voor investeringen in hun vastgoed.

Beheersing risico’s en versobering

De Rijksgarantieregelingen zijn rond de eeuwwisseling gesloten voor nieuwe gevallen waardoor het financiële risico van het ministerie van VWS door reguliere en vervroegde aflossing van de uitstaande leningen geleidelijk wordt afgebouwd. De laatste rijksgegarandeerde lening loopt af in 2043. Het monitoren van de instellingen aan wie een rijksgarantie verstrekt is, alsmede van de leningen, wordt sinds 2004 in mandaat uitgevoerd door het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) namens de minister van VWS (Besluit van 17 december 2003, Stcrt. 2004, nr. 7, blz. 11).

Instellingen die financieel in de gevarenzone dreigen te komen, worden door het WFZ onder verscherpte bewaking gesteld waarbij onder meer frequent informatie wordt ingewonnen. Indien een zorginstelling met een geborgde lening niet in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen dan neemt het ministerie van VWS in een dergelijk geval de betalingsverplichting van de zorginstelling over. Dit betekent dat een schade niet ineens hoeft te worden uitgekeerd, maar ook verspreid over de resterende looptijd van de lening kan worden betaald.

Premiestelling en kostendekkendheid

Voor de afgegeven garanties worden geen risicopremies doorberekend en dit is op basis van de afgesloten contracten ook niet mogelijk.

Tabel 15 Overzicht achterborgstellingen (bedragen x € 1 mln.)

Omschrijving

2022

2023

2024

Achterborgstelling

6.184,8

6.121,9

6.057,5

Bufferkapitaal

281,3

302,2

311,8

Obligo

185,1

182,9

181,0

Toelichting

Doel en werking garantieregeling

De bovenstaande tabel is gebaseerd op gegevens van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ). Het WFZ verstrekt garanties aan financiële instellingen voor leningen van de bij het WFZ aangesloten leden. De Staat is achterborg voor het WFZ. Het WFZ is voortgekomen uit de financieringsproblemen voor zorginstellingen die ontstonden begin jaren '90 van de vorige eeuw. Het WFZ is door de koepels in de sector opgericht om de financiering voor zorginstellingen te vergemakkelijken en daarmee de continuïteit van de zorg veilig te stellen. Het totaalbedrag aan uitstaande verplichtingen is volgens de raming van het WFZ € 6,1 miljard in 2024.

Beheersing risico’s en versobering

De risico’s voor het ministerie van VWS van de achterborg worden beperkt door een aantal maatregelen. Allereerst kent het WFZ een selectieve toelating. Voor deelname aan het WFZ moeten zorginstellingen hun financiële situatie voldoende op orde hebben. Daarnaast worden garanties alleen verstrekt aan vertrouwenwekkende investeringen. Te risicovolle projecten worden niet geborgd. Verder zijn aangesloten leden gebonden aan het regelement van het WFZ en de daarin omschreven risicobeperkende bepalingen. Een deelnemer mag bijvoorbeeld niet zonder toestemming van het WFZ gebruik maken van rentederivaten. In het kader van het beleid van versobering van risicoregelingen heeft een evaluatieonderzoek van het WFZ plaatsgevonden.

Premiestelling en kostendekkendheid

Het ministerie van VWS ontvangt geen premie voor de achterborg. Zorginstellingen betalen een eenmalige premie (disagio) voor de garantstelling aan het WFZ. Hiermee bouwt het WFZ een risicovermogen op waarmee eventuele claims kunnen worden gedekt. Als dit risicovermogen onvoldoende zou zijn om eventuele schades te dekken, kunnen de deelnemers aan het WFZ via de zogenaamde obligo worden verplicht een financiële bijdrage te leveren van maximaal 3% van de uitstaande garanties van de instelling. Als het risicovermogen van het WFZ en de obligoverplichting van de deelnemers tezamen niet voldoende zijn voor het WFZ om aan zijn verplichtingen richting geldverstrekkers te kunnen voldoen, kan het WFZ zich richting VWS beroepen op de achterborg. Dit houdt in dat op dat moment VWS het WFZ van een lening zal voorzien zodat het WFZ aan zijn verplichtingen kan voldoen. Het WFZ heeft nog nooit een beroep hoeven doen op de obligoverplichting van de WFZ-deelnemers.

Begrotingsreserve

Het is nog nooit nodig geweest voor het WFZ om de achterborg van het Rijk in te roepen. Niettemin is besloten om in het kader van de verdere beperking van de risico’s vanaf het jaar 2017 een begrotingsreserve aan te leggen voor eventuele schade in het kader van de achterborg. Deze begrotingsreserve is opgenomen onder artikel 9.

3. Beleidsartikelen

3.1 Artikel 1 Volksgezondheid

A. Algemene doelstelling

Een goede volksgezondheid, waarbij mensen zo min mogelijk blootstaan aan bedreigingen van hun gezondheid én zij in gezondheid leven.

Absolute levensverwachting1en waarvan jaren in goed ervaren gezondheid2
 

1981

2005

2010

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

1. Absolute levensverwachting in jaren:

          

- mannen

72,7

77,2

78,8

79,9

80,1

80,2

80,5

79,7

79,7

80,1

- vrouwen

79,3

81,6

82,7

83,1

83,3

83,3

83,6

83,1

83,0

83,1

           

2. Waarvan jaren in goed ervaren gezondheid:

          

- mannen

59,9

62,5

63,9

64,9

65,0

64,2

64,8

66,4

65,4

 

- vrouwen

62,4

61,8

63,0

63,3

63,8

62,7

63,2

65,8

65,1

 
X Noot
1

X Noot
2

B. Rol en verantwoordelijkheid

Een belangrijke beleidsopgave voor de minister is het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers. Mensen zijn in eerste instantie echter wel zelf verantwoordelijk voor hun gezondheid en dienen zichzelf – indien mogelijk – te beschermen tegen gezondheidsrisico’s.

De minister vervult de volgende rollen:

Stimuleren: van het maken van gezonde keuzes, van de beschikbaarheid van betrouwbare informatie over gezonde keuzes, en van een gezonder aanbod van voeding.

Financieren: van (bevolkings-)onderzoeken/screeningen, van diverse nationale programma’s, projecten en organisaties die zich bezig houden met de bescherming en bevordering van de gezondheid van burgers en preventie van ziekten.

Regisseren: het opstellen van wettelijke kaders om op verschillende manieren burgers te beschermen tegen gezondheidsrisico’s.

C. Beleidswijzigingen

Aanpassingen Rijksvaccinatieprogramma schemaDoor veranderingen in de circulatie van infectieziekten waartegen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) beschermt, of nieuwe inzichten in de optimale werking van de vaccinaties, is het nodig om het schema van het RVP af en toe te evalueren, zodat het optimale bescherming biedt. Op advies van de Gezondheidsraad zijn in 2023 vier wijzigingen doorgevoerd in de leeftijd waarop vaccinaties in het RVP aangeboden worden (Kamerstukken II 2021/22, 32793 nr. 634, bijlage p.25). Deze wijzigingen worden geëffectueerd vanaf 2024.Tweede Termijn Structureel Echoscopisch Onderzoek (TTSEO)Het Zorginstituut heeft aangegeven dat prenatale screening zonder medische indicatie niet binnen de Zvw past. Vanaf 1 januari 2024 zal de Tweede Termijn Structureel Echoscopisch Onderzoek (TTSEO) ofwel de 20-wekenecho worden bekostigd via de Rijksbegroting. De financiering van de TTSEO zal gaan lopen via het landelijke programma prenatale screening.

Verbreding inzet zelfafnameset Vanaf 2024 zal de zelfafnameset (ZAS) actief worden toegestuurd aan de doelgroep van het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Dit verlaagt de drempel voor deelname en zal waarschijnlijk gaan leiden tot een hogere deelname.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 16 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

3.769.283

4.746.091

1.747.124

1.412.220

1.346.055

1.336.281

1.455.743

         
 

Uitgaven

5.286.291

2.946.757

2.341.726

1.912.310

1.734.199

1.483.707

1.456.571

         

1.10

Gezondheidsbeleid

562.906

931.338

925.060

851.294

716.772

525.029

508.441

 

Subsidies (regelingen)

19.516

41.398

46.045

48.948

37.503

38.704

36.986

 

(Lokaal) gezondheidsbeleid

19.516

41.109

45.756

48.659

37.214

38.415

36.697

 

Overige

0

289

289

289

289

289

289

 

Opdrachten

3.484

13.658

12.750

12.568

10.740

10.834

10.834

 

(Lokaal) gezondheidsbeleid

3.484

13.658

12.750

12.568

10.740

10.834

10.834

 

Bijdrage aan agentschappen

141.420

176.200

188.333

176.917

165.937

165.383

169.887

 

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

111.528

135.493

132.182

134.445

138.029

141.236

145.740

 

RIVM: Wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

29.657

38.054

52.256

39.001

27.062

23.301

23.301

 

Overige

235

2.653

3.895

3.471

846

846

846

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

388.362

392.501

380.659

315.499

267.956

211.586

199.098

 

ZonMw: Programmering

388.362

392.501

380.659

315.499

267.956

211.586

199.098

 

Bijdrage aan medeoverheden

10.124

307.581

297.273

297.362

234.636

98.522

91.636

 

Lokale aanpak

10.124

314.612

297.125

297.214

234.488

98.374

91.488

 

Overige

0

‒ 7.031

148

148

148

148

148

1.20

Ziektepreventie

4.546.347

1.813.485

1.225.088

866.201

858.479

798.366

787.818

 

Subsidies (regelingen)

496.471

381.680

392.118

316.806

313.784

315.144

316.551

 

Ziektepreventie

234.164

81.279

89.411

12.518

9.970

10.218

10.218

 

Bevolkingsonderzoeken

184.479

165.288

165.288

165.288

165.288

165.288

165.288

 

Vaccinaties

77.828

106.639

77.108

78.266

75.588

75.899

76.299

 

Opdrachten

1.695.575

284.364

184.662

105.662

98.321

54.187

56.326

 

Ziektepreventie

1.695.433

260.794

146.322

61.807

54.031

7.031

7.031

 

Pandemische paraatheid

142

23.570

38.340

43.855

44.290

47.156

49.295

 

Bijdrage aan agentschappen

508.049

487.955

407.378

360.078

356.140

357.401

343.307

 

RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra

337.199

280.791

154.637

115.644

117.798

118.184

106.084

 

RIVM: Bevolkingsonderzoeken

43.880

48.082

55.700

57.113

56.236

56.974

57.400

 

RIVM: Vaccinaties

126.970

128.158

117.375

119.499

116.256

117.789

118.769

 

Pandemische paraatheid

0

30.911

79.653

67.809

65.837

64.441

61.041

 

Overige

0

13

13

13

13

13

13

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

529.113

117.757

0

0

0

0

0

 

LCCB

529.113

117.757

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

1.274.469

541.729

240.930

83.655

90.234

71.634

71.634

 

Pandemische paraatheid

0

59.542

93.392

83.626

90.205

71.605

71.605

 

Overige

1.274.469

482.187

147.538

29

29

29

29

 

Garanties

42.670

0

0

0

0

0

0

 

Overige

42.670

0

0

0

0

0

0

1.30

Gezondheidsbevordering

149.303

168.672

158.890

162.342

126.360

127.726

127.726

 

Subsidies (regelingen)

85.175

86.911

78.534

81.439

56.825

57.837

57.837

 

Preventie van schadelijk middelengebruik

24.557

29.870

23.109

28.024

15.683

16.004

16.004

 

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

30.776

26.218

26.929

25.485

15.087

15.783

15.783

 

Letselpreventie

6.783

6.821

5.587

4.916

4.917

4.916

4.916

 

Bevordering van seksuele gezondheid

22.106

20.573

19.499

19.604

19.862

19.859

19.859

 

Overige

953

3.429

3.410

3.410

1.276

1.275

1.275

 

Opdrachten

7.693

14.015

13.026

12.919

6.054

6.053

6.053

 

Gezondheidsbevordering

7.693

14.015

13.026

12.919

6.054

6.053

6.053

 

Bijdrage aan agentschappen

162

4.753

4.613

4.641

889

1.257

1.257

 

Overige

162

4.753

4.613

4.641

889

1.257

1.257

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

174

206

839

839

839

839

 

Overige

0

174

206

839

839

839

839

 

Bijdrage aan medeoverheden

56.273

62.819

62.511

62.504

61.753

61.740

61.740

 

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

14.496

15.888

16.160

16.153

16.160

16.156

16.156

 

Seksuele gezondheid

41.777

46.931

46.351

46.351

45.593

45.584

45.584

1.40

Ethiek

27.735

33.262

32.688

32.473

32.588

32.586

32.586

 

Subsidies (regelingen)

25.425

30.230

29.715

29.500

29.615

29.613

29.613

 

Abortusklinieken

17.039

19.788

19.201

19.205

19.318

19.318

19.318

 

Medische ethiek

8.386

10.442

10.514

10.295

10.297

10.295

10.295

 

Opdrachten

57

440

381

381

381

381

381

 

Medische ethiek

57

440

381

381

381

381

381

 

Bijdrage aan agentschappen

2.253

2.592

2.592

2.592

2.592

2.592

2.592

 

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

2.253

2.592

2.592

2.592

2.592

2.592

2.592

         
 

Ontvangsten

485.260

88.221

39.018

39.018

39.018

39.018

39.018

Budgetflexibiliteit

SubsidiesHet beschikbare budget voor 2024 van € 551,9 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van de aangegane verplichtingen op basis van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, de Beleidsregels subsidiëring regionale centra prenatale screening én de Subsidieregelingen Publieke Gezondheid, Abortusklinieken, Nadere Doodsoorzaak Kinderen (NODOK), en Kunstmatige inseminatie donorkinderen (KID).

Opdrachten Het budget voor 2024 van € 210,9 miljoen is 11,9% juridisch verplicht en 5,8% bestuurlijk gebonden. De beleidsmatig gereserveerde middelen zijn onder andere bedoeld voor Kansrijke Start, Mentale Gezondheid, Valpreventie, Preventieakkoord, Pandemische Paraatheid en COVID-uitgaven.

Bijdragen aan agentschappenDit betreft de financiering van de opdrachtverlening voor 2024 aan het RIVM, de NVWA en het CIBG. Op basis van het offertetraject en beleidsmatige afspraken is het budget 2024 van € 602,9 miljoen voor 88,3% juridisch verplicht en voor 8,2% bestuurlijk geebonden. De beleidsmatig gereserveerde middelen zijn onder andere bedoeld voor Aanpassingen Rijksvaccinatieprogramma schema, meerkosten verbeterd Pneumokokkenvaccins voor kinderen, Preventieakkoord, Mentale Gezondheid, Valpreventie., Pandemische Paraatheid

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s Dit betreft de financiering van projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg via ZonMw en de Afgifte van Schengenverklaringen via het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Het budget voor 2024 van € 380,9 miljoen is voor 91,5% juridisch verplichten voor 3,4% bestuurlijk gebonden. De beleidsmatige gereserveerd middelen zijn bedoeld voor de voortzetting van lopende programma;s,

Bijdragen aan medeoverheden Dit betreft de middelen voor de uitvoering van de Regelingen Specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023-2026 (Brede SPUK), Heroïneverstrekking door gemeenten op medisch voorschrift, Aanvullende Seksuele Gezondheid, PrEP én de bijdrage aan het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (CTGB). Het budget voor 2024 van € 600,7 miljoen is voor 65,7% juridisch verplicht. De beleidsmatige gereserveerd middelen betreffen COVID-uitgaven.

Tabel 17 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

78%

bestuurlijk gebonden

3%

beleidsmatig gereserveerd

19%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

E. Toelichting op de financiële instrumenten
1. Gezondheidsbeleid

Subsidies

(Lokaal) gezondheidsbeleid

In 2024 geven wij verder uitwerking aan de voornemens die zijn opgenomen in de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2020-2024 (Kamerstukken II 2019/20, 32793, nr. 481). De Landelijke Nota Gezondheidsbeleid, die vanuit de Wet publieke gezondheid (Wpg) iedere vier jaar wordt opgesteld, beschrijft de landelijke prioriteiten op het gebied van publieke gezondheid en is richtinggevend voor het lokale gezondheidsbeleid van gemeenten.

Alles is gezondheid ....Het programma Alles is Gezondheid stimuleert samenwerking tussen bedrijfsleven, burgerinitiatieven, maatschappelijke organisaties en politiek. Deze partijen werken met elkaar samen vanuit hun eigen invalshoek, maar pogen hetzelfde doel, namelijk de samenleving vitaler maken, te bereiken. Via het programmabureau worden maatschappelijke initiatieven gestimuleerd die bijdragen aan een gezonder Nederland en aansluiten bij de gestelde doelen in het Nationaal Programma Preventie. Netwerkvorming en kennisdeling worden daarbij benut om het bereik en de impact van initiatieven te vergroten. Er wordt ingezet op het activeren en borgen van domeinoverstijgende samenwerkingsverbanden en het aanjagen en ondersteunen van wijken en regio’s. Zij werken daarbij vanuit het gedachtegoed van positieve gezondheid, dat een belangrijke plek heeft gekregen binnen het programma. Het institute for Positive Health (iPH) is samengegaan met Alles is Gezondheid. Het toepassen en doorontwikkelen van het gedachtegoed gaat onder die noemer verder. Hiervoor is € 3,0 miljoen beschikbaar.

Bevordering van kwaliteit en toegankelijkheid van zorgDe Stichting Pharos ontvangt als kennis- en adviescentrum subsidie voor het stimuleren van de toepassing van kennis in de praktijk om de kwaliteit en effectiviteit van de zorg voor migranten en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden te verbeteren. Het gaat daarbij om mensen die minder vaardig zijn in het verkrijgen, begrijpen en gebruiken van informatie over (hun) gezondheid bij het nemen van gezondheidsgerelateerde beslissingen. Verder worden gemeenten geactiveerd om lokale gezondheidsachterstanden structureel aan te pakken. Vanuit de Stichting Pharos en platform 31 wordt kennis van werkzame interventies, goede voorbeelden en ervaringen samengebracht en gedeeld. Hiervoor is € 5,6 miljoen beschikbaar.

Forenschische geneeskundeVoor de financiering van de opleiding voor forensische artsen is in 2024 € 5,9 miljoen beschikbaar. Dit is inclusief de uitbreiding van de opleiding als gevolg van een acuut tekort aan forensisch artsen. De komende jaren wordt de opleiding verder uitgebreid. Hiernaast is € 0,5 miljoen beschikbaar om het toezichthouden op de lijkschouw zoals deze uitgevoerd wordt door gemeentelijk lijkschouwers en behandelend artsen, wettelijk te borgen.

SuïcidepreventieVoor suïcidepreventie is in 2024 € 17,1 miljoen beschikbaar. Hiervan is € 12,1 miljoen beschikbaar voor activiteiten op het terrein van hulpverlening, onderzoek, opleiding en communicatie. Hiernaast is in 2024 € 5,0 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de doelstellingen en activiteiten van de derde landelijke agenda suïcidepreventie (2021-2025).

LifelinesHet doel van Lifelines is om mensen in de toekomst gezonder oud te laten worden. Dit proberen we te bereiken door van een grote groep deelnemers allerlei gegevens en lichaamsmaterialen zoals urine, bloed en haar te verzamelen en dit beschikbaar te stellen aan onderzoekers. Hiervoor is € 3,5 miljoen beschikbaar.

ValpreventieEr vindt onderzoek plaats naar de mogelijkheden die innovatie en technologie kunnen bieden om de maatregel valpreventie te implementeren. Daarnaast zijn er middelen beschikbaar voor de uitvoering van het programma valpreventie. Het gaat hierbij om het organiseren van bijeenkomsten, deskundigheidsbevordering en het toegankelijk maken van bestaand materiaal. Het kennisinstituut VeiligheidNL ondersteunt hierbij. Hiervoor is € 2,6 miljoen beschikbaar.

JeugdgezondheidszorgHet Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) ontvangt subsidie voor activiteiten gericht op het ondersteunen van de JGZ-organisaties en de professionals bij het invoeren van vernieuwingen en verbeteringen in de praktijk. Hiervoor is € 1,8 miljoen beschikbaar.

Mentale gezondheidOm de mentale weerbaarheid bij alle in Nederland verblijvende personen te versterken, en om de maatschappelijke kosten en sociale impact van mentale gezondheidsklachten te verminderen is € 3,5 miljoen beschikbaar.

Voor de overige subsidieactiviteiten (onder andere depressiepreventie en nader onderzoek naar de doodsoorzaak van kinderen) is € 2,3 miljoen beschikbaar.

Opdrachten

(Lokaal) gezondheidsbeleid

Vervolgaanpak actieprogramma Kansrijke Start 2022-2025Met het programma Kansrijke Start willen we ervoor zorgen dat kinderen een stevige basis krijgen tijdens de cruciale eerste 1.000 dagen van het leven. De vervolgaanpak Kansrijke Start zet in op het versterken, uitbouwen en het structureel verankeren van de lokale Kansrijke Start aanpak. Hiervoor is € 7,0 miljoen beschikbaar.

Voor de overige opdrachten (onder andere Mentale gezondheid, Valpreventie, Product- en Voedselveilighied en Gezonde leefomgeving) is € 5,8 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan agentschappen

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is opdrachtgever van het agentschap Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voor de VWS-domeinen. De NVWA heeft als toezichthouder een centrale rol bij het bewaken van de veiligheid van voedsel- en consumentenproducten op grond van wettelijke normen. Ook hebben zij toezichtstaken voor de handhaving van de Drank- en Horecawet en de Tabaks- en rookwarenwet.

Door de toevoeging van regeerakkoordmiddelen voor versterking van de NVWA is voor deze taken in 2024 in totaal circa € 131 miljoen beschikbaar.

Tabel 18 Voedselvertrouwen1

stelling

2021

20232

Over het algemeen zijn voedingsmiddelen veilig

82%

81%

Ik vertrouw erop dat voedingsmiddelen veilig zijn

81%

79%

X Noot
1

X Noot
2

https://www.nvwa.nl/voedselveiligheid/documenten/consument/eten-drinken-roken/overige-voedselveiligheid/publicaties/nvwa-consumentenmonitor-voedselveiligheid-2023

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

Het RIVM heeft de wettelijke taak periodiek te rapporteren over de toestand en de toekomstige ontwikkeling van de volksgezondheid. Het RIVM vormt tevens samen met een zevental kennisinstellingen een consortium, dat verantwoordelijk is voor de Staat van Volksgezondheid en Zorg. De Staat van Volksgezondheid en Zorg bevat kerncijfers voor het zorgbeleid. Via deze webportal worden actuele en eenduidige cijfers beschikbaar gesteld over de domeinen van het ministerie van VWS. De kerncijfers , zoals opgenomen in de Staat, vormen een belangrijke basis voor de VWS-monitor. Verder voert het RIVM opdrachten uit op terrein van sport, geneesmiddelen en medische technologie en risicoschatting en beoordeling voor beleid. In totaal is voor het RIVM voor deze taken in 2024 € 31,3 miljoen beschikbaar.Voor COVID-onderzoek, monitoring en surveillance ls € 21 miljoen beschikbaar.

Overige (Gezondheidsbescherming Algemeen en Voedselveiligheid)

Deze middelen worden voornamelijk ingezet voor de financiering van het RIVM op het gebied van voedselveiligheid.

De voortgang van de aanpak om voedselinfecties te voorkomen, wordt door het RIVM gemonitord via de vaststelling van zogenoemde DALYs (disability adjusted life year). In onderstaande tabel is weergegeven hoe het aantal verloren levensjaren door voedselinfecties, veroorzaakt door de verschillende pathogenen, zich ontwikkelt.

Tabel 19 Voedselveiligheid: Aantal verloren gezonde levensjaren ten gevolge van voedselinfecties door ziekteverwekkende micro-organismen in voedsel in Nederland123

Micro-organismen¹

Aantal verloren gezonde levensjaren (DALY=Disability Adjusted Life Year)²

         
 

2014

2015

2016

2017³

2018

2019

2020

2021

Campylobacter

1.869

1.691

1.501

1.291

1.345

1.387

1.268

1.400

STEC O157

61

61

61

61

61

61

60

61

L. monocytogenes

191

165

310

191

181

126

145

410

Salmonella

649

643

757

675

617

600

393

470

B. cereus toxine

28

28

28

29

29

29

29

29

C. perfringens toxine

177

177

177

178

179

180

180

180

S. aureus toxine

193

192

192

192

193

193

190

190

Hepatitis-A virus

6

5

5

6

8

8

6

10

Hepatitis-E virus

3

3

3

70

71

63

54

43

Norovirus

285

301

375

269

324

308

141

240

Rotavirus

78

165

88

143

154

145

51

120

Cryptosporidium spp.

11

19

22

14

19

15

4

7

Giardia spp.

29

29

29

29

28

29

7

13

T. gondii

1.088

1.063

1.062

1.062

1.064

1.042

1.061

1.100

Totaal

4.668

4.542

4.609

4.209

4.270

4.186

3.587

4.273

X Noot
1

X Noot
2

De getallen over 2012 t/m 2015 zijn enigszins afwijkend van de getallen die in eerdere begrotingen zijn gerapporteerd dit vanwege: a) nieuwere incidentie schattingen voor hepatitis-E virus, Cryptosporidium spp. and Giaria spp.; en b) noodzakelijke modelaanpassingen (zoals m.n. het gebruik van nieuwe “disability weights” afkomstig uit een recente Europeese studie waarbij : >30,000 mensen waren betrokken (Bron: Haagsma et al. 2015; Popul Health Metr.)). Meer details zijn te vinden in . Deze noodzakelijke modelaanpassingen hebben er toe geleid dat de ranking veranderd is ten opzichte van vroegere berekeningen.

X Noot
3

Het gemelde getal voor het jaar 2017 wijkt af van het eerder genoemde getal in het beleidsverslag 2021. Het getal is aangepast naar de meest recente RIVM bijgewerkte attributie inschattingen, die het resultaat zijn van de toepassing van een aangescherpte methodologie. Dit geldt ook uiteraard voor het kengetal voor het jaar 2021.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

ZonMw: Uitvoeren van projecten en onderzoekZonMw is een intermediaire organisatie die op programmatische wijze projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg laat uitvoeren. ZonMw bewaakt daarbij de kwaliteit, relevantie en samenhang. In onderstaande tabel zijn de activiteiten uitgesplitst naar de verschillende beleidsterreinen waarop de programma’s bij ZonMw betrekking hebben.

Tabel 20 Overzichtstabel geraamde programma-uitgaven ZonMw 2023-2027 (Bedragen x € 1 mln.)
 

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal ZonMw

380,7

315,5

268,0

211,6

199,1

Artikel 1 Volksgezondheid: onder andere programma's Preventie, Infectieziektebestrijding, Onbedoelde zwangerschap en kwetsbaar (jong) ouderschap, Gezondheidsonderzoek bij Rampen, Data en Veerkracht, Pluripotent stamcelonderzoek, ME/CVS, Onderwerp Programmavoorstel Antimicrobiele resistentie, Pandemische paraatheid, Gezondheidseffecten Microplastics en COVID-19 Onderzoek

66,1

49,0

34,5

33,2

33,6

Artikel 2 Curatieve zorg: onder andere programma's Doelmatigheidsonderzoek, Goed Gebruik Geneesmiddelen, Grip op Onbegrip, Zwangerschap en geboorte, Expertisefunctie Zintuigelijk Gehandicapten, Kwaliteitsrichtlijnen wijkverpleging, Kwaliteitsgelden, Topspecialistische Zorg en Onderzoek, Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg, Zorgevaluatie en gepast gebruik, Oncode Institute Kennisprogramma huisartsgeneeskunde, Paramedische zorg, Passende Zorg, Citrienfonds, Versnellers in de GGz, Leefstijl in de Zorg, PharmaNL - Shared Infrastructuur en Onderzoeksprogramma GGz

211,7

179,9

165,1

130,8

126,3

Artikel 3 Maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg: onder andere programma's Palliantie II, Onderzoeksprogramma Dementie, Academische werkplaatsen ter versterking kennisinfrastructuur langdurige zorg, Academische werkplaatsen Verstandelijke beperking, Gewoon bijzonder, Kenniscentra voor Specifieke doelgroepen, Nationaal Programma Hoofdzaken én Programma partnerschap THCS

56,3

48,2

35,7

32,9

33,0

Artikel 4 Zorgbreed beleid: Juiste zorg op de juiste plek, , Actieonderzoek innovatieve zorg én Voor elkaar!

3,2

0,9

0,0

0,0

0,1

Artikel 5 Jeugd: onder andere programma's Wat werkt voor de jeugd, Geweld hoort nergens thuis en Regionale Kenniswerkplaatsen Jeugd

5,2

4,2

3,6

3,7

4,8

Artikel 6 Sport en bewegen: onder andere programma's Sportinnovator, Missiegredreven onderzoek en innovatie sport en bewegen en Kennis- én implementatie-impuls bewegen in het dagelijks leven

8,8

8,0

8,2

2,3

0,4

Andere ministeries: onder andere programma's Maatschappeljike diensttijd (OCW), Meer Kennis met Minder Dieren (LNV), Verbetering kwaliteit poortwachtersproces (SZW), Vakkundig aan het Werk (SZW) en Mentale vitaliteit van werkenden (SZW), Verbetering re-integratie 2e spoor (SZW) én Grip op Onbegrip (JenV)

29,3

25,2

20,8

8,7

1,0

Bijdragen aan medeoverheden

Lokale aanpakDit betreft de middelen voor de uitvoering van de Regeling specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023-2026. De Brede SPUK-regeling is voor alle gemeenten in werking gesteld om diverse afspraken uit te kunnen voeren. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Hoofdlijnen Sportakkoord II, het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Preventieakkoord. Hiervoor is circa € 297,1 miljoen beschikbaar.

2. Ziektepreventie
Tabel 21 Kengetallen Deelname aan vaccinatieprogramma, bevolkingsonderzoeken en screeningen in procenten123456789
 

2005

2010

2015

2020

2021

2022

Percentage deelname aan Rijksvaccinatieprogramma

95,8%

95,0%

94,8%

90,8%

91,3%

90,1%1

Percentage deelname aan Nationaal Programma Grieppreventie

76,9%

68,9%

50,1%

53,7%

58,3%

n.n.b.2

Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek borstkanker

81,7%

80,7%

77,6%

70,4%

72,5%

n.n.b.3

Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

65,5%

64,3%

64,4%

49,7%

54,8%

n.n.b.4

Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek darmkanker

73,0%

71,6%

70,6%

n.n.b.5

Percentage deelname aan hielprik

99,6%

99,7%

99,3%

99,4%

99,2%

n.n.b.6

Percentage deelname aan NIPT

52,0%

55,1%

n.n.b.7

Percentage deelname aan structureel echoscopisch onderzoek (SEO; 20 weken echo)

82,5%

86,4%

85,7%

n.n.b.8

Percentage deelname aan bloedonderzoek bij zwangere vrouwen (PSIE)

100%

100%

100%

n.n.b.

n.n.b.9

X Noot
1

Dit betreft het percentage kinderen geboren in 2018 dat alle vaccinaties volgens het RVP-schema toegediend heeft gekregen vóór het bereiken van de leeftijd van 2 jaar.

X Noot
2

Dit kerncijfer betreft het percentage gevaccineerde personen in de groep patiënten die conform het advies van de Gezondheidsraad in aanmerking komen voor vaccinatie tegen influenza.

X Noot
3

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek borstkanker. De doelgroep van het bevolkingsonderzoek bestaat uit vrouwen van 50 tot 75 jaar.

X Noot
4

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. De doelgroep van dit bevolkingsonderzoek bestaat uit 30-60 jarige vrouwen.

X Noot
5

Dit kerncijfer betreft het percentage personen dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek dikke darmkanker.

X Noot
6

Dit kerncijfer betreft het percentage pasgeborenen dat gescreend is.

X Noot
7

Deelname NIPT vanaf april 2017. Dit kerncijfer betreft het percentage zwangere vrouwen dat deelneemt aan de NIPT ter bepaling van een eventuele verhoogde kans op een kind met het downsyndroom, edwardssyndroom of patausyndroom.

X Noot
8

X Noot
9

De cijfers uit bovenstaande tabel geven een goede indicatie van de ontwikkelingen op de beleidsterreinen met dien verstande dat de nadruk op geïnformeerde keuze voor deelname ligt en niet op een zo hoog mogelijk percentage. Hierbij moet in acht worden genomen dat de beschermingsgraad in de praktijk hoger ligt voor bijvoorbeeld het Rijksvaccinatieprogramma dan het met het deelnamepercentage weergegeven cijfer door bijvoorbeeld de groepsimmuniteit.

Subsidies

ZiektepreventieVWS zorgt op het terrein van de ziektepreventie en subsidies (€ 21,2 miljoen) voor een goede bescherming tegen infectieziekten, preventie van chronische ziekten door onder andere te zorgen voor:

  • Een goede landelijke structuur om bekende en onbekende infectieziektedreigingen inclusief zoönosen en vectorgebonden (o.a. teken, invasieve exotische muggen) aandoeningen snel te kunnen signaleren en bestrijden.

  • Het internationaal uitwisselen van informatie en afstemmen van voorbereidings- en bestrijdingsmaatregelen.

  • Subsidiëring van het Nederlands Lymeziekte-expertisecentrum dat zich inzet om de preventie, diagnostiek en behandeling van de ziekte van Lyme te verbeteren, waarbij alle betrokken partijen hun eigen inbreng leveren.

  • Subsidiëring van de stichting Q-support om patiënten, die na de Q- koorts epidemie te maken hebben met langdurige klachten, te ondersteunen, te adviseren en te begeleiden.

  • Financiering van Lareb, het Nederlandse meld- en kenniscentrum voor bijwerkingen van geneesmiddelen, waaronder vaccins.

  • Financiering van de stichting Q-support voor de nazorg van COVID-19 patiënten (C-support).

  • Financiering van het Nationale huidfonds voor de uitvoering van een campagne Huidkankerpreventie.

COVID-19

Voor de GGD-GHOR is € 58,8 miljoen beschikbaar voor de landelijke coördinatie van activiteiten van de GGD’en en landelijke faciliteiten voor de informatievoorziening. Daarnaast is voor de selectie en het uitnodigen van risicogroepen door ziekenhuizen in 2024 € 4 miljoen beschikbaar.

BevolkingsonderzoekenOnder dit instrument vallen:

(1) het financieren, bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de landelijke bevolkingsonderzoeken naar borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker;

(2) het financieren van de Regionale centra prenatale screening;

(3) het financieren van de niet-invasieve prenatale test (NIPT);

(4) het financieren van de 13-weken én de 20-weken echo.

In totaal gaat het hierbij om circa € 225 miljoen.

VaccinatiesMet het Nationaal Programma Grieppreventie worden kwetsbare groepen (alle 60-plussers en mensen onder de 60 jaar met een risico-indicatie, zoals longziekten, hart- of nieraandoeningen en diabetes mellitus) beschermd tegen (de ernstige gevolgen van) griep. Tevens worden 60-plussers vanaf 2020 gevaccineerd tegen pneunomokokken (Kamerstukken II 2018/19, 32793, nr. 331).

Opdrachten

Pandemische paraatheidWe werken aan een toekomstige pandemische paraatheid op een ‘nieuw en toekomstbestendig’ niveau. Voor 2023 en voor de jaren erna zijn bij de Voorjaarsnota 2023 structureel aanvullende middelen beschikbaar gekomen ter verdere versterking van de pandemische paraatheid. De middelen hiervoor zijn opgenomen in dit beleidsartikel voor de versterkte publieke gezondheid, en de beleidsartikelen 2, 3, 4 en 9 voor goed voorbereide zorg en versterkte leveringszekerheid. Voor de versterkte publieke gezondheidszorg en infectieziektebestrijding is bij de Voorjaarsnota 2022, Miljoenennota 2022 en Voorjaarsnota 2023 in totaal € 57 miljoen aan dit beleidsartikel toegevoegd. De middelen worden aangewend voor het creëren van opleidingsplekken voor IZB artsen, versterking IV/ICT, Therapieontwikkeling, Kennisprogrammering, internationale aansluiting van het RIVM en voor een bijdrage aan Coalition for Epidemic Preparedness.

COVID-19

Naar aanleiding van de COVID-19 pandemie is voor een strategische onderzoeksagenda € 3,1 miljoen beschikbaar ten behoeve van kennis over de vaccinatiestrategie en de effectiviteit op termijn van het (herhaal­delijk) vaccineren evenals de invloed van gedragsaspecten. Daarnaast zijn middelen beschikbaar voor het verzamelen van volledige en kwalitatief hoogwaardige data voor vroegtijdige signalering van trends (€ 3,5 miljoen) en voor de digitale informatievoorziening richting het publiek (€ 2,4 miljoen). In 2024 wordt het online informatievoorzieningslandschap verder vereenvoudigd en mogelijk afgebouwd, naar mate de ontwikkeling van COVID-19. Verder is in 2024 voor de aanschaf van vaccins € 52 miljoen beschikbaar en circa € 37 miljoen gereserveerd voor doorlopende (en aflopende) contracten in het kader van testen.

Bijdrage aan agentschappen

RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra

Het RIVM stelt zich tot doel om de gezondheid van de Nederlandse bevolking te beschermen en te bevorderen. Het RIVM doet dit door middel van het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek, advisering op het terrein van volksgezondheid en het voeren van de regie op diverse terreinen van de publieke gezondheid. Binnen het RIVM zijn hiertoe verschillende centra actief, zoals:

  • Het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) ontvangt financiële middelen voor het vervullen van zijn taken ten aanzien van de preventie en bestrijding van infectieziekten. Daarbij is specifiek aandacht voor antimicrobiële resistentie, het bevorderen van seksuele gezondheid door de ondersteuning van professionals bij een goede uitvoering en taken op het gebied van vaccinologie.

  • Het Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CvB) ontvangt financiële middelen voor het uitvoeren van zijn coördinerende taken gericht op de voorlichting over bevolkingsonderzoeken, het Nationaal Programma Grieppreventie en pre- en neonatale screeningen en de kwaliteit van de uitvoering en monitoring ervan. Mensen die tot de betreffende doelgroep behoren, kunnen vrijwillig aan de bevolkingsonderzoeken deelnemen.

  • Het Centrum Gezondheid en Milieu (CGM) ontvangt financiële middelen om het ministerie van VWS en de regio’s bij te staan met gezondheidskundige advisering, advisering over het uitvoeren van gezondheidsonderzoek, risicoanalyses over mogelijke gezondheidseffecten en over psychosociale nazorg. Vragen over gezondheid en veiligheid in relatie tot milieu en het voorkomen van incidenten en rampen komen samen bij het CGM. Het CGM is erop gericht deze kennis waar nodig te ontwikkelen, te borgen en te ontsluiten voor professionals en bestuurders.

  • De Dienst Vaccinatievoorzieningen en Preventieprogramma’s (DVP) zorgt ervoor dat er voldoende goede en betaalbare vaccins, antisera en slecht verkrijgbare medicijnen beschikbaar zijn voor het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) en calamiteiten. Daarnaast zijn hier de kosten voor de uitvoering van de Rotavirusvaccinatie ondergebracht.

  • Het Centrum Gezond Leven (CGL) ontvangt financiële middelen met als doel samenhangende en effectieve lokale gezondheidsbevordering te faciliteren. Het CGL bevordert het gebruik van erkende leefstijlinterventies, onder meer door beschikbare interventies overzichtelijk te presenteren en te beoordelen op kwaliteit en samenhang en het versterken van gezondheidsbeleid via diverse handreikingen. Daarnaast voert het CGL het programma ‘Structurele versterking Gezonde school’4 uit.

In totaal gaat het hierbij om € 125,6 miljoen.

COVID-19

Voor het RIVM zijn in het kader van COVID-19 de komende jaren middelen beschikbaar voor onder meer opslag, distributie, beveiliging en registratie van vaccins, de specifieke monitoring en surveillance van COVID-19 en het vaststellen van medisch-inhoudelijke kaders en richtlijnen (€ 37 miljoen in 2024). Daarnaast zijn meerjarig middelen beschikbaar voor de uitvoering van het lopende COVID-19 onderzoeksprogramma; € 13 miljoen in 2024, € 8,4 miljoen in 2025 en € 1,9 miljoen in 2025.

RIVM: BevolkingsonderzoekenBetreft de kosten voor de uitvoering van de Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE) en de neonatale hielprikscreening. In totaal gaat het hierbij om € 55,7 miljoen.

RIVM: VaccinatiesHet RIVM zorgt, onder andere door de aanschaf van vaccins en medicatie, voor een goede uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma, het Nationaal Programma Grieppreventie, de Pneumokkokkenvaccinatie en de Maternale kinkhoestvaccinatie. In totaal gaat het hierbij om € 117,4 miljoen.

Pandemische paraatheidBij de Voorjaarsnota 2022, Miljoenennota 2022 en Voorjaarsnota 2023 is reeds € 70,3 miljoen toegevoegd aan dit beleidsartikel. Deze middelen worden aangewend voor de versterking van de Landelijke Functionaliteit Infectieziektebestrijding (LFI), versterking van de infectieziektebestrijding en versterking IV/ICT bij het RIVM en het Nationaal actieplan versterken zoönosebeleid.

Bijdrage aan ZBO/RWT's

COVID-19

Mede naar aanleiding van het 2e deelrapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid doet ZonMw meerjarig onderzoek naar de epidemiologische effectiviteit en maatschappelijke neveneffecten van maatregelen. Hiervoor is in de jaren 2024 ‒ 2026 totaal € 9 miljoen beschikbaar (€ 4 miljoen in 2024).

Bijdrage aan medeoverheden

COVID-19

Voor de GGD’en is in 2024 totaal € 121 miljoen beschikbaar om de basiscapaciteit voor COVID-19 vaccinaties in stand te houden. In geval van een vaccinatieronde voor risicogroepen in 2024 zal aanvullende financiering nodig zijn. Verder is in 2024 in verband met de afbouw van covidtaken voor de GGD’en in totaal € 27 miljoen beschikbaar voor transitiekosten en voor nog doorlopende financiële en personele verplichtingen.

Pandemische paraatheid

De versterking van de GGD'en is essentieel om de pandemische paraatheid te kunnen bewerkstelligen. Kwetsbaarheden in de medisch-operationele processen op regionaal niveau moeten worden weggewerkt om daadwerkelijk bij te kunnen dragen in de landelijke operatie. Hiervoor is bij de Miljoenennota 2022 en Voorjaarsnota 2023 € 46 miljoen beschikbaar gesteld. Voor de versterking van IV/ICT bij de GGD'en is bij de Voorjaarsnota 2023 € 36 miljoen beschikbaar gesteld. Vanaf 2025 zijn meerjarig middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van de reeds benoemde versterking van de GGD-en en voor de versterking van IV/ICT bij de GGD'en.

3. Gezondheidsbevordering

Subsidies

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

In 2024 worden diverse subsidies verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op preventie van (schadelijk) alcohol-, tabaks- en drugsgebruik. In het kader van het Nationaal Preventieakkoord zijn maatregelen afgesproken voor een rookvrije generatie en het tegengaan van problematisch alcoholgebruik. Hiervoor is circa € 30 miljoen beschikbaar.

Een van de organisaties die uit deze middelen wordt gesubsidieerd is het Trimbos-instituut. Trimbos zet zich in om wetenschappelijk onderbouwde, onafhankelijke informatie te geven aan professionals en burgers. Voorbeelden zijn de uitvoering van de Nationale Drug Monitor (NDM), het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS), het Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging (NET), het Expertisecentrum Alcohol en de infolijnen roken, alcohol en drugs.

Op het terrein van alcohol worden er verder onder meer subsidies verstrekt aan het Samenwerkingsverband Vroegsignalering Alcohol, aan de Ik Pas campagne, aan het brede programma Gezonde School en aan de Gezonde Sportkantine.

Om het verstrekken van gratis schoolmaaltijden in 2024 te kunnen continueren, wordt vanuit VWS middelen incidenteel € 10 miljoen vrijgemaakt. Het gaat om € 5,5 miljoen vanuit de beschikbare middelen op artikel 1 voor preventie en € 4,5 miljoen vanuit de middelen die gereserveerd staan op de Aanvullende Post voor Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (€ 3,2 miljoen) en Volksziekten (€ 1,3 miljoen).

Tabel 22 Schadelijk middelen gebruik (in percentages)12345

schadelijk middelen gebruik

2005

2006

2007

2010

2011

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Roken (volwassenen)

31,4

31,3

 

26,9

  

24,1

23,1

22,4

21,7

20,2

20,6

18,9

Roken (jongeren)

  

17,1

 

16,9

10,6

 

7,8

 

7,7

 

9,5

 

Roken (zwangere vrouwen)

      

8,6

 

7,4

  

7,7

 

Overmatig alcohol gebruik (volwassenen)

10,4

10,7

9,9

7,6

7,9

9,5

8,8

9,2

8,2

8,5

6,9

7,3

6,5

Alcohol gebruik onder jongeren 12 tm 16

  

47,2

 

37,8

25,5

 

25

 

26,2

 

27,8

 
X Noot
1

X Noot
2

X Noot
3

X Noot
4

X Noot
5

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

In het kader van het Nationaal Preventieakkoord, het Gezond en Actief Leven Akkoord, en het Integraal Zorgakkoord krijgt de inzet op gezonde leefstijl, gezonde voeding en een gezond gewicht ook in 2024 extra aandacht. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij effectieve en bestaande programmalijnen.

Er worden diverse subsidies verstrekt. Dit zijn onder andere:

  • Subsidie aan het Voedingscentrum om te voorzien in de juiste informatie over gezonde en veilige voeding voor burgers en professionals.

  • Subsidie aan de Stichting Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) om in gemeenten een gezonde(re) omgeving te creëren en in te zetten op een stijging van het aantal jongeren op een gezond gewicht en de implementatie van het programma Kind naar Gezonder Gewicht i.r.t. de ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas. Hierbij werkt de stichting samen met diverse partijen: overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.

  • De brede programma’s Gezonde School en Gezonde Kinderopvang. Hierin worden in nauwe samenwerking met de ministeries van OCW, LNV en SZW de kinderen in voorschoolse voorzieningen, het basis- en voortgezet onderwijs en mbo gestimuleerd tot een gezonde leefstijl. Onderdeel daarvan is het streven dat alle schoolkantines beschikken over een gezond aanbod volgens de richtlijnen van het Voedingscentrum.

  • Subsidie aan het Erasmus MC voor het ontwikkelen en implementeren van een leefstijlscreeningsinstrument voor kinderen ‘Flykids’. Dit instrument draagt bij aan de bewustwording van ouders/verzorgers en het verkleinen van (lange termijn) risico’s van een ongezonde leefstijl bij kinderen.

  • Subsidie aan het Partnerschap Overgewicht Nederland (PON) voor de ketenaanpak volwassenen. Deze netwerkaanpak heeft als doel dat mensen met overgewicht en obesitas passende zorg en ondersteuning krijgen.

  • Subsidie aan Vita Valley voor uitvoering van het programma 2Diabeat waarbij een wijkgerichte aanpak inzet op samenwerken aan leefstijlverandering in een wijk of dorp. 

In totaal gaat het om circa € 30 miljoen.

Tabel 23 Overgewicht (in percentages)12
 

2005

2006

2010

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Overgewicht (volwassenen)

44,3

45,7

47,3

49,2

48,7

50,2

50,1

50

50

50,2

Overgewicht (jongeren)

12,8

11

13,3

13,6

13,5

11,7

13,2

14,7

15,9

12,9

X Noot
1

X Noot
2

Letselpreventie

Voor letselpreventie is in 2024 circa € 6,7 miljoen beschikbaar voor onder andere een instellingssubsidie aan de Stichting VeiligheidNL voor het uitvoeren en monitoren van haar activiteiten die zijn gericht op letselpreventie; via thema’s als kinderveiligheid, preventie gehoorschade en valpreventie ouderen. De inzet van VeiligheidNL binnen deze inhoudelijke thema’s richt zich vooral op het ontwikkelen en verspreiden van kennis en het ontwikkelen van interventies en programma’s.

Bevordering van de seksuele gezondheidUitvoering van het Zevenpuntenplan onbedoelde zwangerschappen. In de aanpak preventie en hulp bij onbedoelde zwangerschap wordt ingezet op het voorkomen van onbedoelde zwangerschap via voorlichting, gerichte campagnes en het realiseren van gratis en toegankelijke anticonceptie voor personen in een kwetsbare situatie. Het landelijk informatiepunt onbedoelde zwangerschap en de keuzehulp blijft beschikbaar. Daarnaast wordt er psycho-sociale hulp na een abortus gerealiseerd. De aanpak wordt nauw verbonden met het Actieprogramma Kansrijke Start. In onderzoek en monitoring krijgen personen in een meer kwetsbare situatie specifieke aandacht, met als doel de preventie en ondersteuning op het gebied van onbedoelde zwangerschap en seksuele gezondheid voor hen te verbeteren.

Om de seksuele gezondheid te bevorderen worden verder subsidies verstrekt aan diverse instellingen die zich bezighouden met gezondheidsbevordering. Dit betreft onder andere FIOM, Rutgers, Soa-Aids Nederland, Stichting hiv-monitoring en de hiv-vereniging Nederland. In totaal is een bedrag van € 19,5 miljoen beschikbaar.

Opdrachten

GezondheidsbevorderingEr worden in 2024 diverse opdrachten verstrekt in het kader van gezondheidsbevordering voor de volgende thema’s: de medicatie voor medische heroïnebehandeling, de preventie van alcohol, drugs en tabak, letselpreventie en gezonde leefstijl, gezonde voeding en een gezond gewicht. Hier is circa € 12,5 miljoen voor beschikbaar.

Bijdragen aan medeoverheden

Heroïnebehandeling op medisch voorschriftEr wordt een financiële bijdrage van circa € 15,8 miljoen verstrekt aan gemeenten voor het binnen een gesloten systeem aanbieden van een behandeling aan een beperkte groep langdurige opiaatverslaafden voor wie behandeling met methadon onvoldoende effect had. Voor deze behandeling wordt medicinale heroïne verstrekt

Seksuele gezondheidDit betreft de financiering van soa-onderzoek, aanvullende seksuele gezondheidszorg en van het aanbieden van hiv-remmers - Pre Expositie Profylaxe (PrEP) - aan de hoog risicogroep van mannen die seks hebben met mannen (MSM). In totaal gaat het hierbij om € 44,7 miljoen.

4. Ethiek

Subsidies

AbortuskliniekenSinds de inwerkingtreding van de Wet langdurige zorg vindt de subsidiëring van de abortusklinieken plaats via een subsidieregeling. Tevens vallen hieronder de kosten voor de uitvoering van de Subsidieregeling Opleidingskosten Abortusartsen. In totaal gaat het hierbij om € 19,2 miljoen.

Medische Ethiek Voor de uitvoering van de subsidieregeling Kunstmatige inseminatie met donorsemen (KID) is € 8,5 miljoen beschikbaar en voor de overige subsidieactiviteiten € 2,0 miljoen.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiekHet CIBG verzorgt het secretariaat van de stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting. In totaal gaat het hierbij om € 2,6 miljoen.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO)De CCMO is een bij wet (Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen en de Embryowet) ingestelde commissie en deze waarborgt de bescherming van proefpersonen betrokken bij medisch-wetenschappelijk onderzoek. Dit wordt gedaan via toetsing aan de daarvoor vastgestelde wettelijke bepalingen en met inachtneming van de voortgang van de medische wetenschap.

Ontvangsten

In het kader van haar handhavingsbeleid schrijft de NVWA bestuurlijke boetes uit. Hieruit vloeien ontvangsten voort. Deze worden voor 2024 geraamd op € 5,2 miljoen. Verder worden ontvangsten geraamd als gevolg van in eerdere jaren te hoog verstrekte (subsidie)voorschotten voor onder andere de Bevolkingsonderzoeken kanker en de uitvoering Preventieve programma's door het RIVM (€ 32,8 miljoen).

3.2 Artikel 2 Curatieve zorg

A. Algemene doelstelling

Een kwalitatief goed, toegankelijk en betaalbaar aanbod voor curatieve zorg. 

Tabel 24 Ziekenhuisopnamen123

Ziekenhuisopnamen

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Astma en COPD

18,82

19,34

18,96

19,2

19,8

19,47

20,2

22,1

24,7

23,6

22,2

21,2

20,8

n.n.b.

Diabetes

7,3

6,8

6,8

6,8

7,2

6,7

7

6,3

6,1

5,9

5,8

5,4

5,2

n.n.b.

Hartfalen

21,5

22,1

21,7

22,4

22,2

21,7

20,6

19,1

18,8

19

18,6

18,3

17,6

18,3

16,1

X Noot
1

X Noot
2

X Noot
3

B. Rol en verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor een goed werkend en samenhangend stelsel voor de curatieve zorg. De Zorgverzekeringswet (Zvw) vormt samen met de zorgbrede wetten, zoals de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi), de wettelijke basis van dit stelsel. Vanuit deze verantwoordelijkheid vervult de minister de volgende rollen:

Stimuleren van kwaliteit, veiligheid en innovatie in de curatieve zorg, de beschikking over de benodigde materialen, de toegankelijkheid en betaal­ baarheid van de curatieve zorg, de werking van het zorgverzekerings-stelsel en informatievoorziening over het zorgverzekeringsstelsel.

Financieren van de zorguitgaven voor kinderen tot 18 jaar, van diverse onderzoeken en initiatieven binnen de curatieve zorg en van initiatieven op het gebied van ICT-infrastructuur en van de risicoverevening binnen het stelsel.

Het onderhouden van wet- en regelgeving op gebied van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, lichaamsmaterialen, bloedvoor­ziening en registers.

C. Beleidswijzigingen

Maximering eigen bijdragen voor extramurale geneesmiddelen

Er zijn verschillende maatregelen genomen om de zorgkosten op individueel niveau betaalbaar te houden. In het (voormalig) coalitieakkoord is aangekondigd om het verplicht eigen risico in de medisch specialistische zorg slimmer en betaalbaarder te maken, de hoogte van het verplicht eigen risico tot en met 2025 te bevriezen op € 385 en om de stapeling aan eigen bijdragen te monitoren en tegen te gaan. In het verlengde daarvan is besloten om de maximering van de eigen bijdrage voor extramurale geneesmiddelen voort te zetten in 2024. Dat betekent dat ook in 2024 de eigen bijdrage per persoon maximaal € 250 bedraagt.

Tabel 25 Aantal gebruikers extramurale geneesmiddelen1
 

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

aantal gebruikers

11.930

11.673

11.494

11.349

11.279

11.389

11.471

11.389

11.570

11.568

11.130

11.190

11.591

X Noot
1

Hersteloperaties na vrouwelijke genitale verminking (VGV)

In het geval van somatische klachten zijn hersteloperaties na vrouwelijke genitale verminking (VGV) onderdeel van het basispakket. Als uitsluitend sprake is van psychische klachten als gevolg van VGV is een hersteloperatie geen basisverzekerde zorg. Het Zorginstituut heeft hierbij geoordeeld dat de wetenschappelijke inzichten met betrekking tot de veiligheid en effectiviteit beperkt zijn en aanvullend onderzoek hiernaar wenselijk is.

ZonMw is inmiddels een onderzoek gestart. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in de verwijzing, indicatiestelling, effectiviteit en veiligheid van multidisciplinaire herstelzorg bij VGV. Dit maakt in onderzoeksverband een hersteloperatie wel mogelijk voor deze groep. Voor de uitvoering van het programma is in totaal ruim € 1,2 miljoen beschikbaar gesteld, verdeeld over de jaren 2023 t/m 2028. Tussentijdse resultaten zullen naar verwachting in 2025 met de Kamer gedeeld kunnen worden. Definitieve onderzoeksresultaten zullen naar verwachting in 2028 volgen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 26 Budgettaire gevolgen van beleid art. 2 (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

3.496.633

3.857.046

4.083.167

4.439.839

4.645.529

4.667.610

4.545.895

         
 

Uitgaven

3.444.812

3.799.484

4.275.287

4.551.452

4.734.838

4.764.070

4.635.810

         

2.10

Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

369.291

383.319

609.540

699.300

732.477

597.139

377.200

 

Subsidies (regelingen)

256.248

327.527

513.741

608.768

641.891

550.932

344.154

 

Medisch specialistische zorg

83.435

78.189

81.415

75.692

79.032

85.057

86.392

 

Curatieve ggz

25.439

12.247

12.651

11.414

16.867

14.672

14.672

 

Eerstelijnszorg

31.082

11.881

37.187

39.834

53.075

49.249

7.375

 

Lichaamsmateriaal

25.297

25.781

24.850

23.606

22.786

22.781

22.781

 

Medische producten

90.995

199.429

357.638

458.222

470.131

379.173

212.934

 

Opdrachten

93.797

32.527

74.235

72.032

72.296

29.617

17.517

 

Medisch specialistische zorg

990

3.687

6.727

8.070

6.019

3.234

1.734

 

Curatieve ggz

301

4.288

2.549

2.600

4.720

5.667

3.667

 

Eerstelijnszorg

1.208

7.829

44.896

44.260

45.322

‒ 90

‒ 90

 

Lichaamsmateriaal

923

1.554

2.225

2.110

1.893

1.892

1.892

 

Medische producten

90.375

15.169

17.838

14.992

14.342

18.914

10.314

 

Bijdrage aan agentschappen

18.000

22.099

21.064

18.500

18.290

16.590

15.529

 

aCBG

8.354

8.503

7.741

6.139

5.927

4.229

3.168

 

aCBG

300

0

0

0

0

0

0

 

CIBG

8.096

12.896

12.323

12.361

12.363

12.361

12.361

 

Overige

1.250

700

1.000

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.000

1.000

500

0

0

0

0

 

Overig

1.000

1.000

500

0

0

0

0

 

Garanties

246

166

0

0

0

0

0

 

Overige

246

166

0

0

0

0

0

2.34

Ondersteuning van het zorgstelsel

3.075.521

3.416.165

3.665.747

3.852.152

4.002.361

4.166.931

4.258.610

 

Subsidies (regelingen)

139.233

171.823

186.061

153.045

162.249

154.994

162.353

 

Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

1.361

1.476

1.476

1.476

1.475

1.475

1.475

 

Regeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden

69.842

75.334

85.329

79.324

79.339

79.322

79.322

 

Regeling veelbelovende zorg

21.691

33.276

47.320

52.501

62.882

63.500

74.070

 

Medisch specialistische zorg

39.052

18.939

17.125

11.825

11.105

11.105

11.105

 

Curatieve ggz

565

41

2.723

5.857

6.017

6.015

6.015

 

Eerstelijnszorg

6.722

2.926

11.069

13.823

11.618

3.764

553

 

Overige

0

40.186

24.712

12

12

12

12

 

Bekostiging

2.883.377

3.136.972

3.371.394

3.544.980

3.705.392

3.869.582

3.964.482

 

Rijksbijdrage 18-

2.831.900

3.078.200

3.303.300

3.476.900

3.637.300

3.801.500

3.896.400

 

Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

51.477

58.772

68.094

68.080

68.092

68.082

68.082

 

Inkomensoverdrachten

27.948

26.480

24.562

22.485

21.426

19.570

18.645

 

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel

27.853

26.380

24.462

22.385

21.326

19.470

18.545

 

Overige

95

100

100

100

100

100

100

 

Opdrachten

11.633

33.669

64.108

114.728

96.171

94.612

95.556

 

Risicoverevening

1.278

2.184

2.182

2.181

2.184

2.184

2.184

 

Uitvoering zorgverzekeringsstelsel

771

11.545

15.661

16.788

6.396

5.720

991

 

Medisch specialistische zorg

6.521

5.567

2.039

375

438

438

438

 

Curatieve ggz

1.874

1.602

1.654

1.101

785

‒ 163

‒ 163

 

Eerstelijnszorg

238

986

110

110

110

110

110

 

Passende Zorg

0

4.520

30.087

79.998

71.829

80.695

86.368

 

Overige

951

7.265

12.375

14.175

14.429

5.628

5.628

 

Bijdrage aan agentschappen

7.287

39.494

9.282

9.276

9.282

20.271

9.660

 

CJIB: Onverzekerden en wanbetalers

7.287

9.285

9.282

9.276

9.282

20.271

9.660

 

Overige

0

30.209

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

6.043

7.727

10.340

7.638

7.841

7.902

7.914

 

Sociale Verzekeringsbank: Onverzekerden

5.535

6.872

6.870

6.869

6.870

6.869

6.869

 

Overige

508

855

3.470

769

971

1.033

1.045

         
 

Ontvangsten

138.158

76.612

76.412

77.412

85.996

86.312

76.912

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget voor 2024 van € 699,3 miljoen is 86,2% juridisch verplicht. Het betreft diverse subsidies ter bevordering van kwaliteit en (patiënt)veiligheid, de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg, de werking van het stelsel en subsidies ten behoeve van de beschikbaarheid van medisch isotopen.

OpdrachtenVan het beschikbare budget voor 2024 van € 137,5 miljoen is 54,8% juridisch verplicht. Het betreft diverse opdrachten op het gebied van kwaliteit en (patiënt)veiligheid en opdrachten die de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg en de werking van het stelsel moeten bevorderen.

Bekostiging

Van het beschikbare budget voor 2024 van € 3,4 miljard is 100% juridisch verplicht. Het betreft de rijksbijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds voor de financiering van verzekerden jonger dan 18 jaar, en de bekostiging van de compensatie van (een deel van) de gederfde inkomsten van zorgaanbieders als gevolg van het verstrekken van zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen.

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget 2024 van € 24,5 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft hoofdzakelijk de overgangsregeling FLO/VUT voor het ambulancepersoneel.

Bijdragen aan agentschappen

Van het beschikbare budget voor 2024 van € 30,3 miljoen is 97,5% juridisch verplicht. Het betreft bijdragen aan het CIBG , het aCBG en het CJIB.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Van het beschikbare budget voor 2024 van € 10,34 miljoen is 75,8% juridisch verplicht. Het betreft voornamelijk de bijdrage aan het CAK voor de aanpak van onverzekerden en wanbetalers Zorgverzekeringswet en de bijdrage aan het Zorginstituut voor de uitvoering van de subsidieregeling Veelbelovende Zorg.

Bijdragen internationale organisaties

Van het beschikbare bedrag voor 2024 van € 0,5 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan de internationale inzet ten behoeve

van de bestrijding van antibioticaresistentie.

Tabel 27 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

96,3%

bestuurlijk gebonden

3%

beleidsmatig gereserveerd

0,5%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,0%

E. Toelichting op de financiële instrumenten
1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg
Tabel 28 Kwaliteit van zorg ziekenhuizen en GGZ1
 

2013

2015

2017

2019

eigen beoordeling van kwaliteit

3,51

3,4

3,48

3,34

X Noot
1

Subsidies

Medisch-specialistische zorg

VWS stelt in 2024 € 83,4 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaal­baarheid van de medisch specialistische zorg. Hieronder valt een aantal zorggebieden, zoals: oncologie, geboortezorg, acute zorg en antibioticaresistentie.

Voor oncologie is in 2024 in totaal € 65,7 miljoen beschikbaar voor:

  • Het bevorderen van fundamenteel, translationeel en klinisch kankeronderzoek ten behoeve van verbetering van de overleving van kanker en het bevorderen van kwaliteit van leven van de patiënt;

  • Het verbeteren van de oncologische en palliatieve zorg door het verzamelen van gegevens, het bewaken van kwaliteit, het faciliteren van samenwerkingsverbanden en bij- en nascholing;

  • De eenmalige registratie van alle pathologie-uitslagen, het beheer hiervan in een landelijke databank en het computernetwerk voor de gegevensuitwisseling met alle pathologielaboratoria in Nederland. Deze gegevens vormen de basis voor de landelijke kankerregistratie, zijn onmisbaar voor de evaluatie en monitoring van de bevolkingsonder­zoeken, ondersteunen de patiëntenzorg en worden gebruikt voor weten­schappelijk onderzoek.

Tabel 29 Relatieve 5-jaarsoverleving123
 

1991-1995

1996-2000

2001-2005

2006-2010

2011-2015

2016-2020

borstkanker

77,5%

81,8%

84,2%

86,0%

87,8%

88,6%

dikkedarmkanker

52,8%

55,5%

57,9%

61,2%

65,8%

69,5%

baarmoederhalskanker

63,4%

63,8%

65,9%

66,5%

68,5%

68,7%

X Noot
1

X Noot
2

X Noot
3

Voor geboortezorg is in 2024 in totaal € 4,9 miljoen beschikbaar voor het doorvoeren van verdere verbeteringen, met als doel het terugdringen van de perinatale sterfte en morbiditeit en het bevorderen van een goede start van moeder en kind. Er wordt ingezet op:

  • Het koppelen van afzonderlijke registraties (van de verschillende beroepsgroepen) waardoor een sectorbrede perinatale registratie ontstaat, die mogelijkheden biedt voor onderzoek, vergelijkingen en indicatoren op basis waarvan verbeteringen kunnen worden doorgevoerd.

  • Het verder ontwikkelen van de perinatale audituitvoering, mede door het analyseren van uitgevoerde audits, het formuleren van verbeter¬ punten voor regio’s, actief inzetten op kennisdeling en rapporteren over auditthema’s.

  • Visieontwikkeling, verbinden, agenderen, adresseren, faciliteren en regievoeren op het gebied van preventie, kwaliteitsontwikkeling, Zwangere Centraal en verbeteren integrale geboortezorg op basis van de adviezen van de stuurgroep Zwangerschap en Geboorte Een goed begin (2010), de agenda geboortezorg 2018–2022 (Kamerstukken II 2017/18, 32279, nr. 119) en het RIVM-rapport ‘Beter weten: een beter begin’.

  • Het ondersteunen van regio’s die stappen willen zetten richting passende bekostiging voor integrale geboortezorg.

  • Ondersteunen van kraamzorg op maat. Dit betekent het meer flexibel inzetten van kraamzorg zodat het goed aansluit op de vraag per gezin.

Voor de aanpak van Antimicrobiële resistentie (AMR) in de zorg is in 2024 € 10,6 miljoen beschikbaar. Op grond van de beleidsregel subsidiëring regionale zorgnetwerken antimicrobiële resistentie kunnen de tien regionale zorgnetwerken AMR-subsidie aanvragen voor activiteiten om antimicrobiële resistentie tegen te gaan. Het RIVM verstrekt de subsidies in opdracht van het ministerie van VWS.

In het kader van pandemische paraatheid is in 2024 totaal € 8,2 miljoen beschikbaar. Dit is enerzijds beschikbaar voor onderzoek naar en implementatie van mogelijkheden om in tijden van crisis meer reguliere zorg doorgang te laten vinden. Anderzijds zijn er middelen beschikbaar voor zorgcoördinatie binnen de acute zorg. Dit betreft onder meer een subsidie voor onderzoek naar de structurele inbedding van zorgcoördinatie en een vervolgsubsidie voor de nieuwe urgentie indeling van de ambulancezorg.

De programma’s Topzorg en Citrien zullen gedurende de looptijd van het Integraal Zorgakkoord worden voortgezet. De vervolgprogramma’s moeten aansluiten bij de inhoudelijke, domein overstijgende doelen van het Integraal Zorgakkoord. Voor de voortzetting van deze programma’s is voor de komende jaren € 13 miljoen beschikbaar. De middelen hiervoor staan op artikel 1 Volksgezondheid.

Tabel 30 Foetale sterfte, neonatale sterfte, vroeggeboorte en laaggeboortegewicht123
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Foetale sterfte [aantal per 1.000 levend- en doodgeborenen]

3,6

3,2

3

3,1

2,8

2,6

2,8

2,9

2,9

3,2

Neonatale sterfte [aantal per 1.000 levendgeborenen]

2,2

2,3

2,2

2

2

2,3

2,4

2,2

2,4

1,7

Vroeggeboorte [%]

7,4

7,5

7,2

7

6,8

6,9

6,8

6,7

6,7

6,6

Laaggeboortegewicht [%]

6,2

6,3

6,2

6,1

5,8

5,9

5,8

5,7

5,7

5,7

X Noot
1

X Noot
2

X Noot
3

Curatieve GGZ

Het ministerie van VWS stelt in 2024 € 13,9 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaal­baarheid van de curatieve geestelijke gezondheidszorg.

De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) is op 1 januari 2020 in werking getreden. Voor het ondersteunen van de afronding van de implementatie en de uitvoering van de wet is structureel € 10,7 miljoen beschikbaar. De middelen zijn onder andere beschikbaar voor onder­ steuning van de ketensamenwerking en vertrouwenswerk in de ggz. Het grootste deel van dit budget gaat naar de instellingssubsidies voor vertrouwenspersonen. Dat maakt het mogelijk dat er bij verplichte zorg een beroep kan worden gedaan op de patiëntvertrouwenspersoon (pvp) en de familie­ vertrouwenspersoon (fvp). De werkzaamheden van de pvp en fvp hebben hun wettelijke basis in de Wvggz.

Voor de aanpak van Personen met Verward gedrag is in de periode 2021-2027 in totaal € 116 miljoen beschikbaar bij ZonMw (via Artikel 1 Volksgezondheid) voor het programma Grip op Onbegrip. Op 27 januari 2023 heeft ZonMw een aanvullende opdracht gekregen van het ministerie van Justitie en Veiligheid om invulling te geven aan het intensiveren van de samenwerking tussen politie, ggz en gemeenten binnen de aanpak voor het programma Grip op Onbegrip. De focus van het Actieprogramma Grip op Onbegrip blijft hetzelfde: sterke netwerken voor mensen die de grip op hun leven kwijt zijn. Het doel van het actieprogramma is het versterken van een lerende omgeving en verbetercyclus in de regio ten behoeve van een persoonsgerichte aanpak voor mensen met onbegrepen gedrag. Bestaande en nieuwe netwerken krijgen de kans zich verder te ontwikkelen zodat praktijk, beleid, onderzoek en opleidingen samen met ervaringsdeskundigen en naasten gezamenlijk en duurzaam kunnen werken aan regionale maatschappelijke vraagstukken.

Tabel 31 Aantal patienten curatieve GGZ1
 

2009

2010

2011

2012

2013*

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

GGZ: aantal patienten curatieve GGZ2

1116248

1238764

1325704

1202550

1269198

1246228

1040626

1099134

1142669

1173104

1209623

1214462

X Noot
1

X Noot
2

https://www.staatvenz.nl/kerncijfers/ggz-aantal-pati%C3%ABnten-curatieve-ggz

Eerste lijnszorg

In 2024 is er een bedrag van € 44,4 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de eerstelijns zorg.

In het kader van de uitvoering van de bestuurlijke afspraken paramedische zorg 2019-2022, heeft ZonMw een programma ontwikkeld voor het bevorderen van de kwaliteit (zorgstandaarden en richtlijnen), transparantie, kennis en onderzoek binnen de paramedische zorg. Voor dit programma is gedurende de periode 2019-2026 een bedrag van € 10 miljoen beschikbaar gesteld.

Meerjarig is in de periode 2024 tot en met 2027 aanvullend budget beschikbaar om doelstellingen uit het IZA te ondersteunen op het terrein van de eerstelijnszorg (respectievelijk € 30,1 miljoen, € 31,9 miljoen, € 35,3 miljoen en € 20,3 miljoen). Hier bovenop is voor de periode 2023-2026 is € 18,9 miljoen beschikbaar voor het Programma kennisinfrastructuur academische werkplaatsen huisartsengeneeskunde. Daarnaast is voor flankerend beleid (onder andere op het gebied van monitoring en evaluatie) in de periode 2023-2026 een totaal van € 15 miljoen beschikbaar. Voor de activiteiten rakend aan het IZA is in 2024 totaal € 34,1 miljoen beschikbaar.

Lichaamsmateriaal

Het ministerie van VWS stelt in 2024 € 24,9 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ten behoeve van de beschikbaarheid, veiligheid en kwaliteit van lichaamsmaterialen.

Aan de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) wordt in 2024 een subsidie verstrekt van € 15,3 miljoen voor het uitvoeren van wettelijke taken als orgaancentrum, het ondersteunen van ziekenhuizen bij de donatiezorg en het informeren van de bevolking over orgaandonatie. Hiernaast ontvangen 26 ziekenhuizen met een functie binnen de orgaanketen, een subsidie van in totaal € 5,5 miljoen op grond van de subsidieregeling donatie in ziekenhuizen. Doel van de subsidieregeling is het stimuleren van orgaan- en weefseldonatie in ziekenhuizen.

Medische Producten

Het ministerie van VWS stelt in 2024 € 357,6 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies medische producten.

Voor de publieke investering in Pallas is in totaal € 1,68 miljard nodig, waarvan € 265 miljoen in 2024. Hiervoor is eerder € 1,36 miljard euro dekking gevonden door de pakketmaatregel vitamine D. Er was nog een openstaand dekkingsvraagstuk van € 320 miljoen. Deze dekking is gevonden in de groeiruimte Zvw. De reeds gevonden dekking uit de pakketmaatregel vitamine D en de aanvullende dekking uit de groeiruimte zijn overgeboekt naar artikel 2 (Curatieve Zorg) op de begroting van VWS en in het benodigde kasritme gezet. Vanwege indexatie wijken de genoemde bedragen af van de bedragen genoemd in de Kamerbrief d.d. 20 september 2022 en de Miljoenennota 2023.

In 2024 is een bedrag van € 23,3 miljoen beschikbaar voor het landelijke programma Medicatieoverdracht. De beschikbare middelen zijn bedoeld voor de landelijke coördinatie door Nictiz, de ondersteuning van de sectoren, de Kickstart Medicatieoverdacht, de aanvulling op de Kickstart voor de huisartsenposten, en verdere ICT-ontwikkeling. De implementatie van medicatieoverdracht zal uiteindelijk leiden tot de beschikbaarheid van actuele en volledige medicatieoverzichten en toedienlijsten voor zorgverleners en patiënten/cliënten. Verder is er in 2024 € 6,3 miljoen beschikbaar voor het programma Versnelling Informatie-uitwisseling Patiënt en Professioneel Farmacie (VIPP Farmacie). VIPP Farmacie heeft als doel de farmaceutische patiëntenzorg veiliger en efficiënter te maken en de positie van de patiënt te versterken.

Voor PharmaNL wordt in 2024 € 24,4 miljoen ingezet. PharmaNL geeft een duurzame impuls aan het benutten van het economisch potentieel van innovatieve farmaceutische producten en productietechnologieën, met een toename van medicijnontwikkeling en medicijnproductie op Nederlandse bodem als oogmerk.

In het kader van pandemische paraatheid investeren we voor het verminderen van afhankelijkheden in de productie- en toeleveringsketen van medische producten in duurzame productie dichtbij huis (Europa of Nederland), slimme inkoop die productie dichtbij huis stimuleert en strategische partnerschappen met producerende landen buiten Europa. Hiertoe wordt zoveel mogelijk aangesloten bij relevante EU-initiatieven zoals de IPCEI Health op het gebied van geneesmiddelen. Hiervoor is in 2024 € 10,5 miljoen beschikbaar, dat wordt gericht op modernisering en vergroening van productieprocessen en productie dicht bij huis in Nederland en de EU. Daarnaast is er in 2024 € 5,0 miljoen beschikbaar voor deelname aan de IPCEI Health gericht op de stimulering van MedTech-initiatieven vanuit de private sector die het meeste bijdragen aan versterking van de leveringszekerheid en waar mogelijk verduurzaming wordt gestimuleerd. Verder is er voor het verbeteren van sturing en regie door monitoring van vraag en aanbod van essentiële hulpmiddelen in 2024 € 3,5 miljoen beschikbaar.

In het kader van het IZA is in 2024 een bedrag van € 2,4 miljoen beschikbaar voor doelmatigheidsonderzoek geneesmiddelen. De kosten van dure intramurale geneesmiddelen groeien momenteel harder dan de afgesproken kaders voor de MSZ. Door het uitvoeren van landelijk doelmatigheidsonderzoek met dure geneesmiddelen die reeds opgenomen zijn in het verzekerde pakket kan deze kostengroei gereduceerd worden.

Opdrachten

Eerstelijnszorg

In 2024 is in totaal € 45,1 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van opdrachten ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid in de eerstelijnszorg.

Naar aanleiding van het (voormalig) coalitieakkoord is gedurende de periode 2023-2026 een bedrag van € 150,1 miljoen beschikbaar gesteld voor het versterken van de organisatiegraad in de basiszorg. Hiermee wordt ingezet op de (door)ontwikkeling van lokale en regionale organisaties die professionals in de basiszorg ontzorgen en ondersteunen in de samenwerking met andere partijen en domeinen. Deze beleidsinzet en investeringen leiden tot meer en beter afgestemde zorg voor kwetsbare patiëntengroepen, meer werkplezier voor professionals, betere benutting van personele capaciteit en budgetten en meer innovatiekracht. De versterking van de basiszorg ondersteunt de afspraken in het Integraal Zorgakkoord en het programma Wonen, ondersteuning en zorg voor ouderen (WOZO). In 2024 is voor het versterken van de organisatiegraad in de basiszorg € 8,7 miljoen beschikbaar voor het programma professionalisering VSV’s en € 33,3 miljoen voor het programma (door)ontwikkeling van lokale en regionale organisatievormen (ZonMW).

Medische Producten

VWS stelt in 2024 € 17,8 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van opdrachten medische producten.

In het kader van pandemische paraatheid is in 2024 een bedrag van € 4,2 miljoen beschikbaar voor uitgaven in verband met het verminderen van afhankelijkheden in productie- en toeleveringsketen van medische producten in het kader van pandemische paraatheid. Bij het beschikbaar stellen van middelen zijn er verschillende gradaties mogelijk, bijvoorbeeld door het verlenen van een opdracht, garantstelling, lening of door een bepaald percentage lokale productie ("produce European/NL"). Duurzaamheid is hier een belangrijke drijver en manier om onderscheidend te zijn ten opzichte van lagelonenlanden. Verder is er voor de afbouw van de noodvoorraad van COVID materialen en de opslag van zuurstofconcentratoren bij leveranciers in 2024 € 4 miljoen beschikbaar.

In het kader van het IZA is in 2024 een bedrag van € 3,3 miljoen beschikbaar voor uitgaven in verband met het verbeteren van de organisatiegraad in de farmaceutische zorg (€ 2 miljoen), het verbeteren van het pakketbeheer en de beheerste instroom van dure geneesmiddelen (€ 0,8 miljoen) en maatregelen die bijdragen aan het waarborgen van de toegankelijkheid, betaalbaarheid en de kwaliteit van dure geneesmiddelen in de MSZ (€ 0,5 miljoen).

Bijdrage aan agentschappen

aCBG

Het ministerie van VWS stelt in 2024 € 7,7 miljoen beschikbaar voor een bijdrage aan het aCBG. Dit betreft voor € 5,1 miljoen middelen voor het programma Werk aan Uitvoering (WaU). Via dit programma wordt gewerkt aan de doelstelling dat de overheid betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig is. Onderdeel hiervan is de verbetering van informatiesystemen door het aCBG.

CIBG

Het minsiterie van VWS stelt in 2024 € 12,3 miljoen beschikbaar voor een bijdrage voor diverse aan het CIBG opgedragen taken. Het gaat bijvoorbeeld om het uitvoeren van taken voor het Donorregister (€ 4,0 miljoen), het Geneesmiddelenvergoedingssysteem en de Wet Geneesmiddelenprijzen (€ 3,4 miljoen), en ook het verlenen van vergunningen, ontheffingen, notificaties en exportverklaringen (€ 3,1 miljoen).

3. Ondersteuning van het zorgstelsel
Tabel 32 Aantal onverzekerden1
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

aantal onverzekerden2

57965

31681

28740

29454

24269

22960

17424

24205

24870

20260

23876

25024

X Noot
1

X Noot
2

https://www.staatvenz.nl/kerncijfers/onverzekerden-zorgverzekering

Subsidies

Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden

Zorgaanbieders kunnen de medisch noodzakelijke zorg die zij aan onverzekerden hebben verleend declareren bij het CAK indien de kosten daarvan niet of niet volledig verhaalbaar blijken op de patiënt. De uitgaven in het kader van deze regeling worden voor 2024 geraamd op € 85,3 miljoen. Dit bedrag is inclusief € 6,0 miljoen voor de onder deze regeling gedeclareerde zorgkosten voor ontheemden uit Oekraïne. De uitvoeringskosten van deze regeling zijn opgenomen op artikel 4 Zorgbreed beleid.

Subsidieregeling Veelbelovende Zorg Sneller bij de Patiënt

De uitvoering van de subsidieregeling Veelbelovende Zorg Sneller bij de Patiënt ligt bij het Zorginstituut in samenwerking met ZonMw. Het doel van de subsidieregeling is dat innovaties voor de patiënt op een veilige wijze én sneller dan voorheen in het basispakket kunnen instromen, en dat we beter inzicht krijgen in de (kosten) effectiviteit van deze veelbelovende, innovatieve interventies. Tevens is de regeling bedoeld om kleinere partijen beter te ondersteunen bij het doen van onderzoek. Voor deze regeling is in 2024 een bedrag van € 47,3 miljoen beschikbaar. Het was de bedoeling dat deze subsidieregeling per 1 februari 2024 zou vervallen, maar de regeling zal worden verlengd.

Tabel 33 Acute verloskunde1
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

bereik acute verloskunde binnen 45 minuten

99,9

99,8

99,8

99,9

99,9

99,9

99,9

99,7

99,6

X Noot
1

Tabel 34 Gemiddelde wachttijd GGZ12
 

2022-2

2022-3

2022-4

2023-1

Basis ggz: gemiddelde wachttijd in weken3

12,3

12,5

14,9

14,1

Gespecialiseerde ggz: gemiddelde wachttijd in weken4

16,6

18

21,7

20,9

X Noot
1

X Noot
2

X Noot
3

https://www.staatvenz.nl/kerncijfers/wachttijd-generalistische-basis-ggz-overschrijding-treeknorm-en-wachttijd

X Noot
4

https://www.staatvenz.nl/kerncijfers/wachttijd-gespecialiseerde-ggz-overschrijding-treeknorm-en-gemiddelde-wachttijd

Tabel 35 Aantal wachtende op Wlz-zorg in de GGZ1
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Aantal wachtenden op Wlz-zorg in de ggz2

88

64

48

11

13

59

573

800

697

X Noot
1

X Noot
2

https://mlzopendata.cbs.nl/#/MLZ/nl/dataset/40084NED/table?dl=5D91C

Tabel 36 Ambulance: A1-inzetten binnen 15 minuten ter plaatse1
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Binnen 15 minuten norm aanrijdtijden ambulances [%]2

92,9

93

93,4

93,4

3

92.4

92.4

92,7

X Noot
1

X Noot
2

https://www.vzinfo.nl/prestatie-indicatoren/ambulance-a1-inzetten-binnen-15-minuten-ter-plaatse

Eerstelijnszorg

VWS stelt in 2024 € 10,7 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter ondersteuning van het zorgstelsel ten behoeve van de eerstelijnszorg.

In het kader van het IZA is met o.a.huisartsen afgesproken dat wordt ingezet op zelfzorg. Gedurende de periode 2023-2026 wordt hiertoe vanuit het IZA en de coalitieakkoordmiddelen voor passende zorg € 17 miljoen beschikbaar gesteld. In 2024 gaat het om een bedrag van € 3,5 miljoen.

Daarnaast wordt in het kader van de uitvoering van het reeds afgelopen hoofdlijnenakkoord huisartsen, door ZonMw uitvoering gegeven aan de nationale onderzoeksagenda huisarts-geneeskunde. Hiervoor is een budget beschikbaar gesteld van € 10 miljoen. Gedurende de periode 2023-2026 wordt hiertoe vanuit het IZA een aanvullend budget beschikbaar gesteld van € 7,5 miljoen. In 2024 gaat het om een aanvullend bedrag van € 2 miljoen.

Overige

In 2024 wordt € 18,7 miljoen aanvullend beschikbaar gesteld voor de uitbetaling van de zorgbonus aan pgb-zorgverleners binnen de Zvw. Diverse overige subsidies van minder dan € 10 miljoen tellen, met bovengenoemde posten, op tot het totale geraamde bedrag op dit instrument in de budgettaire tabel.

Bekostiging

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-Kinderen tot achttien jaar betalen geen nominale premie Zvw. De Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds (circa € 3,3 miljard) voorziet in de financiering van de kosten voor deze verzekerden (18-).

Regeling financiering zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

Zorgaanbieders kunnen een bijdrage vragen aan het CAK als zij medisch noodzakelijke zorg hebben verleend aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen en de kosten daarvan niet of niet volledig verhaalbaar blijken op de patiënt. Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor compensatie uit collectieve middelen onder in de wet (Zvw, art. 122a) gestelde voorwaarden. In 2024 is € 68,1 miljoen beschikbaar voor de regeling. De uitvoeringskosten van deze regeling zijn opgenomen op artikel 4 Zorgbreed beleid.

Inkomensoverdrachten

Overgangsrecht FLO/VUT-ouderenregelingBij de afschaffing van de regelingen rond Functioneel Leeftijdsontslag/Vervoegde Uittreding (FLO/VUT) zijn afspraken gemaakt over de vergoeding van het overgangsrecht ouderenregelingen voor de verschillende diensten om de continuïteit van ambulancezorg te garanderen en om een ongelijk speelveld tussen de verschillende soorten ambulancediensten (publiek, B3 en particulier) te voorkomen. De kosten van het overgangsrecht zijn in de tarieven voor de ambulancediensten verwerkt. Met de ambulancediensten is een overeenkomst gesloten, waarin is geregeld dat een groot deel van de kosten bij VWS gedeclareerd kan worden. Om verschillen in de tariefstelling ten gevolge van de ouderenregelingen te voorkomen, is ervoor gekozen de betalingen van alle drie deze regelingen via de begroting van VWS te laten verlopen. In 2024 is hiervoor een bedrag beschikbaar van € 24,5 miljoen.

Opdrachten

Uitvoering zorgverzekeringsstelsel

In 2024 wordt een totaalbedrag van € 14,7 miljoen beschikbaar gesteld vanuit de coalitieakkoordmiddelen volksziekten voor de coördinatie door en activiteiten van de Coalitie Leefstijl in de Zorg. Dit bedrag omvat zowel de initiatieven van de coalitie zelf als het bijbehorende subsidieprogramma van ZonMw.

De Coalitie Leefstijl in de Zorg is conform IZA afspraken in 2023 opgericht en gefinancierd door VWS. De coalitie heeft als hoofddoel om leefstijl integraal onderdeel te maken van de curatieve zorg. Deze coalitie is een adaptief consortium onder de coördinatie van TNO. Binnen de coalitie wordt er gewerkt aan diverse IZA-afspraken, die bijdragen aan het hoofddoel. De coalitie werkt aan deze afspraken vanuit verschillende teams gebaseerd op inhoudelijke knelpunten. Voorbeelden hiervan zijn team praktijkimplementatie, team richtlijnen, team opleiden en team patiënt.

Naast de initiatieven van de coalitie is er een subsidieprogramma opgezet via ZonMw, dit subsidieprogramma sluit inhoudelijk aan bij de coalitie. De eerste ronde van dit subsidieprogramma is in 2023 gestart en de tweede ronde zal begin 2024 van start gaan.

Passende Zorg

In 2024 wordt € 30,1 miljoen beschikbaar gesteld voor het verstrekken van opdrachten, subsidies en bijdrages aan het Zorginstituut ten behoeve van passende zorg. Doel hiervan is het bereiken van zoveel mogelijk effectieve en kwalitatief hoogwaardige zorg voor de patiënt of cliënt.

Passende zorg is de norm. Dat betekent allereerst dat zorg aantoonbaar effectief is en meerwaarde heeft voor de patiënt, met daarnaast een doelmatige inzet van mensen, middelen en materialen. Passende zorg betekent meer. Het betekent ook dat zorg gericht is op gezondheid, functioneren en kwaliteit van leven, dat de zorg samen met en rondom de patiënt tot stand komt en dat de zorg op de juiste plek geleverd wordt.

Deze middelen worden beschikbaar gesteld om opdrachten te verstrekken, subsidies te verlenen en bijdrages te leveren aan het Zorginstituut op het gebied van:

  • meer kennis over en inzicht in effectiviteit en kwaliteit van zorg, waaronder ook vraagstukken rondom de organisatie van zorg;

  • versterking van de overheid (toezichthouders en uitvoerders, met name het Zorginstituut) om passende zorg te bereiken (voor de eerste jaren een toename van circa 7,5 duidingen per jaar); en

  • implementatie/vertaling van bovenstaande kennis en inzichten naar de praktijk

Post-COVID

Om patiënten met post-COVID meer perspectief te bieden is over de periode 2023-2026 ruim € 32 miljoen beschikbaar gesteld voor een meerjarig onderzoekprogramma en nationaal experticecentrum (Kamerstukken II 2022/23 25295, nr. 2060). Voor de periode 2024 tot en met 2026 gaat het om € 8,5 miljoen per jaar.  

Overige

Het ministerie van VWS stelt in 2024 € 12,2 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van diverse opdrachten ter ondersteuning van het zorgstelsel.

Zorgvernieuwing en regionale samenwerking (de Juiste Zorg op de Juiste Plek)Voor het organiseren van de Juiste Zorg op de Juiste Plek voor mensen in Nederland is regionale en lokale samenwerking nodig. In het IZA zijn afspraken gemaakt over het opstellen van regiobeelden, regioplannen en transformatieplannen, het versterken van regionale samenwerking en het creëren van de juiste randvoorwaarden voor regionale samenwerking. Met het beschikbaar stellen van extra middelen faciliteren we regionale partijen om aan de hand van de regionale context de zorg en ondersteuning beter samen te laten werken en de zorg te vernieuwen en anders in te richten (voorkomen, vervangen en verplaatsen). Hiervoor is in 2024 € 20,11 miljoen beschikbaar gesteld.

Zo stelt de overheid onder andere via regiobeeld.nl (basis-)data beschikbaar ten behoeve van het maken van regiobeelden en regioplan, alsmede regioanalyses en haar beschikbare gegevens over de regionale arbeidsmarkt. Voor de doorontwikkeling van regiobeeld.nl wordt in 2024 € 0,5 miljoen vrij gemaakt. Daarnaast wordt het bestaande platform van het Programma de Juiste Zorg op de Juiste Plek verbreed om tussen zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten, vertegenwoordigers vanuit burgerperspectief, overheid en wetenschap expertise, kennis en ervaring uit te wisselen. Hiervoor komt in 2024 € 0,5 miljoen beschikbaar.

De overheid faciliteert ten slotte regionale zorgpartijen bij het samenwerken in de regio. Dat doet zij onder andere door het beschikbaar stellen van middelen voor de begeleiding van de uitvoering van regiobeelden en regioplannen. Hiervoor is in 2024 € 12,5 miljoen beschikbaar. Ook zal worden ingezet op kennisondersteuning bij de transformatie. Zo worden middelen beschikbaar gesteld voor ondersteuning bij het koppelen en gebruik van data, uitleg van bekostigingsmogelijkheden en samenwerkingsaspecten en komt er een subsidieregeling voor domeinoverstijgende samenwerking. Hiervoor is in 2024 € 6,61 miljoen beschikbaar. Voor de laatste twee aspecten (begeleiding van uitvoering regioplannen en kennisondersteuning) wordt een breed ondersteuningsprogramma bij ZonMw ingericht. De uitgaven van ZonMw worden geraamd en verantwoord op artikel 1 Gezondheidsbeleid.

Daarnaast is voor de behandeling van bezwaar- en beroepszaken volgend uit de crisisregelingen zorgbonus en COZO-banen is in 2024 € 5 miljoen gereserveerd. Om kennis en ervaring op het gebied van post-COVID bijeen te brengen in een expertisecentrum en voor bundeling en nader onderzoek naar de mogelijke behandeling van post-COVID is in de periode 2024-2026 jaarlijks € 8,5 miljoen jaarlijks beschikbaar. Tenslotte is in het kader van Pandemische Paraatheid in 2024 € 1,2 miljoen beschikbaar voor onderzoek naar landelijke regie en sturing, inclusief de daarbij behorende doorzettingsmacht.

Ontvangsten

Voor 2024 worden de totale ontvangsten op dit artikel geraamd op € 76,4 miljoen. De ontvangsten hebben hoofdzakelijk betrekking op afrekening van eerder verstrekte subsidievoorschotten en ontvangsten in het kader van de aanpak van zowel wanbetalers als onverzekerden.

Tabel 37 Financiële toegankelijkheid12
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

afzien van zorg vanwege de kosten

16%

11%

8%

9%

7%

8%

n.n.b.34

Wanbetalers zorgverzekering

277023

277023

277023

202702

189652

170221

1705415

X Noot
1

X Noot
2

X Noot
3

Rekhaoui, J. (Jamila):"

X Noot
4

https://www.staatvenz.nl/kerncijfers/financi%C3%ABle-toegankelijkheid-afzien-van-zorg-vanwege-de-kosten

X Noot
5

https://www.staatvenz.nl/kerncijfers/wanbetalers-zorgverzekering#:~:text=Een%20wanbetaler%20is%20een%20verzekeringnemer,Kantoor%20(Centraal%20Administratie%20Kantoor)%20.

3.3 Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

A. Algemene doelstelling

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat: 1. ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en 2. – wanneer dit nodig is – thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg biedt. Daarbij worden ondersteuning en zorg geboden aansluitend op informele vormen van hulp. De complexiteit van de zorgvraag en de weerbaarheid van de burger staan centraal bij het bieden van passende zorg. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

Tabel 38 Goed ervaren gezondheid 75 en ouder1

(zeer) goed ervaren gezondheid

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Leeftijd 75 jaar of ouder

50,1

48,9

51,4

50,8

52,7

53,2

57

59,2

57,3

55,1

64,1

62,9

55,6

X Noot
1

Tabel 39 Wlz zorg in percentages1

Wlz zorg in percentages

       

Aandeel mensen met wlz zorg

1,72

1,73

1,71

1,73

1,78

1,8

1,95

Aandeel mensen met wlz zorg zonder verblijf

1,23

1,2

1,17

1,18

1,18

1,16

1,23

aandeel mensen met wlz zorg met verblijf

0,05

0,05

0,06

0,07

0,08

0,08

0,1

X Noot
1

B. Rol en verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor een effectief en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland.

Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, dienen dit of thuis of in een instelling op maat en van een goede kwaliteit te krijgen. Gemeenten dragen zorg voor de ondersteuning via de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).

Voor mensen met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben, is zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) beschikbaar. Zorgkantoren sluiten namens Wlz-uitvoerders overeenkomsten met zorgaanbieders voor het leveren van verzekerde zorg. Het kan onder andere gaan om verblijf in een instelling, persoonlijke verzorging en verpleging en/of geneeskundige zorg in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.

De minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren:

  • en aanjagen van een adequate uitvoering van betreffende wetten en vernieuwing in de maatschappelijk ondersteuning en de langdurige zorg. Vernieuwing wordt hoofdzakelijk door burgers, cliëntenorganisaties, gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders en zorgverzekeraars vormgegeven.

  • van de ontwikkeling en verspreiding van kennis, waaronder goede voorbeelden en innovaties op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg en initiatieven om de kwaliteit en het innoverend vermogen van de ondersteuning en zorg te versterken.

Financieren:

  • van de Wmo 2015 en de Wlz.

  • van partijen die een belangrijke rol vervullen binnen het stelsel.

Regisseren:

  • vaststellen van de wettelijke kaders van de Wmo 2015 en de Wlz en sturen door het maken van bestuurlijke afspraken en door gebruik te maken van de bevoegdheid van interbestuurlijk toezicht.

  • monitoren en evalueren van de werking van de Wmo 2015 en de Wlz.

C. Beleidswijzigingen

Wonen Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO)

Medio 2022 is het beleidsprogramma WOZO aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2021/22, 29389, nr. 111). Inmiddels hebben 35 partijen zich aangesloten bij het WOZO-programma en is er met enkele daarvan een regiegroep gevormd. De beleidsmaatregelen in WOZO zijn verdeeld over vijf actielijnen. In de voortgangsbrief van 3 juli 2023 (kamerstukken II 2022/23, 29389, nr 117) is de Tweede Kamer geïnformeerd over de laatste stand van zaken. In 2024 ligt de focus van het programma op:

  • Voeren van maatschappelijke dialoog;

  • Versterken van zelf- en samenredzaamheid;

  • Meer ruimte voor informele zorgverleners;

  • Structurele verankering van succesvolle experimenten/pilots;

  • Subsidieregeling intergenerationeel wonen (vanaf zomer 2023; totaal beschikbare bedrag t/m 2027 is € 58,4 miljoen);

  • Subsidieregeling geclusterde verpleegzorgplekken (vanaf 2e helft 2023; totaal beschikbare bedrag t/m 2027 is € 312 miljoen; waarvan € 57 miljoen voor het stimuleren van wooncombinaties van jongeren en ouderen);

  • Stimuleren van inzet in technologie.

De monitoring van het WOZO-programma is inmiddels uitgewerkt op drie niveaus. Het gaat om uitvoering van de acties in het programma, de resultaten die daarmee geboekt worden en de maatschappelijke effecten in ondersteuning en zorg voor ouderen. Eind 2023/begin 2024 wordt de Kamer hierover geïnformeerd.VG7In de uitwerking van de ‘Toekomstagenda: zorg en onder­steuning voor mensen met een beperking’, wat zich richt op het stimuleren van de beweging naar toekomstbestendige gehandicaptenzorg, is complexe zorg één van de zes onderwerpen. Complexe zorgvragen nemen toe, het aantal en aandeel VG7-indicaties stijgt net als de kosten en aanvragen voor meerzorg. Uit dit onderzoek en uit signalen uit het veld blijkt de urgentie en noodzaak voor het bieden van passende zorg voor deze doelgroep. Daarom zetten we in op het waarborgen en stimuleren van de kwaliteit van zorg. Hiervoor wordt in het Uitgavenplafond Zorg in 2023 én in 2024 € 40 miljoen extra beschikbaar gesteld om ervoor te zorgen dat er passende zorg beschikbaar blijft voor mensen met een VG7-zorgprofiel. Naast onderzoek naar passende tarieven wordt er in de toekomstagenda ook ingezet op de kwaliteit van de zorg voor deze doelgroep. Om deze inzet op kwaliteit beter in beeld te brengen en toekomstige sturing hierop beter te onderbouwen zal gedurende het jaar 2024 de Monitor Toekomstagenda Gehandicaptenzorg worden opgeleverd in samenwerking met het RIVM. Daarnaast zal in 2024 gestart worden met de subsidieregeling gespecialiseerde cliënt ondersteuning (GCO). De doelstelling van de GCO is, naast de ondersteuning van cliënten en naasten, nadrukkelijk ook het opzetten van een ‘signalerings- en verbetercyclus’ waarin de geleerde lessen uit de praktijk worden ingebracht bij verschillende instanties en hiermee voor deze doelgroep een hogere kwaliteit zorg te kunnen leveren.

Aanpak Gendergerelateerd geweldWe zetten in op het voorkomen van geweld tegen vrouwen. We doen dit onder de noemer van een verbeterde aanpak van gendergerelateerd geweld. Met gendergerelateerd geweld bedoelen we geweld dat iemand wordt aangedaan omwille van gender, biologisch geslacht, genderidentiteit of genderexpressie, én geweld dat mensen van een bepaald biologisch geslacht of genderidentiteit onevenredig vaak raakt. Volgens het Verdrag van Istanbul gaat het qua vormen van geweld onder meer om huiselijk geweld, schadelijke praktijken en seksueel geweld. Voor deze vormen van geweld zijn op dit moment separate aanpakken ontwikkeld of worden aparte acties uitgevoerd. Om te komen tot een meer integrale inzet – een verplichting uit het Verdrag van Istanbul - brengen we de verschillende aanpakken samen en voegen aan de hand van speerpunten, zoals Pleger, Hoog risico situaties, Deskundigheidsbevordering en Gender doet ertoe, een aantal acties toe.

Het jaar 2023 is gebruikt om de verbeterde aanpak te ontwikkelen en om in afstemming met gemeenten, uitvoeringsorganisaties en veldpartijen tot concrete aanvullende acties te komen. In 2024 zullen de meeste acties worden verricht of opgestart. In de aanpak zelf is zoveel als mogelijk weergegeven wat het tijdspad van de verschillende acties is.

Programma Eén tegen eenzaamheidHet programma Eén tegen eenzaamheid heeft eind september 2022 de vervolgaanpak gelanceerd (Kamerstukken II 2022/23, 29538, nr. 344). Waar het programma in de periode 2018-2021 een focus had op eenzaamheid onder ouderen richt het programma zich nu op eenzaamheid in het algemeen (2022-2025).

Het actieprogramma heeft een aanpak waarbij er vier jaar lang wordt gewerkt langs drie actielijnen. In 2024 wordt er verder gewerkt aan deze actielijnen. Om voort te borduren op de resultaten uit de vorige programmaperiode werkt Eén tegen eenzaamheid langs drie actielijnen aan:

1. Meer bewustwording in de samenleving over eenzaamheid. Middelen worden ingezet op publiekscampagne en Week tegen Eenzaamheid om eenzaamheid bespreekbaar te maken en kennis over eenzaamheid wordt d.m.v. Nationale Wetenschapsagenda vergroot. 2. Meer maatschappelijk initiatief tegen eenzaamheid. Onder andere ondersteunt het programma ‘verminderen eenzaamheid’ maatschappelijke initiatieven om meer impact te maken en eenzaamheid te voorkomen dan wel te verminderen.3. In alle gemeenten een lokale aanpak tegen eenzaamheid. Gemeenten wordt advies aangeboden en kunnen een financiële bijdrage ontvangen voor hun aanpak eenzaamheid door middel van een Brede Specifieke Uitkering (Brede SPUK).

Herinvoering inkomensafhankelijke eigen bijdrage WmoHet demissionaire kabinet heeft in de Voorjaarsnota 2023 besloten om het abonnementstarief in de Wmo 2015 met ingang van 1 januari 2026 af te schaffen en in plaats daarvan de inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 te herintroduceren. Daarbij is het uitgangspunt dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de vormgeving zoals die voorheen was met oog voor inkomenseffecten en (de effecten op) het beroep dat wordt gedaan op de Wmo. De inkomensafhankelijke eigen bijdrage gaat daarmee niet alleen gelden voor de huishoudelijke hulp, maar voor alle Wmo-voorzieningen waarop het abonnementstarief nu van toepassing is. Hiervoor wordt een nieuw wetsvoorstel voorbereid. Het wetsvoorstel voor invoering van een passende eigen bijdrage huishoudelijke hulp (waarvan de inwerkingtreding per 2025 werd voorzien) wordt ingetrokken. Het herintroduceren van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo is nodig om de druk op (het gebruik van) Wmo-voorzieningen te verlagen en de financiële houdbaarheid van de Wmo 2015 te verbeteren. Door het inkomens- en vermogensafhankelijke karakter van de eigen bijdrage wordt rekening gehouden met de financiële draagkracht van burgers (Kamerbrief over Voortgangsbrief Wmo 2015 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl).

Onbeperkt meedoen / coördinatie implementatie VN-verdrag handicapOnbeperkt Meedoen geeft vanaf 2018 een gerichte impuls aan de implementatie van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (hierna: VN-verdrag handicap). In 2024 vinden de vervolgstappen plaats in de aanpak, zoals deze eerder voor de periode 2022 ‒ 2025 is vastgesteld5. Zo is de doelstelling voor 2024 om het aantal inclusiepacten verder te laten toenemen6. Ook worden de activiteiten voor 2024 uitgevoerd in de meerjarige plannen van aanpak van VNO-NCW en MKB Nederland en de VNG. Concreet gaat hier bijvoorbeeld om het vergroten en verbeteren van de lokale inclusieagenda’s van gemeenten, het vergroten van het aantal toegankelijke winkelroutes en het verbeteren van de digitale toegankelijkheid van producten en voorzieningen in lijn met de EU-toegankelijkheidsrichtlijn. In samenwerking met de Alliantie wordt verder ingezet op het bevorderen van de inzet van ervaringsdeskundigheid bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid rond mensen met een beperking.7In 2023 is in lijn met de motie Werner c.s. gewerkt aan het opstellen van een meerjarige nationale strategie voor het VN-verdrag handicap, ter verdere bevordering van de implementatie van dit Verdrag8 In 2024 wordt deze strategie verder uitgewerkt in beleidsagenda’s. Huidige interdepartementale voorbeelden van deze agenda’s zijn het bestuursakkoord «toegankelijkheid openbaar vervoer 2022 ‒ 2032»9 en de werkagenda «route naar inclusief onderwijs 2035»10.

Aanpak dak- en thuisloosheid en beschermd wonenIn het (voormalig) coalitieakkoord zijn structureel aanvullende middelen gereserveerd voor het voorkomen van dakloosheid, de om- en afbouw van de maatschappelijke opvang en het realiseren van woonplekken met passende ondersteuning voor (dreigend) dakloze mensen. Eind 2022 is het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis aan de Kamer gepresenteerd, waarbij de transformatie van opvang naar preventie van dakloosheid en Wonen Eerst centraal staat. In 2023 hebben de regio’s gewerkt aan een vertaling van het Nationaal Actieplan naar een regionaal plan. 2024 staat in het teken van de uitvoering van deze regionale plannen, waarin een veelheid aan acties is opgenomen. Op landelijk niveau verwachten we in 2024 de eerste uitvraag te doen voor de kwantitatieve monitoring. Daarnaast kunnen gemeenten aan de slag met de eerste resultaten uit het monitoringsdashboard dat in 2023 door de VNG wordt opgezet.

Ten aanzien van beschermd wonen heeft uw Kamer begin 2023 het wetsvoorstel woonplaatsbeginsel ontvangen. Dit wetsvoorstel is noodzakelijk voor het realiseren van de gewenste transitie ‘van beschermd wonen naar een beschermd thuis.’ De beoogde ingangsdatum van het wetsvoorstel was 1 januari 2024. Medio 2023 is gebleken dat het tijdpad – gelet op de fase van de parlementaire behandeling waarin het wetsvoorstel zich bevindt – te krap was. De nieuwe streefdatum voor de invoering van het wetsvoorstel is nu 1 januari 2025. In 2024 zal samen met gemeenten en andere betrokken partijen uitvoering gegeven worden aan het treffen van (verdere) voorbereidingen die samenhangen met de invoering van het wetsvoorstel en – breder – het faciliteren van bovengenoemde transitie.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 40 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

15.459.398

29.974.307

18.615.590

17.648.773

19.599.112

21.007.818

22.883.756

         
 

Uitgaven

13.655.535

29.765.243

18.789.780

18.231.873

20.165.212

21.524.918

23.395.856

         

3.10

Participatie en zelfredzaamheid van kwetsbare groepen

139.465

417.727

516.265

536.003

483.053

449.328

405.054

 

Subsidies (regelingen)

47.557

56.567

87.903

81.450

99.002

93.955

64.455

 

Toegang tot zorg en ondersteuning

8.658

10.272

10.290

8.197

8.184

8.182

8.182

 

Passende zorg en levensbrede ondersteuning

13.626

2.944

1.222

2.456

2.564

2.644

2.644

 

Inclusieve samenleving

6.053

31.287

66.862

61.272

79.508

74.385

44.885

 

Kennis en informatiebeleid

11.149

9.135

9.121

9.117

8.038

8.036

8.036

 

Overige

8.071

2.929

408

408

708

708

708

 

Opdrachten

62.862

145.102

127.146

105.671

92.773

90.851

90.277

 

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

52.645

64.060

63.959

61.946

61.960

61.947

61.947

 

Toegang tot zorg en ondersteuning

3.663

2.378

2.372

2.371

2.371

1.871

1.871

 

Passende zorg en levensbrede ondersteuning

3.342

2.763

3.378

3.377

3.377

2.877

2.877

 

Inclusiviteit

1.865

62.683

40.621

20.982

9.953

9.951

9.677

 

Kennis, informatie en innovatiebeleid

0

970

1.437

1.650

1.650

1.650

1.650

 

Aanbesteden sociaal domein

28

0

0

0

0

0

0

 

Overige

1.319

12.248

15.379

15.345

13.462

12.555

12.255

 

Bijdrage aan agentschappen

3.100

14.957

24.456

30.129

18.771

8.570

3.770

 

Overige

3.100

14.957

24.456

30.129

18.771

8.570

3.770

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

15.267

14.004

13.985

13.978

13.979

13.977

13.977

 

Doventolkvoorzieningen

15.267

14.004

13.985

13.978

13.979

13.977

13.977

 

Bijdrage aan medeoverheden

10.512

167.297

225.975

225.975

225.528

223.175

232.575

 

Overige

10.512

167.297

225.975

225.975

225.528

223.175

232.575

 

Storting/onttrekking begrotingsreserve

167

19.800

36.800

78.800

33.000

18.800

0

 

Stimuleringsregeling wonen en zorg

167

19.800

36.800

78.800

33.000

18.800

0

3.21

Langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

13.516.070

29.347.516

18.273.515

17.695.870

19.682.159

21.075.590

22.990.802

 

Subsidies (regelingen)

154.481

169.487

293.986

291.558

240.643

146.832

143.213

 

Zorg merkbaar beter maken

69.928

79.033

188.232

183.809

133.482

59.772

56.153

 

Kennis, informatie en innovatiebeleid

33.403

27.592

29.964

31.607

30.632

25.592

25.592

 

Palliatieve zorg en ondersteuning

51.150

62.862

75.790

76.142

76.529

61.468

61.468

 

Bekostiging

13.184.000

28.973.126

17.745.100

17.189.600

19.232.700

20.723.900

22.639.100

 

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

4.234.000

4.823.800

5.345.100

5.389.600

5.582.700

5.723.900

5.939.100

 

Bijdrage Wlz

8.950.000

9.650.000

12.400.000

11.800.000

13.650.000

15.000.000

16.700.000

 

Overige

0

14.499.326

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

25.938

21.309

21.456

25.712

16.648

8.081

8.072

 

Zorgdragen voor langdurige zorg

25.938

21.309

21.456

25.712

16.648

8.081

8.072

 

Bijdrage aan agentschappen

865

475

491

470

470

470

470

 

Algemeen

865

475

491

470

470

470

470

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

150.112

173.244

185.482

188.530

191.698

196.307

199.947

 

Uitvoeringskosten Sociale Verzekeringsbank

43.222

45.768

54.501

50.569

50.183

50.376

50.374

 

Uitvoeringskosten Centrum Indicatiestelling Zorg

106.890

127.476

130.981

137.961

141.515

145.931

149.573

 

Bijdrage aan medeoverheden

674

9.875

27.000

0

0

0

0

 

Overige

674

9.875

27.000

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

6.606

10.051

6.549

6.549

6.549

6.549

6.549

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget van € 381,9 miljoen is 61,3% juridisch verplicht in verband met verplichtingen voor instellingssubsidies en (meerjarige) projectsubsidies. Het betreft onder meer de instellingssubsidies aan het CCE, Vilans, Movisie, Stichting Alzheimer Nederland, Stichting MIND, Mantelzorg NL, Landelijke luisterlijn en regeling palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging. Bij de projectsubsidies betreft het onder meer Waardigheid en Trots op locatie en voor de gehandicaptenzorg gespecialiseerde clientondersteuning, begeleiding à la carte II, sociale werkplaatsen en de innovatie impuls II.

Bekostiging

Van het beschikbare budget van € 17,7 miljard is 100% juridisch verplicht. Dit betreft de bijdrage in de Wlz en de bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK).

Opdrachten

Van het beschikbare budget voor 2024 van € 148,6 miljoen is 73,8% juridisch verplicht. Dit betreft onder meer de opdracht Valys voor het bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer.

Bijdragen aan agentschappen

Van het beschikbare budget van € 25 miljoen is 25,4% juridisch verplicht. Dit betreft bijdragen aan bijvoorbeeld RVO voor het uitvoeren van de stimuleringsregelingen E-health en wonen en zorg. 

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget van € 199,5 miljoen is 100% juridisch verplicht. Dit betreft de uitvoeringskosten van de ZBO’s SVB, UWV en CIZ.

Bijdragen aan medeoverheden

Van het beschikbare budget van € 253,0 miljoen is 59,3% juridisch verplicht. Het betreft hier de regelingen specifieke uitkering domein-overstijgend samenwerken en vrouwenopvang huiselijk geweld. Een meerderheid van de middelen is bestemd voor de aanpak dakloosheid.

Storting/onttrekking begrotingsreserve

Van het beschikbare budget van € 36,8 miljoen is 0% juridisch verplicht. Dit betreft de stimuleringsregeling woon-zorgcombinaties en langer thuis.  

Tabel 41 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

98,17%

bestuurlijk gebonden

0,84%

beleidsmatig gereserveerd

0,98%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,01%

E. Toelichting op de financiële instrumenten
1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (≥ 65 jaar) en de algemene bevolking in 2020 (percentages)

*< 65 jaar. Bij mensen met een verstandelijke beperking gaat het om (on)betaald werk, zowel 65-plus als 65-min.

Bron: Notitie NIVEL Participatiecijfers 2011 ‒ 2021

Kengetal: Over het geheel genomen geven de pashouders het reizen met het BRV een hoog waarderingscijfer.

Subsidies

Toegang tot zorg en ondersteuningDit onderdeel bestaat uit subsidies voor onafhankelijke cliëntondersteuning en de Landelijke Luisterlijn. De aanpak van cliëntondersteuning richt zich via verschillende activiteiten op de volgende opgaven (a) meer inzicht krijgen in de behoefte naar cliëntondersteuning, (b) het dichtbij organiseren van cliëntondersteuning, (c) het beter bekend maken onder cliënten en professionals van dit gratis recht, (d) het bevorderen van kwaliteit en deskundigheid van de ondersteuning, in bijzonder waar het gaat om specifieke groepen om deze beter te bedienen. Hiervoor is in 2023 € 5 miljoen beschikbaar.

Voor de Landelijke Luisterlijn is circa € 4,3 miljoen beschikbaar (voorheen Sensoor).

Passende zorg en levensbrede ondersteuningEr is € 2 miljoen beschikbaar voor de aanpak van mensenhandel en circa € 1 miljoen voor subsidies in het kader van de aanpak dakloosheid.

Voor de brede aanpak van dak- en thuisloosheid stelt het (voormalig) coalitieakkoord structureel € 65 miljoen extra beschikbaar. Gemeenten zijn op grond van de Wmo 2015 verantwoordelijk om passende ondersteuning te realiseren die gekoppeld is aan huisvesting.

Inclusieve samenlevingOnder inclusieve samenleving vallen Onbeperkt meedoen, Eén tegen eenzaamheid, respijtzorg, sociale basis en wonen en zorg.

Het programma Eén tegen eenzaamheid richt zich nu op eenzaamheid in het algemeen (2022-2025). Het ondersteunt het ‘verminderen eenzaamheid’ maatschappelijke initiatieven om meer impact te maken en eenzaamheid te voorkomen dan wel te verminderen. Hier is in 2024 € 1,3 miljoen voor beschikbaar.

In het coalitieakkoord is € 9,5 miljoen beschikbaar gesteld, voor onder andere de Werkplaatsen Sociaal Domein die als doel hebben om thuiswonende ouderen beter te kunnen helpen. In het kader van respijtzorg, het beter ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers, wordt er in 2024 € 1,7 miljoen beschikbaar gesteld uit de coalitieakkoordmiddelen voor subsidies.

Om het samen wonen tussen jong en oud te stimuleren is in 2024 € 7,8 miljoen beschikbaar. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de subsidieregeling intergenerationeel wonen. Daarnaast is € 7,6 miljoen beschikbaar voor de subsidieregeling die wordt opgesteld in het kader van het programma wonen en zorg voor ouderen. Deze € 7,6 miljoen is beschikbaar voor woonvormen waar intergenerationeel samen wordt gewoond.

Voor onderzoek en aanpak van alzheimer is in 2024 € 5 miljoen beschikbaar. In totaal wordt in 2024 € 3 miljoen beschikbaar gesteld aan ZonMw voor het vervolgprogramma versterking aanbod van dagactiviteiten voor mensen met dementie.

Tabel 42 Eenzaamheid onder ouderen12

Eenzaamheid

 

2012

2016

20203

2022

75-84 jr eenzaam

 

49,5

52,5

53,6

52,3

75-84 jr (zeer) sterk eenzaam

 

9,9

10,3

11,2

11,9

> 85 jr eenzaam

 

59,2

62,7

65,9

62,6

> 85 jr (zeer) sterk eenzaam

 

13,8

14,8

14,3

15,6

X Noot
1

X Noot
2

In 2020 brak de coronapandemie uit. Hiermee moet rekening worden gehouden bij het interpreteren van de trends.

X Noot
3

In 2020 brak de coronapandemie uit. Hiermee moet rekening worden gehouden bij het interpreteren van de trends.

Tabel 43 Langdurige beperkingen door gezondheidsproblemen12
 

2014/2015

2016/2017

2018/2019

2020/2021

Langdurige beperkingen door gezondheidsproblemen (GALI beperking)

26,4%

28,2%

29,1%

28,3%

X Noot
1

GALI = Global Activity Limitation Indicator. Het percentage personen dat vanwege problemen met de gezondheid sinds 6 maanden of langer beperkt is in activiteiten die mensen gewoonlijk doen

X Noot
2

Kennis en informatiebeleidDeze post bestaat uit subsidies voor Movisie en de sociale werkplaatsen. Voor het kennisinstituut Movisie is een subsidiebudget van € 7,8 miljoen beschikbaar voor het verzamelen, verrijken, valideren en verspreiden van kennis voor de ondersteuning van gemeenten en instellingen ten behoeve van een adequate uitvoering van de Wmo 2015 en vergelijkbare terreinen.

Voor 2024 is voor de verschillende Werkplaatsen Sociaal Domein € 2,7 miljoen gereserveerd. Dit zijn regionale samenwerkingsverbanden van gemeenten, instellingen, hogescholen en cliëntorganisaties, met als doel een goed functionerend en vraag gestuurd regionaal kennisnetwerk sociaal domein op te bouwen. Door de betrokken partijen wordt hieraan gewerkt op basis van een meerjarige kennisagenda.

Opdrachten

Bovenregionaal gehandicaptenvervoerMensen met een mobiliteitsbeperking kunnen gebruik maken van het bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer (ook bekend als Valys) per (deel)taxi (€ 62 miljoen in 2024). Het BRV-gehandicapten is vraagafhankelijk vervoer, dit betekent dat factoren zoals de toegankelijkheid van het lokale openbaar vervoer, het weer of de gezondheid van de pashouders invloed kunnen hebben op het aantal verreden kilometers.

Passende zorg en levensbrede ondersteuningVoor 2024 (en volgende jaren) heeft het demissionair kabinet € 65 miljoen extra beschikbaar gesteld voor de brede aanpak van dak- en thuisloosheid. Het grootste gedeelte is beschikbaar voor gemeenten. Het resterende gedeelte is beschikbaar voor het verstrekken van opdrachten voor een brede aanpak dakloosheid, communicatie, inzet van ervaringsdeskundigen, etc.

InclusiviteitEr worden middelen ingezet voor de uitvoering van het programma onbeperkt meedoen en ter implementatie van het VN-verdrag handicap. Hiervoor is in 2024 € 4,5 miljoen beschikbaar gesteld. De belangrijkste doelen zijn het organiseren van een kennisuitwisselingsstrategie rond het VN-verdrag handicap en het organiseren van inclusie pacten op basis.

Voor stimuleren woonvormen en langer thuis is in 2024 circa € 10 miljoen beschikbaar voor opdrachten, zoals communicatie aanpak, reablementprogramma en social trails dementie via ZonMw.

Voor het programma Eén tegen eenzaamheid is € 1,5 miljoen beschikbaar voor de publiekscampagne en een thematisch programma Eenzaamheid van de Nationale wetenschapsagenda (NWA).

OverigeDit betreft middelen (€ 6,4 miljoen) inzake de gratis VOG, waarvan € 4,3 miljoen is overgeheveld naar het instrument bijdragen aan agent­ schappen. Daarnaast is er € 6,5 miljoen in 2024 beschikbaar voor de uitvoering van de herinvoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo.

Bijdragen aan agentschappen

OverigeEr is in 2024 €18,6 miljoen beschikbaar voor het verlengen van de SET-regeling en het stimuleren van de implementatie- en opschaling van digitale ondersteuning en zorg in de ouderenzorg. De ambitie is om te komen tot één subsidieregeling waarmee zowel wordt bijgedragen aan de doelstellingen van het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) als de TAZ-doelstellingen. Hierbij worden de ‘stimuleren langer thuis’-middelen specifiek ingezet voor aanbieders van zorg en ondersteuning die bijdragen aan deze beweging, terwijl de TAZ-middelen zorg- en welzijnsbreed worden ingezet, en bijvoorbeeld ook beschikbaar zijn voor de jeugdzorg.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

DoventolkvoorzieningenDe tolkvoorziening voor mensen met een auditieve beperking wordt in het leefdomein geregeld door Tolkcontact. Het UWV is aangewezen als uitvoerder van de voorziening. In 2024 is voor de doventolkvoorziening € 13,3 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan medeoverheden

OverigeEr is structureel een bedrag van € 62 miljoen voor de aanpak dakloosheid beschikbaar gesteld op dit budget. Ook is er € 7,7 miljoen in 2024 gereser­ veerd voor de specifieke uitkering voor de opvang in het kader van huiselijk geweld en kindermishandeling.

Storting/onttrekking begrotingsreserve

Stimuleringsregeling wonen en zorgVoor de stimuleringsregelingen die bijdragen aan de bouw van geclusterde wooneenheden voor ouderen en ontmoetingsruimtes is € 36,8 miljoen beschikbaar in 2024.

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

Subsidies

De Wlz regelt zware, intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een beperking en mensen met een psychische aandoening. Ter ondersteuning aan de Wlz worden vanuit de begroting beleidsartikel 3 verschillende subsidie-initiatieven ondersteund. Hiervoor is in totaal € 294,0 miljoen beschikbaar.

Zorg merkbaar beter maken

Voor ouderenzorg is een budget van € 43,5 miljoen beschikbaar. Veelal worden deze middelen ingezet in het kader van het WOZO-programma. Het gaat hierbij onder meer om het ondersteuningsprogramma voor verpleeghuislocaties ‘Waardigheid en trots op locatie’ (€ 26 miljoen), onderzoek in het kader van regionale beschikbaarheid van medische- generalistische zorg (€ 6 miljoen), subsidies voor het stimuleren van technologie/E-Health (€ 5,1 miljoen) en ondersteuning van de door ontwikkeling van het kwaliteitskader en nieuwe vastgoedconcepten (€ 3,8 miljoen) alsmede een aantal kleinere subsidies (€ 2,6 miljoen) waarmee onder meer het maatschappelijk debat over de toekomst van de ouderenzorg kan worden ondersteund.

Ter verbetering van de gehandicaptenzorgzorg is de toekomstagenda «Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking» opgesteld. De uitvoering van de toekomstagenda wordt gecontinueerd in 2024. Hier is € 11,9 miljoen via dit instrument beschikbaar. Ook worden de pilots gespecialiseerde clientondersteuning geborgd, zodat deze doelgroep de gewenste ondersteuning nu en de toekomst krijgt (€ 18,0 miljoen). Daarnaast is € 1,5 miljoen gereserveerd voor kleinere subsidie initiatieven.

Zorgverleners kunnen voor expertise over ernstig probleemgedrag terecht bij het CCE. Het CCE richt zich op de meest complexe zorgvragen bij deze groep, waarbij de zorgverleners vastlopen en de kwaliteit van bestaan van de cliënt ernstig onder druk staat. Hier is € 18,6 miljoen voor beschikbaar.

De missie uit de Nationale Dementiestrategie 2021-2030 is: «Mensen met dementie en hun naasten kunnen als waardevol lid van onze samenleving functioneren en goede ondersteuning en zorg ontvangen». Er wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan naar mogelijke preventie, behandelingen genezing van dementie. Vanuit het (voormalig) coalitieakkoord is via dit begrotingsartikel voor dementie totaal € 4,3 miljoen aan subsidiebudget beschikbaar.

Het Groninger Zorgakkoord is een convenant tussen verschillende partijen die de toekomst van de zorg in het aardbevingsgebied willen verbeteren. Een afspraak uit dit convenant is dat ca. 20 zorggebouwen die niet aardbevingsbestendig zijn herbouwd moeten worden naar ca. 9 aardbevings- én toekomstbestendige zorglocaties. Er is € 75,2 miljoen in 2024 beschikbaar gesteld.

Tevens is € 2,4 miljoen beschikbaar gesteld om de hygiëne en infectiepreventie in de langdurige zorg te verbeteren. Dit is van groot belang voor de voorbereiding op een toekomstige pandemische uitbraak.  Deze middelen worden ingezet om normstelling rondom hygiëne en infectiepreventie te bevorderen en algemene kennis te vergroten middels bijeenkomsten. Daarnaast wordt gestimuleerd dat informatiemateriaal ook toepasbaar wordt gemaakt voor de zorg thuis en dat aandacht wordt besteed aan het opleiden van infectiedeskundigen. Tenslotte zijn er middelen beschikbaar voor kwaliteitskaders en wordt extra ingezet op ondersteuningsprogramma’s rondom hygiëne en infectiepreventie in de langdurige zorg.  

Daarnaast worden onder andere subsidies ingezet voor het terugdringen van de administratieve lasten, de Wet zorg en dwang, het compensatiepakket Zeeland, de hersenletselteams en de inzet van vrijwillige mentoren bij kwetsbare cliënten (totaal € 12,8 miljoen).

Kennis, informatie en innovatiebeleidKennis, informatie en innovatiebeleid dragen bij aan juiste, passende en efficiënte zorg. In 2024 is hiervoor € 27,6 miljoen beschikbaar. Het doel is om de kwaliteit van de geboden zorg te verbeteren door continu het kennisniveau bij zorgverleners en cliënten te vergroten. In 2024 wordt de ontwikkeling van passende zorg in de Wlz verder geïntensiveerd. Tevens wordt eraan gewerkt om het inzicht in de effectiviteit en doelmatigheid van de geleverde zorg te vergroten, sturingsmogelijkheden op effectieve zorg te ontwikkelen en transparantie over kwaliteit en leren van elkaar te verbeteren. Daarnaast is € 2,4 miljoen gereserveerd voor een subsidie voor het begeleiden van budgethouders met een persoonsgebonden budget.

Palliatieve (terminale) zorg en geestelijke verzorging thuisVoor palliatieve zorg en geestelijke verzorging thuis is in 2024 € 75,8 miljoen beschikbaar. Met behulp van de coalitieakkoordmiddelen wordt de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de palliatieve zorg en geestelijke verzorging thuis verder verbeterd. Daarmee is er een tijdelijke impuls voor onder andere: het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II), doorontwikkeling van het kwaliteitskader en richtlijnen palliatieve zorg, een verhoging van de Regeling palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis, pilots of kleinschalige experimenten alternatieve bekostiging palliatieve zorg en verdere professionalisering van de geestelijke verzorging thuis. In 2024 wordt begonnen met de doorontwikkeling van de toekomstvisie voor de palliatieve zorg. Daarbij wordt gekeken naar de bekostiging van de palliatieve zorg maar ook naar de inrichting en organisatie van de palliatieve zorg. Daarnaast wordt een aantal instellingssubsidies verstrekt en onderzoeksprogramma’s via ZonMw.

Bekostiging

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)De BIKK is een Rijksbijdrage die is ingesteld bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001. Bij die belastingherziening werden aftrekposten omgezet in heffingskortingen, waardoor de opbrengst van de premies volksverzekeringen daalde. Het Fonds langdurige zorg (voor de Wlz), het Ouderdomsfonds (voor de AOW) en het Nabestaandenfonds (voor de ANW) worden via de BIKK gecompenseerd voor de gevolgen van deze veranderingen in de systematiek van de belasting- en premieheffing. De raming van de BIKK voor de Wlz in 2024 bedraagt ruim € 5 miljard. 

Bijdrage WlzMet ingang van 2019 wordt het verwachte negatieve saldo van het Fonds Langdurige Zorg (Flz) jaarlijks gecompenseerd door middel van een Rijksbijdrage Wet langdurige zorg (Wlz) aan het fonds, zodat het saldo aan het einde van het jaar naar verwachting op nul uitkomt. De Rijksbijdrage heeft een administratief karakter en geeft aan welk deel van de Wlz-uitgaven ten laste van het EMU-saldo komen. In het Financieel Beeld Zorg wordt de financiering van de Wlz nader toegelicht. De raming van de Rijksbijdrage Wlz bedraagt ruim € 12 miljard voor 2024 en € 11,8 miljard voor 2025. In de jaren daarna loopt het bedrag op doordat de Wlz-uitgaven harder stijgen dan de verwachte premie-inkomsten.

Opdrachten

Zorgdragen voor langdurige zorgVoor opdrachten is in 2024 € 21,5 miljoen beschikbaar. Hieronder vallen onder meer kosten voor de beleidsonderdelen: verpleeghuiszorg, toekomstagenda «Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking», dementie, infectiepreventie, elektronische gegevensuitwisseling en het beheer en de doorontwikkeling van het PGB 2.0-systeem.

Bijdrage aan agentschappen

OverigeEen zorgaanbieder die vanaf 1 januari 2020 gedwongen zorg verleent onder de Wet zorg en dwang of Wet verplichte ggz moet zijn locaties geregistreerd hebben in het openbaar locatieregister Wzd/Wvggz. De exploitatie van het locatieregister wordt uitgevoerd door het CIBG. Voor de uitvoering is € 0,5 miljoen beschikbaar.

Bijdrage ZBO’s/RWT’s

Uitvoeringskosten Centrum Indicatiestelling Zorg

De toegang tot de zorg moet goed en onafhankelijk georganiseerd zijn. Het CIZ heeft de opdracht om te beoordelen of iemand in aanmerking komt voor deze zorg via de indicatiestelling. Er is € 131,0 miljoen beschikbaar voor deze taakuitvoering.

Uitvoeringskosten Sociale Verzekeringsbank

De Sociale Verzekeringsbank verzorgt de uitvoering van het trekkingsrecht persoonsgebonden budget.

Bijdrage aan medeoverhedenOverigeOnder bijdragen aan medeoverheden staan de beschikbare middelen voor specifieke uitkeringen aan gemeenten in het kader van de aanpak van domein overstijgende samenwerking. Deze specifieke uitkering schept de mogelijkheid dat zorgkantoren (samen met zorgverzekeraars of gemeenten) investeren in preventieve maatregelen. Deze preventieve maatregelen bestaan uit extra inzet in het voorliggend domein waardoor instroom naar de Wlz wordt uitgesteld of voorkomen. Totaal is hiervoor € 27,0 miljoen beschikbaar.

3.4 Artikel 4 Zorgbreed beleid

A. Algemene doelstelling

Het scheppen van randvoorwaarden om het zorgstelsel verder te optimaliseren zodat de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg voor de burger gewaarborgd blijft.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De minister bevordert de werking van het stelsel door partijen in staat te stellen hun rol te spelen en door belemmeringen weg te nemen die een goede werking van het stelsel in de weg staan. Daar waar publieke belangen in het geding zijn die niet voldoende door (partijen in) het stelsel behartigd kunnen worden, bevordert de minister dat deze belangen worden behartigd.

De minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren: van een stevige positie van de cliënt in het zorgstelsel en transparantie van zorg, een logische beroepenstructuur die aansluit op de huidige en toekomstige zorg- en ondersteuningsvraag en van beschik­ baarheid van voldoende gekwalificeerd zorgpersoneel (het aantal werkenden minder meer laten groeien, om ook voldoende mensen beschikbaar te hebben voor andere maatschappelijke sectoren en via behoud van de huidige zorgmedewerkers door goed werkgeverschap en zeggenschap), van andere manieren van werken en voldoende opleidingsplaatsen, van innovaties en (digitale) vaardigheden in de zorg en de ontwikkeling hiervan, alsmede betrouwbaar informatiebeleid en van vertrouwen in datagebruik in de zorg, en van een gezonde leefstijl voor de mensen woonachtig in Caribisch Nederland.

Financieren: de minister draagt bij aan de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg door middel van het financieren van organisaties gemoeid met patiënten, zoals gehandicaptenorganisaties en ZBO’s of agentschappen. Tevens financiert de minister projecten en onderzoeken uitgevoerd door ZonMw, opleidings- en bijscholingsinstrumtenten, de zorg in Caribisch Nederland, en financiert instrumenten voor persoonlijke gezondheidsomgevingen (PGO) om het gebruik te stimuleren.

Regisseren: van wet- en regelgeving die zorgen voor een stevige positie van de patiënt in het zorgstelsel, verlagen van de regeldruk in de zorg, voorkomen van systeemrisico’s bij financiering in de zorg, regisseren van een duurzaam informatiestelsel.

C. Beleidswijzigingen

Versterking van de positie van patiënten en cliëntenDe Nederlandse gezondheidszorg staat voor belangrijke uitdagingen waarbij steeds een balans moet worden gezocht tussen goede toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van zorg die passend is bij de behoeften van mensen, ongeacht hun (culturele) achtergrond, opleidingsniveau en sociaal economische status. Directe betrokkenheid van de mensen die zorg daadwerkelijk ontvangen is daarbij van groot belang. Om die betrokkenheid te realiseren is een sterke positie van patiënten en cliënten noodzakelijk. Patiënten- en gehandicaptenorganisaties (pg-organisaties) spelen daarin een belangrijke rol.

Het beleidskader voor subsidiëring van pg-organisaties is voor de periode 2024 tot 2028 herijkt, hetgeen geresulteerd heeft in een nieuwe subsidieregeling (verder: subsidieregeling PGO). Voor deze regeling is structureel € 13,5 miljoen extra beschikbaar gesteld.

Voor bredere ontwikkelingen en activiteiten op het gebied van de patiëntenbeweging zoals de versterking van de regionale burger- en patiëntenparticipatie, een uitbreiding van de professionele ondersteuning van patiënten- en gehandicaptenorganisaties en een intensivering van de aanpak voor (beperkte) gezondheidsvaardigheden is € 11,5 miljoen extra beschikbaar gesteld (Kamerstukken II 2022/23, 29214, nr. 95).

Duurzaamheid & gezondheid

De noodzaak om de (publieke) zorg, welzijn en sport te vergroenen wordt breed gevoeld. Ook de klimaat- en milieu-impact van de zorg in Nederland draagt bij aan (toekomstige) gezondheidsschade. In de Green Deal «Samen werken aan Duurzame Zorg»zijn concrete afspraken gemaakt om (publieke) zorg en welzijn in Nederland te verduurzamen. Voor het ondersteunen van sector bij het vergroenen van de (publieke) zorg en welzijn met kennis, innovatie en opschaling is in 2024 een bedrag van € 14,1 miljoen beschikbaar.

Investeringsakkoord Opleiden Wijkverpleging (IOW)

In het kader van het stimuleren van meer en vernieuwend opleiden ten behoeve van de zorg in de wijkverpleging is op 17 maart 2023 het Investeringsakkoord Opleiden Wijkverpleging (IOW) met Actiz, Zorgthuisnl, V&VN en ZN ondertekend. Met dit akkoord wordt de komende drie studiejaren extra geïnvesteerd in het samen anders opleiden van helpenden, verzorgenden individuele gezondheidszorg (IG) en verpleegkundig-specialisten voor de wijkverpleging. Het IOW moet leiden tot het inrichten van een regionaal - en waar passend landelijk - opleidingsaanbod waarin op innovatieve en toekomstbestendige wijze vorm wordt gegeven aan opleiden en scholing in de wijkverpleging.  In het coalitieakkoord is voor de jaren 2023 t/m 2026 in totaal 150 miljoen beschikbaar gesteld.  Voor het begrotingsjaar 2024 betreft het een bedrag van € 50 miljoen. De middelen voor de periode 2024 t/m 2026 worden via een op te zetten subsidieregeling aan het veld toebedeeld.

Innovatief opleiden

Het Nationaal Groeifonds (NGF) heeft de aanvraag vanuit het project Digital United Training Concepts for Healthcare (DUTCH) gehonoreerd met een onvoorwaardelijke bijdrage van € 48 miljoen en een voorwaardelijke bijdrage van € 84 miljoen Deze aanvraag is gedaan vanuit een breed Consortium onder leiding van het AUMC. De NGF bijdragen voor DUTCH komen op de VWS begroting, omdat het Ministerie van VWS de aanvraag van DUTCH via de departementale route heeft ingediend. Het project DUTCH heeft een looptijd van 6 jaar en is gericht op innovatie van bij- en omscholing van zorgprofessionals via digitale training en simulatie. Hierdoor kunnen meer zorgprofessionals sneller worden opgeleid, omdat voor de begeleiding een minder groot beroep hoeft te worden gedaan op mensen die al in de zorg werken. Het project richt zich in eerste instantie op de beroepen met grote tekorten (operatieassistent, anesthesiemedewerker en radiodiagnostisch laborant) en heeft als doel om daarna op te schalen naar andere tekortberoepen in de zorg.

Pandemische paraatheid

Opleidingsmodule Basis Acute Zorg (BAZ)

De huidige Subsidieregeling opleidingsmodule BAZ vervalt met ingang van 1 januari 2024. De ambitie is om op termijn de vergoeding van de BAZ-oplei­dingsmodule mee te laten lopen in modulaire bekostiging via de beschik­baarheidsbijdrage (medische) vervolgopleidingen. Het voornemen is om de aflopende subsidieregeling te verlengen tot in 2024. Hierbij zullen de resultaten van een evaluatie van de huidige regeling in het najaar van 2023 worden betroken. Voor 2024 is € 10 miljoen beschikbaar.

Caribisch NederlandEr wordt ingezet op het versterken van de Pandemische Paraatheid in de Caribische delen van het Koninkrijk met als doel om de inwoners beter te beschermen tegen toekomstige pandemieën. Hiervoor wordt een regionale hub ingericht, de International Health Regulations (IHR) met als doel de publieke gezondheidszorg en infectiebestrijding in de Caribische delen van het Koninkrijk te versterken en de expertise en innovatiekracht in de regio te vergroten. De regionale IHR hub is een gezamenlijk project met de Landen van het Koninkrijk. Voor 2024 is € 1,7 miljoen beschikbaar, voor 2025 € 2 miljoen, en vanaf 2026 structureel € 2,5 miljoen.

DatabeschikbaarheidOm goede zorg te kunnen verlenen en de beweging te maken van zorg naar preventie, is het kunnen uitwisselen en kunnen beschikken over de juiste gegevens cruciaal. In 2024 wordt conform de afspraken uit het (voormalig) coalitieakkoord, in het Integraal Zorgakkoord (Kamerstukken II 2021/22, 31765 nr. 655) en in lijn met de Nationale Visie en Strategie Gezondheidsinformatiestelsel (Kamerstukken II 2022/23, 27529 nr. 292) volop ingezet op het realiseren van databeschikbaarheid ten behoeve van passende zorg.

Met de inwerkingtreding van de wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz) (Staatsblad 2023, 133) per 1 juli 2023 is het mogelijk om per algemene maatregel van bestuur (AMvB) op specifieke onderdelen elektronische gegevensuitwisseling tussen zorgaanbieders te verplichten. Het digitaal versturen van het recept door de huisarts aan de terhandsteller (digitaal receptenverkeer) is de eerste gegevensuitwisseling waarvoor deze verplichting gaat gelden. Nationale afspraken die randvoorwaardelijk zijn voor het zorgbreed en landelijk uitwisselen van informatie worden in NEN-normen vastgelegd. In 2024 is de oplevering van NEN-normen op het gebied van basisgegevensset zorg (BgZ), beeldbeschikbaarheid en medicatie-overdracht.

Voor het ontsluiten van informatie voor de patiënt, cliënt of burger wordt gewerkt aan de ontwikkeling van persoonlijke gezondheidsomgevingen (PGO's) (Kamerstukken II 2022/23, 27529 nr. 297). In 2024 zal onder meer de financiering van PGO’s worden aangepast en worden overheidspecifieke gezondheidsgegevens, zoals vaccinaties, beter ontsloten. Deze stappen moeten leiden tot beter gevulde en beter werkende persoonlijke gezondheidsomgevingen.

Ook wordt ingezet op heroriëntatie van de grondslagen voor gegevensuitwisseling in de zorg (Kamerstukken II 2022/23, 27529 nr. 295). Zo zal in 2024 naar verwachting het aan beide Kamers der Staten-Generaal toegezegde wetsvoorstel opvraagbaarheid gegevens bij spoedeisende zorg (Wogs) worden voorgelegd. Dit wetsvoorstel beoogt de directe beschikbaarheid van gegevens in geval van spoedeisende zorg te verbeteren. Ook zal in 2024 de AMvB die op grond van de Wogs moet worden gemaakt, worden voorbereid. Verder zullen in 2024 de resultaten van het onderzoek naar de meest wenselijke verhouding tussen databeschikbaarheid en vertrouwen bij gegevensuitwisseling ten behoeve van zorg moeten worden besproken in het veld. Tot slot zal ingezet worden op communicatie om knelpunten rondom grondslagen die leiden tot handelingsverlegenheid weg te nemen.

Internationaal wordt er met het commissievoorstel van de Europese Commissie inzake de European Health Data Space (EHDS) getracht om medische gegevens sneller en makkelijk uit te wisselen en om burgers toegang te geven tot hun gezondheidsdata. Daarnaast bevat het voorstel maatregelen om de beschikbaarheid van data voor wetenschappelijk onderzoek, innovatie en beleid te vergroten. Momenteel bevindt Nederland zich nog in de onderhandelingsfase, zodra de onderhandelingen zijn afgerond start de implementatiefase. Hiervoor worden deeltrajecten geïnitieerd met een doorlooptijd van 3 à 4 jaar.

Daarnaast zal er uiterlijk Q3 2023 een opdracht worden opgesteld voor een tweede, meer specifieke, impactanalyse over de implicaties van de EHDS op nationaal niveau.

Naast databeschikbaarheid voor goede zorg is het van belang dat data ook beschikbaar is voor hergebruik voor wetenschappelijk onderzoek, kwaliteitsdoeleinden of innovatie en voor toepassingen als AI (Kamerstukken II 2022/23, 27529, nr. 294). Databeschikbaarheid voor dit soort doeleinden kent echter diverse knelpunten. Hiertoe zijn vier beleidslijnen opgesteld waar VWS de komende jaren samen met het veld aan gaat werken: 1) het vergroten van de interoperabiliteit; 2) het ontwikkelen van de benodigde generieke functies; 3) het verduidelijken en waar nodig aanpassen van grondslagen; 4) het vergroten van het vertrouwen in de zorgvuldige omgang met data en datakwaliteit. Hiermee verbeteren we de vindbaarheid, toegankelijkheid, interoperabiliteit en hergebruik van digitale gegevens (FAIR).

InformatieveiligheidGoede informatiebeveiliging in de zorg is van groot belang. Hierdoor blijft de kans op een hack of een datalek zo klein mogelijk. Zorgaanbieders zijn primair zelf aan zet om dit goed te regelen, maar VWS heeft hierin ook een belangrijke rol. In 2024 zet VWS opnieuw in op het verhogen van de bewustwording over digitale veiligheid en digitaal veilig gedrag in de zorg. Dit doet VWS onder andere door het doorontwikkelen van de ‘Wegwijzer Informatieveilig gedrag in de zorg’, en door het ondersteunen van Z-CERT, het landelijk expertisecentrum voor informatieveiligheid binnen de zorgsector.

Daarnaast zet VWS zich ervoor in dat de wet- en regelgeving voor zorgaanbieders blijven aansluiten op technische, en internationale ontwikkelingen. Daarbij blijft VWS inzetten op de ontwikkeling van hulpmiddelen om zorgaanbieders te ondersteunen bij voldoen aan geldende wet- en regelgeving. Ook het versterken van het toezicht op deze wet- en regelgeving krijgt meer aandacht. 

De Europese Richtlijn NIS2 is aangenomen en dient in oktober 2024 te worden geïmplementeerd in de Wet Beveiliging Netwerk- en Informatiesystemen (Wbni). Met de inwerktreding van de wet worden naar verwachting 1.500-2.000 instellingen en bedrijven in de zorg verplicht om maatregelen te nemen om de kans op cyberincidenten te verkleinen en processen in te inrichten om eventuele (cyber)incidenten te melden. Hiervoor zal (sectoraal) een Computer Security Incident Response Team (CSIRT) ter ondersteuning worden aangewezen. Voor de zorgsector zal Z-CERT als CSIRT worden aangewezen.

De NIS2 raakt aan de richtlijn voor veerkracht van kritieke entiteiten (CER) waarin de fysieke weerbaarheid van een aantal (nog door VWS aan te wijzen) zorgpartijen centraal staat. De implementatie van de NIS2 en CER in nationale en gedelegeerde wetgeving vraagt veel van zowel het zorgveld als de uitvoerders. Het vraagt specifieke aandacht voor de aanvullende rol en taken van Z-CERT en de extra toezichtstaken voor de IGJ die uit de wettelijke bepalingen voortkomen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 44 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

1.290.647

1.247.813

1.402.836

1.348.911

1.336.367

1.262.397

1.238.979

         
 

Uitgaven

1.312.176

1.468.781

1.448.818

1.365.650

1.338.088

1.262.397

1.238.979

         

4.10

Positie cliënt en transparantie van zorg

71.741

62.013

92.579

91.420

88.217

73.844

73.341

 

Subsidies (regelingen)

36.298

39.366

78.576

77.013

73.980

59.610

59.258

 

Patiënten- en gehandicaptenorganisaties

16.896

17.861

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

 

Transparantie van zorg

18.952

21.241

28.576

27.013

23.980

9.610

9.258

 

Overige

450

264

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

27.524

12.924

4.280

4.684

4.513

4.511

4.360

 

Ondersteuning cliëntorganisaties

3.999

4.214

333

0

0

0

0

 

Transparantie van zorg

1.104

3.106

2.104

2.437

2.439

2.437

2.437

 

Overige

22.421

5.604

1.843

2.247

2.074

2.074

1.923

 

Bijdrage aan agentschappen

7.919

9.723

9.723

9.723

9.724

9.723

9.723

 

CIBG

7.919

9.723

9.723

9.723

9.724

9.723

9.723

4.20

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

666.439

822.920

755.506

699.391

678.289

639.455

643.255

 

Subsidies (regelingen)

645.466

790.645

717.305

659.497

638.193

601.858

605.647

 

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

645.466

785.695

705.755

647.947

626.643

601.858

605.647

 

Overige

0

4.950

11.550

11.550

11.550

0

0

 

Opdrachten

7.125

16.824

22.750

22.547

22.748

20.250

20.261

 

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

7.125

16.764

22.750

22.547

22.748

20.250

20.261

 

Overige

0

60

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

13.632

15.451

15.451

15.451

15.452

15.451

15.451

 

CIBG

13.632

15.451

15.451

15.451

15.452

15.451

15.451

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

124

0

0

1.896

1.896

1.896

1.896

 

ZiNL

0

0

0

1.896

1.896

1.896

1.896

 

SVB

124

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

92

0

0

0

0

0

0

 

OECD

92

0

0

0

0

0

0

4.30

Informatiebeleid

97.033

106.353

138.954

116.491

112.906

95.265

69.826

 

Subsidies (regelingen)

36.631

48.631

61.851

49.783

47.506

37.254

23.053

 

Informatiebeleid

27.334

37.818

55.581

43.513

41.236

37.034

22.833

 

Maatschappelijke diensttijd

‒ 423

0

0

0

0

0

0

 

Overige

9.720

10.813

6.270

6.270

6.270

220

220

 

Opdrachten

42.802

44.738

55.893

52.164

50.881

43.600

32.363

 

Informatiebeleid

40.280

38.528

48.095

44.333

43.049

38.409

27.172

 

Overige

2.522

6.210

7.798

7.831

7.832

5.191

5.191

 

Bijdrage aan agentschappen

17.600

12.984

21.210

14.544

14.519

14.411

14.410

 

Informatiebeleid

17.600

12.984

21.210

14.544

14.519

14.411

14.410

4.40

Inrichting zorgstelsel

276.255

295.587

283.269

276.050

272.336

265.449

260.691

 

Subsidies (regelingen)

1.039

423

423

0

0

0

0

 

Programma's zorgstelsel

1.039

423

423

0

0

0

0

 

Opdrachten

872

594

593

593

593

593

593

 

Programma's zorgstelsel

460

0

0

0

0

0

0

 

Overige

412

594

593

593

593

593

593

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

274.344

294.570

279.753

272.957

269.243

262.356

257.598

 

CAK

124.075

130.444

127.340

129.300

127.323

123.203

117.845

 

NZa

69.053

73.040

74.253

73.805

73.820

71.606

71.606

 

ZiNL

79.616

88.328

76.760

68.452

66.700

66.147

66.747

 

CSZ

1.600

1.681

1.400

1.400

1.400

1.400

1.400

 

Overige

0

1.077

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

 

EZK: ACM

0

0

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

4.50

Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

200.708

181.908

178.510

182.298

186.340

188.384

191.866

 

Subsidies (regelingen)

3.864

4.210

4.207

4.170

4.170

4.170

4.170

 

Algemeen

3.864

4.210

4.207

4.170

4.170

4.170

4.170

 

Bekostiging

184.929

170.848

167.391

171.074

174.609

176.659

180.141

 

Zorg en welzijn

184.929

170.848

167.391

171.074

174.609

176.659

180.141

 

Opdrachten

0

1.000

1.750

2.000

2.520

2.520

2.520

 

Zorg

0

1.000

1.750

2.000

2.520

2.520

2.520

 

Bijdrage aan medeoverheden

11.915

5.850

5.162

5.054

5.041

5.035

5.035

 

Overige

11.915

5.850

5.162

5.054

5.041

5.035

5.035

         
 

Ontvangsten

30.656

14.215

14.215

11.920

11.920

11.920

11.920

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget voor 2024 van € 767,1 miljoen is 97,2% juridisch verplicht. Het betreft diverse subsidies op het gebied van patiënten en gehandicapten organisaties, opleidingen, arbeidsmarkt, informatiebeleid, Zorg, Welzijn en Jeugd Caribisch Nederland

Bekostiging

Van het beschikbare budget voor 2024 van € 159,3 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft bekostiging van Zorg, Welzijn en Jeugd Caribisch Nederland.

Opdrachten

Van het beschikbare budget voor 2024 van € 69,3 miljoen is 93,5% juridisch verplicht. Het betreft diverse opdrachten op het gebied van arbeidsmarkt, informatiebeleid, Zorg, Welzijn en Jeugd Caribisch Nederland.

Bijdragen aan agentschappen

Van het beschikbare budget voor 2024 van € 46,4 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft bijdragen aan het CIBG voor onder andere het beheer van het BIG register, melding en aanvraag van toelatingsvergunning bepaalde zorgaanbieders, SBV-Z en het UZI-register.

Bijdrage aan ZBO’s/rwt’s

Van het beschikbare budget voor 2024 van € 278,8 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft onder andere de bijdrage aan het CAK, Nza,en het Zorginstituut Nederland.

Bijdrage aan medeoverheden

Van het beschikbare budget van € 4,1 miljoen is 100% juridisch verplicht.

Tabel 45 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

90,0%

bestuurlijk gebonden

9,0%

beleidsmatig gereserveerd

1,0%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,0%

E. Toelichting op de financiële instrumenten
1. Positie cliënt en transparantie van zorg

Subsidies

Patiënten- en gehandicaptenorganisatiesMet ingang van 2024 zal een nieuwe subsidieregeling PGO in werking treden:

  • De drie landelijke pg-koepels en circa 200 landelijke pg-organisaties ontvangen een instellingssubsidie voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van informatievoorziening, lotgenotencontact en belangenbehartiging (€ 27,0 miljoen).

  • Samenwerking op aandoeningsoverstijgende thema’s wordt gefaciliteerd door introductie van een nieuwe subsidiestroom voor federatieve samenwerkingsverbanden (€ 2,0 miljoen).

  • Er is een nieuwe projectsubsidie geïntroduceerd die specifiek gericht is op het vergroten van de impact en het bereik van de pg-organisaties die reeds een instellingssubsidie ontvangen (€ 1,5 miljoen)

Er wordt een infrastructuur voor stimulering van en ondersteuning bij participatie van burgers en patiënten bij regionale vraagstukken rond zorg en welzijn ontwikkeld (Kamerstukken II 2022/23, 29214, nr. 95) (€ 8,0 miljoen).

Het ZonMw-projectsubsidieprogramma bij ZonMw Voor Elkaar! zal worden voortgezet en in het kader staan van ondersteuning van initiatieven van mensen met een aandoening of handicap (Kamerstukken II 2022/23, 29214, nr. 95) (€ 4,0 miljoen).

Er wordt beleid ontwikkeld dat beoogt het bewustzijn ten aanzien van (beperkte) gezondheidsvaardigheden verder te vergroten bij zorgprofessionals waarbij de focus zal liggen op het toewerken naar gezondheidsvaardige organisaties, onder andere door het verder verspreiden en delen van kennis en informatie over gezondheidsvaardigheden (Kamerstukken II 2022/23, 29214, nr. 95) (€ 2,0 miljoen).

Aan PGO-support, een onafhankelijke netwerkorganisatie die versterking en ondersteuning biedt aan patiënten- en gehandicaptenorganisaties, wordt een instellingsubsidie verstrekt voor de ondersteuning van de cliëntenorganisaties (€ 5,5 miljoen).

Transparantie van zorg  Voor onderzoek naar de effectiviteit en de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland en (de relatie tussen) de verschillende partijen in de zorg wordt subsidie verleend (€ 7,2 miljoen) aan het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nivel). Het Nivel ontwikkelt en beheert hiertoe databases, panels en monitors.

Het Kwaliteitsinstituut, als onderdeel van het Zorginstituut, is gemandateerd (Staatscourant 27 102, nr. 1) voor het verstrekken van subsidies voor de stimulering van transparantie over de kwaliteit van zorg (€ 4,2 miljoen).

In de periode van het IZA wordt ingezet op het doorontwikkelen en implementeren van Uitkomstgerichte zorg in de MSZ. Voortzetting van het programma Uitkomstgerichte zorg zal gericht zijn op implementatie van de eerder ontwikkelde instrumenten bij de instellingen (€ 8,0 miljoen). Om de nodige uitkomstinformatie geautomatiseerd en gestandaardiseerd uit de EPD-systemen van aanbieders te kunnen halen wordt een subsidieprogramma opgezet (€ 4,1 miljoen).

Het vergroten van het werkplezier in de zorg door het verminderen van ervaren regeldruk blijft een hoge prioriteit en daar werken we aan met het programma (Ont)Regel de Zorg. Inclusief de middelen voor de 3e en laatste ronde van de subsidieregeling (Ont)regelprojecten zorgaanbieders, die zorgaanbieders stimuleert om in de eigen organisatie de administratieve last te verlagen, is € 5,1 miljoen beschikbaar.

Opdrachten

De directie Communicatie begeleidt een deel van de VWS-campagnes. Voor de begeleiding is een budget van € 2 miljoen begroot. Deze middelen worden onder meer ingezet ten behoeve van de NIX18-campagne.

2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

Subsidies

Opleidingen

VWS is stelselverantwoordelijk voor een goede, betaalbare en toegankelijke zorg. Daarvoor is het noodzakelijk dat er voldoende, goed toegeruste zorgmedewerkers worden opgeleid. Hiertoe worden financiële middelen beschikbaar gesteld aan zorgwerkgevers om meer stageplekken aan te bieden voor initiële opleidingen en voor de bekostiging van medische vervolgopleidingen.

Met de Subsidieregeling stageplaatsen zorg II (het Stagefonds Zorg) worden zorgaanbieders gestimuleerd tot het aanbieden van kwalitatief goede stageplaatsen. Met de in juni 2023 verlengde subsidieregeling stageplaatsen zorg is het budget geïndexeerd tot € 122 miljoen voor het studiejaar 2023-2024. Daarnaast vindt er een verkenning plaats naar een kostendek­kende vergoeding voor stagebegeleiding via een beschikbaarheidbijdrage, zoals afgesproken in het IZA. Deze verkenning wordt in 2024 afgerond.

De subsidieregeling vaccinatie stageplaatsen zorg voorziet in een tegemoet­koming van de kosten van het vaccinatietraject tegen hepatitis B van eerste­jaarsstudenten die een zorgopleiding volgen. In 2024 is hiervoor een bedrag van € 6 miljoen beschikbaar.

Voor zorgopleidingen in het kader van de Wet publieke gezondheidszorg (Wpg) is het beleid erop gericht te stimuleren dat voldoende gespecialiseerde artsen worden opgeleid voor de uitvoering van hun taken op het terrein van de bestrijding van infectieziekten, de bestrijding van tuberculose, medische milieukunde en jeugdgezondheidszorg. In 2024 is voor deze opleidingen € 38 miljoen beschikbaar.

Verpleegkundig specialisten (VS) en physician assistants (PA) worden opgeleid om de minder complexe taken van de huisarts of andere specialist over te nemen. Hiervoor is in 2024 € 38 miljoen beschikbaar. Daarnaast is in het kader van het compensatiepakket Wind in de zeilen in 2024 € 1,3 miljoen beschikbaar voor het opleiden van physician assistants ter versterking van de huisart senzorg in Zeeland. In 2024 zal in dit kader het derde en laatste cohort starten met hun opleiding.

In 2024 is voor de subsidieregeling Opleiding in een jeugd-ggz-instelling € 2,6 miljoen beschikbaar.

Voor de uitvoering van motie 35300 XVI nr.72 Dik-Faber om het opleiden van tropenartsen te subsidiëren en gestructureerde overdracht van door hen in het buitenland opgedane kennis te stimuleren is in 2024 € 1,6 miljoen beschikbaar.

Meer tijd voor de patient in de huisartsenzorg

Voor het extra opleiden van PA en VS in de huisartsenzorg is in totaal een bedrag van € 4 miljoen beschikbaar voor de periode 2023 ‒ 2025. De middelen hiervoor zijn beschikbaar gesteld in het coalitieakkoord van Rutte IV.

Doorontwikkeling medische vervolgopleidingen

In 2023 is de Federatie Medisch Specialisten gestart met het project. Doorontwikkelen medisch-specialistische vervolgopleidingen. Dit project loopt van juli 2023 tot juli 2027. In het IZA is afgesproken dat er € 4,4 miljoen uit de transformatiemiddelen beschikbaar wordt gemaakt voor de vervolgontwikkeling van de medisch- specialistisch opleidingen. Hiervan is € 1,1 miljoen beschikbaar voor 2024. In het project zorgt de beroepsgroep ervoor – in samenwerking met andere artsenorganisaties, andere zorgberoepen en stakeholders – dat de medisch specialist in opleiding wordt voorbereid op de veranderende rollen en taken die de passende zorg van de toekomst van de medisch specialist vraagt.

Innovatief leren

Het DUTCH project is gericht op innovatie van bij- en omscholing van zorgprofessionals via digitale training en simulatie. Voor dit project is in 2024 € 47,0 miljoen en in 2025 € 1,0 miljoen beschikbaar gesteld uit het Nationaal Groei Fonds (NGF).

Overige

Het Capaciteitsorgaan ontvangt een instellingsubsidie om onafhankelijke ramingen op te stellen van de benodigde opleidingscapaciteit bij de medische en tandheelkundige vervolgopleidingen, FZO en GGZ- opleidingen. In 2024 is hiervoor een bedrag van € 2,5 miljoen beschikbaar.

Arbeidsmarkt

Programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg (TAZ)

Ter ondersteuning van het programma TAZ en de daarmee te bereiken doelen wordt er gewerkt aan het inrichten van een passend instrumen­ tarium. Voor 2024 vallen daaronder in ieder geval Sectorplanplus (SPP)-TAZ, TAZ-MSZ en een TAZ-innovatieregeling.

Tabel 46 Arbeidsmarkt1

Arbeidsmarkt

       
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Uitstroompercentage uit de sector zorg- en welzijn exclusief pensionering in meest recente kwartaal per jaar

8,7

8,6

8,3

7,8

8,5

9,5

n.n.b

Aandeel ZZP'ers werkzaam in zorg en welzijn (%)

6,5

7

7

8,1

7,2

8,3

n.n.b

Ziekteverzuim

5,6

5,8

5,9

6,9

7,5

7,9

8,1

Vacaturegraad in laatst bekende kwartaal per jaar (openstaande vacatures per 1.000 banen)

25

28

25

37

42

n.n.b

Percentage medewerkers binnen zorg en welzijn dat (zeer) tevreden is

77,7

80,9

76,8

76,6

n.n.b

Deeltijdfactor

0,68

0,68

0,68

0,68

0,68

0,69

n.n.b

X Noot
1

Subsidie SectorplanPlus – TAZ

In aanloop naar het nieuwe financiële instrumentarium wordt de subsidie SectorplanPlus 2022-2023 met een (studie)jaar verlengd naar 2023-2024. De subsidie voor het studiejaar 2023-2024 wordt geduid als SPP -TAZ. Hiervoor zetten we voor de verlenging 2023-2024 in totaal circa € 100 miljoen in. Met de verlenging wordt al een stap gezet richting de inhoud van het nieuwe instrumentarium door samenwerking rondom opleiden extra te stimuleren.

Subsidieregeling TAZ MSZ

Voor de kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg (KiPZ) is het doel om vanaf 1 januari 2024 in een overgangsjaar te voorzien, aangeduid als TAZ MSZ, als onderdeel van het voornoemde instrumentarium TAZ. Doel is om algemene ziekenhuizen, UMC’s en zelfstandige klinieken te stimuleren om strategischer te investeren in het opleiden van personeel, alsmede de samenwerking te bevorderen. Voor deze regeling TAZ MSZ is in 2024 €  227,5 miljoen voorzien.

TAZ-Innovatieregeling

Binnen zowel het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) als het programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (TAZ) is de inzet van digitale en hybride zorg een belangrijke pijler. Onder meer voor het realiseren van arbeidsbesparing, het vergroten van zelfredzaamheid van cliënten en het ontlasten van de mantelzorger. In beide programma’s zijn middelen beschikbaar gesteld om innovatie in zorg en ondersteuning een verdere impuls te geven. Vanuit VWS wordt hier nu uitwerking aan gegeven door één subsidieregeling op te stellen die voorzien is voor 2024; de TAZ innovatieregeling.

Versterking regionaal arbeidsmarktbeleid

Met de subsidie aan RegioPlus voor de uitvoering van het meerjarige beleidsprogramma ‘Samen Regionaal Sterk’ investeert VWS in een goed werkende, landelijk dekkende regionale arbeidsmarktinfrastructuur (gemiddeld € 18 miljoen op jaarbasis voor de periode 2020-2024). Voorts wordt 2024 benut om te verkennen hoe de infrastructuur na 2024 vormgegeven gaat worden.

Meer uren werken

Met een subsidie aan de Stichting Het Potentieel Pakken voor het project ‘Contractuitbreiding in de zorg 2021 ‒ 2024’ (€ 7,2 miljoen over de project­ periode) investeren we in vergroting van het arbeidsaanbod door contrac­ tuitbreiding.

Zeggenschap

Ten aanzien van het thema zeggenschap zijn middelen gereserveerd voor de financiering van een meerjarenplan zeggenschap, teneinde zeggenschap duurzaam te bevorderen. Specifiek ziet de financiering van het meerjarenplan op een verlenging van de Subsidieregeling Veerkracht en Zeggenschap tot en met 2025, alsmede een projectsubsidie voor de projectorganisatie van het Landelijk Actieplan Zeggenschap tot en met 2026. Daarnaast wordt ook de monitor Zeggenschap van 2023 ‒ 2028 bekostigd.

Duurzaamheid en gezondheid

Middels subsidies stimuleren we implementatie van de afspraken in de Green Deal. We investeren in het vergroten van kennis, onderzoek en bewustwording over CO2-redcutie en energiebesparing in zorgvastgoed. Daarnaast investeren we in vergroten van bewustwording, kennis en handelingsperspectief voor zorgprofessionals. Ook steken we geld in onderzoek, kennis en handelingsperspectief om het gebruik van anesthesiegassen (zeer potente broeikasgassen) en het energieverbruik van operatiekamers (energie-intensieve ‘hotspots’) in Nederland te verminderen.

Opdrachten

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

Er wordt via ZonMw geïnvesteerd in het verder ontwikkelen van een onderzoeksinfrastructuur voor verpleegkundigen en verzorgenden. Hiervoor is € 12 miljoen beschikbaar in de periode 2019 ‒ 2025. Dit programma krijgt vervolg tot en met 2030 en wordt vanaf 2025 vanuit de middelen uit het Integraal Zorgakkoord bekostigd. Daarnaast wordt onderzoek gedaan in de ziekenhuissector naar de functiedifferentiatie van mbo- en hbo-opgeleide verpleegkundigen. Hiervoor is € 5,2 miljoen beschikbaar voor de periode 2019 tot oktober 2024.

Discriminatie en gelijke kansen

Rijksbreed wordt ingezet op de versterking van de aanpak van discriminatie. Nog te vaak krijgen Nederlanders mindere kansen omdat zij uitgesloten worden op grond van afkomst, geslacht, kleur, ras, leeftijd, geloof, seksuele geaardheid of beperking. Daarom is VWS gestart met de brede Aanpak Discriminatie en Gelijke Kansen en is hiervoor € 0,9 miljoen vrijgemaakt in 2024. Doel van de aanpak is dat het in 2026 vanzelfsprekend is dat iedere VWS-medewerker staat voor gelijkwaardigheid en er binnen de organisatie beleid wordt opgesteld waarin iedereen in Nederland zichtbaar zichzelf kan zijn en zich veilig kan voelen in de zorg, welzijn én sport.

Pandemische paraatheid

Voor de inrichting van de toekomstige Nationale Zorgreserve is in 2024 een bedrag van € 8,9 miljoen beschikbaar gesteld uit de middelen voor pandemische paraatheid.

Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

Om de Wet BIG meer toekomstbestendig te maken (Kamerstukken II 2021/22, 29282, nr. 461) is de Gezondheidsraad (GR) gevraagd om advies uit te brengen over een toekomstbestendig toetsingskader voor voorbehouden handelingen en nieuwe beroepen. Onderdeel van de adviesaanvraag betreft ook het beleggen van de adviestaak over nieuwe aanvragen voor voorbehouden handelingen en regulering van beroepen bij een onafhankelijke raad (Kamerstukken II 2022/23, 29 282, nr. 522). Ook zal voorlichting over de ruimte die de Wet BIG nu al biedt worden gecontinueerd zodat de opdrachtregeling beter benut gaat worden en bijdraagt aan meer werkplezier en meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt.

Hiernaast zullen activiteiten worden ondernomen om een meer lerend effect van het tuchtrecht te bereiken en zal in 2024 de evaluatie van de rol van de tuchtklachtfunctionaris in gang worden gezet. Om de postacademische beroepenstructuur psychologische zorg in de Wet BIG te vereenvoudigen (Kamerstukken II 2022/23, 29282, nr. 487) wordt in 2024 wet- en regelgeving voorbereid. 

Om te bevorderen dat buitenslands gediplomeerde zorgverleners sneller instromen in de arbeidsmarkt wordt per 1 januari 2024 de Algemene Kennis & Vaardigheden toets (AKV-toets) afgeschaft en vervangen door taalcertificaten, die aantonen dat aanvragers de Nederlandse taalvaardigheid en Engelse leesvaardigheid op het juiste niveau beheersen (Kamerstukken II 2022/23, 29 282, nr. 533). De AKV-toets is onderdeel van de BIG-toelatingsprocedure voor buitenslands gediplomeerde. Hiermee wordt vanaf 2024 de procedure versneld, omdat de aanvragers minder toetsen hoeven af te leggen en de toetscapaciteit wordt vergroot. De taalcertificaten kunnen namelijk worden afgenomen bij een groot aantal taalinstituten.

Overige

Er worden middelen ingezet voor de ontwikkeling van kennis en expertise op het terrein van de zorg, voor beleid en praktijk. Daarbij gaat het onder meer om bijdragen aan het Onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg En Welzijn.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG

Het CIBG is verantwoordelijk voor het beheer van het BIG-register, de uitvoering van diverse besluiten en regelingen met betrekking tot de uitoefening van medische beroepen op de BES eilanden, de erkenning buitenlandse diploma’s en toezicht en handhaving WNT en informatiever strekking hieromtrent. In totaal is voor deze taken in 2024 € 13,8 miljoen gereserveerd.

3. Informatiebeleid

Subsidies

Informatiebeleid

Om de zorgsector te ondersteunen bij de efficiënte inzet van standaarden en informatie, analyseert en duidt het Nationaal ICT Instituut in de Zorg (Nictiz) ontwikkelingen in het gebruik van ICT in de zorg. Tevens fungeert Nictiz als nationaal en internationaal kennis- en expertisecentrum en vervult het een verbindende rol bij de ontwikkeling en het gebruik van ICT in de zorg. Voor inzet van Nictiz is structureel € 9,5 miljoen beschikbaar. Vanuit het Coalitieakkoord is hier, om een versnelling in de standaardisatie van de gegevensuitwisseling in de zorg, voor 2024 € 12,5 miljoen aan toegevoegd. In het kader van het commissievoorstel van de Europese Commissie inzake de European Health Data Space (EHDS) is in 2024 een subsidiebudget van € 2,2 miljoen beschikbaar.

Voor het ontsluiten van informatie voor de patiënt, cliënt of burger wordt gewerkt aan de ontwikkeling van persoonlijke gezondheidsomgevingen (PGO’s). Vanuit de coalitieakkoord middelen is hiervoor voor 2024 € 20,1 miljoen gereserveerd onder meer voor inzet van stichting MedMij en ondersteuning van zorgaanbieders

Bij de verdergaande digitalisering van de zorg en inzet op gegevensuitwisseling is veilige informatiebeveiliging een essentiële voorwaarde. Z-CERT is de sectorale organisatie die zich inzet voor informatiebeveiliging in de zorg. In 2024 is voor Z-CERT een subsidiebudget van € 3,0 miljoen beschikbaar. Aanvullend is voor Z-CERT in 2024 een budget van € 2,1 miljoen beschikbaar gesteld vanuit de coalitieakkoordmiddelen voor standaardisatie van gegevensuitwisseling in de zorg.

Voor de implementatie van de EU richtlijn Network & Information Security (NIS2) en de richtlijn Critical Entities Resilience (CER) is een bedrag van € 4,5 miljoen in 2024 oplopend tot € 7,8 miljoen vanaf 2025 beschikbaar voor de ondersteuning van digitale en fysieke weerbaarheid in de zorgsector.

De resterende € 2,4 miljoen wordt ingezet voor diverse subsidieregelingen.

Opdrachten

Informatiebeleid

De Wegiz levert een belangrijke bijdrage aan eenheid van taal en techniek waardoor gegevensuitwisseling steeds vaker elektronisch en interoperabel zal verlopen. Voor de standaardisatie van zorgdata is het essentieel en vereist dit invulling van eenheid van taal. Hiervoor is € 4,6 miljoen beschikbaar in 2024.

Met het digitaler worden van de zorg neemt ook het risico en de impact van informatiebeveiligings-incidenten toe. VWS ondersteunt het veld hierbij met aanscherping van de wettelijk verplichte informatiebeveiligingsnormen, door instrumenten in te zetten om bewustwording te vergroten en door veldpartijen te stimuleren risicobeperkende maatregelen te treffen en zorg te dragen voor handhaving en toezicht. Hiervoor is in 2024 een opdrachtenbudget van € 3,5 miljoen beschikbaar.

VWS faciliteert de dienstverleners in de zorgsector via ToegangVerleningService (TVS) bij het inrichten van hun digitale toegang conform wet Digitale Overheid en de Europese verordening eIDAS. Digitale ontwikkelingen hebben in het zorgdomein een enorme vaart genomen. Dit is in lijn met de e-healthdoelstellingen van VWS. Omdat het in het zorgdomein gaat om zeer privacy-gevoelige gegevens moet de authenticatie, wie ben ik, goed en betrouwbaar zijn ingeregeld. Het ministerie van VWS werkt aan de verdere digitalisering van de zorgsector. Voor het programma toegang is een opdrachtenbudget van € 13,3 miljoen beschikbaar.

AI-toepassingen kunnen bij passende inzet een bijdrage leveren aan maatschappelijke vraagstukken die spelen in zorg en welzijn. Bijvoorbeeld op het gebied van toegankelijkheid, kwaliteit en beschikbaarheid van (schaarse) zorgprofessionals.  Daarom zet VWS in op het ondersteunen van het veld bij het implementeren en opschalen van passende AI, om hiermee een bijdrage te leveren aan de grote uitdagingen in de zorg. De Europese Commissie stelt veilige en verantwoorde AI voor burgers centraal. Daarom heeft de Commissie een AI Act (verordening) voorgesteld. In 2024 helpt VWS het zorgveld met de voorbereiding op de implementatie van deze AI Act. Hiervoor is in 2024 een budget van € 0,5 miljoen beschikbaar.

Verder zet VWS zich in om gegevens in het geval van spoedeisende zorg beter beschikbaar te maken met de voorbereiding van een wetsvoorstel. Hiervoor is onderzoek nodig naar de technische haalbaarheid van aanwijzing van bepaalde zorgprocessen en communicaties. Parallel zet VWS zich in om door middel van communicatie meer duidelijkheid te bieden over grondslagen voor gegevensuitwisseling van geplande zorg en om meer voor geplande zorg meer duidelijkheid te krijgen over de meest wenselijke balans tussen databeschikbaarheid en vertrouwen. Hiervoor is in 2024 een budget van € 1,2 miljoen beschikbaar.

Voor het ontsluiten van informatie voor de patiënt, cliënt of burger wordt gewerkt aan de ontwikkeling van persoonlijke gezondheidsomgevingen (PGO's). Totaal is er in de begroting 2024 een opdrachtenbudget van € 15,0 miljoen gereserveerd, onder meer voor de financiering van PGO’s.

Zowel in het kader van de intensivering die voortvloeit uit het Coalitieakkoord Rutte IV »Inlichtingen- en veiligheidsdiensten (AIVD en MIVD) en NCTV» als overige afspraken ten aanzien van cyber wordt in 2024 verder doorgewerkt aan het zo breed mogelijk beschikbaar stellen van de dienstverlening van Z-CERT in het zorgveld. Hiervoor is in 2024 een opdrachtenbudget van € 2,7 miljoen beschikbaar. Voor de implementatie van de richtlijn NIS2 en de CER in de sector zorg is een opdrachtenbudget van € 1,5 miljoen beschikbaar.

In het kader van de European Health Data Space (EHDS) is er voor 2024 een opdrachtenbudget van € 1,4 miljoen beschikbaar en voor activiteiten in het kader van databeschikbaarheid een opdrachtenbudget van € 1,7 miljoen.

De resterende € 1,2 miljoen wordt ingezet voor diverse opdrachten.

Overige

Voor uitvoering van het Integraal Zorgakkoord (IZA) is een incidenteel budget beschikbaar van € 2,9 miljoen in 2024 aflopend tot jaarlijks € 2,6 miljoen in 2025-2026. Deze middelen worden onder meer ingezet voor het vergroten van kennis en bekendheid bij patiënten en zorgprofessionals rondom digitale/hybride zorg en voor het verbeteren van digitale vaardigheden en gezondheidsvaardigheden van patiënten.

Voor overige opdrachten is in het kader van innovatie en zorgvernieuwing een structureel budget beschikbaar van € 4,9 miljoen in 2024 oplopend tot € 5,2 miljoen vanaf 2025.

Bijdrage aan agentschappen

Informatiebeleid

Jaarlijks is een bijdrage beschikbaar voor het CIBG voor de Sectorale Berichtenvoorziening in de zorg (SBV-Z), het UZI-register en het Nationaal Contactpunt voor e-Health Nederland (NCPeH). Daarnaast wordt een bijdrage beschikbaar gesteld voor het toekomstbestendig maken van de UZI-middelen. Voor de SBV-Z, het UZI-register, het NCPeH en de vernieuwing van UZI is in 2024 totaal € 14,8 miljoen gereserveerd.

Veilig inloggen door burgers en zorgverleners is ook een belangrijke randvoorwaarde voor veilige digitalisering. VWS levert een bijdrage aan BZK voor het door ontwikkelen, implementeren en stimuleren van het gebruik van veilige authenticatie in de zorg. De komende jaren zal de zorg steeds meer aansluiten op de middelen en voorzieningen van BZK, de juiste betrouwbaarheidsniveaus voor authenticatie gebruiken en zo voldoen aan de Wet digitale overheid. Hiervoor is in 2024 een budget van € 4,0 miljoen beschikbaar.

De resterende € 2,4 miljoen wordt ingezet voor diverse bijdrage aan agentschappen.

4. Inrichting Zorgstelsel

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

CAKHet CAK voert diverse wettelijke taken uit, waaronder het betalen van gelden aan zorginstellingen voor langdurige zorg, het opleggen, innen en incasseren van de eigen bijdragen voor de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de uitvoering van de burgerregelingen (waaronder de regelingen voor de wanbetalers, de gemoedsbezwaarden en de onverzekerden), de buitenlandtaak, de uitvoering van de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden, de vergoeding van zorg aan onverzekerbare vreemdelingen en het verstrekken van Schengen- en Engelstalige verklaringen. In de afgelopen jaren heeft het CAK haar organisatiestructuur aangepast en is zij gestart met een meerjarige veranderopgave om haar uitvoering te verbeteren. In de komende jaren zal het CAK stap voor stap veranderingen doorvoeren. Aanpassingen in de ICT-systemen en een cultuur waarin leren en ontwikkelen gemeengoed is, zijn onder andere nodig om de (continuïteit van de) dienstverlening bij het CAK te garanderen en verder te verbeteren.

In 2024 is € 127,3 miljoen beschikbaar voor het CAK.

Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)De NZa ziet toe op een rechtmatige uitvoering van de Zvw en de Wlz en reguleert tarieven en prestaties in de zorg. Tevens ziet zij toe op naleving van de Wmg. Voor taken die voortvloeien uit het IZA, bijvoorbeeld het opstellen van regio-analyses, het monitoren en aanjagen van regionale samenwerking en het monitoren van doelgroepen is € 2,1 miljoen extra beschikbaar gesteld.

Inclusief de middelen voor het Informatie Knooppunt Zorgfraude (€ 1,7 miljoen) bedraagt het beschikbare budget in 2024 € 76,7 miljoen.

Zorginstituut Nederland (ZiNL)Het Zorginstituut Nederland voert diverse wettelijke taken uit: adviseren over het verzekerde Zvw- en Wlz-pakket, het stimuleren van de verbetering van de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland, er voor zorgen dat iedereen toegang heeft tot begrijpelijke en betrouwbare informatie over de kwaliteit van geleverde zorg, adviseren over de gewenste ontwikkeling van beroepen en opleidingen in de gezondheidszorg, fondsbeheerder van het Zorgverzekeringsfonds (inclusief uitvoering van de risicoverevening) en het Fonds Langdurige Zorg; bevorderen van de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wlz en het adviseren of het wenselijk is dat een nieuw beroep of specialisme in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg moet worden gereguleerd.

We zetten in op Passende Zorg en – als onderdeel hiervan - het verbreden en verbeteren van de toets op het basispakket. In het kader hiervan verricht het Zorginstituut diverse werkzaamheden.

In 2024 is € 76,8 miljoen beschikbaar voor het Zorginstituut.

5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

Subsidies

Zorg, jeugdzorg, welzijn en sport

VWS heeft een budget van € 4,2 miljoen beschikbaar voor subsidies aan de BES-eilanden. Deze middelen worden verleend aan instellingen voor de uitvoering van de jeugdzorg en voor activiteiten in het kader van het sport- en preventieakkoord.

Bekostiging

Bekostiging Zorg en WelzijnEr is een budget van € 167,4 miljoen beschikbaar voor de bekostiging van de zorg en welzijn op de BES-eilanden. Voor de zorg op Caribisch Nederland die voortvloeien uit het Besluit Zorgverzekering BES wordt € 150,9 miljoen ingezet en € 9,7 miljoen voor ouderenzorg en maatschappelijke ondersteuning. € 4,6 miljoen is gereserveerd voor de uitvoering van tweedelijns jeugdzorg (inclusief pleegzorg). Daarnaast is € 2,2 miljoen beschikbaar voor sport en preventie.

Opdrachten

Opdrachten ZorgVoor pandemische paraatheid is voor 2024 € 1,7 miljoen begroot, voor 2025 € 2 miljoen, en vanaf 2026 structureel € 2,5 miljoen. Deze middelen worden ingezet om een regionale International Health Regulations (IHR) hub in te richten met als doel de publieke gezondheidszorg en infectieziektebestrijding in het Caribisch deel van het Koninkrijk te versterken en de expertise en innovatiekracht in de regio te vergroten. De regionale IHR hub is een gezamenlijk project met de Landen van het Koninkrijk.

Bijdragen aan medeoverheden

Overige

VWS verstrekt jaarlijks bijzondere uitkeringen aan de openbare lichamen op basis van artikel 92 lid 2 sub c Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Hiervoor is € 5,2 miljoen begroot. De uitkeringen zijn bestemd voor de opbouw en uitvoering van verschillende activiteiten op het VWS domein zoals Huiselijk geweld en Kindermishandeling, Publieke Gezondheid, preventie en sport en bewegen. De uitkeringen worden verstrekt op aanvraag en in nauw overleg met de openbare lichamen, al dan niet vastgelegd in een afzonderlijk akkoord. De looptijd van de afspraken wisselt. Er vinden periodieke overleggen plaats met de openbare lichamen om de voortgang te monitoren. De financiële verantwoording verloopt via de jaarrekening van de openbare lichamen.

3.5 Artikel 5 Jeugd

A. Algemene doelstelling

Kinderen in Nederland groeien gezond en veilig op, ontwikkelen hun talenten en doen mee aan de samenleving.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Ouders/verzorgers zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van hun kinderen. Als ouders of het ondersteunende sociale netwerk hun rol niet kunnen vervullen, is er een taak weggelegd voor de overheid om jeugdigen met hulp op maat naar een zelfstandige toekomst te leiden. Kinderen wiens veiligheid in het geding is of die in hun ontwik­keling worden bedreigd, moeten passende hulp krijgen en indien nodig in bescherming worden genomen.

Met de invoering van de Jeugdwet op 1 januari 2015 zijn gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor de ondersteuning, hulp en zorg van jeugdigen (jeugdhulp). De ministers van VWS en JenV zijn systeemverantwoordelijk voor het gedecentraliseerde stelsel van jeugdhulp, waaronder het wettelijk kader (de Jeugdwet).

De minister is verantwoordelijk voor:

Regisseren: van het wettelijk kader. De Jeugdwet bevat regels voor de inrichting van het jeugdstelsel waaraan gemeenten, jeugdhulpaanbieders en andere partijen moeten voldoen. Onder andere is dit op het gebied van toegang, kwaliteit en beleidsinformatie. De minister voert bestuurlijk overleg met de relevante actoren gericht op het realiseren van de maatschappelijke doelen van het jeugdstelsel. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie van Justitie en Veiligheid (JenV) zijn verantwoordelijk voor onafhankelijk toezicht op de aanbieders van jeugdhulp. De Jeugdautoriteit heeft de taak om risico's met betrekking tot de continuïteit van cruciale zorg voor jeugdigen te signaleren, te voorkomen en op te kunnen vangen. De minister is bovendien verantwoordelijk voor het monitoren en evalueren van de werking van het jeugdstelsel.

Financieren: van de gemeenten via het gemeentefonds en uitkeringen om hun verantwoordelijkheid voor jeugdhulp op grond van de Jeugdwet waar te kunnen maken. Daarnaast ook het uitvoeren van de Subsidieregeling schippersinternaten en subsidiëren van vertrouwenswerken als de kindertelefoon.

Stimuleren: de minister bevordert dat de actoren in het jeugdstelsel de jeugdhulp merkbaar en meetbaar beter maken voor de cliënt, de kwaliteit van de jeugdhulp borgen en waar nodig is verbeteren. Daarnaast zorgt de minsiter voor verbetering van de samenhang tussen beleid en uitvoering op de terreinen van zorg, school en werk. Als laatste zorgt hij voor een landelijke kennisinfrastructuur voor beleidsontwikkeling en -implementatie en zorgvernieuwing.

C. Beleidswijzigingen

Hervormingen jeugdzorg

In juni 2023 is de Hervormingsagenda Jeugd definitief vastgesteld (Voortgang Jeugd). In april 2023 maakten Rijk en VNG afspraken over het financieel kader van de Hervormingsagenda t/m 2028. De inhoudelijke richting van de Hervormingsagenda is in samenspraak met de betrokken partijen (Rijk, VNG, aanbieders, clientorganisaties en zorgprofessionals) tot stand gekomen. De Hervormingsagenda jeugd beschrijft de aanpak van een grote transitie die we de komende jaren met elkaar moeten maken. Ondanks de demissionaire status van het kabinet wil het kabinet betekenisvolle stappen zetten in deze transitie en de implementatie van de Hervormingsagenda. De agenda bestaat uit een groot pakket inhoudelijke maatregelen die moeten leiden tot beter passende zorg voor (met name kwetsbare) jeugdigen en gezinnen binnen een stelsel dat houdbaar is voor de toekomst (zowel financieel als in menskracht). De structurele besparingsopgave is € 1 miljard met een ingroeipad. De eerste stappen van de implementatie van de Hervormingsagenda zijn reeds in 2023 gezet en zullen in 2024 worden vervolgd.

Met de definitieve vaststelling van de Hervormingsagenda is ook een meerjarig financieel kader vastgesteld (zie bijlage 1 van de Hervormingsagenda). In totaal wordt in 2024 € 1,45 miljard extra beschikbaar gesteld voor jeugdzorg. Een deel van de investeringen (€ 82 miljoen) en uitvoeringskosten (€ 9 miljoen) van de Hervormingsagenda worden ingezet vanaf de begroting van het ministerie van VWS (zie verder onder randvoorwaarden). Het resterende, overgrote deel van deze middelen zijn belegd in het gemeentefonds. De € 1,45 miljard is gebaseerd op het advies van de Commissie van Wijzen. Deze is o.a. gecorrigeerd met een verzachting van het ingroeipad. Het demissionaire kabinet heeft in de Hervormingsagenda met de betrokken partijen afspraken gemaakt over maatregelen, die in 2024 dienen te leiden tot een verlaging van de jeugdzorguitgaven van € 374 miljoen.

De aanvullende besparing uit het coalitieakkoord op de Hervormingsagenda voor 2024 (€ 100 miljoen) is komen te vervallen.

Kinderen en gezinnen goed beschermd

Kinderen moeten veilig kunnen opgroeien. Als er onveiligheid is in een gezin of sprake van een ontwikkelingsbedreiging is het nodig bescherming te bieden en te werken aan duurzame oplossingen met een brede blik voor de problemen in een gezin. Professionals, gemeenten, organisaties, gezinnen en hun netwerk hebben hier een rol.

In opdracht van de ministeries JenV en VWS en de VNG is het programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming begin 2023 gestart. In 2024 worden de regio’s ondersteund bij het verder verbeteren van de steun, hulp en bescherming van gezinnen die te maken hebben met geweld of waar ontwikkelingsbedreiging van een kind aan de orde is. Versterking van de lokale teams en het samenbrengen van deskundigheid bij onveiligheid vormt de kern. Vanuit de praktijk wordt het scenario getoetst in elf proeftuinen en worden kaders voor werkwijzen opgesteld.

Het ministerie van VWS werkt in 2024 aan de doorontwikkeling van specifieke onderdelen om kindermishandeling te bestrijden, zoals aandacht voor het gebruik van de meldcode, de informatiepositie van kinderen en ouders op het grensvlak van het vrijwillig en gedwongen kader als onderdeel van het verbeteren van de rechtsbescherming, het versterken van de samenhang tussen kind- en volwassenenproblematiek, het versterken van een laagdrempelige hulp- en adviesstructuur en aandacht voor het betrekken van kinderen.

In 2024 verschijnt het onderzoek in dertien regio’s naar hoe het gaat met gezinnen na een melding bij Veilig Thuis. Deze gegevens worden verwerkt in de impactmonitor huiselijk geweld en kindermishandeling die twee keer per jaar als dashboard door het CBS wordt gepubliceerd.

Daarnaast wordt in 2024 bijgedragen aan het Nationaal actieplan seksueel geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag, het programma Samen tegen mensenhandel en worden activiteiten in samenhang met de aanpak van huiselijk geweld uitgevoerd.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 47 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

105.723

181.057

162.286

197.001

101.747

101.823

102.048

         
 

Uitgaven

101.156

150.674

192.669

197.001

101.747

101.823

102.048

         

5.30

Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel

101.156

150.674

192.669

197.001

101.747

101.823

102.048

 

Subsidies (regelingen)

59.526

101.652

148.038

152.373

57.054

57.042

57.342

 

Kennis en informatiebeleid

13.937

14.194

13.778

13.778

13.781

13.778

13.778

 

Jeugdbeleid

14.831

48.312

104.161

108.571

13.353

13.350

13.650

 

Jeugdstelsel

30.758

39.146

30.099

30.024

29.920

29.914

29.914

 

Opdrachten

11.484

15.085

10.697

10.695

10.755

10.848

10.773

 

Kennis en informatiebeleid

1.484

2.510

2.462

2.461

2.461

2.461

2.461

 

Jeugdbeleid

9.507

11.960

7.620

7.619

7.679

7.772

7.697

 

Jeugdstelsel

493

615

615

615

615

615

615

 

Bijdrage aan agentschappen

1.721

1.527

1.526

1.525

1.525

1.525

1.525

 

Overige

1.721

1.527

1.526

1.525

1.525

1.525

1.525

 

Bijdrage aan medeoverheden

28.425

32.155

32.153

32.153

32.158

32.153

32.153

 

Overige

28.425

32.155

32.153

32.153

32.158

32.153

32.153

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

255

255

255

255

255

255

 

Overige

0

255

255

255

255

255

255

         
 

Ontvangsten

3.244

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

         

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget 2024 van € 148 miljoen is circa € 99,6% juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden in verband met de aangegane verplichtingen voor instellingssubsidies en (meerjarige) projectsubsidies. Het betreft hier o.a. financiering van de schippersinternaten, het Nederlands jeugdinstituut, de Nationale jeugdraad, LOC, de Nederlandse vereniging pleeggezinnen, Kinderrechtencollectief, GGD GHOR, het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling (LECK), Kindertelefoon en het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ). Daarnaast worden er ook een aantal projectsubsidies gefinancierd rondom de thema's kindermishandeling en huiselijk geweld, gepaste zorg, zorg voor de jeugd, jeugdzorg plus, pleegzorg, professionalisering en de hervormingsagenda. De overige middelen zijn beleidsmatig gereserveerd voor subsidies Zorg voor de Jeugd en voor de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld.

Opdrachten

Van het beschikbare budget in 2024 van € 10,7 miljoen, is 85,1% juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden. De overige middelen zijn beleidsmatig gereserveerd voor de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld, professionalisering, vakmanschap, gepaste zorg, kinderrechten en kennis- en informatiebeleid.

Bijdrage aan agentschappenVan het beschikbare bedrag van € 1,5 miljoen is 100% juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden. Het betreft een bijdrage aan het CIBG voor de uitvoeringskosten, het jaardocument Jeugd en het beheer van de Verwijsindex risicojongeren.

Bijdrage aan medeoverheden (BMO)

Van het beschikbare bedrag van € 32,2 miljoen is 100% juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden. Het betreft hier budget ten behoeve van de specifieke uitkeringen voor randvoorwaardelijke functies jeugdhulp. Zie nadere toelichting onder onderdeel E toelichting op financiële instrumenten.

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

Van het beschikbare bedrag van € 0,3 miljoen is 100% juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden.

Tabel 48 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

45,5%

bestuurlijk gebonden

47,8%

beleidsmatig gereserveerd

6,7%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

E. Toelichting op de financiële instrumenten
3. Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel

Subsidies en opdrachten

Kennis en informatiebeleidVoor ‘Kennis en informatiebeleid’ is een bedrag van circa € 16,2 miljoen beschikbaar voor opdrachten en subsidies. De middelen zijn onder andere beschikbaar voor het verzamelen van gegevens ten behoeve van beleidsinformatie jeugd door het CBS. Het CBS publiceert twee keer per jaar statistieken en rapportages over het jeugdhulpgebruik per gemeente. Op basis van de halfjaarlijkse rapportages wordt jaarlijks een viertal nadere onderzoeken uitgezet, om verschillende scores op het jeugdhulpgebruik bij gelijksoortige gemeenten te verklaren. De Jeugdmonitor wordt eenmaal per jaar gepubliceerd om de situatie te laten zien van de jeugd aan de hand van maatschappelijke indicatoren die het brede jeugdveld bestrijken. De indicatoren zijn: wonen, school, werken, middelengebruik, politiecontacten en kindermishandeling.

Het Nederlands Jeugdinstituut heeft een publieke kennistaak voor het jeugdveld en ontvangt voor de uitvoering daarvan een instellingssubsidie van circa € 11,5 miljoen om actuele en betrouwbare kennis over jeugd, vakmanschap en de organisatie van het jeugdveld aan eenieder en om niet aan te kunnen bieden.

Jeugdbeleid

Aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld

Kinderen en gezinnen goed beschermdVoor de verschillende onderdelen in de aanpak van kindermishandeling en het beschermen van kinderen en gezinnen is circa € 4,1 miljoen beschikbaar. Dit wordt ingezet middels subsidies en opdrachten.

Tabel 49 Jongeren met jeugdhulp1, jeugdhulptrajecten23
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Jongeren met jeugdhulp

       

Totaal jeugdhulp gebruik

443620

n.n.b.

Totaal Jeugdhulp zonder verblijf

392035

405710

397680

424300

n.n.b.

Totaal jeugdhulp met verblijf

42770

43345

42470

43900

n.n.b.

        

Jeugdhulptrajecten

       

Totaal jeugdhulp

  

335695

281810

269020

287870

n.n.b.

% Jeugdhulptrajecten zonder verblijf

  

93,3

93,1

93,1

93,9

n.n.b.

% Jeugdhulptrajecten met verblijf

  

6,7

6,9

6,9

6,1

n.n.b.

        

Kunt u verder zonder hulp?

PM

PM

PM

PM

        

% Herhaald beroep bij start traject

25,1

23,4

28,5

23

Passende jeugdhulp (% traject eenzijdig door cliënt beëindigd)

3,4

3,8

3,5

3,4

X Noot
1

X Noot
2

X Noot
3

Herhaald beroep start traject wil zeggen dat jongeren die in bijvoorbeeld 2021 een jeugdhulptraject startten, in de vijf voorafgaande jaren al eerder jeugdhulp hadden

Zorg voor de jeugdIn 2024 is op het budget ‘Zorg voor de Jeugd’ circa € 100,5 miljoen gereserveerd voor subsidies en € 7,1 miljoen voor opdrachten. Onder dit budget wordt een aantal deelactiviteiten onderscheiden die o.a. bijdragen aan de principes van de Hervormingsagenda:

Passende zorg

Regionale samenwerkingPassende zorg dient beschikbaar te zijn voor de meest kwetsbare kinderen en jongeren. Zorg die regionaal of landelijk slechts voor een aantal kinderen nodig is moet ingekocht worden op de schaal waar deze zo simpel en effectief mogelijk georganiseerd kan worden. De regionale inkoop van vormen van specialistische zorg wordt daarom verplicht. Een beperkt aantal zorgvormen vraagt om organisatie op landelijke schaal, omdat deze zorg hoogspecialistisch is en weinig voorkomt. Tevens wordt vastgelegd welke gemeenten samenwerken in welke jeugdregio. Eind 2023 wordt het wetsvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’ hiertoe ingediend bij de Tweede Kamer. In 2024 wordt ook de bijbehorende lagere regelgeving voorbereid. VWS ondersteunt gemeenten en aanbieders bij het verbeteren van hun opdrachtgever- en opdrachtnemerschap in de regio en bij de voorbereidingen en implementatie van het in voorbereiding zijnde wetsvoorstel. VWS ondersteunt ook de (door)ontwikkeling van de wijze waarop specifieke vormen van hoog specialistische zorg op landelijk niveau worden georganiseerd. Hiertoe zullen in 2024 verschillende opdrachten verleend worden. In het kader van de Hervormingsagenda Jeugd – dit wordt nader toegelicht onder randvoorwaarden verbeteren – is € 2 miljoen beschikbaar voor regionalisering en standaardisatie uitvoering in 2024.

Investeren in gezinsgericht opgroeien Het komend jaar wordt de positie van gezinshuizen in het stelsel van jeugdhulp verder ontwikkeld met als prioriteit de kwaliteitscriteria. De bestuurlijke akkoorden over gezinshuizen en (verlengde) pleegzorg gaat VWS samen met gemeenten en aanbieders evalueren, conform motie Raemakers en Ceder (Kamerstukken II 2021/2022 35833, nr. 22). Pleegzorg heeft een cruciale plek binnen de jeugdzorg. In samenwerking met aanbieders en gemeenten worden zoals in eerdere jaren, campagnes ingezet om nieuwe pleegouders te werven en wordt samen met de sector geïnvesteerd in de begeleiding en ondersteuning van pleegouders zodat zij pleegouder willen en kunnen blijven.

Het terugdringen van het gebruik van residentiële jeugdhulp (open driemilieus en gesloten jeugdhulp) en de residentiële jeugdhulp transformeren naar kleinschalige voorzieningen zijn onderdeel van de Hervormingsagenda. Samen met aanbieders en gemeenten geeft VWS in 2024 verder uitvoering aan het reeds gestarte plan Af- en ombouw gesloten jeugdhulp en opbouw alternatieven (Van groot naar klein, van gesloten naar open en van uit huis naar thuis). Bij de uitvoering daarvan blijven ervaringsdeskundigen nauw betrokken. VWS ondersteunt de aanbieders van (gesloten) residentiële jeugdhulp met de reeds gestarte subsidiëring van het meerjarige programma kleinschaligheid en het project terugdringen vrijheidsbeperkende maatregelen voor een totaal bedrag van circa € 0,4 miljoen in 2024.

Aanpak wachttijdenIn april 2021 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen Rijk en VNG over het aanpakken van wachttijden. De Aanpak Wachttijden is uitgewerkt in een plan van aanpak en loopt t/m 2025. Er is jaarlijks een bedrag van € 3 miljoen nodig voor de uitvoering van de Aanpak door het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd. Voor 2024 betekent het dat een bedrag van € 3 miljoen als subsidie wordt verleend. 

Oplossen en leren van complexe casuïstiekElke jeugdhulpregio heeft een regionaal expertteam. De belangrijkste taken van dit team zijn:

1. Voor iedere jeugdige en het gezin uit de regio een passende oplossing met perspectief, ongeacht de complexiteit van de zorgvraag;

2. Een bijdrage leveren aan een lerend jeugdstelsel door te leren van casuïstiek.

In 2024 wordt wettelijk vastgelegd dat elke jeugdhulpregio een dergelijk team moet organiseren (voor zover dit nog niet het geval is).

Om regionale expertteams te ondersteunen in hun taak zijn er acht bovenregionale expertisenetwerken. Via het amendement Klaver en Westerveld is vanaf 2021 structureel € 26 miljoen beschikbaar voor de bovenregionale expertisenetwerken jeugdhulp (Kamerstukken II 2019/20, 35300- XVI, nr. 7). Hiervan wordt € 25 miljoen direct uitgekeerd aan acht coördinerende gemeenten via de specifieke uitkering randvoorwaardelijke functies jeugdhulp en is € 1 miljoen beschikbaar voor de ondersteuning van de expertisenetwerken en de landelijke kennis- en leerfunctie. De middelen voor de specifieke uitkering zijn budgettair opgenomen onder het budget Bijdrage aan medeoverheden, en worden daar ook kort benoemd.

Elk expertisenetwerk voorziet in drie functies:

1) consultatie en advies,2) organiseren van hulp,3) kennis en leren.

In 2024 geven deze bovenregionale gremia vanuit een onafhankelijke 'positie ondersteuning aan jeugdhulpregio’s, regionale expertteams en zorgaanbieders om jeugdigen met meervoudige en complexe hulpvragen beter en sneller te ondersteunen. Door met elkaar te leren waar precies de knelpunten zitten en dit op de juiste plekken te agenderen, dragen de expertisenetwerken op (boven)regionaal en landelijk niveau bij aan een lerend jeugdstelsel voor complexe casuïstiek.

Het gewone leven versterken

Versterken van de veerkracht en bevorderen van participatie van kinderen en jongerenHet is belangrijk dat kinderen en gezinnen veerkrachtig zijn en samen met hun sociale netwerk en leefomgeving problemen het hoofd kunnen bieden. In 2024 vervolgt VWS de in 2023 gestarte maatschappelijke dialoog over normaal opgroeien en opvoeden met als doel dat op steeds meer plekken het gesprek hierover gevoerd wordt. VWS zet via het GALA extra in op het programma Kansrijke Start, de aanpak «Opgroeien in een Kansrijke Omgeving» (OKO) en het versterken van de sociale en pedagogische basis. Onderwijs en kinderopvang zijn onderdeel van de sociale en pedagogische basis waarin kinderen opgroeien. In de ‘Verbindingsroute opvang, onderwijs en zorg’ worden hierover met partijen afspraken gemaakt. Daarbij wordt aangesloten bij het experiment OZA wat meer ruimte biedt voor maatwerk in onderwijs en zorg. Dit experiment duurt vijf jaar en wordt gedurende de looptijd gemonitord. Voor dit experiment wordt voor de periode 2023-2028, jaarlijks € 0,3 miljoen gereserveerd.  Voor «Zorg in Onderwijstijd» wordt in 2024 gewerkt aan het collectief en beschikkingsvrij organiseren van Zorg in Onderwijstijd op cluster 3 en 4 scholen.  De subsidie aan de onderwijszorgconsulenten voor de ondersteuning van ouders en kinderen bij een passend aanbod voor onderwijs en zorg is in 2023 geëvalueerd.

VWS werkt in de aanpak «Mentale gezondheid van ons allemaal», aan het versterken van de mentale gezondheid van jongeren op school, online, in de buurt en op het werk. Voor jongeren wordt onder meer extra ingezet op zichtbaar en vindbaarheid van professionele laagdrempelige ondersteuning en het welbevinden van jongeren op school waarvoor een bedrag van € 1,1 miljoen aan subsidie wordt verleend in 2024.

Het is belangrijk dat kinderen, jongeren en ouders kunnen meepraten en – beslissen. Dit is een kinderrecht (VN Verdrag). Bovendien draagt het bij aan reflectie van professionals op hun handelen. Voor het bevorderen van jongerenparticipatie en ervaringsdeskundigheid werkt VWS samen met onder andere de NJR (Nationale Jeugdraad) die hiervoor van VWS instellingssubsidie ontvangt. Daarnaast worden jongeren bij verschillende beleidsdossiers betrokken. Ook wordt verkend of het ontwikkelen van een nationale jeugdstrategie meerwaarde heeft.

Verbeteren van de toegang tot jeugdhulp voor kinderen en gezinnen   Om passende jeugdhulp te kunnen bieden, het gewone leven te versterken en grip te krijgen op de uitgaven in de jeugdhulp, is het van belang dat lokale teams worden doorontwikkeld. We versterken de lokale toegang met stevige lokale teams, waarin goed opgeleide professionals werken die in verbinding staan met specialisten. Dit is een belangrijk onderdeel van de Hervormingsagenda Jeugd. De VNG richt hiervoor, samen met VWS en andere partijen een ondersteuningsstructuur in, gericht op gemeenten en lokale teams. Met subsidies (o.a. via de hervormingsagenda) aan VNG, kennisinstituten en andere veldpartijen wordt het collectief leren van lokale teams gefaciliteerd en worden gemeenten en lokale teams gestimuleerd de toegang te versterken. In de doorontwikkeling van stevige lokale teams is er ook specifiek aandacht voor de doelgroep jeugdigen met een levenslange, levensloop en levensbrede beperking/aandoening (triple l). Ook wordt de komende jaren ingezet op versterken van de samenwerking met informele steun(figuren). Onder meer door het vergroten van de vakbekwaamheid van professionals en door een plan te ondersteunen van zeven grote zorgaanbieders van residentiële jeugdhulp om met de inzet van het informele steunfiguur het aantal uithuisplaatsingen substantieel terug te dringen. Op het thema lokale teams en informele steun is circa € 0,7 miljoen aan subsidiemiddelen gereserveerd in 2024.

Minder marktwerking, meer samenwerking en betere inkoop van zorg   Ook in 2024 stelt VWS middelen beschikbaar om te komen tot eenvoudigere uitvoering en inkoop, minder administratieve lasten en de aanpak van doorgeschoten marktwerking. In het verlengde van de afspraken over regionale samenwerking bevat de Hervormingsagenda voorstellen om de inkoop, administratie, uitvoering en verantwoording verdergaand te harmoniseren en te standaardiseren met als sluitstuk het vaststellen van landelijke tarieven voor de specialistische zorg. Als startpunt gaan we met gemeenten en aanbieders de uitvoering van de regionale en landelijke inkoop optimaliseren door het harmoniseren van alle administratieve processen in de regio voor tenminste regionaal in te kopen jeugdzorgvormen. Wij zijn voornemens om dit onderdeel te maken van het wetsvoorstel 'Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg'. In 2024 bekijken we samen met gemeenten en aanbieders wat aanvullend nog nodig is om de inkoop, contractering, administratieve afhandeling en verantwoording van jeugdzorg te vereenvoudigen voor de zorgvormen die op regionaal en landelijk niveau zullen moeten worden ingekocht. Daarnaast wordt vanuit de Hervormingsagenda ingezet op de aanpak van doorgeschoten marktwerking. Voor deze aanpak is het van groot belang om de inkooprol van gemeenten te versterken. Gedurende de looptijd van de Hervormingsagenda zal het Ketenbureau gemeenten (en aanbieders) daarom ondersteunen via het delen van kennis, expertise en waar nodig bemiddeling. Meer specifiek bevat de Hervormingsagenda diverse maatregelen om doorgeschoten marktwerking in de jeugdhulp aan te pakken, zoals de AMvB ‘Reële prijzen Jeugdwet’ die in mei 2023 is voorgehangen bij de Eerste en Tweede Kamer. Daarnaast versterken we de financiële bedrijfsvoering van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen door in het wetsvoorstel ‘Wet Verbeteringen beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’ verplichtingen op te nemen ten aanzien van de bestuursstructuur en financiële bedrijfsvoering. Tot slot voorziet het wetsvoorstel ‘Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (wibz)’ in normen voor een integere bedrijfsvoering. Ook wordt er een grondslag opgenomen om voorwaarden te kunnen stellen aan het uitkeren van winst door jeugdhulpaanbieders. Hevoornemen is om het wetsvoorstel in de tweede helft van dit jaar voor advies aan te bieden aan de Raad van State.

Verbetering kwaliteit en effectiviteit van jeugdzorgVerbeteren van kwaliteit en effectiviteit is één van de leidende principes bij de hervormingen van de jeugdzorg. Er is in 2023 door een kwartiermaker advies uitgebracht over het organiseren van een duurzame structuur die kwaliteitsontwikkeling en blijvend leren borgt met en voor het veld (Kwaliteit en blijvend leren in de jeugdhulp: Van praten naar doen | Rapport | voor Jeugd & Gezin (voordejeugdenhetgezin.nl)). De eerste stappen voor het realiseren van deze structuur zijn reeds gezet en worden voortgezet. De werkorganisatie gaat na oprichting aan de slag met  een voorstel voor een gezamenlijke set gedragen kwaliteitskaders en ze maakt een meerjarige implementatie- en onderzoeksagenda. Ook doet de werkorganisatie voorstellen voor aanpassingen in de praktijk die bijdragen aan het blijvend leren van professionals. Deze afspraken zijn geborgd in de Hervormingsagenda Jeugd. Hiervoor is € 6,7 miljoen in 2024 beschikbaar gesteld (Hervormingsagenda Jeugd - Concept | Publicatie | voor Jeugd & Gezin (voordejeugdenhetgezin.nl)).

Randvoorwaarden verbeteren 

Het versterken van vakmanschap jeugd- en gezinsprofessionals           Vanuit de instellingssubsidie aan het Nederlands Jeugdinstituut wordt in 2024 het richtlijnenprogramma jeugdhulp en jeugdbescherming en het platform Vakmanschap gefinancierd. De middelen worden ingezet voor het ontwikkelen, onderhouden en implementeren van richtlijnen en het faciliteren van kennisuitwisseling en -toepassing met en door jeugdprofessionals.

Verder wordt in 2024 een projectsubsidie verleend aan het arbeidsmarktfonds FCB voor het uitvoeren van een arbeidsmarktagenda, waarvoor circa € 1 miljoen is gereserveerd.

Uitvoering Hervormingsagenda Voor een deel van de investeringen en uitvoeringskosten van de Hervormingsagenda is € 91 miljoen uit de extra middelen voor jeugdzorg in 2024 overgeheveld naar de VWS-begroting 2024. Deze € 91 miljoen is enerzijds bestemd voor de uitvoering van de Hervormingsagenda in 2024 (€ 9 miljoen) en anderzijds voor de inzet van benodigde investeringen: € 3 miljoen voor aanpak wachttijden, € 2 miljoen voor regionalisering/standaardisatie uitvoering, € 7 miljoen voor kwaliteit en € 70 miljoen voor frictie- en coördinatiekosten voor de af- en ombouw van de huidige grootschalige (gesloten) residentiële jeugdhulp. Besteding vindt plaats in samenspraak met de VNG.                  

Jeugdstelsel

Voor het budget ‘Jeugdstelsel’ is een bedrag van circa € 30,1 miljoen beschikbaar voor subsidies en € 0,6 miljoen voor opdrachten. Middels het beschikbare budget worden diverse activiteiten gefinancierd.

Voor de opvang en verzorging van minderjarige kinderen van binnen schippers, kermisexploitanten en circusartiesten ontvangen internaten subsidie waarvoor circa € 15,5 miljoen jaarlijks beschikbaar is. Voor de wettelijke gecentraliseerde taak van de luisterlijn en het vertrouwenswerk, de Kindertelefoon en het Advies- en klachtenbureau jeugdzorg, is in de begroting een bedrag van circa € 14,4 miljoen aan subsidiemiddelen beschikbaar.

In 2024 wordt € 3,6 miljoen beschikbaar gesteld voor de Jeugdautoriteit. Hiervan is € 0,6 miljoen geserveerd voor het uitzetten van diverse opdrachten. De Jeugdautoriteit is op 1 januari 2019 opgericht om bij te dragen aan de borging van continuïteit van jeugdhulp, jeugdbescherming of jeugdreclassering, door te signaleren, te voorkomen en op te vangen. De positie en taken van de Jeugdautoriteit zijn vastgelegd in het Instellingsbesluit Jeugdautoriteit. Daarbij adviseert de Jeugdautoriteit het Rijk over de 'Subsidieregeling Continuïteit Cruciale Jeugdzorg'. Een aantal inzicht- en toezichttaken - op het terrein van zorg voor jeugdigen - die nu deels bij de Jeugdautoriteit zijn belegd wordt wettelijk vastgelegd. Ter voorbereiding hierop is voor 2024 € 0,4 miljoen beschikbaar gesteld voor de Nederlandse Zorgautoriteit.

Bijdragen aan mede overhedenVoor ‘Bijdragen aan mede overheden’ (BMO) is een bedrag van circa € 32,2 miljoen beschikbaar voor de specifieke uitkering aan gemeenten t.b.v. drie randvoorwaardelijke functies jeugdhulp, namelijk de expertisenetwerken jeugdhulp, de academisch centrum kinder- en jeugdpsychiatrie (ACKJP) en de plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp.

Ontvangsten

OverigeDe ontvangsten in 2024 betreffen voornamelijk middelen vanuit niet volledig uitgeputte subsidies. Deze ontvangsten worden voor 2024 geraamd op € 2,4 miljoen.

3.6 Artikel 6 Sport en bewegen

A. Algemene doelstelling

Een sportieve samenleving waarbij plezier in sport en bewegen belangrijk is, waarin voor iedereen passende en veilige sport- en beweegmogelijkheden aanwezig zijn en topsport mensen inspireert en samenbrengt.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor het landelijke sportbeleid. Sport en bewegen dragen in belangrijke mate bij aan een betere gezondheid, aan het verbeteren van leefbaarheid en veiligheid, sociale samenhang en integratie, aan het verbeteren van de schoolprestaties en het verminderen van schooluitval. Daarnaast erkent de minister de intrinsieke waarde van sport en het belang van sportevenementen. Vanuit die verantwoordelijkheid vervult de minister de volgende rollen:

Stimuleren: van samenwerking tussen relevante partijen om op lokaal niveau sportmogelijkheden te bewerkstelligen, van bevorderen van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling.

Financieren: van programma’s die bijdragen aan voor iedereen passende en veilige sport- en beweeginfrastructuur, van internationaal aansprekende sportevenementen, van topsport vanuit een gezamenlijke strategie met betrekking tot het zichtbaar maken en vergroten van de maatschappelijke waarde van topsport, van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling.

Regisseren: het bijeenbrengen van gemeenten, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en provincies om tot een gezamenlijke beleidsagenda te komen.

C. Beleidswijzigingen

Met de brief «Stand van zaken met betrekking tot de energieprijzen en sport» (Kamerstukken II 2022/23 30234, nr. 363) is de Tweede Kamer geïnformeerd over de opzet om via een verkenning, samen met gemeenten, de sport en andere relevante partijen, te komen tot een versnellingsaanpak met betrekking tot de verduurzamingsopgave in de sportsector. Verduurzaming in de sport kan worden versneld, maar daarvoor is een gezamenlijke aanpak nodig waarin verschillende partijen – zoals in ieder geval overheid, sport, bedrijfsleven en financiers – een rol spelen. Pijlers voor een aanpak op verduurzaming in de sport zijn: (1) het optimaal inzetten van beschikbaar gestelde generieke instrumenten, (2) financieringsvormen die aansluiten bij de sport, en (3) passende ondersteuning, en duidelijkheid hierin over rolverdeling en coördinatie. In 2024 verwachten we het plan van aanpak verder uit te werken.

De Tweede Kamer is met het actieplan ‘Nederland beweegt’ (Kamerstukken II 2022/23 32793, nr. 694) geïnformeerd over de aanpak van bewegen. Veel Nederlanders bewegen te weinig. Het actieplan ‘Nederland beweegt’ zet in op het creëren van de juiste randvoorwaarden om bewegen gedurende de dag te stimuleren, het breed op de agenda krijgen van bewegen en op het stimuleren van initiatieven om meer Nederlanders in beweging te krijgen.

In de brief «Uitwerking hoofdlijnen Sportakkoord II, Sport versterkt» (Kamerstukken II 2022/23 30234, nr. 364) is het werkplan Sportakkoord en de relatie met het Strategisch kader topsport beschreven.

In het werkplan wordt beschreven op welke wijze we invulling geven aan de afspraken en daarmee aan het sportbeleid op het gebied van Sportparticipatie en Topsport de komende jaren. Inhoudelijk gaan de partners daarbij uit van zes thema’s zoals vastgesteld in het Hoofdlijnen Sportakkoord II.

VWS, NOC*NSF en VSG hebben een gezamenlijke topsportstrategie ontwikkeld (Strategisch Kader Topsport 2032). Deze strategie is onderdeel van het werkplan Sportakkoord II, maar kent een eigen opzet, looptijd, dynamiek en partners doordat het topsportsysteem anders werkt dan de breedtesport.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 50 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

438.868

713.212

414.147

421.316

409.888

505.474

506.307

         
 

Uitgaven

469.573

708.771

439.557

437.906

420.688

505.474

506.307

         

6.40

Sport verenigt Nederland

469.573

708.771

439.557

437.906

420.688

505.474

506.307

 

Subsidies (regelingen)

190.003

259.140

221.089

221.891

194.913

208.390

210.233

 

Sportakkoord

114.645

160.115

124.161

124.851

100.972

108.421

108.421

 

Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties

64.146

81.874

81.607

81.576

81.588

81.578

81.578

 

Kennis en innovatie

11.212

17.151

15.321

15.464

12.353

18.391

20.234

 

Inkomensoverdrachten

15.732

19.604

19.604

17.397

17.402

17.399

17.399

 

Financiële voorziening topsporters

15.732

19.604

19.604

17.397

17.402

17.399

17.399

 

Opdrachten

1.197

9.572

5.343

5.169

5.169

5.129

4.119

 

Sportakkoord

571

9.333

5.104

4.930

4.930

4.890

3.880

 

Kennis en innovatie

413

239

239

239

239

239

239

 

Overige

213

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

3.043

3.314

3.188

3.185

3.193

3.193

3.193

 

Dopingautoriteit

3.043

3.314

3.188

3.185

3.193

3.193

3.193

 

Bijdrage aan medeoverheden

259.204

416.571

189.763

189.694

199.441

198.457

198.457

 

Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties

192.170

416.571

189.763

189.694

199.441

198.457

198.457

 

Sportakkoord

67.034

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

332

500

500

500

500

500

500

 

Dopingbestrijding

332

500

500

500

500

500

500

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

62

70

70

70

70

72.406

72.406

 

Sportakkoord

62

70

70

70

70

72.406

72.406

         
 

Ontvangsten

75.054

52.024

31.924

19.924

19.924

19.924

19.924

         

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. Het betreft de Btw-vrijstelling voor sportclubs. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regeling en voor de budgettaire middelen. Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie, wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de Fiscale regelingen’.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget voor 2024 van € 221,1 miljoen is 89,8% juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden in verband met de aangegane verplichtingen voor instellingssubsidies en (meerjarige) projectsubsidies. Het betreft onder meer de instellingssubsidies aan NOC*NSF, het Instituut Sportrechtspraak, het Kenniscentrum sport en Mulier Instituut. Bij de projectsubsidies betreft het onder meer de subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties, topsportevenementen, de uitwerking van de deelakkoorden van het Sportakkoord en de beweegalliantie.

Opdrachten

Van het beschikbare budget voor 2024 van € 5,3 miljoen is 90,6% juridisch verplicht. Het betreft de ontzorgingstrajecten en de vervoersregeling voor sporters met een beperking.

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget voor 2024 van € 19,6 miljoen is 100% juridisch verplicht in verband met de Stipendiumregeling en kostenvergoeding voor topsporters.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Van het beschikbare budget voor 2024 van € 3,2 miljoen is 100% juridisch verplicht in verband met de bijdrage aan de Dopingautoriteit.

Bijdragen aan medeoverheden

Van het beschikbare budget voor 2024 van € 189,8 miljoen is 100% juridisch verplicht in verband met de Regeling specifieke uitkering stimulering sport.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Van het beschikbare budget voor 2024 van € 0,5 miljoen is 100% bestuurlijk gebonden in verband met een bijdrage aan de World Anti-Doping Agency (WADA) en UNESCO.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Van het beschikbare budget voor 2024 van € 0,1 miljoen is 100% bestuurlijk gebonden in verband met een bijdrage voortvloeiend uit de European Partial Agreement in Sports (EPAS).

Tabel 51 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

94,2%

bestuurlijk gebonden

1,2%

beleidsmatig gereserveerd

3,8%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,8%

E. Toelichting op de financiële instrumenten
4. Sport verenigt Nederland

Subsidies en opdrachten

De SportakkoordenIn het Sportakkoord II heeft de Rijksoverheid samen met gemeenten (VNG/VSG), de georganiseerde sport (NOC*NSF) en de commerciële sport (POS) afspraken gemaakt over de thema's inclusie en diversiteit, veiligheid en vaardig in bewegen, aandacht voor vitale sportaanbieders, een duurzame sportinfrastructuur en de maatschappelijke waarde van topsport. Regelmatige sturing op basis van monitoring heeft een belangrijke plaats ingenomen. Ook is in het akkoord afgesproken dat gemeenten hun lokale akkoorden gaan herijken. Als addendum van Sportakkoord II zijn de bestuurlijke afspraken Brede Regeling Combinatiefuncties vastgelegd. De akkoorden geven ruimte aan lokaal initiatief en zetten de verschillende overheden in een positie waarin zij meewerken aan het behalen van ambities samen met relevante partijen.

Voor het uitvoeren van de lokale sportakkoorden en de Brede Regeling Combinatiefuncties wordt aan de gemeenten budget beschikbaar gesteld. De financiering loopt via één lokale regeling voor gemeenten (specifieke uitkering via artikel 1 op de VWS-begroting) waarin een aantal programma’s gebundeld wordt op het gebied van sport- en beweegstimulering, gezondheidsbevordering en het bevorderen van cultuurparticipatie.

Sport- en beweegstimuleringIn 2024 zetten we verder in op de ambities om de sport- en beweegsector te versterken, de kansengelijkheid om mee te doen met sport te vergroten en daarnaast het bewegen in het dagelijks leven te bevorderen. Om deze ambities te realiseren zetten we de beschikbare middelen voor 2024 (subsidies: € 124,2 miljoen en opdrachten € 0,9 miljoen) in voor:

Nationale programma's en projecten op professionalisering, (financiële) toegankelijkheid en veilige en integere sportDe voorwaarden om te sporten en daar plezier aan te beleven, moeten beter. Dat gaat over de kwaliteit van mensen, organisaties, cultuur (waarden en normen) en materiële voorzieningen in de sport. Een belangrijk punt de komende jaren is het investeren in kwalitatief sterke sportaanbieders die toegankelijk en sociaal veilig voor iedereen zijn. De kwaliteit van de mensen die actief zijn in de sport (kader) moet flink omhoog. Dat doen we door club(kader)ondersteuning aan alle sportaanbieders, het versterken van het menselijk kapitaal en het vergroten van uitvoeringskracht bij koepelorganisaties waaronder de sportbonden en Platform Ondernemende Sport (POS).Toegankelijk sporten en bewegen betekent dat er voor iedereen passend aanbod en begeleiding is. De sport- en beweegsector wordt nu door een grote groep mensen als niet toegankelijk ervaren. De rol van sport- en beweegaanbieders, aandacht voor de ontwikkeling van motorische vaardigheden bij kinderen, (sport)accommodaties en duurzaamheid zijn hierbij belangrijk. Er wordt ingezet op verschillende projecten via subsidie, challenge of opdracht die erop gericht zijn om de ervaren belemmeringen van mensen weg te nemen en kansengelijkheid te bevorderen. Hierbij gaat het om financiële en praktische belemmeringen. Om dit te bereiken wordt samengewerkt met onder andere maatschappelijke organisaties in de sport- en beweegsector zoals het Fonds Gehandicaptensport, Special Heroes en het Jeugdsportfonds. Een veilige en integere sport is een sport waar iedereen die dat wil zich thuis voelt en met plezier, veilig, eerlijk en zorgeloos kan sporten. Het realiseren van een sociaal veilige sport en het zo veel als mogelijk voorkomen en aanpakken van grensoverschrijdend gedrag, waaronder racisme en discriminatie, seksueel, emotioneel en fysiek geweld vraagt om aandacht van iedereen. Daar hoort ondersteuning van bestuurders, sportclubs, trainers, ouders, arbitrage en verzorgers bij. Zo wordt er bijvoorbeeld ingezet op een goede basisinfrastructuur via organisaties als het Instituut Sport Rechtspraak (ISR). Daarnaast wordt een start gemaakt voor de oprichting van het onafhankelijk integriteitscentrum als meldpunt voor grensoverschrijdend gedrag (momenteel belegd bij CVSN vanuit NOC*NSF). Ook wordt via het Sportakkoord II gestimuleerd dat het merendeel van alle sportaanbieders gaat werken met de basiseisen sociale veiligheid en wordt de aanpak tegen racisme en discriminatie in het voetbal (OVIVI) uitgebreid naar meerdere sportbonden. Tevens bieden we door middel van (financiële) ondersteuning in gezamenlijkheid met het veld en OCW opvolging aan de aanbevelingen uit het onderzoek naar de cultuur, aard en omvang van grensoverschrijdend gedrag in de danssector door Verinorm.

BewegenHet bevorderen van bewegen vraagt om een brede aanpak. De factoren die ten grondslag liggen aan weinig bewegen zijn divers. Denk aan persoonlijke motivatie en belemmeringen, maar ook de leefomgeving die niet uitnodigt tot bewegen. We zetten in op de volgende actielijnen: [1] het vergroten van de aandacht en bewustwording en een beweegvriendelijke omgeving door samenwerking met andere beleidsterreinen en departementen, een publiekscampagne, bijeenkomsten en het verdiepen en verspreiden van kennis over zit- en beweeggedrag; [2] het creëren van meer maatschappelijk initiatief voor bewegen via de Beweegalliantie waarbij de Beweegalliantie partijen stimuleert, faciliteert en beïnvloedt om te zorgen voor overzicht, verbinding, het wegnemen van obstakels en het aanjagen van wat werkt om meer mensen (meer) te laten bewegen; en [3] het vergroten van de inzet op een lokale/regionale aanpak van bewegen door middel van ondersteuning van gemeenten bij de integrale inzet op gezondheid en preventie, waaronder de fysieke leefomgeving.   

Tabel 52 Zitgedrag1, bewegingsrichtlijn2 3en wekelijks sporten4

Zitgedrag (uren)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Geslacht: mannen

9,2

9

9,3

n.n.b.

Geslacht: vrouwen

8,8

8,8

8,9

n.n.b.

         

Leeftijd: 4 t/m 11 jaar

7,3

7

7,2

n.n.b.

Leeftijd: 12 t/m 17 jaar

10,1

9,6

9,7

n.n.b.

Leeftijd: 18 t/m 64 jaar

9,4

9,3

9,6

n.n.b.

Leeftijd: 65 jaar of ouder

8,1

8,2

8,4

n.n.b.

         

Voldoet aan de beweegrichtlijn (%)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Geslacht: mannen

43,4

48

49,2

51,1

55,1

49,2

45,8

n.n.b.

Geslacht: vrouwen

42,6

45

44,5

47

50,4

45,2

45,2

n.n.b.

         

Leeftijd: 4 t/m 11 jaar

55,4

55,5

55,4

55,9

60,7

62,3

56,8

n.n.b.

Leeftijd: 12 t/m 17 jaar

28,3

31

33,9

40,5

41,2

36

33

n.n.b.

Leeftijd: 18 t/m 64 jaar

47,8

50

50,1

51,7

56,3

48

45,8

n.n.b.

Leeftijd: 65 jaar of ouder

32,8

36,6

37

40,3

41,9

42,3

38,2

n.n.b.

         

Migratieachtergrond: Nederland

44,8

47,6

48,1

50,7

54,2

48

45,1

n.n.b.

Migratieachtergrond: niet-westers

30,5

41,2

40,5

39,1

43,8

41,5

37,7

n.n.b.

Migratieachtergrond: westers

44,7

44,8

45

49,6

53,6

49,1

47,4

n.n.b.

         

Onderwijsniveau: 1 Laag

31,9

35,3

34,3

36,4

38,8

38,3

34,9

n.n.b.

Onderwijsniveau: 2 Middelbaar

44,7

45,7

45,5

47,8

52,1

44,3

43,3

n.n.b.

Onderwijsniveau: 3 Hoog

55,8

54,8

56,5

56,5

62

53,1

49

n.n.b.

         

Chronische aandoening en lichamelijke beperking

14,4

15,6

16,8

19,4

20,3

20,2

18,3

 

Alleen chronische aandoening

41,8

44

46,8

48,4

50,1

44,5

43,7

n.n.b.

Alleen lichamelijke beperking

28,4

30,5

26,8

34

33,4

41,7

31,5

n.n.b.

         

Sport wekelijks

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Geslacht: mannen

52,4

56,2

54,3

54,7

56

56

54,6

n.n.b.

Geslacht: vrouwen

49,6

53,3

52,6

52,9

53,5

52,1

50,8

n.n.b.

         

Leeftijd: 4 t/m 11 jaar

64,8

63,3

60

63,2

64,5

60,3

58,4

n.n.b.

Leeftijd: 12 t/m 17 jaar

70,9

75,3

75

71,3

69,9

74,3

72,1

n.n.b.

Leeftijd: 18 t/m 64 jaar

53,2

56

54,9

56

56,9

56,1

54,3

n.n.b.

Leeftijd: 65 jaar of ouder

35,2

38,1

36,7

35,4

37,8

37,3

38,5

n.n.b.

         

Migratieachtergrond: Nederland

54,3

56

55,4

55,3

56,3

55,3

54,6

n.n.b.

Migratieachtergrond: niet-westers

41,9

49,5

44,3

46,9

45,8

45,9

43,2

n.n.b.

Migratieachtergrond: westers

49,5

51,5

49,9

51,7

54,8

55,3

52,1

n.n.b.

         

Onderwijsniveau: 1 Laag

30,3

31,9

30,2

29,6

29,7

30,4

30

n.n.b.

Onderwijsniveau: 2 Middelbaar

46,7

48

47,6

48,4

48,7

46,4

45,4

n.n.b.

Onderwijsniveau: 3 Hoog

65,4

68,7

66,3

65,6

68,3

67

65,2

n.n.b.

         

Chronische aandoening en lichamelijke beperking

20,1

25,4

22,8

22,7

21,3

20,3

19,7

n.n.b.

Chronische aandoening

47,9

48,7

48,5

50

49,2

48,6

50,2

n.n.b.

Lichamelijke beperking

30,8

31,3

27,9

26,8

25,4

34,1

32,9

n.n.b.

X Noot
1

Zitgedrag | Sport en bewegen in cijfers, geraadpleegd op 20 juli 2023

X Noot
2

Beweegrichtlijnen | Sport en bewegen in cijfers, geraadpleegd op 20 juli 2023

X Noot
3

Beweegrichtlijnen uitgesplitst naar achtergrondkenmerken 2001-2022 | Sport en bewegen in cijfers, geraadpleegd op 20 juli 2023

X Noot
4

https://www.staatvenz.nl/kerncijfers/sporters-wekelijks en Sportdeelname wekelijks | Sport en bewegen in cijfers, geraadpleegd op 20 juli 2023

Maatschappelijke waarde van topsportTopsport kan vele Nederlanders op veel manieren inspireren. Topsport en topsportprestaties zijn van waarde voor de samenleving en deze waarde wordt in het landelijke topsportbeleid het centrale uitgangspunt. Met de sport, gemeenten en overheid wordt vanuit een gezamenlijke strategie gewerkt aan het zichtbaar maken en vergroten van de maatschappelijke waarde van topsport. VWS stelt in 2024 middelen beschikbaar om de topsport in Nederland toekomstbestendig te houden, waarbij topsport op verantwoorde wijze wordt georganiseerd, we een breed palet aan waardevolle prestaties stimuleren en meer mensen bereiken met de waarde van topsport.

Tabel 53 Sporten via bezoek12

Sportfan via bezoek (maandelijks of vaker %)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Geslacht: mannen

23

23

12

n.n.b.

Geslacht: vrouwen

16

18

10

n.n.b.

         

Leeftijd 12-19 jaar

31

33

17

n.n.b.

Leeftijd 20-34 jaar

15

15

10

n.n.b.

Leeftijd 35-54 jaar

28

30

15

n.n.b.

Leeftijd 55-64 jaar

13

13

8

n.n.b.

Leeftijd 65-79 jaar

14

15

4

n.n.b.

         

Migratieachtergrond: Nederland

20

22

12

n.n.b.

Migratieachtergrond: niet-westers

19

17

8

n.n.b.

Migratieachtergrond: westers

17

18

8

n.n.b.

         

Onderwijsniveau: 1 Laag

16

14

6

n.n.b.

Onderwijsniveau: 2 Middelbaar

18

22

11

n.n.b.

Onderwijsniveau: 3 Hoog

22

21

12

n.n.b.

         

Chronische aandoening en lichamelijke beperking

15

13

1

n.n.b.

Alleen chronische aandoening

17

18

11

n.n.b.

Alleen lichamelijke beperking

19

16

7

n.n.b.

X Noot
1

X Noot
2

De Rijksoverheid wil meer maatschappelijke waarde uit topsportevenementen halen door onder meer het bereik te vergroten en de evenementen verantwoord te organiseren (Kamerstukken II 2020/21, 30234 nr. 257). Daarvoor werken we nauw samen met sportbonden, provincies en gemeenten. We zetten daarbij een aantal concrete beleidsinstrumenten in: het Coördinatie- en Informatiepunt Topsportevenementen, een onderzoeks- en innovatieprogramma, een Maatschappelijk activatieprogramma en een subsidieregeling voor de organisatie van topsportevenementen.

Duurzame en toegankelijke sportaccommodatiesHet rijk zet zich met gemeenten in om sportaccommodaties te verduurzamen en beter toegankelijk te maken. De subsidieregeling Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties is in 2023 geëvalueerd. Op basis van die evaluatie start vanaf 2024 een aangescherpte regeling. Amateur sportorganisaties kunnen een subsidie aanvragen voor de bouw of het onderhoud van sportaccommodaties of voor de aanschaf of het onderhoud van sportmaterialen. Hierbij is er een mogelijkheid tot een aanvullende subsidie voor verduurzaming van sportaccommodaties. Hiervoor is in 2024 een bedrag van maximaal € 79,5 miljoen beschikbaar.

Daarnaast zetten we in op het toegankelijk maken van verduurzaming. Via de ontzorgingstrajecten krijgen eigenaren van sportaccommodaties de mogelijkheid voor begeleiding om kennis- en capaciteitsdrempels weg te nemen. Hiervoor is in 2024 een bedrag van € 4,2 miljoen beschikbaar.

Ook investeren we in topsportaccommodaties. De maatschappelijke betekenis van topsport gaat veranderen door de prestaties van topsporters vaker en dichter bij de burgers te brengen. Daarmee wordt de zichtbaarheid en inspirerende waarde van de topsporters vergroot. Daarvoor kunnen moderne sportaccommodaties beter worden benut die door alle sporters (amateur en top) kunnen worden gebruikt. In 2024 vindt financiering van de Provincie Fryslân voor het verbeteren van een duurzame exploitatie van Thialf (€ 0,5 miljoen), en de gemeente Eindhoven voor het (ver)bouwen van het zwembad de Tongelreep (€ 1,5 miljoen) plaats.

Kennis en innovatie sportbeleidVWS investeert in ‘missie gedreven onderzoek en innovatie in sport en bewegen’. De VWS middelen worden ingezet in partnerschap met ZonMw en NOC*NSF. Er wordt binnen het programma geïnvesteerd in zowel inhoudelijk onderzoek, implementatie en in de (bestaande) kennisinfrastructuur. Ook investeren we in het bevorderen van sportinnovatie via het programma Sportinnovator. Inmiddels is er een sterk stelsel van sportinnovatie in Nederland. In de komende jaren is de ambitie om dit stelsel meer te benutten om sport voor iedereen toegankelijk te maken.  

Daarnaast wordt ingezet op het valideren van kansrijke sport- en beweeg interventies en op het borgen en verspreiden van beschikbare kennis via het Kenniscentrum en Kennisportal sport.

Het Mulier Instituut, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) krijgen subsidie om de monitoring van indicatoren in de sport uit te voeren. Het Mulier Instituut en het RIVM zijn verantwoordelijk voor het monitoren van Sportakkoord II. Het Kenniscentrum Sport en Bewegen is de kennispartner die de resultaten van die monitoring breed ontsluit onder relevante partijen.

In totaal is voor kennissubsidies en -opdrachten € 15,6 miljoen beschikbaar in 2024.

Inkomensoverdrachten

Financiële voorziening topsportersHet Fonds voor de Topsporter verzorgt het uitkeren van een stipendium aan A- en High Potential topsporters die financieel gezien niet - via zijn/haar sport, dan wel op een andere manier - in zijn/haar levensonderhoud kunnen voorzien. Zo kunnen zij zich volledig richten op hun sportcarrière. Het Fonds voor de Topsporter zorgt daarnaast voor het uitkeren van kostenvergoedingen aan topsporters. VWS stelt hiervoor in totaal € 19,6 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

DopingautoriteitVoor het tegengaan van dopinggebruik wordt aan de Dopingautoriteit een bijdrage beschikbaar gesteld. Hiervoor is € 3,2 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan medeoverheden

Duurzame en toegankelijke sportaccommodatiesOnder voorwaarden konden gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen tot 2019 de BTW die aan hen in rekening werd gebracht bij investeringen in sportaccommodaties en sportmaterialen in aftrek brengen. Door een uitspraak van het Europese Hof van Justitie is bovenstaande mogelijkheid tot aftrek aangepast. Via de ‘Regeling specifieke uitkering stimulering sport’ is de afgelopen jaren beoogd om de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties en de aanschaf van sportmaterialen door gemeenten te stimuleren, daar waar de mogelijkheid tot btw-aftrek is vervallen. In 2023 is de regeling geëvalueerd. Op basis van die evaluatie start vanaf 2024 een aangescherpte regeling, gestoeld op de uitgangswaarden van de mogelijkheden die er tot 1 januari 2019 waren om de btw af te trekken. In totaal is in 2024 hiervoor maximaal € 189,8 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Jaarlijks wordt een bijdrage beschikbaar gesteld voor de kosten die de World Anti Doping Agency (WADA) aan de deelnemende landen doorberekend. Daarnaast vindt een contributie aan het «Anti-doping Fund» van UNESCO plaats. In totaal is € 0,5 miljoen beschikbaar.

Ontvangsten

De ontvangsten in 2024 betreffen voornamelijk terugbetalingen door gemeenten als gevolg van de vaststellingen op de ‘Regeling specifieke uitkering stimulering sport’ 2022. Daarnaast worden ontvangsten verwacht van niet volledig uitgeputte subsidies. In totaal worden de ontvangsten geraamd op € 31,9 miljoen.

3.7 Artikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering WO II

A. Algemene doelstelling

De zorg voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen uit de Tweede Wereldoorlog (WO II) is geborgd en mensen beseffen, mede op basis van de gebeurtenissen uit WO II, wat het betekent om in vrijheid te kunnen leven. 

Het Nationaal Bevrijdingsonderzoek 2022 geeft aan dat zowel de Nationale Herdenking als Bevrijdingsdag nog steeds door het grootste deel van de Nederlandse bevolking belangrijk of heel belangrijk worden gevonden. Maar liefst 83% van de Nederlanders geeft aan de Nationale Herdenking (heel) belangrijk te vinden. Als het gaat om Bevrijdingsdag is dat 75%. Vergeleken met vorig jaar is het belang dat men hecht aan de Nationale Herdenking gelijk gebleven. Mensen vinden Bevrijdingsdag iets minder belangrijk dan vorig jaar. De herdenking en Bevrijdingsdag worden belangrijk gevonden vanwege voornamelijk de volgende redenen: men is van mening dat het belangrijk is om stil te staan bij de vrijheid en diegenen die daarvoor hun leven hebben gegeven; omdat de dagen een gevoel van saamhorigheid geven; en omdat het belangrijk is ons te realiseren dat zoiets als de Tweede Wereldoorlog niet meer zou mogen plaatsvinden.

Nationaal Vrijheidsonderzoek 2023

B. Rol en verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor de continuïteit, kwaliteit, effectiviteit en toekomstgerichtheid van specifieke zorg en het stelsel van pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II. Het is belangrijk om de herinnering aan WO II levend te houden en te borgen dat blijvend betekenis kan worden gegeven aan het verhaal. De minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren: van het blijvend betekenis laten houden aan de herinnering aan WO II.

Financieren: van begeleidende instellingen voor maatschappelijk werk en sociale dienstverlening aan erkende deelnemers aan het voormalig verzet en oorlogsgetroffenen, van instellingen die de herinnering aan de WO II levend houden.

Regisseren: het in stand houden en ondersteunen van een infrastructuur die het mogelijk maakt de zorg- en dienstverlening aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II te garanderen en de herinnering aan WO II blijvend betekenis te laten houden, actueel houden van de wet- en regelgeving voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II.

Uitvoeren: opdrachtgever en toezichthouder van diverse ZBO’s en het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

C. Beleidswijzigingen

De ambitie is dat alle inwoners van Nederland in iedere levensfase op een kwalitatief goede manier in aanraking (kunnen) komen met het verhaal van de Tweede Wereldoorlog in al haar facetten, verbonden met hedendaagse maatschappelijke vraagstukken zoals democratie, rechtsstaat en vrijheid. Om deze ambitie te realiseren worden vele professionele en vrijwilligersorganisaties binnen de herinneringssector gefaciliteerd. In 2023 is de stichting WO2Net opgericht. De stichting zal enerzijds het beheer en de doorontwikkeling van het Netwerk Oorlogsbronnen overnemen, anderzijds zal de stichting werken aan meer samenhang in het aanbod van educatie, digitalisering en musea op het terrein van WOII. In 2024 is W02NET volledig ingericht om met deze uitdaging aan de slag te gaan. Daarnaast heeft het Platform WOII, het platform van professionele partijen binnen de herinneringssector, zich omgevormd tot een veldberaad met een duidelijker planning van activiteiten. De nieuwe opzet wordt vanaf 2024 ex durante geëvalueerd.

In 2024 en 2025 staan we samen met de WOII-sector en de provincies stil bij de 80e herdenking van de Tweede Wereldoorlog en de viering van 80 jaar vrijheid. Tijdens het jubileumjaar zal worden ingezet op educatie over W0II en in bijzonder educatie over de Holocaust en andere verschrikkingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben plaatsgevonden. Dit in aanvulling op de reguliere kennis-/educatie activiteiten en in aansluiting op de bestaande infrastructuur voor educatie.

Uit de beleidsreactie op het rapport ‘Deel en Verbind van de commissie ‘Versterking kennis geschiedenis voormalig Nederlands-Indië’ (Kamerstukken II 2022/23 26 049, nr. 119), worden de volgende acties verder uitgevoerd: het aanstellen van een tijdelijke co-curator; het ontwikkelen van een dynamisch digitaal platform; het vergroten van bekendheid en samenhang van aanbod van de gastlessen over WOII en het laten uitvoeren van een verkenning naar bestaand erfgoed in publieke ruimte. Daarnaast loopt de extra impuls van de collectieve erkenning van de Indische en Molukse gemeenschap in Nederland eind 2024 af. Via een breed reflectietraject wordt in 2023 en 2024 gekeken wat sinds 2017 is bereikt en hoe dit heeft bijgedragen aan het doel van de collectieve erkenning van de Indische en Molukse gemeenschap. Op basis daarvan wordt in de loop van 2024 bepaald hoe vanaf 2025 wordt verdergegaan met het beleid van de collectieve erkenning en welke accenten daarbij gelegd moeten worden.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 54 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7 (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

218.918

213.102

198.828

181.584

164.927

153.825

144.999

         
 

Uitgaven

215.431

218.069

201.139

181.584

164.927

153.825

144.999

         

7.10

De zorg- en dienstverlening aan verzetsdeeln. en oorlogsgetroffenen WOII en de herinnering aan WOII

26.532

27.493

28.288

25.923

25.849

25.016

25.016

 

Subsidies (regelingen)

26.248

26.406

27.201

24.836

24.761

23.929

23.929

 

Nationaal Comité

11.656

8.301

5.960

5.958

5.960

5.958

5.958

 

Nationale herinneringscentra

3.468

3.025

3.004

3.003

2.853

2.853

2.853

 

Herinnering Indisch Molukse Doelgroep

1.927

1.130

5.386

3.262

3.202

2.372

2.372

 

Zorg- en dienstverlening

5.531

6.923

6.921

6.918

6.919

6.919

6.919

 

Overige

3.666

7.027

5.930

5.695

5.827

5.827

5.827

 

Bekostiging

0

400

400

400

400

400

400

 

Overige

0

400

400

400

400

400

400

 

Opdrachten

229

461

461

461

462

461

461

 

Overige

229

461

461

461

462

461

461

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

55

226

226

226

226

226

226

 

Overige

55

226

226

226

226

226

226

7.20

Pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeeln. en oorlogsgetroffenen WOII

188.899

190.576

172.851

155.661

139.078

128.809

119.983

 

Inkomensoverdrachten

179.740

180.514

162.769

145.696

129.260

119.094

110.268

 

Wetten/regelingen verzetsdeelnemers/oorlogsgetroffenen

179.740

180.514

162.769

145.696

129.260

119.094

110.268

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

9.159

10.062

10.082

9.965

9.818

9.715

9.715

 

Sociale Verzekeringsbank

9.159

9.312

9.432

9.365

9.367

9.365

9.365

 

Pensioen- en Uitkeringsraad

0

750

650

600

451

350

350

         
 

Ontvangsten

1.568

3.339

3.339

3.339

3.339

3.339

3.339

         

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget van € 27,1 miljoen is 84,4% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van aangegane verplichtingen op basis van de Kaderregeling VWS-subsidies. Dit betreft zowel instellingsubsidies die jaarlijks worden verleend als projectsubsidies die meerjarig kunnen zijn.

Bekostiging

Van het beschikbare budget van € 0,4 miljoen is 50% juridisch verplicht. Het betreft de bekostiging van wachtgelden, de vervoerskosten en de niet op grond van een wettelijke regeling of ziektekostenregeling vergoede kosten van behandeling door stichting Centrum’45, inclusief de noodzakelijke verblijfskosten.

Opdrachten

Van het beschikbare budget van € 0,5 miljoen is 9% juridisch verplicht.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Van het beschikbare budget van € 0,2 miljoen is 60% verplicht. Het betreft de jaarlijkse bijdrage aan International Holocaust Remembrance Association.

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget van € 162,5 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bekostiging van de pensioenen en uitkeringen voor verzets­deelnemers en oorlogsgetroffenen WO II.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget van € 10,3 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdragen aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR).

Tabel 55 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

98,6%

bestuurlijk gebonden

1,0%

beleidsmatig gereserveerd

0,4%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

E. Toelichting op de financiële instrumenten
1. De zorg- en dienstverlening aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII en de herinnering aan WO II

Subsidies

Nationaal Comité 4 en 5 meiHet ministerie van VWS verleent in 2024 een instellingssubsidie van circa € 5,8 miljoen aan het Nationaal Comité voor met name de organisatie van de nationale herdenking op 4 mei en de viering op 5 mei.

Nationale herinneringscentraHet Ministerie van VWS verleent instellingssubsidies (circa € 2,7 miljoen) aan de vijf nationale herinneringscentra: Kamp Vught, Kamp Westerbork, Kamp Amersfoort, het Indisch Herinneringscentrum en het Oranjehotel. Deze spelen een belangrijke rol bij de blijvende betekenis van en de collectieve herinnering aan WO II. Gezien de bezoekersaantallen wordt het bereik van de herinneringscentra steeds groter. Naast het beheer en behoud van historische plekken gaat het vooral om educatieve activiteiten die vanuit de herinneringscentra worden georganiseerd.

Tevens ontvangt het Nationaal Monument Kamp Westerbork een subsidie voor gastsprekers op scholen van € 0,3 miljoen. Gastsprekers vertellen elk hun eigen verhaal over de WO II in Nederland of Nederlands-Indië, of over recente conflicten en vredesmissies.

Collectieve Erkenning Indisch NederlandIn 2024 wordt € 1,5 miljoen besteed aan de vaste onderdelen van de collectieve erkenning van Indisch en Moluks Nederland die vastgelegd zijn in de programmalijnen contextgebonden zorg, herdenken en de Nederlands-Indische pleisterplaats de Sophiahof en aan projecten via de subsidieregeling CEWIN (in totaal € 1,0 miljoen). Het is van groot belang dat de collectieve erkenning van Indisch en Moluks Nederland verankerd is en blijft in de Nederlandse samenleving. De Indische en Molukse gemeenschap bepaalt zelf hoe de verankering in de samenleving vorm krijgt.

In de begroting 2024 is € 3 miljoen gereserveerd voor de tegemoetkoming Indische Gemeenschap. De in 2021 in gang gezette impuls voor de collectieve erkenning van de Indisch en Molukse gemeenschap wordt in 2024 voortgezet, met als prioriteit het verbeteren van de kennis over de geschiedenis van voormalig Nederlands-Indië.

Zorg- en dienstverleningNa WO II is in Nederland voor de deelnemers aan het voormalig verzet en de oorlogsslachtoffers geleidelijk een stelsel van pensioenen, uitkeringen en hulp- en dienstverlening ontstaan. Dit komt voort uit de principes van ereschuld tegenover de deelnemers aan het voormalig verzet en bijzondere solidariteit tegenover de oorlogsslachtoffers. Het aantal voormalig verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen neemt gestaag af. Gezien deze ontwikkeling moeten ook de uitvoeringsorganisaties zich aanpassen. Het is belangrijk dat dit op een verantwoorde manier gebeurt, zodat continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening zijn gewaarborgd. Het ministerie van VWS begeleidt en faciliteert deze ontwikkeling. Om zorg- en dienstverlening (maatschappelijk werk, sociale dienstverlening) aan (erkende) verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen mogelijk te maken, worden onder andere subsidies (in totaal € 5,6 miljoen) verleend aan gespecialiseerde instellingen zoals Joods Maatschappelijk Werk, Stichting Arq en Nederlands Veteranen Instituut.

OverigeDit betreft onder andere subsidies om de noodzakelijke samenhang en samenwerking aan te brengen in het educatieve/kennisaanbod, de digitalisering en het museale aanbod over WOII. In 2024 gaat de door de veldpartijen gewenste stichting WO2Net (€ 1,5 miljoen) activiteiten uitvoeren om deze samenhang te bevorderen en samenwerking te initiëren en te stimuleren. In 2024 wordt de financiële steun (€ 1,2 miljoen) voortgezet aan de digitalisering van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), met name ten behoeve van de verrijking van de informatie en de aansluiting op andere digitale oorlogsbronnen.

2. Pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II

Inkomensoverdrachten

Wetten en regelingen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenenDe wetten en regelingen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen worden alleen nog bijgesteld als wijzigingen in aanpalende wetten dat noodzakelijk maken, bijvoorbeeld op het terrein van zorg en sociale zekerheid. In het kader van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen uit WO II (Wuv, Wubo en Wbp) worden onder andere tegemoetkomingen (inkomensafhankelijk) en vergoedingen (inkomensonafhankelijk) voor bijzondere voorzieningen toegekend als onderdeel van de totale uitkering. Het betreft met name uitgaven voor medische voorzieningen, huishoudelijke hulp, deelname maatschappelijk verkeer en overige voorzieningen zoals vervoer.

Voor 2024 is € 162,8 miljoen beschikbaar, waarvan het merendeel voor de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (€ 102,6 miljoen). Voor de Wubo en de Wbp is in 2024 € 42,6 miljoen respectievelijk € 13,4 miljoen beschikbaar.

Kengetal: Uitkeringen aan Oorlogsgetroffenen WO II (bedragen x €1.000.000)

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Sociale Verzekeringsbank (SVB) en Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR)Om pensioenen, uitkeringen en bijzondere voorzieningen te kunnen toekennen aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen, is in 2024 € 10,1 miljoen beschikbaar voor de SVB en de PUR.

Prestatie-indicator: percentage eerste aanvragen dat door de PUR en de SVB binnen de (verlengde) wettelijke termijn is afgehandeld.

Bron: Jaarverslag van de PUR en de SVB

3.8 Artikel 8 Tegemoetkoming specifieke kosten

A. Algemene doelstelling

De zorg financieel toegankelijk houden.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor:

financieren van de zorgtoeslag, inclusief het vaststellen van de hoogte van de zorgtoeslag en de vormgeving van het stelsel van wet- en regelgeving over de zorgtoeslag; financieren van de tegemoetkoming voor personen die in de inkomstenbelasting hun uitgaven voor specifieke zorgkosten als gevolg van heffingskortingen niet of niet geheel kunnen verzilveren.

C. Beleidswijzigingen

Zorgtoeslag

De hoogte van de zorgtoeslag is afhankelijk van het huishoudinkomen en van de standaardpremie. De standaardpremie is het gemiddelde van de nominale premies die de zorgverzekeraars in rekening brengen, vermeerderd met het gemiddelde bedrag dat een verzekerde aan eigen risico betaalt. De Wet op de zorgtoeslag gaat ervan uit dat een huishouden maximaal een op basis van een formule bepaald percentage van het inkomen dient bij te dragen. Dit is de normpremie. Het bedrag dat een huishouden geacht wordt aan zorg te betalen wordt berekend als een percentage van het minimumloon plus een percentage van het inkomen van het huishouden dat het minimumloon te boven gaat.

Voor 2024 is de zorgtoeslag weer op de gebruikelijke wijze bepaald, waardoor de eenmalige verhoging van de zorgtoeslag over 2023 om mensen te compenseren voor hogere energiekosten is komen te vervallen. Om de hoogte van de zorgtoeslag te bepalen worden bepaalde normpercentages vastgesteld. Voor eenpersoonhuishoudens bedraagt het percentage 1,88% en voor meerpersoonhuishoudens 4,26%.

Gegeven de geraamde standaardpremie van € 2.027 is de verwachte zorgtoeslag in 2024 voor alleenstaanden met een minimuminkomen € 1.523. Het bedrag dat alleenstaanden met een minimuminkomen gemiddeld zelf moeten betalen voor de nominale premie en het eigen risico bedraagt naar verwachting € 504. Vanwege het vervallen van de eenmalige verhoging van de zorgtoeslag is de verwachting dat minder huishoudens recht hebben op zorgtoeslag.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 56 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8 (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

6.347.281

8.439.949

6.952.649

7.420.549

7.833.949

8.252.249

7.691.649

         
 

Uitgaven

6.347.281

8.439.949

6.952.649

7.420.549

7.833.949

8.252.249

7.691.649

         

8.10

Tegemoetkoming specifieke kosten

6.347.281

8.439.949

6.952.649

7.420.549

7.833.949

8.252.249

7.691.649

 

Inkomensoverdrachten

6.347.281

8.439.949

6.952.649

7.420.549

7.833.949

8.252.249

7.691.649

 

Zorgtoeslag

6.287.790

8.372.000

6.884.700

7.352.600

7.766.000

8.184.300

7.623.700

 

Tegemoetkoming specifieke kosten

59.491

67.949

67.949

67.949

67.949

67.949

67.949

         
 

Ontvangsten

497.705

0

0

0

0

0

0

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein, namelijk de aftrek specifieke zorgkosten. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regeling en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regeling vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie, wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de fiscale regelingen’.

Tabel 57 Fiscale regelingen 2022-2024 budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)
 

2022

2023

2024

Aftrek specifieke zorgkosten

275

275

280

Evaluatie Zorgkosten-regeling

De evaluatie is in de eerste helft van 2022 uitgevoerd door Dialogic Innovatie & Interactie en Significant Public in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Financiën. Het rapport is in september 2022 naar de Kamer gestuurd. De inhoudelijke reactie op de evaluatie wordt in september 2023 naar de kamer gestuurd. De inhoudelijke reactie beschrijft de aanpak voor het vervolg op de uitgevoerde evaluatie. Het onderzoek betreft de fiscale aftrek specifieke zorgkosten (‘specifieke zorgkosten-regeling’) en de regeling ‘Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten’ (‘TSZ-regeling’). Met de specifieke zorgkosten-regeling is het mogelijk om onder bepaalde voorwaarden specifieke zorgkosten af te trekken in de belastingaangifte. De TSZ-regeling is bedoeld om de mensen tegemoet te komen die vanwege hun aftrek voor specifieke zorgkosten (een deel van) hun heffingskortingen niet meer kunnen verzilveren.

Budgetflexibiliteit

Tabel 58 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

100,0%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

0%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

E. Toelichting op de financiële instrumenten
1. Inkomensoverdrachten

Dienst Toeslagen kent als tegemoetkoming in de kosten van de nominale premie Zvw en het gemiddeld eigen risico de zorgtoeslag toe aan alle huishoudens die daar recht op hebben en een toeslag aanvragen (zie onderstaand figuur). Hierdoor betaalt idealiter niemand een groter dan aanvaardbaar deel aan Zvw-premie. De raming voor de uitgaven zorgtoeslag in 2024 is € 6,9 miljard. De gemiddelde zorgtoeslag was in 2023 € 1.659 voor een eenpersoonshuishouden en € 2.013 voor een tweepersoonshuishouden.

Figuur 3 Kengetal: Het aantal eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens met een (voorlopige) toekenning.

Bron: Toeslagen

In bovenstaande figuur staat het aantal toekenningen voor de zorgtoeslag voor het betreffende toeslagjaar. De cijfers betreffen de stand op 21 augustus 2023. In de stand van het aantal toekenningen zijn zowel definitieve als voorlopige toekenningen meegenomen. Het aantal ontvangers zorgtoeslag in een jaar kan uiteindelijk hoger of lager uitvallen, omdat de zorgtoeslag met terugwerkende kracht kan worden aangevraagd of teruggevorderd. Naar verwachting neemt het aantal ontvangers van zorgtoeslag over 2023 nog substantieel toe en zal ook hoger zijn dan in de afgelopen jaren. Dit is het gevolg van de eenmalige verhoging van de zorgtoeslag in 2023, waardoor in dat jaar meer mensen recht hebben op zorgtoeslag. Als alle aanvragen definitief toegekend zijn, is pas duidelijk hoeveel rechthebbenden er in een jaar zijn.

Tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ)

Bij de aangifte inkomstenbelasting bestaat de mogelijkheid om binnen bepaalde grenzen specifieke zorgkosten af te trekken. Personen die als gevolg van heffingskortingen deze aftrek niet (geheel) kunnen verzilveren ontvangen het niet-verzilverbare deel via de TSZ-regeling. Op grond van de gerealiseerde uitgaven bedraagt het uitgavenbudget sinds 2021 circa € 68 miljoen. De uitgaven worden beïnvloed door een combinatie van factoren. De hoogte van de heffingskortingen en de ouderenkorting zijn daar voorbeelden van. Ook de totale aftrek specifieke zorgkosten en de inkomenspositie van belastingplichtigen spelen een rol. De uitgaven aan de TSZ-regeling bewegen automatisch mee met die factoren, zodat de tegemoetkoming voor mensen die de fiscale aftrek niet kunnen verzilveren in stand blijft.

Ontvangsten

Het ministerie van VWS baseert zich bij zijn raming van de zorgtoeslag op ramingen van het CPB ten aanzien van de inkomensontwikkeling van huishoudens en het daaruit volgende recht op zorgtoeslag. Door Toeslagen wordt deze informatie gebruikt bij de voorlopige toekenning van de zorgtoeslag. De inkomensramingen zullen bij een deel van de huishoudens echter te hoog of te laag uitvallen. Er volgen dan terugvorderingen en nabetalingen bij de definitieve vaststelling. Deze worden in de ontwerpbegroting niet geraamd waardoor in de budgettaire tabel aan de ontvangstenkant geen bedrag wordt opgenomen voor 2024. Bij Slotwet worden de uitgavenramingen aangepast aan de werkelijke realisaties (inclusief de nabetalingen) en worden de gereali­seerde terugvorderingen aan de ontvangstenkant in beeld gebracht en zo nodig toegelicht.

4. Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 9 Algemeen

A. Inleiding

In dit niet-beleidsartikel worden de departementsbrede uitgaven vermeld die niet zinvol kunnen worden toegerekend aan een beleidsartikel.

Internationaal beleid

De betekenis van het internationale volksgezondheidsbeleid is, mede als gevolg van de COVID-19 pandemie, sterk toegenomen. Het ministerie van VWS vertegenwoordigt Nederland met betrekking tot de voor de Volksgezondheid, Welzijn en Sport relevante onderwerpen bij internationale organisaties zoals de Europese Unie (EU), de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Verenigde Naties (VN), de G20, de Raad van Europa en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Vanuit het ministerie van VWS dragen we hiermee bij aan de ambitie om de Nederlandse volksgezondheid via multilaterale samenwerking te versterken en onze burgers te beschermen. Dit doen we onder andere door samenwerking te organiseren met andere landen, al dan niet via de multilaterale instanties. De integrale samenwerking met andere departementen zoals Buitenlandse Zaken (BuZa), Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS), Economische Zaken en Klimaat (EZK), Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en Justitie en Veiligheid (JenV) staat hierbij centraal. Dit is onder andere terug te zien in de Mondiale Gezondheidsstrategie (2023-2030), waarbij wij tevens nauw samenwerken met relevante maatschappelijke partijen via de Global Health Hub. Ook zetten we ons in om het Nederlandse bedrijfsleven en de Nederlandse kennisinstellingen een podium te bieden op belangrijke buitenlandse markten (economische diplomatie).

Prioriteiten 2024

De effecten van de COVID-19 pandemie op de mondiale gezondheid hebben laten zien dat internationale samenwerking op het gebied van volksgezondheid cruciaal is en blijvend grote inzet behoeft. Nederland zal zich nog nadrukkelijker moeten verhouden tot de wereld om ons heen. Internationale samenwerking is onmisbaar om de nationale volksgezondheid te beschermen. We herzien en verdiepen hiertoe onze samenwerking binnen belangrijke internationale gremia zoals de EU, de WHO en de G20.

Een belangrijk thema blijft de pandemische paraatheid. Er wordt ingezet op samenwerking over de volle breedte van het internationale beleid, zodat het best kan worden bijgedragen aan de beleidsinzet rond pandemische paraatheid. Van belang hierbij zijn de verdiepte Europese samenwerking op dit gebied binnen de Europese gezondheidsunie inclusief de Health Emergency and Response Authority (HERA), alsook de mondiale inzet voor een pandemieverdrag, waarbij Nederland een prominente rol speelt met de functie van co-voorzitter van de onderhandelingen namens de Europese regio.

Maar ook op andere beleidsterreinen zien we het groeiende belang van internationale samenwerking, om van elkaar te leren en de volksgezondheid en zorg in Nederland beschikbaar en betaalbaar te houden. Internationale samenwerking draagt tevens bij aan het verbeteren van gezondheid in andere delen van de wereld en het verminderen van ongelijkheden, waar de wereld veiliger van wordt, inclusief Nederland.

Voorts wordt ingezet op verdere implementatie van de Nederlandse Mondiale Gezondheidsstrategie, met als prioriteiten het versterken van de mondiale gezondheidsarchitectuur en nationale gezondheidssystemen; het verbeteren van internationale pandemische paraatheid en het minimaliseren van grensoverschrijdende gezondheidsdreigingen; en het adresseren van de impact van klimaatverandering op volksgezondheid en vice versa. Hiertoe wordt interdepartementaal samengewerkt, met name het ministerie van Buitenlandse Zaken, met de deelnemers van de Global Health Hub en met een brede groep internationale partners. Zo hebben wij een voortrekkersrol bij het proces om te komen tot een nieuwe resolutie (vast te stellen tijdens de komende World Health Assembly (WHA)) over klimaatverandering en gezondheid, waarmee onder andere ook een bijdrage wordt geleverd aan de implementatie van de Internationale Klimaatstrategie van de Rijksoverheid.

Met het zichtbaarder worden van onderlinge afhankelijkheid is meer erkenning gekomen voor het belang van investeren in mondiale gezondheid. Gezondheidsuitdagingen zijn in toenemende mate grensoverschrijdend, multidimensionaal en complex. Het aanpakken van deze samenhangende problemen vraagt om meer samenwerking op verschillende niveaus. Er wordt daarom steeds integraler gewerkt, met de VN Sustainable Development Goals (SDGs) als uitgangspunt. De SDGs gaan niet alleen over het verbeteren van menselijk welzijn, maar zijn tevens onze verzekering tegen toekomstige crises. De kabinetsbrede Nederlandse mondiale gezondheidsstrategie reflecteert deze integrale, toekomstgerichte inzet, waarin (SDG-)doelen worden verbonden. Daarbij wordt eveneens samenhang gezocht met andere relevante strategieën van het kabinet, zoals de Multilateralismestrategie.

Ook bestaande prioriteiten zoals dementie, kankerbestrijding, digitalisering en antitabaksbeleid blijven belangrijke thema’s bij onze internationale inzet.

Om onze beleidsdoelen op het terrein van volksgezondheid en sport te realiseren, is een versterkte Europese (EU) samenwerking noodzakelijk. In 2024 zullen Europese verkiezingen resulteren in een nieuw mandaat voor het Europees Parlement en de Europese Commissie. Nederland en het ministerie van VWS zullen zich inzetten voor een weerbaar Europa in de context van veranderende geopolitieke omstandigheden. Om dit te bereiken neemt Nederland een proactieve en constructieve voortrekkersrol in de EU, waarbij wordt samengewerkt met andere lidstaten en internationale partners aan een weerbare Unie, met een interne markt die de gezondheidsbelangen van Europese burgers beschermt en een gezonde leefstijl bevordert. Hierbij staat de (gezondheids)veiligheid van Europese burgers voorop, inclusief de leveringszekerheid en betaalbaarheid van medische producten in onze op solidariteit gebaseerde gezondheidszorgsystemen. Dit past in de bredere Nederlandse inzet ten aanzien van de open strategische autonomie (OSA) van de EU. De Europese voorstellen voor herziening van de Europese geneesmiddelenwetgeving en een European Health Data Space zijn hiertoe belangrijke instrumenten.

Ook bilateraal zullen we onze samenwerking met partnerlanden in het belang van onze beleidsambities verder versterken. Binnen Europa vragen onder andere de relatie met Duitsland en het Verenigd Koninkrijk de aandacht. In het Verenigd Koninkrijk zullen we intensief inzetten op het vormgeven van de nieuwe relatie na de Brexit op het brede VWS-terrein. Mondiaal zal worden ingezet op verdiepte samenwerking met o.a. landen als de VS, India, China, Indonesië en Brazilië. Dit vraagt om blijvende inzet op ons diplomatieke netwerk op het terrein van de volksgezondheid.

Een prominent instrument voor ons internationale beleid blijft het detacheren van medewerkers op onze diplomatieke vertegenwoordigingen in het buitenland en bij de relevante internationale organisaties (waaronder WHO en EU). De personele en materiële uitgaven met betrekking tot internationale samenwerking staan vermeld op artikel 10 Apparaatsuitgaven.

B. Budgettaire gevolgen
Tabel 59 Budgettaire gevolgen artikel 9 Algemeen (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

22.480

36.386

39.091

39.618

37.443

34.314

34.191

         
 

Uitgaven

28.029

39.979

39.646

39.618

37.443

34.314

34.191

         

9.10

Internationale samenwerking

8.377

13.879

13.562

13.643

11.583

8.456

8.333

 

Bijdrage aan agentschappen

1.180

1.175

0

0

0

0

0

 

Overige

1.180

1.175

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

7.197

12.704

13.562

13.643

11.583

8.456

8.333

 

World Health Organization en Mondiale Gezondheidsstrategie

2.688

4.397

5.368

5.368

3.868

3.868

3.868

 

EMA

4.006

4.073

3.780

3.861

3.731

3.604

3.481

 

Overige

503

4.234

4.414

4.414

3.984

984

984

9.20

Verzameluitkering

0

200

200

100

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

0

200

200

100

0

0

0

 

Overige

0

200

200

100

0

0

0

9.30

Eigenaarsbijdrage

14.652

20.900

20.884

20.875

20.860

20.858

20.858

 

Bijdrage aan agentschappen

14.652

20.900

20.884

20.875

20.860

20.858

20.858

 

Eigenaarsbijdrage RIVM

14.652

20.900

20.884

20.875

20.860

20.858

20.858

9.40

Begrotingsreserve achterborg WFZ-garanties

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

 

Garanties

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

 

Overige

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

         
 

Ontvangsten

8.811

1.500

0

0

0

0

0

         
C. Toelichting op de financiële instrumenten
1. Internationale samenwerking

Bij internationale samenwerking gaat het erom door internationale contacten en gezamenlijke initiatieven, bij te dragen aan een veiliger, gezonder en welvarender Nederland in de wereld. De nadruk moet liggen op het zoeken naar oplossingen voor grensoverschrijdende problemen, waarbij er concrete meerwaarde moet zijn vanuit de missie van het ministerie van VWS. VWS ontplooit activiteiten om invulling te geven aan de internationale samenwerking op de beleidsterreinen van volksgezondheid, welzijn en sport met een beperkt aantal landen. Tevens werkt VWS samen met multilaterale organisaties bij het vormgeven van onze internationale ambities binnen de gezondheidszorg.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

World Health Organization en Mondiale Gezondheidsstrategie

In 2024 wordt het meerjarig partnerschap-programma met de WHO voortgezet en vernieuwd. Nederland zet in op een sterkere rol van de WHO, ten einde bij te dragen aan een gezondere en eerlijkere wereld. Daarbij blijven de bekende onderwerpen (antimicrobiële resistentie (AMR), infectieziektenbestrijding, pandemische paraatheid, toegang tot geneesmiddelen en het terugdringen van niet besmettelijke ziekten) van groot belang. Het partnerschapprogramma vergroot de Nederlandse invloed binnen de WHO. Ook worden de contacten tussen de WHO en aan VWS gelieerde organisaties bevorderd. Hiervoor is jaarlijks een bedrag van in totaal € 3,9 miljoen beschikbaar

Daarnaast zijn er initiële middelen gereserveerd voor de implementatie van de in oktober 2022 gepubliceerde Nederlandse Mondiale Gezondheidsstrategie (2023-2030). Deze behelzen € 0,4 miljoen per jaar voor 2024 en 2025 ten behoeve van het Global Health Partnerships Programma, dat kennisuitwisseling en technische assistentie tussen de Nederlandse overheid en de overheden van partnerlanden financiert op VWS beleidsterreinen.

Binnen het kader van de Mondiale Gezondheidsstrategie wordt tevens bijgedragen aan de AMR Multi-Party Trustfund (MPTF). Antimicrobiële Resistentie (AMR) bestrijding is een van de prioriteiten van de Mondiale Gezondheidsstrategie. AMR is een ernstige bedreiging van de volksgezondheid wereldwijd en in Nederland. Er wordt jaarlijks € 1,5 miljoen in 2023 t/m 2025 beschikbaar gesteld om het AMR MPTF een extra financiële impuls te bieden. Hiermee wordt de ontwikkeling van nationale AMR-bestrijdingsplannen en het bieden van technische assistentie gesteund.

CEPI

De Coalition for Epidemic Preparedness Innovations (CEPI) houdt zich bezig met de ontwikkeling van pandemische vaccins, zoals voor COVID-19. Hiervoor wordt in de periode 2023-2026 jaarlijks € 3 miljoen beschikbaar gesteld.

EMA

De bijdrage van € 3,8 miljoen aan de European Medicines Agency (EMA) betreft de bijdrage aan de huurkosten en het gebruikersonderhoud van de EMA.

3. Eigenaarsbijdrage

Bijdrage aan agentschappen

Eigenaarsbijdrage RIVM

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is een agentschap van het Ministerie van VWS en doet projectmatig onderzoek voor zijn primaire opdrachtgevers: de Ministeries van VWS, IenW, EZK, LNV, SZW, BZK en Defensie. Op dit artikel worden middelen voor het Strategisch Programma RIVM (SPR) en een aantal overige specifieke eigenaarsbij­dragen geraamd (€ 16,5 miljoen). Het SPR bestaat uit strategisch onderzoek en andere werkzaamheden die het RIVM uitvoert om de kennis en expertise te ontwikkelen die nodig zijn voor de continuïteit van het instituut. Het SPR 2023–2026 zal zich richten op wetenschappelijke vernieuwing binnen vijf categorieën wetenschappelijke methoden en technieken en acht inhoude­lijke onderwerpen.

Ingaande 2023 is aanvullend op bovenstaande middelen vanuit het ministerie van OCW een meerjarige overheveling gedaan van € 4,4 miljoen. Dit in verband met middelen vanuit het Wetenschapsfonds t.b.v. de RIVM-kennisbasis.

De Wet op het RIVM vormt de wettelijke basis voor het SPR. Deze wet bepaalt dat de directeur-generaal RIVM een strategisch onderzoekspro­ gramma opstelt. Hierin beschrijft hij welke inzichten het instituut moet verwerven om zijn taken adequaat te kunnen uitvoeren. Het programma is gericht op de continuïteit van het RIVM op de langere termijn, bedoeld om te kunnen anticiperen op nieuwe kennisvragen van de opdrachtgevers op de middellange en lange termijn en om de positie van het RIVM in het wetenschappelijk veld te handhaven en waar nodig te versterken. Met deze wettelijke bepaling laat de wetgever zien dat het RIVM professioneel zelfstandig is. In het licht van de betekenis van het SPR voor de toekomstige kennispositie van het RIVM is het budget hiervoor belegd bij de plaatsver­vangend secretaris-generaal van VWS, als eigenaar van het agentschap RIVM. Om deze reden worden deze middelen bekostigd vanuit dit niet- beleidsartikel. In de totale bijdrage is ook een bijdrage opgenomen ten behoeve van internationaal onderzoek.

4. Begrotingsreserve achterborg WFZ-garanties

Garanties

Overige

In 2021 heeft een evaluatieonderzoek van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) plaatsgevonden (Kamerstukken II 2021/2022, 35925 XVI, nr. 105). Het onderzoek laat zien dat de doelstellingen van het WFZ nog steeds actueel zijn: bevorderen van de continuïteit van financiering, beperken van de macrorentekosten en stimuleren van goed financieel management bij zorginstellingen. VWS ontvangt geen premie voor de achterborg. In het kader van de verdere beperking van de risico's is daarom besloten een begrotingsreserve aan te leggen voor eventuele schade in het kader van de achterborg. Gezien de afname van het garantievolume en de inbouw van risicomitigerende maatregelen, volstaat een jaarlijkse storting van € 5 miljoen.

4.2 Artikel 10 Apparaat Kerndepartement

A. Inleiding

In dit niet-beleidsartikel wordt ingegaan op de personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

B. Apparaatsuitgaven departement Budgettaire gevolgen
Tabel 60 Budgettaire gevolgen artikel 10 Apparaat departement (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

549.192

633.211

526.821

501.280

473.616

467.262

459.289

        

Uitgaven

540.244

655.408

533.704

501.014

473.990

467.186

459.444

        

Personele uitgaven

438.315

522.451

422.324

388.465

365.986

359.004

353.105

waarvan eigen personeel

318.681

403.945

371.814

351.768

337.907

332.939

330.785

waarvan inhuur externen

117.209

115.473

47.477

33.667

25.049

23.035

19.290

waarvan overige personele uitgaven

2.425

3.033

3.033

3.030

3.030

3.030

3.030

Materiële uitgaven

101.929

132.957

111.380

112.549

108.004

108.182

106.339

waarvan ICT

12.320

28.663

22.877

23.027

22.201

21.969

20.126

waarvan bijdrage aan SSO's

59.503

68.989

62.959

62.897

58.117

58.527

58.527

waarvan overige materiële uitgaven

30.106

35.305

25.544

26.625

27.686

27.686

27.686

        

Ontvangsten

10.874

12.002

9.265

9.265

9.265

9.265

9.265

Overige

10.874

12.002

9.265

9.265

9.265

9.265

9.265

C. Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten agentschappen en Zelfstandige Bestuursorganen/Rechtspersonen met een wettelijke taak.
Tabel 61 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

549.192

633.975

564.447

521.440

475.821

467.892

460.150

         
 

Uitgaven

540.244

651.105

564.447

521.440

475.821

467.892

460.150

         

10.30

Kerndepartement

403.023

495.936

410.650

369.656

324.842

318.291

311.125

 

Personele uitgaven

327.466

396.004

329.484

288.677

249.445

242.816

237.693

 

Eigen personeel

213.402

283.634

261.877

242.384

220.966

216.750

215.547

 

Eigen personeel

1.480

2.211

2.396

1.956

1.956

1.856

1.681

 

Externe inhuur

110.481

107.399

62.451

41.579

23.765

21.452

17.707

 

Overige

2.103

2.760

2.760

2.758

2.758

2.758

2.758

 

Materiële uitgaven

75.557

99.932

81.166

80.979

75.397

75.475

73.432

 

ICT

7.890

17.184

10.925

12.175

10.328

9.996

7.953

 

Bijdrage SSO's

51.824

64.838

58.610

58.548

53.768

54.178

54.178

 

Overig

0

1.250

0

0

0

0

0

 

Overige

15.843

16.660

11.631

10.256

11.301

11.301

11.301

10.40

Inspecties

105.148

117.538

117.909

118.057

118.759

117.493

116.919

 

Personele uitgaven

85.463

93.715

94.126

93.674

93.546

92.080

91.306

 

Eigen personeel

80.065

92.274

92.685

92.234

92.105

90.640

89.866

 

Externe inhuur

5.076

1.168

1.168

1.168

1.169

1.168

1.168

 

Overige

322

273

273

272

272

272

272

 

Materiële uitgaven

19.685

23.823

23.783

24.383

25.213

25.413

25.613

 

ICT

2.895

9.426

9.421

10.021

10.851

11.051

11.251

 

Bijdrage SSO's

7.605

3.950

3.950

3.950

3.950

3.950

3.950

 

Overige

9.185

10.447

10.412

10.412

10.412

10.412

10.412

10.50

SCP en Raden

32.073

37.631

35.888

33.727

32.220

32.108

32.106

 

Personele uitgaven

25.386

27.752

28.350

26.233

24.826

24.814

24.812

 

Eigen personeel

23.734

25.634

27.265

25.818

24.411

24.399

24.397

 

Externe inhuur

1.652

2.118

1.085

415

415

415

415

 

Materiële uitgaven

6.687

9.879

7.538

7.494

7.394

7.294

7.294

 

ICT

1.535

3.489

2.722

1.022

1.022

922

922

 

Bijdrage SSO's

74

301

399

399

399

399

399

 

Overige

5.078

6.089

4.417

6.073

5.973

5.973

5.973

         
 

Ontvangsten

10.874

12.002

9.265

9.265

9.265

9.265

9.265

         
Tabel 62 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven agentschappen en zbo's/rwt's (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal apparaatskosten Agentschappen

773.814

741.480

827.716

741.553

732.274

727.087

726.159

College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

56.303

62.131

66.144

65.687

64.902

63.754

62.926

Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg

105.298

96.449

126.072

91.366

89.372

88.333

88.233

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

612.213

582.900

635.500

584.500

578.000

575.000

575.000

        

Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's

443.116

433.113

430.030

417.236

406.077

404.754

407.426

Zorg Onderzoek Nederland/ Medische Wetenschappen (ZonMw)

39.385

42.462

38.076

33.994

28.754

25.968

25.577

Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

105.690

104.355

113.464

108.420

110.748

113.408

116.470

Centraal Administratie Kantoor (CAK)

129.743

116.973

115.109

114.906

114.875

114.872

114.872

Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR)

1.061

1.250

1.037

1.284

1.117

1.117

1.117

Centrale Commissie voor Mensgebonden Onderzoek (CCMO), inclusief Medisch Ethische Commissies (METC’s)

4.278

4.810

4.813

4.825

4.822

4.822

4.822

Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

66.131

65.351

67.100

67.417

67.388

67.390

67.390

Zorginstituut Nederland (ZiNL)

79.873

78.908

70.594

67.409

59.399

58.196

58.197

College Sanering Zorginstellingen (CSZ)

1.600

1.638

1.600

1.600

1.600

1.600

1.600

College Ter Beoordeling van Geneesmiddelen

659

736

748

748

748

748

748

Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS)

11.768

13.583

14.440

13.583

13.583

13.583

13.583

Dopingautoriteit

2.928

3.047

3.049

3.050

3.043

3.050

3.050

D. Toelichting op de apparaatsuitgaven
4.2.1 Toelichting apparaatsuitgaven kerndepartement

Personele- en materiële uitgaven kerndepartement

Op dit artikelonderdeel worden de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten voor personeel, inhuur externen en materieel geraamd die nodig zijn voor het functioneren van het kerndepartement.

De personele uitgaven kerndepartement bestaan uit alle personeelsuit­ gaven inclusief de inhuur van externen voor zowel primaire als ondersteu­ nende processen. De materiële uitgaven hebben betrekking op activiteiten en middelen ter ondersteuning van het primaire proces. Dit omvat onder andere uitgaven aan ICT, bijdragen aan shared service organisaties (SSO's) en overige materiële kosten, zoals huisvestingskosten en opdrachten.

De uitgaven voor externe inhuur zijn op voorhand moeilijk te ramen. Daarnaast kan het budget (en de realisatie) voor externe inhuur in de loop van het begrotingsjaar wijzigen, ook door tussentijdse interne herschikking van budgetten binnen het apparaatsbudget (bijvoorbeeld van budget voor eigen personeel naar budget voor de inhuur van externen). Tot slot zullen de materiële uitgaven in 2024 anders uitvallen dan nu in de begroting staat vermeld, doordat een aantal technische mutaties lopende het jaar wordt verwerkt. Het betreft kosten voor bijvoorbeeld ICT-dienstverlening en huisvesting, waarvan de facturen centraal worden betaald aan de desbe­treffende SSO binnen het Rijk en pas lopende het jaar in rekening worden gebracht aan de dienstonderdelen van VWS. In de suppletoire begrotingen zullen deze mutaties worden gemeld en zo nodig toegelicht.

Tabel 63 Apparaatsuitgaven kernministerie 2024 onderverdeeld naar Directoraat-Generaal (Bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2024

Directoraat-generaal Volksgezondheid

26.162

Directoraat-generaal Curatieve zorg

29.241

Directoraat-generaal Langdurige zorg

41.613

Totaal beleid

97.016

Secretaris-generaal / (plaatsvervangend) secretaris-generaal

313.634

Totaal apparaatsuitgaven kerndepartement

410.650

4.2.2 Toelichting apparaatsuitgaven inspecties, SCP en raden

Personele- en materiële uitgaven inspecties, SCP en raden

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

We kunnen in Nederland vertrouwen op goede gezondheidszorg en jeugdhulp. Voor iedereen, altijd en overal. Dat willen we graag zo houden, ook voor volgende generaties. Daarom houdt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de zorg en jeugdhulp in Nederland. En samen met andere Europese inspecties waakt de IGJ over de internationale markt voor geneesmiddelen en medische hulpmiddelen.

Als toezichthouder doet de IGJ wat nodig is om partijen in de volle breedte van de zorg (samen) te laten werken aan het borgen en verbeteren van de kwaliteit en veiligheid van zorg voor alle burgers. Het doel is dat iedereen altijd kan vertrouwen op goede zorg en daar maakt de IGJ zich sterk voor.

De IGJ onderzoekt of alle zorgaanbieders de zorg voldoende afstemmen op de behoeften van de patiënt of cliënt. Zo wordt de kwaliteit van de zorg en het welzijn van de patiënt of cliënt bevorderd. Ook vraagt de IGJ inzet op het gebied van preventie, let ze op de beschikbaarheid van de zorg en jeugdhulp en ziet ze toe op de naleving van wetten en regels. Tot slot bekijkt de IGJ ook of de samenwerking tussen zorgaanbieders onderling goed verloopt. En of zij de zorg goed afstemmen met ouders en mantelzorgers. Begrijpt iedereen zijn rol in het zorgnetwerk, met respect voor die van anderen?

Uitgangspunt is dat zorgaanbieders voortdurend openstaan voor verbetering en vernieuwing. Als door de IGJ gevraagde verbeteringen uitblijven, of als er een acuut gevaar is voor de patiënt, grijpt ze in.

Sociaal en Cultureel Planbureau

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) volgt, verklaart en verkent hoe het met de inwoners van Nederland gaat op sociaal en cultureel gebied. Dat behelst onder meer de monitoring van de leefsituatie en kwaliteit van leven, de evaluatie van overheidsbeleid op daarvoor relevante terreinen en verkenningen ten behoeve van toekomstig beleid. Het SCP valt formeel onder het Ministerie van VWS. Het werkprogramma van het SCP wordt gepubliceerd op de website van het SCP.

Het SCP is opgericht in 1973. De «Aanwijzingen voor de Planbureaus» uit 2012 bepalen hoe de drie planbureaus werken. Het SCP heeft de volgende taken:

• wetenschappelijke verkenningen verrichten;

• bijdragen aan een verantwoorde keuze van beleidsdoelen;

• informatie verwerven met betrekking tot de uitvoering van interdeparte­ mentaal beleid op het gebied van sociaal en cultureel welzijn.

Het onderzoek van het SCP voldoet altijd aan de kenmerken: wetenschap­ pelijk, beleidsrelevant en gericht op de leefsituatie van de mensen die het beleid betreft. Dit vanuit twee strategische perspectieven: ‘de veranderende verzorgingsstaat’ en ‘processen van insluiting en uitsluiting’. De perspec­tieven vormen samen de ‘bril’ waardoor wordt gekeken richting de samenleving.

Het SCP werkt met een meerjarenplan voor een periode van vijf jaar dat gericht is op relevante maatschappelijke vraagstukken. Een periode van vijf jaar biedt het SCP daarbij voldoende tijd om langer lopende onderzoeks­lijnen te garanderen. Voor de periode 2021 tot en met 2025 ambieert het SCP de volgende onder­ zoeksprogramma’s:

1. Beleidsvisies, burgervisies en gedragingen

2. De diverse bevolking van Nederland. Samenleven nu en in de toekomst

3. Lokaal. Het sociaal domein en de kracht van de lokale verzorgingsstaat

4. Participatie, talentontwikkeling en kansengelijkheid

5. Representatie en vertrouwen

6. Schaarste, welvaart en welbevinden

7. Nederland internationaal

De maatschappelijke vraagstukken waar het SCP onderzoek naar doet, beperken zich zelden tot één specifiek beleidsterrein. Burgers bevinden zich immers in veel domeinen tegelijkertijd. Door dit als uitgangspunt van onderzoek te nemen, kan het SCP de effecten van overheidsbeleid voor burgers onderzoeken. Het SCP werkt daarbij zoveel mogelijk vanuit verschillende invalshoeken en disciplines. Waar nodig en mogelijk voert het SCP integrale en interdisciplinaire onderzoeken uit. Daarvoor gebruikt het SCP (innovatieve) onderzoeksmethoden die helpen met het verkennen, verdiepen en verklaren van maatschappelijke vraagstukken. Tevens werken wij aan een uitgebreide basisdata-infrastructuur.

Het SCP kiest zelf welke onderzoeken het uitvoert. Op basis van het meerja­renplan en door te anticiperen op relevante maatschappelijke ontwikke­lingen ontwikkelt het SCP ieder jaar een jaarplan, met voldoende flexibiliteit in om in te kunnen spelen op de actualiteit en nieuwe kennisvragen te kunnen beantwoorden.

Raad voor Volksgezondheid & Samenleving

De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) is een onafhankelijk adviesorgaan voor de regering en de beide kamers der Staten-Generaal. De RVS heeft tot taak strategische adviezen te geven over het te voeren beleid. De vraagstukken waarover de RVS adviseert zijn per definitie domei­noverstijgend. Vanuit zijn onafhankelijke positie en opdracht laat de RVS zijn licht schijnen over toekomstige strategische beleidsvraagstukken voor zorg, volksgezondheid, welzijn en samenleving. Hierbij beziet de RVS de mogelijkheid om dit in samenwerking met andere kennisinstellingen te doen. De RVS werkt aan een sterkere verbinding met VWS alsmede met andere departementen, zoals OCW, BZK, SZW en JenV. De RVS werkt in zijn adviezen zoveel mogelijk in interactie met het veld. Dit doet de RVS bovendien door naast schriftelijke adviezen op andere dan gebruikelijke manieren vraagstukken te agenderen, bijvoorbeeld met films, animaties, online activiteiten, veldraadplegingen, etc.

De RVS werkt met een meerjarige agenda. In 2024 presenteert de RVS de werkagenda voor de komende vier jaar. In de werkagenda staat beschreven op welke opgaven op het snijvlak van gezondheid & samenleving de RVS zich richt en met welke projecten het concreet aan de slag gaat.

Het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG) is een samenwerkings-verband van de Gezondheidsraad (GR) en de RVS. Het CEG publiceert over nieuwe ontwikkelingen op het snijvlak van ethiek, gezondheid en beleid. Het CEG brengt jaarlijks signalementen uit over ethische thema’s en geeft uitvoering aan de publieksfunctie, onder meer via de website (kennisbron over ethische thema's) en diverse publieksbijeenkomsten, waaronder de jaarlijkse Els Borst lezing.

Gezondheidsraad

De Gezondheidsraad (GR) is een onafhankelijk wetenschappelijke adviesraad die als taak heeft de regering en het parlement te adviseren door de actuele stand van de wetenschap aan te reiken voor gezondheidsbeleid. Vanuit verschillende disciplines werkt de raad aan hoogwaardige adviezen op het gebied van: optimale gezondheidszorg, preventie, gezonde voeding, gezonde leefomgeving, gezonde arbeidsomstandigheden en innovatie & kennisinfrastructuur. De raad brengt gevraagd en ongevraagd advies uit. De vraagstukken die onderwerp zijn van advies worden in belangrijke mate ingebracht vanuit diverse departementen en worden jaarlijks opgenomen in het werkprogramma. In september stelt de Minister van VWS het werkprogramma voor het komende jaar vast. Het werkprogramma en de actuele stand van zaken worden gepubliceerd op de website van de GR.

4.4 Artikel 11 Nog onverdeeld

A. Inleiding

Dit niet-beleidsartikel heeft een technisch-administratief karakter. Vanuit dit artikel vinden overboekingen van loon- en prijsbijstellingen naar de loon- en prijsgevoelige artikelen binnen de begroting plaats. Ook worden er taakstellingen of extra middelen op dit artikel geplaatst die nog niet aan de beleidsartikelen zijn toegedeeld.

B. Budgettaire gevolgen van niet-beleid nog onverdeeld
Tabel 64 Budgettaire gevolgen artikel 11 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

0

27.414

20.926

3

19.038

54.711

33.794

         
 

Uitgaven

0

27.092

22.498

3

19.038

54.711

33.794

         

11.4

Nog onverdeeld

0

27.092

22.498

3

19.038

54.711

33.794

 

Nog te verdelen

0

27.092

22.498

3

19.038

54.711

33.794

 

Loonbijstelling

0

3.972

18.049

0

19.035

54.701

33.794

 

Prijsbijstelling

0

9.657

4.446

0

0

0

0

 

Overige

0

13.463

3

3

3

10

0

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

C. Toelichting op de financiële instrumenten

Personeel en Materieel

Op dit onderdeel wordt de loon- en prijsbijstelling geboekt totdat de toerekening plaatsvindt aan begrotingsartikelen.

5. Begroting agentschappen

5.1 College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG)

5.1.1 Inleiding

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) bestaat uit een College en een secretariaat dat is ondergebracht in een agentschap (aCBG). Het College is een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) met een zelfstandige bevoegdheid. Een baten-lastenagentschap van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ondersteunt het College bij de uitvoering van haar taken. Naast de taken voor het College ondersteunt het agentschap ook de Commissie Registratie Diergeneesmiddelen (CRD) en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) bij het beoordelen van diergeneesmiddelen en bewaken van hun kwaliteit. Ook ondersteunt het agentschap het ministerie van VWS bij de beoordeling van nieuwe voedingsmiddelen.

De belangrijkste taken op basis van de Geneesmiddelenwet, de Wet Dieren en Europese richtlijnen en verordeningen zijn voor het CBG:

  • Verstrekken, handhaven en schorsen van handelsvergunningen op basis van de beoordeling van werkzaamheid, risico’s en kwaliteit.

  • Vaststellen van de afleverstatus humaan, dus het bepalen of het geneesmiddel uitsluitend op recept, uitsluitend via de apotheek, via de drogist, of in de vrije verkoop verkrijgbaar mag zijn.

  • Vaststellen van de afleverstatus veterinair, dus het bepalen of het diergeneesmiddel uitsluitend door een dierenarts mag worden toegediend, afgeleverd mag worden door dierenarts of apotheker, op recept afgeleverd mag worden door dierenarts, apotheker of vergunninghouder, of vrij verkrijgbaar is.

  • Geneesmiddelenbewaking.

  • Geven van wetenschappelijk advies in het kader van geneesmiddelontwikkeling.

Informatie over de organisatiestructuur, de samenstelling van het College en achtergrond­informatie over processen en procedures van het CBG is te vinden op de CBG-website: www.cbg-meb.nl.

5.1.2 Begroting 2024

Tabel 65 Begroting van baten-lastenagentschap aCBG voor het jaar 2024 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2022

Vastgestelde begroting 2023

2024

2025

2026

2027

2028

Baten

       

Opbrengst

62.976

67.558

74.138

72.167

71.938

70.620

70.265

Opbrengst moederdepartement

7.167

9.323

11.777

9.937

9.521

7.909

7.467

Opbrengst overige departementen

1.506

1.070

1.010

770

770

770

770

Opbrengst derden

54.303

57.165

61.351

61.459

61.648

61.940

62.028

Rentebaten

78

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

14

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

63.068

67.558

74.138

72.167

71.938

70.620

70.265

        

Lasten

       

Apparaatskosten

60.977

66.144

72.761

71.414

71.185

69.867

69.512

Personele kosten

48.224

51.605

58.188

56.888

56.688

55.488

55.138

waarvan eigen personeel

40.274

43.536

49.931

49.181

49.081

48.881

48.881

waarvan inhuur externen

6.425

6.434

6.456

5.956

5.856

4.856

4.506

waarvan overige personele kosten

1.525

1.635

1.801

1.751

1.751

1.751

1.751

Materiële kosten

12.753

14.539

14.574

14.526

14.498

14.379

14.375

waarvan apparaat ICT

4.660

5.760

5.364

5.364

5.364

5.364

5.364

waarvan bijdrage aan SSO's

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overige materiële kosten

8.093

8.779

9.210

9.162

9.134

9.015

9.011

Zbo

669

748

753

753

753

753

753

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

430

666

623

0

0

0

0

Materieel

430

666

623

0

0

0

0

waarvan apparaat ICT

429

666

623

0

0

0

0

waarvan ov. mat. afschrijvingskosten

1

0

0

0

0

0

0

Immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Overige kosten

860

0

0

0

0

0

0

Dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere lasten

860

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

62.936

67.558

74.138

72.167

71.938

70.620

70.265

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

132

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

132

0

0

0

0

0

0

Toelichting begroting van baten en lasten

Voor alle bedragen is het prijspeil 2024 gehanteerd.

Baten

Opbrengst moederdepartement

Vanuit het moederdepartement ontvangt het aCBG in 2024 de volgende bijdragen:

  • Conform het ingediende bestedingsplan, een bijdrage voor het meerjarige programma Werk aan Uitvoering, van € 4,9 miljoen. Ook voor latere jaren is in de begroting rekening gehouden met de in het bestedingsplan opgenomen bedragen.

  • Een meerjarige financiële bijdrage voor werkzaamheden in het kader van Informatiehuishouding op Orde van € 1,5 miljoen (gekoppeld aan het Generiek Actieplan Informatiehuishouding Rijksoverheid, het VWS project voor actieve openbaarmaking en het meerjarenplan voor de verbetering van de informatiehuishouding). Omdat de nadruk van het programma in 2024 ligt worden voor 2025 en 2026 lagere bedragen verwacht, respectievelijk € 1,3 miljoen en € 0,6 miljoen en begroot tot en met 2025.

  • Een structurele financiële bijdrage voor beleidsmatige en overige niet door derden gefinancierde activiteiten van € 3,0 miljoen. Op basis van de uitkomsten van de aanpassing van ‘fee regulation’ van het EMA kan dit bedrag nog wijzigen.

  • Subsidies voor totaal € 0,5 miljoen ter bevordering van toegankelijke en begrijpelijke patiëntinformatie (programma Goed Gebruik).

  • Een vergoeding van € 0,7 miljoen voor werkzaamheden in het kader van het programma Wet Open Overheid.

  • Een vergoeding voor werkzaamheden inzake nieuwe voedingsmiddelen van € 0,3 miljoen.

  • Een vergoeding voor het project Ephor (Expertisecentrum Pharmacotherapie bij Ouderen) van € 0,2 miljoen.

  • Een vergoeding van € 0,8 miljoen voor werkzaamheden in het kader van aanpassing van meldpunt Geneesmiddelentekorten en -defecten.

  • Een vergoeding van € 0,1 miljoen voor werkzaamheden van het aCBG voor de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO). Deze werkzaamheden betreffen de technische voorbeoordelingstoetsen van klinische studies van geneesmiddelen voor de CCMO.

  • Voor de werkzaamheden die het aCBG uitvoert namens de minister (bevoegde instantie) en voor projecten en werkzaamheden voor het RIVM heeft het aCBG in totaal € 0,1 miljoen begroot.

  • De Europese farmaceutische wetgeving wordt de komende jaren herzien. Voor het aCBG betekent dit op twee gebieden extra activiteiten: 1) het adviseren inzake de nieuwe regelgeving en het in kaart brengen van de uitvoeringsaspecten en tevens 2) het aanpassen van de uitvoeringsprocessen op de nieuwe regelgeving. Deze activiteiten zullen naar verwachting in de jaren 2024 tot en met 2028 hun beslag krijgen. Voor de kosten van deze extra activiteiten gaat het aCBG een financiële bijdrage aan VWS vragen. Op dit moment is nog onduidelijk wat de omvang van de benodigde bijdrage zal zijn. De verwachting is dat in de loop van 2023 hier meer inzicht in zal ontstaan. Zodra er een betrouwbaar inzicht is in de verwachte kosten, zal het aCBG de aanvraag bij VWS indienen.

Voor 2025 en latere jaren is een inschatting gemaakt van de te verwachten structurele en incidentele bijdragen van het moederdepartement. Hierbij zijn voor projecten vooralsnog alleen opbrengsten opgenomen als het meerjarig doorlopende activiteiten betreft. Hierdoor zijn de bedragen vanaf 2025 jaarlijks lager. Bij het opstellen van de begrotingen voor die jaren zal meer zicht zijn op deze te verwachten bijdragen en dan zullen meer realistische bedragen kunnen worden bepaald.

Opbrengst overige departementen

Het Bureau Diergeneesmiddelen van het aCBG verricht voor het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) beleidsondersteunende activiteiten. Hiervoor is een bedrag begroot van € 0,8 miljoen. Voor de implementatie van de nieuwe EU verordening diergeneesmiddelen heeft het aCBG een bedrag begroot van € 0,2 miljoen.

Opbrengst derdenIn de volgende tabel wordt de omzet derden 2024 verdeeld naar productgroepen. De bedragen zijn gebaseerd op de verwachte instroom en er is gerekend met een algehele tariefstijging die in lijn is met de door het CPB verwachte kostenstijging. De gehanteerde tarieven per procedure en voor de jaarvergoedingen zijn gebaseerd op de regeling Geneesmiddelenwet en de Diergeneesmiddelenregeling. De realisatie van onderstaande bedragen is afhankelijk van de werkelijke hoeveelheid aanvragen (procedures) die het aCBG ontvangt en is daarom moeilijk te voorspellen. Voor de jaren na 2024 is geen rekening gehouden met loon- en prijsontwikkeling en ook niet met een aanpassing van de tarieven.

Tabel 66 Opbrengst derden naar productgroepen (bedragen x € 1.000)

Productgroep

2024

Beoordelen van nationale aanvragen Humaan

2.893

Beoordelen van Europese aanvragen: Centraal Humaan en Veterinair

15.296

Beoordelen van Europese aanvragen: MRP Humaan

862

Beoordelen DCP's Humaan

9.468

Beoordelen van homeopathische aanvragen en kruiden

38

Beoordelen Veterinaire aanvragen

2.735

Jaarvergoedingen (Humaan en Veterinair)

29.640

Overig

419

Totaal opbrengst derden

61.351

Onderstaand worden de productgroepen kort toegelicht.

Beoordelen van nationale aanvragen Humaan

Het beoordelingsproces van een nationale aanvraag betreft de aanvraag van een handelsvergunning voor een nieuw op de Nederlandse markt te brengen geneesmiddel voor mensen. De handelsvergunning wordt door het aCBG afgegeven. Het betreffende geneesmiddel komt alleen in Nederland op de markt.

Beoordelen van Europese aanvragen: Centrale Procedure Humaan en Veterinair

Bepaalde categorieën geneesmiddelen voor mensen en dieren kunnen alleen in lidstaten van de Europese Unie op de markt komen via de Centrale Europese procedure. Hierbij wordt op advies van het European Medicines Agency (EMA) door de Europese Commissie de handelsvergunning afgegeven. Voor geneesmiddelen die niet tot deze categorieën behoren staat de Centrale Procedure open op basis van vrijwilligheid. Bij een positieve beslissing krijgt de fabrikant een handelsvergunning die in alle EU-lidstaten geldig is. De coördinatie van de centrale procedure berust bij het EMA. De feitelijke beoordeling wordt door de organisaties uit de lidstaten gedaan.

Beoordelen van Europese aanvragen: MRP (Mutual Recognition Procedure) Humaan

Een MRP-procedure kan door de fabrikant worden gebruikt om een verstrekte nationale handelsvergunning uit te breiden naar andere lidstaten. De fabrikant kan een EU-lidstaat van zijn keuze vragen om het beoordelingsproces te verrichten. Deze lidstaat wordt dan Reference Member State (RMS). De gepresenteerde omzet betreft alleen humane aanvragen.

Beoordelen van Europese aanvragen: DCP (Decentrale Procedure) Humaan

Een Decentrale Procedure kan door de fabrikant worden gebruikt om een handelsvergunning in meerdere lidstaten tegelijkertijd te verkrijgen als nog in geen enkel land een handelsvergunning is verkregen. De fabrikant kan één EU-lidstaat vragen om het beoordelingsproces te verrichten. Deze lidstaat is dan Reference Member State (RMS) en beoordeelt namens de andere landen waarvoor de handelsvergunning is aangevraagd. De andere landen zijn dan Concerned Member state (CMS). De gepresenteerde omzet betreft alleen humane aanvragen.

Beoordeling van homeopathische aanvragen en kruiden

Het CBG beoordeelt ook homeopathische geneesmiddelen en kruiden die in Nederland verkocht worden.

Beoordelen Veterinaire aanvragen

Het Bureau Diergeneesmiddelen beoordeelt en verleent vergunningen voor de productie en distributie van diergeneesmiddelen. Dit betreft naast Europese aanvragen (verantwoord onder Centraal), nationale aanvragen, MRP’s en DCP’s.

Jaarvergoedingen (Humaan en Veterinair)

Om een geneesmiddel in het handelsregister opgenomen te houden, dient de registratiehouder jaarlijks een vergoeding te betalen. Deze vergoeding gebruikt het aCBG om het onderhoud op de registraties te bekostigen. Dit betreft onder meer het beoordelen en verwerken van wijzigingen (variaties) die fabrikanten regelmatig (moeten) indienen.

Overig

De post overig betreft subsidiebedragen van de Europese Commissie voor diverse projecten en de opbrengsten van inspecties door Bureau Diergeneesmiddelen.

Lasten

De lasten 2024 zullen ten opzichte van de begroting 2023 en de realisatie 2022 stijgen. De kosten van eigen personeel stijgen als gevolg van een groei van het aantal medewerkers en de uitkomsten van de cao-onderhandelingen. Het CPB verwacht voor 2023 een loonkostenstijging van 4,0% en voor 2024 van 5,2%. De groei van het aantal medewerkers heeft voor het grootste deel een structureel karakter. Dit komt onder anderen doordat de beoordelingen inhoudelijk ingewikkelder worden en de werkzaamheden in verband met potentiële geneesmiddelentekorten zijn toegenomen. Daarnaast vertalen de extra werkzaamheden in het kader van Rijksbrede programma’s Werk in Uitvoering (WaU), Open op Orde en Meldpunt geneesmiddelentekorten zich in een formatieve groei in de volledige breedte van de organisatie van 2023 naar 2024.

De financiële toezeggingen voor projectactiviteiten in de jaren na 2024 lopen terug. Daarom zijn de begrote bedragen voor de posten inhuur externen, en (in mindere mate) eigen personeel en overige materiële kosten voor de jaren 2025 tot en met 2028 lager geraamd dan voor 2024.

De budgetten voor materiële kosten stijgen door een algemene prijsindexatie. Het CPB verwacht een prijsontwikkeling overheidsuitgaven voor 2023 van 5,9% en voor 2024 van 3,9%. De apparaatskosten ICT (licenties en onderhoudskosten) stijgen ook door de toename van het aantal medewerkers.

Onderdeel van de materiële lasten is de financiering van het Bijwerkingencentrum Lareb, ter waarde van € 3,1 miljoen. Het aCBG heeft aan Lareb de opdracht verleend tot uitvoering van een deel van haar wettelijke taak op het gebied van geneesmiddelenbewaking. Dit betreft het verzamelen en analyseren van meldingen over bijwerkingen door patiënten en medische beroepsbeoefenaren.

De stijging van de overige materiële kosten in 2024 is toe te schrijven aan een toename van het uitbestede werk op het gebied van ICT in verband met de uitvoering van de programma’s die uit de WaU worden gefinancierd.

Voor 2024 en latere jaren zijn de lasten afgestemd op de begrote baten. De verwachting is dat bij het opstellen van de begrotingen voor die jaren meer zicht is op toekomstige bijdragen van het moederdepartement en dat daarvoor te zijner tijd realistischer bedragen kunnen worden opgenomen dan nu mogelijk is in de meerjarenraming. Hetzelfde geldt voor de lastenraming. Op langere termijn heeft het aCBG meer mogelijkheden om haar kostenniveau aan te passen aan eventueel lagere baten, mocht dit noodzakelijk zijn.

5.1.3 Kasstroomoverzicht

Tabel 67 Kasstroomoverzicht aCBG over het jaar 2024 (bedragen x € 1.000)
  

Stand slotwet 2022

Vastgestelde begroting 2023

2024

2025

2026

2027

2028

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

16.125

18.761

18.777

18.750

18.100

17.450

16.800

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

66.574

67.558

74.138

72.167

71.938

70.620

70.265

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 63.639

‒ 66.892

‒ 73.515

‒ 72.167

‒ 71.938

‒ 70.620

‒ 70.265

2.

Totaal operationele kasstroom

2.935

666

623

0

0

0

0

 

-/- totaal investeringen

‒ 87

‒ 650

‒ 650

‒ 650

‒ 650

‒ 650

‒ 650

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 87

‒ 650

‒ 650

‒ 650

‒ 650

‒ 650

‒ 650

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

‒ 212

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 212

0

0

0

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

18.761

18.777

18.750

18.100

17.450

16.800

16.150

Toelichting kasstroomoverzicht

Voor de investeringen geldt de verwachting dat de afschrijvingslasten de komende jaren ongeveer gelijk zullen zijn aan de investeringen. Hierdoor zal het saldo rekening-courant de komende jaren ongeveer gelijk blijven.

5.1.4 Overzicht doelmatigheidsindicatoren

Tabel 68 Overzicht doelmatigheidsindicatoren aCBG voor het jaar 2024
 

Stand slotwet 2022

Vastgestelde begroting 2023

2024

2025

2026

2027

2028

Generiek

       

1. Tarieven/uur (bedragen in €)

99

111

117

117

117

117

117

        

2. Omzet per productgroep (bedragen x € 1.000)

       

- Beoordelen van nationale aanvragen Humaan

2.630

2.940

2.893

2.893

2.893

2.893

2.893

-Beoordelen van Europese aanvragen: centraal Humaan en Veterinair

13.060

11.580

15.296

16.061

16.864

17.707

18.592

-Beoordelen van Europese aanvragen: MRP Humaan

784

720

862

862

862

862

862

-Beoordelen van Europese aanvragen: DCP Humaan

8.606

11.350

9.468

8.995

8.545

8.118

7.712

- Beoordelen van homeopathische aanvragen, kruiden en nieuwe voedingsmiddelen

35

20

38

38

38

38

38

- Beoordelen veterinaire aanvragen door Bureau Diergeneesmiddelen

2.339

2.520

2.735

2.598

2.468

2.345

2.228

-Jaarvergoedingen Humaan en Veterinair

26.350

27.897

29.640

29.640

29.640

29.640

29.640

- Overig

9.265

10.531

13.206

11.080

10.628

9.017

8.300

        

3. Aantal fte totaal (exclusief externe inhuur)

424

440

466

466

466

466

466

        

4. Saldo van baten en lasten (% van de baten)

       
        

Specifiek

       

1. Gegronde klachten

8

15

15

15

15

15

15

2. Zaken per fte

98,3%

>95%

>95%

>95%

>95%

>95%

>95%

        

Omschrijving specifiek deel

       

1. Percentage externe inhuur ten opzichte van totale personele kosten

13%

10%

10%

10%

10%

10%

10%

2. Percentage facturen betaald binnen 30 dagen

98,3%

> 95%

> 95%

> 95%

> 95%

> 95%

> 95%

Toelichting overzicht doelmatigheidsindicatoren

Tarieven/uur

Deze indicator is een gemiddelde over alle functies in het primaire proces exclusief onderzoekskosten. De verwachte stijging van de loonkosten in 2023 en 2024 (CPB gaat uit van respectievelijk 4,0% en 5,2%) zal leiden tot een stijging van de uurtarieven. De jaren na 2024 zijn begroot op het prijspeil 2024.

Omzet per productgroep

De omzet per productgroep geeft inzicht in de samenstelling van de totale omzet van het aCBG.

  • Voor de productgroep ‘Beoordelen van Europese aanvragen: centraal Humaan en Veterinair’ is de verwachte omzet 2024 hoger dan de begroting 2023 en de realisatie 2022. Omdat voor steeds meer medicijnen via het EMA de handelsvergunning aangevraagd (moet) worden, is de verwachting dat de omzet in de jaren 2025 t/m 2028 verder zal stijgen, wat tevens leidt tot een stijging van de jaarvergoedingen. In deze groei is ook rekening gehouden met de verschuiving van nationaal naar Europees voor veterinaire aanvragen.

  • Voor de productgroep ‘Beoordelen van Europese aanvragen: MRP Humaan’ is bij begroting 2023 een daling verwacht. Deze blijkt zich niet voor te doen. Een toename van het aantal aanvragen wordt echter niet verwacht.

  • De productgroep ‘Beoordelen van Europese aanvragen: DCP Humaan’ laat in 2023 een sterke stijging zien. Dit is een eenmalige stijging. De verwachting is dat de omzet in 2024 en latere jaren weer zal dalen. Om de werkdruk op een acceptabel niveau te houden wordt de instroom van DCP’s door het aCBG beperkt. Daarnaast lijkt de krimp van de DCP-markt zich vanaf 2024 voort te zetten.

  • Voor de productgroep ‘Beoordelen veterinaire aanvragen door Bureau Diergeneesmiddelen’ wordt een verschuiving verwacht naar centrale procedures als gevolg van de nieuwe veterinaire verordening die van kracht is sinds 28 januari 2022. Hierdoor zal de omzet in deze productgroep de komende jaren licht dalen.

  • Onder ‘Overig’ zijn de bijdragen van het moederdepartement en van overige departementen en instellingen opgenomen. Hierbij zijn alleen de bijdragen meegenomen waarover enige mate van zekerheid bestaat.

Aantal fte totaalHet totaal aantal fulltime equivalenten werkzaam bij het agentschap per 31 december van het jaar, exclusief externe inhuur. In 2022 is de organisatie gegroeid met 16 fte en deze groei zet zich nog door in 2023, waarna de verwachting is dat deze zal stabiliseren.

Aantal gegronde klachten

Het aantal gegronde klachten wordt bijgehouden om inzicht te krijgen in de geleverde kwaliteit van de productie. Het streven is het aantal gegronde klachten niet te laten stijgen.

% facturen betaald binnen 30 dagen

Het percentage tijdigheid van de betaling van facturen wordt bijgehouden om vast te bewaken dat facturen binnen de wettelijke termijn van 30 dagen worden betaald. Het aCBG hanteert hiervoor de rijksnorm van 95%.

5.2 Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG)

5.2.1 Inleiding

Het CIBG vertaalt, samen met ketenpartners, beleid in tastbare en toegankelijke uitvoering voor burgers, professionals en organisaties op het gebied van registers, data en informatie. Als agentschap van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport richt het CIBG zich primair op het VWS beleidsterrein. We dragen zorg voor een integrale dienstverlening, gericht op wat de samenleving nodig heeft. De focus hierbij ligt op transparantie en betrouwbaarheid, het bewust omgaan met kapitaal, kosten en kwaliteit. We investeren met onze partners in de keten in samenwerking en kennisdeling. Het CIBG heeft een breed takenpakket zoals het BIG-register, het Donorregister, Lerarenregister en het UZI-register. Meer informatie over de organisatie en taken van het CIBG is te vinden op: www.cibg.nl.

5.2.2 Begroting 2024

Tabel 69 Begroting van baten-lastenagentschap CIBG voor het jaar 2024 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2022

Vastgestelde begroting 2023

2024

2025

2026

2027

2028

Baten

       

Omzet

85.251

107.774

83.693

84.225

83.722

84.675

86.475

waarvan omzet moederdepartement

41.339

66.634

32.851

40.180

44.280

45.530

45.530

waarvan omzet overige departementen

4.915

3.078

2.751

2.521

2.521

2.521

2.521

waarvan omzet derden

38.997

38.062

48.092

41.524

36.921

36.624

38.424

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

14.669

21.187

26.996

23.984

25.548

23.845

21.663

Totaal baten

99.920

128.961

110.689

108.209

109.270

108.520

108.138

        

Lasten

       

Apparaatskosten

96.449

125.996

106.613

98.971

95.932

93.832

93.450

Personele kosten

37.066

41.169

44.436

39.626

39.626

39.526

40.659

waarvan eigen personeel

30.580

32.564

35.164

32.944

32.944

32.844

33.644

waarvan inhuur externen

5.168

7.098

8.049

5.139

5.139

5.139

5.439

waarvan overige personele kosten

1.318

1.507

1.223

1.543

1.543

1.543

1.576

Materiële kosten

59.383

84.827

62.176

59.345

56.306

54.306

52.791

waarvan apparaat ICT

9.321

8.547

9.153

9.402

9.402

9.402

9.552

waarvan bijdrage aan SSO's

8.017

7.930

8.508

7.930

7.930

7.930

7.930

waarvan overige materiële kosten

42.045

68.350

44.516

42.013

38.974

36.974

35.309

Rentelasten

1

2

200

2

2

2

2

Afschrijvingskosten

3.470

2.889

3.862

9.236

13.336

14.686

14.686

Materieel

0

0

0

0

0

0

0

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

Immaterieel

3.470

2.889

3.862

9.236

13.336

14.686

14.686

Overige lasten

0

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

99.920

128.887

110.674

108.209

109.270

108.520

108.138

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

74

15

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

10

15

0

0

0

0

Werk aan Uitvoering

0

0

4.698

2.100

2.100

2.000

2.000

Saldo van baten en lasten

0

64

(4.698)

(2.100)

(2.100)

(2.000)

(2.000)

Toelichting staat van baten en lastenDe totale omvang van de begroting daalt met circa bijna € 18 miljoen ten opzichte van de begroting 2023. Deze afname wordt met name veroorzaakt door het beëindigen van het Landelijk Consortium Hulpmiddelen ultimo 2023. De afwikkeling hiervan loopt inhoudelijk en financieel door tot in Q1 van 2024. De hogere opbrengsten voor BMC en de toevoeging van de Landelijke commissie Sociale Hygiëne aan de product portfolio zorgen voor de gesaldeerde daling.

Tabel 70 Overzicht baten (bedragen x € 1.000)
 

Omzet 2024

MEVA

1.834

Informatiebeleid CIO

5.710

LZ

480

GMT

11.084

PG

2.807

PZO

5.681

DJ

1.984

IGJ

2.579

DMO

672

PDC-19

20

Subtotaal omzet VWS

32.851

  

OCW

433

LNV

2.318

Subtotaal omzet overige departementen

2.751

  

Bureau Medicinale Cannabis

26.174

UZI

9.653

BIG-register

6.844

Landelijke commissie Sociale Hygiene

1.932

Opiaten-In-Uitvoer

800

Fabrikantenvergunning

789

Groothandelsvergunning

711

Erkenning Buitenlandse Diploma's

303

TZI

290

MH-Exportverklaring

248

Opiumontheffing

169

Exportverkl Geregistr Geneesm

99

MH-Notificaties

80

Subtotaal omzet derden

48.092

  

MEVA

12.084

Informatiebeleid CIO

7.129

Pzo

4.332

GMT

2.028

VGP

1.423

Subtotaal bijzondere baten

26.996

  

Totaal

110.689

Toelichting meerjarenraming 2024–2027

De meerjarenraming laat over de periodes een lichte daling zien ten opzichte van de begroting 2024 van ruim € 7 miljoen. Bij omzet derden en bijzondere baten is sprake van jaarlijkse schommelingen vanwege wisselende productievolumes voor met name BIG en UZI. Voor BMC wordt een structurele daling verwacht voor de komende jaren. Uitgangspunt is dat er voor 2024 circa € 12 miljoen aan investeringen op het gebied van ICT nodig zijn en voor 2025 circa € 10 miljoen waardoor de afschrijvingskosten een stijgende lijn laten zien en na 2024 uiteindelijk circa € 15 miljoen op jaarbasis zullen bedragen. Vanuit het programma Werk aan Uitvoering heeft het CIBG middelen ter beschikking gekregen van in totaal € 16,3 miljoen. Voor de jaren 2024 t/m 2027 gaat het om € 10,9 miljoen voor ‘Open op Orde’ en het Programma Doorontwikkeling Informatieveiligheid. De additionele (Kamerstukken II 2022/23 36 20 XVI, nr. 2 149) kosten en aanvullende financiering zijn verwerkt in de meerjarenraming. Vanuit het oogpunt van vergelijkbaarheid is geen loon-en prijsindexatie toegepast.

De verdere professionalisering en ontwikkeling van het CIBG in relatie tot het innovatiebudget zijn buiten beschouwing gelaten. De verwachting is dat vanaf 2025 het hiervoor noodzakelijke innovatiebudget past bij de verlangde ontwikkeling.

5.2.3 Kasstroomoverzicht

Tabel 71 Kasstroomoverzicht CIBG over het jaar 2024 (bedragen x € 1.000)
  

Stand slotwet 2022

Vastgestelde begroting 2023

2024

2025

2026

2027

2028

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

18.256

56.274

57.477

59.593

66.471

75.349

85.227

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

99.920

128.961

110.689

108.209

109.270

108.520

108.138

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

96.450

125.998

106.813

98.973

95.934

93.834

93.452

2.

Totaal operationele kasstroom

3.470

2.963

3.876

9.236

13.336

14.686

14.686

 

-/- totaal investeringen

10.000

11.790

10.500

1.750

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

 

3.

Totaal investeringskasstroom

(10.000)

(11.790)

(10.500)

(1.750)

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

 

-/- aflossingen op leningen

3.462

1.760

1.760

2.358

4.458

4.808

4.808

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

10.000

11.790

10.500

1.750

4.

Totaal financieringskasstroom

6.538

(1.760)

10.030

8.142

(2.708)

(4.808)

(4.808)

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

18.264

57.477

59.593

66.471

75.349

85.227

95.105

Toelichting kasstroomoverzicht

Eind 2022 was het saldo op de rekening-courant € 56,2 miljoen. Hiermee dient een groot bedrag aan kortlopende schulden te worden terugbetaald, waardoor de verwachting is dat het saldo liquide middelen in 2023 flink zal dalen. Als gevolg van de investeringen in ICT projecten in, stijgen de afschrijvingskosten van circa € 4 miljoen in 2024 naar circa € 15 miljoen in 2028. Deze hebben geheel betrekking op ICT en behoren tot de immateriële vaste activa. Er wordt uitgegaan van een afschrijvingstermijn van vijf jaar. Voor de financiering van deze activa wordt gebruik gemaakt van de Leenfaciliteit van het Ministerie van Financiën, waarbij is uitgegaan van een aflossingstermijn van vijf jaar (conform de afschrijvingstermijn).

5.2.4 Overzicht doelmatigheidsindicatoren

Tabel 72 Overzicht doelmatigheidsindicatoren CIBG voor het jaar 2024
 

Stand slotwet 2022

Vastgestelde begroting 2023

2024

2025

2026

2027

2028

Generiek

       

1. Kostprijzen per product (groep)

       

- Beschikking BIG-register

174

132

201

328

425

146

206

- Vakbekwaamheidverklaring

5.519

6.053

3.009

5.811

5.811

5.811

5.811

- Vergunning Farmatec

1.306

1.812

1.883

1.880

1.880

1.850

1.850

- UZI-pas/certificaat

383

579

478

393

513

533

425

- Wilsbeschikking donorregister

13

11

9

10

10

10

10

2. Omzet per productgroep (x € 1.000)

       

- BIG en herregistratie

11.904

15.680

13.866

14.450

14.450

14.450

14.450

- Vakbekwaamheid

4.691

5.448

5.265

5.265

5.265

5.265

5.265

- Farmatec

2.390

1.758

1.701

2.344

2.344

2.344

2.344

- UZI-pas/certificaat

13.713

15.402

16.781

17.500

18.000

18.700

18.900

- Donorregister

5.396

3.809

3.596

3.600

3.600

3.600

3.600

3. Totaal aantal fte (exclusief externe inhuur)

350

376

413

    

4. Saldo van baten en lasten (% van de baten)

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

        

Specifiek

       

1. Productievolume

       

- Beschikking BIG-register

51.160

118.760

69.010

44.010

34.010

99.010

70.000

- Vakbekwaamheidverklaringen

850

900

1.750

900

900

900

900

- Verleende vergunningen Farmatec

1.830

2.312

2.255

2.255

2.255

2.255

2.255

- UZI-passen en certificaten

44.500

26.600

35.100

44.500

35.100

35.100

44.500

- Wilsbeschikkingen donorregister

400.000

350.000

425.000

400.000

400.000

400.000

400.000

2. Aantal klachten / bezwaar en beroep

       

- Vakbekwaamheidverklaringen

10

10

10

10

10

10

10

- Wilsbeschikkingen donorregister

15

15

15

15

15

15

15

        

3. Doorlooptijden in dagen

       

- Wilsbeschikking donorregister

       

Toelichting overzicht doelmatigheidsindicatoren

Het CIBG streeft ernaar de dienstverlening op een constant hoogwaardig niveau aan te bieden. Dit vraagt investeringen en ontwikkeling van systemen. Bij gelijkblijvende financiering en seizoenspatronen in de afnamen door klanten wordt zichtbaar dat het tarief voor bijvoorbeeld BIG en UZI kunnen wisselen gedurende de jaren.

Voor Farmatec wordt het komende jaar geïnvesteerd in het project Fusy. De verwachting is dat de afschrijvingskosten hiervan in 2025 zichtbaar worden.

Het CIBG gaat het komende jaar de strategische speerpunten door vertalen in haar meerjarenplanning om ook in de toekomst nog doelmatiger te kunnen werken.

5.3 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

5.3.1 Inleiding

Sinds 1 januari 2004 is het RIVM een baten-lasten agentschap van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gevestigd in Bilthoven. Het RIVM is het kenniscentrum van de Rijksoverheid op het gebied van volksgezondheid en milieu. Het RIVM verricht niet alleen zelf onderzoek, maar verzamelt ook wereldwijd kennis en past die kennis toe. Het onderzoek en de advisering hebben betrekking op:

  • Het verrichten van monitoring, surveillance en onderzoek gericht op ondersteuning van beleidsontwikkeling, beleidsuitvoering, bewaking van veiligheid en uitoefening van toezicht op het gebied van volksgezondheid en milieu.

  • Het periodiek rapporteren over toekomstige ontwikkelingen.

  • Het uitvoeren van de landelijke aansturing en begeleiding van preventieprogramma’s.

  • Het deelnemen aan internationale samenwerkingsverbanden en onderzoek.

Het RIVM voert haar werkzaamheden voornamelijk uit voor het Ministerie van VWS, IenW, EZK, LNV en internationale organisaties als de ANVS, Europese Commissie, WHO en ook steeds meer decentrale overheden. Informatie over de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken en adviezen is te vinden via de thematische ingangen van de website www.rivm.nl.

5.3.2 Begroting 2024

Tabel 73 Begroting van baten-lastenagentschap RIVM voor het jaar 2024 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2022

Vastgestelde begroting 2023

2024

2025

2026

2027

2028

Baten

       

Omzet

       

waarvan omzet moederdepartement

490.488

510.000

531.700

548.100

530.800

519.600

522.200

waarvan omzet overige departementen

96.896

103.000

110.200

112.700

108.800

108.900

108.900

waarvan omzet derden

35.772

26.000

28.400

27.400

30.200

29.900

29.900

Vrijval voorzieningen

698

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

1.257

0

0

7.400

6.100

0

0

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

625.111

639.000

670.300

695.600

675.900

658.400

661.000

        

Lasten

       

Apparaatskosten

617.743

630.500

662.100

687.500

668.200

650.700

653.300

Personele kosten

268.642

252.000

293.100

289.700

281.900

280.200

281.200

waarvan eigen personeel

189.578

213.000

238.500

238.900

238.800

240.100

242.500

waarvan inhuur externen

65.763

25.000

43.300

40.000

32.700

29.600

28.200

waarvan overige personele kosten

13.301

14.000

11.300

10.800

10.400

10.500

10.500

Materiële kosten

349.101

378.500

369.000

397.800

386.300

370.500

372.100

waarvan apparaat ICT

37.278

35.000

48.800

42.300

44.800

39.300

39.300

waarvan bijdrage aan SSO's

8.791

6.500

7.500

7.500

7.500

7.500

7.500

waarvan overige materiële kosten

303.032

337.000

312.700

348.000

334.000

323.700

325.300

Afschrijvingskosten

0

0

0

0

0

0

0

Materieel

6.320

8.500

8.200

8.100

7.700

7.700

7.700

waarvan apparaat ICT

6.316

8.500

8.200

8.100

7.700

7.700

7.700

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

4.406

6.300

5.700

5.700

5.300

5.300

5.300

Immaterieel

1.910

2.200

2.500

2.400

2.400

2.400

2.400

Overige lasten

4

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

4.109

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

4.109

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

628.172

639.000

670.300

695.600

675.900

658.400

661.000

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

‒ 3.061

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

29

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

‒ 3.090

0

0

0

0

0

0

Toelichting op de begroting

Algemeen

De te verwachten omvang van het huidige en toekomstige werkpakket van het RIVM kenmerkt zich al enige tijd door een aantal grote onzekerheden. Dit geldt met name voor de beschikbare financiële middelen voor het verdere verloop van de Covid onderzoeken en het Covid-vaccinatieprogramma en de invulling van de Pandemische Paraatheid. Dit bemoeilijkt zowel de financiële prognoses als de organisatorische inrichting van het RIVM.

In deze meerjarenbegroting zijn de claims uit de voorjaarsbesluitvorming 2023 verwerkt zoals die zijn ingediend, met eventuele kortingen is geen rekening gehouden. Ondanks dat de voorjaarsbesluitvorming 2023 heeft plaatsgevonden, zijn de uitwerkingen en uiteindelijke effecten voor het RIVM nog niet duidelijk geworden. Verder is ervan uitgegaan dat de voorgestelde tariefstijging 2024 wordt goedgekeurd en is voor 2024 en verdere jaren rekening gehouden met toekomstige loon- en prijsontwikkelingen van gemiddeld 4,8% per jaar.

Vanwege grote onzekerheid omtrent de financiering/impact van de gevolgen is er nog geen rekening gehouden met het inkopen van Covid-vaccins, ondanks dat VWS heeft aangegeven dat er voor 2024 een offerte ingediend mag worden voor de aankoop, opslag en donatie van Covid-vaccins en de hierbij behorende inzet van het RIVM daarbij. Ook zijn er geen aanvullende gelden voor het versterken van de Kennisbasis opgenomen. Het RIVM blijft met de eigenaar en haar opdrachtgevers in gesprek om structurele financiering te verkrijgen voor innovatie en ontwikkeling. 

Voor wat betreft de huisvesting is de huidige verwachting dat in 2025 de nieuwe huisvesting op het Utrecht Science Park zal worden opgeleverd. Na afgifte van het beschikbaarheidscertificaat en accreditatie van laboratoria kan worden verhuisd. De hieruit volgende incidentele kosten zullen gedekt moeten worden uit de in 2021 getroffen voorzieningen. Op dit moment lijken deze niet toereikend te zijn. Daarbij moet opgemerkt worden dat, doordat zowel de verdere afwikkeling van de bouw als de exacte verhuisdatum tot op heden nog niet bekend zijn, deze begroting zowel qua timing als qua financiële omvang nog gebaseerd is op een aantal grove aannames.

Baten

De omzetten zijn begroot op grond van de verwachte meerjarige opdrachtvolumes. De werkelijke hoogte van de omzet is afhankelijk van de aard en omvang van de te verrichten activiteiten en daarmee samenhangende in rekening te brengen kosten (uren x tarief plus directe projectgebonden kosten).

De geraamde omzet moederdepartement bestaat uit baten van VWS-eigenaar en VWS-opdrachtgever. De geraamde omzet van VWS-eigenaar (€ 13,8 miljoen) is bestemd voor het strategisch programma van het RIVM. De geraamde omzet van VWS-opdrachtgevers (€ 516,6 miljoen) heeft betrekking op programma’s die het RIVM uitvoert voor beleidsdirecties van VWS. In 2024 is hier een stijging in aan te merken, die met name verklaard wordt door een toename van de Macrokaders en de Landelijke Functie Opschaling Infectieziektebestrijding (LFI).

De omzet overige departementen bestaat uit programma’s, die worden uitgevoerd voor ministeries van IenW, EZK, LNV, SZW, BZK en Defensie. Ook hier wordt een stijging voorzien ten opzichte van eerder afgegeven begrotingen. In deze reeks is ook de bijdrage uit het (OCW) Wetenschapsfonds verwerkt van € 3,5 miljoen per jaar, voor de komende 7 jaren.

Omzet derden bestaat uit opdrachten die het RIVM uitvoert voor internationale organisaties, ZBO’s (waaronder de ANVS) en decentrale overheden.

Lasten

De personele kosten bedragen voor 2024 circa € 293,1 miljoen, waarin inbegrepen circa € 238,5 miljoen voor ambtelijk personeel en circa € 43,3 miljoen voor externe inhuur. In tegenstelling tot voorgaande jaren wordt voor de externe inhuur niet langer uitgegaan van de norm van 10%. De reden hiervoor is dat dit in de huidige arbeidsmarkt geen reëel beeld meer geeft van de kosten. Daarbij komt dat door kortjarige financiering van opdrachten het RIVM niet altijd structurele personeelskosten kan opnemen. De komende jaren zet het RIVM in op een daling van de externe inhuur door daar waar het kan inhuur om te zetten naar vast en/of tijdelijk eigen personeel.

De materiële kosten bedragen in 2024 € 369,0 miljoen. Het grootste deel van de kosten, circa € 195 miljoen, heeft betrekking op de uitvoering van de vaccinatieprogramma’s en hierbij behorende inkoop van vaccins. Met taken voor Covid-vaccins (inclusief aanschaf, opslag en distributie) is geen rekening gehouden. 

In 2025 is € 58 miljoen aan stijgende kosten voor laboratoriuminfrastructuur, verhuiskosten, materieel en de dubbele exploitatiekosten van de nieuwe huisvesting begroot. Na de verhuizing in 2026 dalen deze kosten naar verwachting weer, o.a. omdat er dan geen sprake is van dubbele huisvestingskosten.

De stijging in de ICT gerelateerde kosten betreft ICT kosten voor de Pandemische Paraatheid. De afschrijvingskosten zijn gebaseerd op verwachte (vervangings-) investeringen.

In de jaren 2024, 2025 en 2026 worden veel extra kosten verwacht als gevolg van de verhuizing van het RIVM naar USP-Utrecht. En dan met name de kosten die voortkomen uit de dubbele huisvestingskosten in de periode dat de verhuizing plaats vindt. De totale omvang van deze kosten – die éénmalig zijn en buiten de reguliere bedrijfsvoering vallen - zijn deels voorzien. Waar deze voorzieningen niet afdoende zijn, of konden zijn, zal dit opgevangen moeten worden in het Eigen Vermogen.

5.3.3 Kasstroomoverzicht

Tabel 74 Kasstroomoverzicht RIVM over het jaar 2024 (bedragen x € 1.000)
  

Stand slotwet 2022

Vastgestelde begroting 2023

2024

2025

2026

2027

2028

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

184.391

44.225

40.225

43.925

29.625

26.725

29.925

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

864.735

639.000

670.300

688.200

669.800

658.400

661.000

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 782.678

‒ 641.500

‒ 662.100

‒ 687.500

‒ 668.200

‒ 650.700

‒ 653.300

2.

Totaal operationele kasstroom

82.057

‒ 2.500

8.200

700

1.600

7.700

7.700

 

-/- totaal investeringen

‒ 5.725

‒ 15.000

‒ 4.500

‒ 15.000

‒ 4.500

‒ 4.500

‒ 4.500

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 5.725

‒ 15.000

‒ 4.500

‒ 15.000

‒ 4.500

‒ 4.500

‒ 4.500

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

‒ 4.725

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

‒ 1.500

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

15.000

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 4.725

13.500

0

0

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

255.998

40.225

43.925

29.625

26.725

29.925

33.125

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De begrote ontvangsten zijn gebaseerd op de geplande opbrengsten van uit te voeren opdrachten. De begrote uitgaven bestaan uit de met de opbrengsten samenhangende uitgaven en uitgaven die ten laste van de getroffen voorzieningen worden gedaan. Voor 2025 en 2026 zijn incidentele uitgaven opgenomen die samenhangen met de overgang naar de nieuwe huisvesting en met de uitputting van de getroffen voorzieningen. De eenmalige uitgaven voor nieuwe huisvesting hebben betrekking op verhuizing, dubbele huurlasten in verband met het waarborgen van de continuïteit van de laboratoria, leeg opleveren van het terrein en de gebouwen en het langer in stand houden van het Projectbureau Nieuwe Huisvesting als gevolg van de vertraging van de oplevering van de nieuwbouw.

Investeringskasstroom

De in 2023 geplande grootschalige investeringen in laboratoriumapparatuur en ICT (€ 15 miljoen) die samenhangen met het betrekken van de nieuwe huisvesting, schuiven als gevolg van de vertraging in de oplevering door naar 2025. De jaarlijkse investeringen vanaf 2024 hebben betrekking op vervangingsinvesteringen van ICT-apparatuur.

Financieringskasstroom

Voor investeringen wordt vooralsnog geen beroep gedaan op de leenfaciliteit van het Ministerie van Financiën.

5.3.4 Overzicht doelmatigheidsindicatoren

Tabel 75 Overzicht doelmatigheidsindicatoren RIVM voor het jaar 2024
 

Stand slotwet 2022

Vastgestelde begroting 2023

2024

2025

2026

2027

2028

Omschrijving Generiek Deel

       

1. Uurtarieven:

       

- Gewogen uurtarief in €

125

129

151

158

166

174

182

- Ontwikkeling uurtarief (2020 = 100)

100

106

121

127

133

139

146

2. Aantal FTE-totaal (excl. externe inhuur)

2.184

2.350

2.350

2.370

2.380

2.390

2.410

3. Saldo van baten en lasten (%)

2,5%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

        

Omschrijving Specifiek Deel

       

1. Liquiditeit (current ratio; norm: > 1,5)

1,1

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

2. Solvabiliteit (debt ratio)

0,9

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

3. Rentabiliteit eigen vermogen

‒ 12,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

4. Percentage externe inhuur t.o.v. totale personele kosten

24,4%

10,0%

14,8%

13,8%

11,6%

10,6%

10,0%

5.Percentage facturen betaald binnen 30 dagen

93,2%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

6. Declarabiliteit % primair proces

65,6%

65,0%

65,0%

65,0%

65,0%

65,0%

65,0%

7. FTE overhead als % totaal aantal FTE

16,2%

20,0%

20,0%

20,0%

20,0%

20,0%

20,0%

8. Ziekteverzuim

6,1%

3,3%

3,0%

2,6%

2,6%

2,6%

2,6%

9. % medewerkers met een volledig afgeronde p-gesprekscyclus

66,9%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

Toelichting doelmatigheidsindicatoren

Generieke indicatoren

  • 1. Uurtarieven: Het RIVM hanteert als indicator voor doelmatigheid het gemiddeld gewogen uurtarief. De uurtarieven worden jaarlijks door de eigenaar in juni vastgesteld. De hoogte van de tarieven wordt onder meer bepaald door de ontwikkeling van de loonkosten, de materiële kosten en het aantal te declareren uren per medewerker. Voor 2024 en de jaren daarna is rekening gehouden met een verwachte tariefstijging als gevolg van stijging van lonen en prijzen van 4,8% per jaar.

  • 2. Aantal FTE totaal (exclusief externe inhuur): Opgenomen is het aantal fulltime equivalenten (FTE) werkzaam bij het RIVM per 31 december van het jaar, exclusief externe inhuur. De ontwikkeling van het aantal verwachte FTE hangt samen met de ontwikkelingen van het opdrachtenpakket. Voor 2024 blijft het aantal FTE op hetzelfde niveau als 2023.

  • 3. Saldo van baten en lasten: Het saldo van baten en lasten als percentage van de totale baten.

Specifieke indicatoren

  • 1. Liquiditeit: De kortlopende vorderingen ten opzichte van de kortlopende schulden.

  • 2. Solvabiliteit: Het totaal van de schulden ten opzichte van het balanstotaal.

  • 3. Rentabiliteit eigen vermogen: Het onverdeeld resultaat als percentage van het totaal eigen vermogen.

  • 4. Percentage externe inhuur t.o.v. totale personele kosten: Het percentage externe inhuur 2024 bedraagt 14,8% en voldoet hiermee niet aan de Rijksbrede norm van 10%. Reden hiervoor is dat deze 14,8% in de huidige arbeidsmarkt een reëler beeld geeft van de werkelijkheid. Het RIVM streeft ernaar om in de komende jaren weer toe te werken naar de normatieve 10%. 

  • 5. Percentage facturen betaald binnen 30 dagen: De norm van 95% is gebaseerd op de Rijksbrede afspraken.

  • 6. Declarabiliteit % primair proces: De norm binnen het RIVM bedraagt 65%. De declarabiliteit geeft inzicht in de productiviteit die binnen het RIVM wordt behaald.

  • 7. FTE overhead als % totaal aantal FTE: Het percentage overhead uitgedrukt in FTE ten opzichte van het totaal aantal FTE binnen het RIVM.

  • 8. Ziekteverzuim: De gehanteerde norm voor het RIVM is de Verbaan-norm van 2,6%. Voor 2024 is deze norm niet haalbaar; gestreefd wordt om het ziekteverzuim in 2025 verder terug te brengen.

  • 9. % Medewerkers met een volledig afgeronde p-gesprekscyclus: De overeengekomen norm met de eigenaar is, dat minimaal 80% van de medewerkers een afgeronde p-gesprekscyclus heeft.

Voor wat betreft de specifieke doelmatigheidsindicatoren steunt het RIVM op de gangbare bedrijfseconomische indicatoren, zoals vermeld in bovenstaande tabel. Over de geleverde prestaties legt het RIVM periodiek verantwoording af richting de opdrachtgevers en eigenaar. Aan de primaire opdrachtgevers vindt verantwoording plaats door middel van voortgangsrapportages inclusief een overzicht met de uitputting van de budgetten. Deze rapportages worden door de opdrachtgevers vastgesteld. Aan de overige opdrachtgevers wordt verantwoording afgelegd bij tijdige oplevering van de afgesproken producten en diensten. Aan de eigenaar wordt verantwoording afgelegd door middel van voortgangsrapportages, waarin tevens wordt gereflecteerd op de organisatie brede doelstellingen uit het jaarplan RIVM.

Audits en benchmarkonderzoeken vinden periodiek plaats. Over (wetenschappelijke) audits op onderdelen van de primaire processen wordt gerapporteerd aan de Commissie van Toezicht. Audits worden gepubliceerd op de website van het RIVM.

6. Financieel Beeld Zorg

6.1 Inleiding

Het Financieel Beeld Zorg (FBZ) geeft een integraal beeld van de ontwikkeling van de uitgaven en ontvangsten onder het Uitgavenplafond Zorg. Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de financiële cijfers.

Het FBZ bestaat uit de volgende onderdelen:

Paragraaf 1: Inleiding

Deze paragraaf gaat over de inhoud van het FBZ en over de wijzigingen van het FBZ in de ontwerpbegroting 2024 ten opzichte van de ontwerpbegroting 2023.

Paragraaf 2: Zorguitgaven in vogelvlucht

In deze paragraaf wordt ingegaan op het financieel beeld op hoofdlijnen van de zorguitgaven, de ontwikkeling van de netto zorguitgaven en de ontwikkeling van het Uitgavenplafond Zorg.

Paragraaf 3: Verticale ontwikkeling van de zorguitgaven

In deze paragraaf worden achtereenvolgens de algemene doelstelling voor de curatieve zorg, de langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning en de rol en verantwoordelijkheid van de bewindspersonen beschreven. Vervolgens wordt de verticale ontwikkeling van de Zvw-, Wlz- en begrotingsgefinancierde zorguitgaven toegelicht. Verder wordt in de verticale toelichting op de Zvw-uitgaven ingegaan op meerjarige financiële afspraken in het Integraal Zorgakkoord (IZA) voor de periode 2023-2026.

Paragraaf 4: Horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten

In deze paragraaf wordt de horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten over meerdere jaren weergegeven en toegelicht.

Paragraaf 5: Financiering van de zorguitgaven

Deze paragraaf gaat in op de financiering van de zorguitgaven die toegerekend worden aan het Uitgavenplafond Zorg.

Verdieping van de zorguitgaven in deelsectoren

Het verdiepingshoofdstuk wordt integraal als open data beschikbaar gesteld op: Overzicht Datasets | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid (rijksfinancien.nl). Hierin worden de financiële bijstellingen per deelsector tussen de ontwerpbegroting 2023 en de ontwerpbegroting 2024 gepresenteerd en toegelicht.

6.1.1 Wijzigingen in het FBZ

Het FBZ in de ontwerpbegroting 2024 heeft ten opzichte van de ontwerpbegroting 2023 de onderstaande veranderingen ondergaan:

Horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten

Paragraaf 6.4.3 Coronakosten in de catastroferegeling is geschrapt. De catastroferegeling gold specifiek voor de jaren 2020 en 2021.

6.1.2 Leeswijzer

In de VWS-begroting zijn zowel uitgaven die vallen onder het Uitgavenplafond Rijksbegroting als uitgaven die vallen onder het Uitgavenplafond Zorg opgenomen. In deze leeswijzer wordt uitleg gegeven over het onderscheid tussen deze twee soorten uitgaven.

Uitgaven onder het Uitgavenplafond Rijksbegroting

Dit betreft de begrotingsgefinancierde uitgaven die op de VWS-begroting in de artikelen 1 tot en met 11 zijn opgenomen. Dit zijn uitgaven voor onder meer preventie, jeugdhulp en sport. Ook zijn er uitgaven om het zorgstelsel goed te laten functioneren, maar die niet direct zijn te relateren aan de zorgverlening en/of ondersteuningsbehoefte. Voorbeelden hiervan zijn de exploitatiekosten van de zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s), zoals de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en Zorginstituut Nederland. Al deze begrotingsgefinancierde uitgaven vallen onder het Uitgavenplafond Rijksbegroting.

Uitgaven onder het Uitgavenplafond Zorg

De uitgaven die vallen onder het Uitgavenplafond Zorg zijn in de VWS-begroting opgenomen in paragraaf 6, Financieel Beeld Zorg (FBZ). De uitgaven onder het Uitgavenplafond Zorg zijn voornamelijk opgebouwd uit de geraamde premiegefinancierde uitgaven en voor een beperkt deel uit begrotingsgefinancierde zorguitgaven.

Tot de premiegefinancierde uitgaven behoren:

  • De uitgaven onder de Zorgverzekeringswet (Zvw).

  • De uitgaven onder de Wet langdurige zorg (Wlz).

Tot de begrotingsgefinancierde zorguitgaven behoren:

  • De uitgaven voor Wmo beschermd wonen. De middelen voor Wmo beschermd wonen worden via een integratie-uitkering vanuit het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld. Deze middelen staan op de begroting van het gemeentefonds van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), maar vallen onder het Uitgavenplafond Zorg.

  • Een deel van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven op de artikelen 1, 2, en 4 van de VWS-begroting vallen onder het Uitgavenplafond Zorg. Tot deze categorie behoren onder meer een deel van de uitgaven aan zorgopleidingen, de uitgaven voor zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland en enkele subsidieregelingen.

  • Ten slotte staat een deel van de middelen uit de Startnota op de aanvullende post van het Ministerie van Financiën onder het Uitgavenplafond Zorg.

In paragraaf 6.2.2 is een tabel (tabel 2) opgenomen waarin de zorguitgaven onder het Uitgavenplafond Zorg zijn uitgesplitst in premiegefinancierde en begrotingsgefinancierde zorguitgaven.

Bruto en netto zorguitgaven onder Uitgavenplafond Zorg

Het Uitgavenplafond Zorg kent naast uitgaven ook ontvangsten: de eigen betalingen (Zvw) en de eigen bijdragen (Wlz) in de zorg, die samen worden gerekend tot de niet-belastingontvangsten. De totale bruto zorguitgaven minus deze niet-belastingontvangsten vormen de netto zorguitgaven.

Financiering van de zorguitgaven en de sociale fondsen

Het grootste deel van de zorguitgaven betreft premiegefinancierde zorguitgaven in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Voor een beperkt deel betreft het begrotingsgefinancierde zorguitgaven.

De collectieve zorguitgaven worden gefinancierd uit premies (nominale Zvw-premie, inkomensafhankelijke bijdrage Zvw- en Wlz-premie), belastingmiddelen vanuit de begroting (rijksbijdrage voor de financiering van de verzekering voor jongeren onder de 18 jaar, bijdrage in de Kosten van Kortingen (BIKK) en rijksbijdrage Wlz), de eigen betalingen in de Zvw en de eigen bijdragen in de Wlz.

De Zvw en de Wlz zijn verzekeringen waar iedere volwassen ingezetene in Nederland verplicht premie voor betaalt en aanspraken aan ontleent. Een deel van de financiering loopt via de sociale fondsen, het Zorgverzekeringsfonds (Zvf) en het Fonds langdurige zorg (Flz). Deze fondsen maken geen onderdeel uit van de rijksbegroting, maar behoren wel tot de overheid. Veranderingen in de financiële positie van de fondsen hebben daarom invloed op het EMU-saldo. De fondsen worden gefinancierd met premies die door het kabinet worden vastgesteld (de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en de Wlz-premie) en de rijksbijdragen. Een eventueel exploitatietekort in het Zvf of Flz kan worden gezien als financiering van de zorguitgaven. Het exploitatiesaldo van de fondsen telt mee in het EMU-saldo en de EMU-schuld van het Rijk. Het Rijk moet hiervoor (meer of minder) lenen.

De nominale Zvw-premie wordt niet door het kabinet vastgesteld, maar door de zorgverzekeraars zelf en wordt rechtstreeks door burgers aan hen betaald. In paragraaf 6.5 is wel een raming opgenomen van de nominale premie. Het Zvf werkt als een vereveningsfonds voor zorgverzekeraars, dat moet zorgen voor een gelijk speelveld. Uit het Flz worden de aanspraken betaald die burgers en instellingen hebben op grond van de Wlz. In paragraaf 6.5 wordt nader ingegaan op de financiering van de zorguitgaven.

6.2 Zorguitgaven in vogelvlucht

6.2.1 Financieel beeld op hoofdlijnen

In de onderstaande figuur is de verwachte ontwikkeling van de netto zorguitgaven voor de periode 2023 tot en met 2027 opgenomen. De netto zorguitgaven groeien in deze periode naar verwachting met € 27,0 miljard, van € 87,9 miljard in 2023 naar € 114,9 miljard in 2027.

Figuur 1 Verwachte ontwikkeling van de netto zorguitgaven 2023-2027 (in miljarden euro’s)

Bron: VWS

De groei van de netto zorguitgaven vanaf het jaar 2023 is voornamelijk het gevolg van de loon- en prijsontwikkelingen en maar deels door volumegroei en beleidsmatige ontwikkelingen.

In paragraaf 6.4.4 van het FBZ wordt nader ingegaan op de horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven. Hierin wordt zowel de nominale als de reële groei in de afzonderlijke jaren opgenomen en wordt een uitsplitsing gemaakt voor de ontwikkeling van de Zvw en de Wlz.

6.2.2 Samenstelling van de bruto zorguitgaven en -ontvangsten

De zorguitgaven onder het Uitgavenplafond Zorg zijn opgebouwd uit de geraamde premiegefinancierde zorguitgaven onder de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz) en de begrotingsgefinancierde zorguitgaven (Wmo beschermd wonen en overige begrotingsgefinancierde zorguitgaven).

Bij Wmo beschermd wonen gaat het om middelen die via een integratie-uitkering in het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar worden gesteld. Deze middelen staan op de begroting van het gemeentefonds van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), maar vallen wel onder het Uitgavenplafond Zorg.

De overige begrotingsgefinancierde zorguitgaven betreffen het deel van de uitgaven die verantwoord wordt op de VWS-begroting, maar wel onder het Uitgavenplafond Zorg vallen. Tot deze categorie behoren onder meer een deel van de uitgaven aan zorgopleidingen, de uitgaven voor zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland en enkele subsidieregelingen. Ten slotte zijn een aantal middelen uit de Startnota, die onder het Uitgavenplafond Zorg vallen, opgenomen op de aanvullende post van het Ministerie van Financiën.

Tabel 1 toont de bruto en netto zorguitgaven en ontvangsten onder het Uitgavenplafond Zorg. De totale bruto zorguitgaven minus de eigen betalingen (Zvw) en de eigen bijdragen (Wlz) in de zorg vormen de netto zorguitgaven.

Tabel 1 Samenstelling van de bruto zorguitgaven en -ontvangsten naar financieringsbron (bedragen x € 1 miljard)1

Omschrijving

2024

Bruto zorguitgaven stand ontwerpbegroting 2024

103,4

Premiegefinancierd

101,0

waarvan Zvw

64,2

waarvan Wlz

36,8

Begrotingsgefinancierd

2,5

waarvan Wmo beschermd wonen

1,6

waarvan overig begrotingsgefinancierd

0,8

Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2024

5,7

waarvan eigen betalingen Zvw

3,4

waarvan eigen bijdragen Wlz

2,3

Netto zorguitgaven stand ontwerpbegroting 2024

97,8

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS, Zorginstituut Nederland en NZa.

Figuur 2 Bruto zorguitgaven per financieringsbron als aandeel in de totale zorguitgaven 2024 (in %)

*Gemeentefonds/BZK

**Begroting VWS en aanvullende post Ministerie van Financiën

6.2.3 Ontwikkeling van de netto zorguitgaven

De netto zorguitgaven zijn de bruto zorguitgaven verminderd met de ontvangsten (eigen betalingen Zvw en eigen bijdragen Wlz).

In tabel 2 is vanaf de stand ontwerpbegroting 2023 de ontwikkeling van de netto zorguitgaven op hoofdlijnen te zien.

Tabel 2 Ontwikkeling van de netto zorguitgaven 2023-2027 (bedragen x € 1 miljoen)1
  

2023

2024

2025

2026

2027

1

Netto zorguitgaven ontwerpbegroting 2023

89.432

95.011

99.587

104.969

109.905

2

Bijstellingen

‒ 1.571

2.742

2.941

3.752

4.997

 

Zorgverzekeringswet

‒ 1.039

2.346

2.531

2.853

3.335

 

Wet langdurige zorg

‒ 186

1.144

1.104

1.566

2.076

 

Begrotingsgefinancierd

‒ 345

‒ 748

‒ 694

‒ 667

‒ 413

3

Netto zorguitgaven stand ontwerpbegroting 2024 (= 1+2)

87.861

97.752

102.528

108.721

114.902

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS

Toelichting

Ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2023 zijn de netto zorguitgaven in 2023 neerwaarts bijgesteld met € 1,6 miljard en vanaf 2024 opwaarts bijgesteld met € 2,7 miljard in 2024 oplopend tot € 5,0 miljard in 2027.

In paragraaf 6.3 wordt de ontwikkeling van de netto zorguitgaven verder toegelicht.

6.2.4 Ontwikkeling van het Uitgavenplafond Zorg

Het Uitgavenplafond Zorg is bij de start van het kabinet Rutte IV voor de periode 2022-2025 vastgesteld bij Startnota (Kamerstukken II, 35 788, nr. B). Bij de Voorjaarsnota 2022 zijn de Uitgavenplafonds herijkt en definitief vastgesteld (Kamerstukken II, 36 120, nr. 1). Gedurende kabinetsperiodes wordt het Uitgavenplafond alleen nog aangepast voor loon- en prijsontwikkelingen, overboekingen tussen de Uitgavenplafonds en maatregelen in verband met corona.

In tabel 3 is de opbouw van het Uitgavenplafond Zorg vanaf de stand ontwerpbegroting 2023 te zien.

Tabel 3 Ontwikkeling Uitgavenplafond Zorg 2023-2025 (bedragen x € 1 miljoen)1
  

2023

2024

2025

1

Uitgavenplafond Zorg stand ontwerpbegroting 2023

89.956

95.187

99.876

2

Bijstellingen

‒ 294

2.444

2.808

 

- Waarvan loon- en prijsontwikkeling

‒ 114

2.846

3.308

 

- Waarvan overboekingen tussen Uitgavenplafonds

‒ 178

‒ 402

‒ 501

 

- Waarvan maatregelen corona

‒ 3

  

3

Uitgavenplafond Zorg stand ontwerpbegroting 2024 (= 1+2)

89.662

97.631

102.684

1 Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS

Toelichting

Loon- en prijsontwikkeling

Het Uitgavenplafond Zorg is op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB) inzake de verwachte loon- en prijsontwikkeling in 2023 neerwaarts bijgesteld met € 0,1 miljard en vanaf 2024 opwaarts bijgesteld met € 2,8 miljard in 2024 oplopend tot € 3,3 miljard in 2025. De neerwaartse bijstelling in 2023 met € 0,1 miljard is het gevolg van de jaarlijkse technische aanpassing van de grondslag van de loon- en prijsontwikkeling van de stand ontwerpbegroting 2022 naar de stand ontwerpbegroting 2023. Er is sprake van een beperkte neerwaartse bijstelling van de grondslag en daarmee een beperkte neerwaartse bijstelling van de loon- en prijsbijstelling in 2023. De totale loon- en prijsbijstelling 2023 voor de Zvw, Wlz en Wmo beschermd wonen komt met deze correctie uit op € 6,3 miljard.

Overboekingen tussen de Uitgavenplafonds

Het Uitgavenplafond Zorg is verlaagd met € 0,2 miljard in 2023, oplopend tot € 0,5 miljard in 2025, als gevolg van diverse overboekingen tussen het Uitgavenplafond Zorg en de VWS-begroting (Uitgavenplafond Rijksbegroting). Het gaat hierbij om de onderstaande overboekingen:

Overheveling op basis van IZA

Op basis van het Integraal Zorg Akkoord (IZA) wordt vanaf 2023 € 150 miljoen structureel beschikbaar gesteld voor gemeenten om bij te dragen aan de IZA-doelstellingen. Voornemen is om deze middelen door middel van een specifieke uitkering beschikbaar te stellen aan gemeenten.

Overheveling 20-wekenecho

De Tweede Termijn Structureel Echoscopisch Onderzoek (TTSEO) ofwel de 20-wekenecho wordt momenteel bekostigd uit de Zvw. Het Zorginstituut heeft geadviseerd om deze prenatale screening zonder medische indicatie niet meer binnen het Zvw-pakket te financieren. Vanaf 1 januari 2024 wordt daarom de TTSEO aangeboden via het landelijke programma prenatale screening en bekostigd via de VWS-rijksbegroting. Daarvoor wordt vanaf het jaar 2024 een bedrag van € 27,7 miljoen structureel overgeheveld vanuit het Uitgavenplafond Zorg naar de VWS-begroting.

Transitiemiddelen scheiden wonen en zorg

Dit betreft de overheveling van € 22 miljoen in 2025 naar de VWS-begroting voor de inzet van een aanvullend deel van de transitiemiddelen scheiden wonen en zorg ten behoeve van het realiseren van geclusterde woonvormen voor ouderen. Dit is onderdeel van het programma ‘Wonen en zorg voor ouderen’ van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

Pandemische paraatheid/onderdeel Zorg

Dit betreft de overheveling van middelen voor pandemische paraatheid vanuit de aanvullende post van het ministerie van Financiën (Uitgavenplafond Rijksbegroting), naar het Uitgavenplafond Zorg (€ 5,5 miljoen in 2023, € 28,7 miljoen in 2024 en € 33,1 miljoen in 2025) voor de Zvw en Wlz.

Overboekingen coalitieakkoord-maatregelen naar VWS-begroting

Dit betreft de overheveling van verschillende intensiveringsmiddelen op basis van het coalitieakkoord vanuit de aanvullende post van het ministerie van Financiën (Uitgavenplafond Zorg) naar de VWS-begroting (Uitgavenplafond Rijksbegroting):

- Standaardisatie gegevensuitwisseling (€ 24,3 miljoen in 2023, € 70,1 miljoen in 2024 en € 81,4 miljoen in 2025).

- Juiste zorg op de juiste plek (transformatiemiddelen) (€ 22,7 miljoen in 2023, € 73,9 miljoen in 2024 en € 74,7 miljoen in 2025).

- Passende zorg als norm in Zvw (investeringsmiddelen) (€ 6,5 miljoen in 2023, € 36,5 miljoen in 2024 en € 84,9 miljoen in 2025).

Ramingsbijstelling Wlz

Dit betreft een neerwaartse bijstelling van de Wlz-uitgaven op de begroting die mogelijk is zonder het Wlz-kader bij te stellen.

Het restant betreft diverse kleinere overboekingen.

Maatregelen corona

Het Uitgavenplafond Zorg is in 2023 per saldo met circa € 3 miljoen verlaagd als gevolg van de onderstaande corona maatregelen:

Niet geleverde pgb-zorg

Door het Zorginstituut is op basis van de rapportages van de Wlz-uitvoerders en de NZa geconstateerd dat er sprake is van € 3,5 miljoen lagere uitgaven voor de compensatie voor niet geleverde pgb-zorg. De ontvangstenraming wordt met deze mutatie bijgesteld.

Verder is er een bedrag van € 0,8 miljoen in 2023 overgeboekt vanuit de VWS-begroting naar het Uitgavenplafond Zorg ten behoeve van de zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland.

6.2.5 Toetsing van de netto zorguitgaven aan het Uitgavenplafond Zorg

Om te toetsen of het Uitgavenplafond Zorg overschreden dan wel onderschreden wordt, worden de netto zorguitgaven getoetst aan het Uitgavenplafond Zorg.

Tabel 4 laat de toetsing van de netto zorguitgaven aan het Uitgavenplafond Zorg zien voor de jaren 2023-2025.

Tabel 4 Toetsing netto zorguitgaven aan het Uitgavenplafond Zorg 2023-2025 (bedragen x € 1 miljoen)1
  

2023

2024

2025

A

Netto zorguitgaven

   

1

Stand ontwerpbegroting 2023

89.432

95.011

99.587

2

Bijstellingen

‒ 1.571

2.742

2.941

3

Stand ontwerpbegroting 2024

87.861

97.752

102.528

     

B

Uitgavenplafond Zorg

   

4

Stand ontwerpbegroting 2023

89.956

95.187

99.876

5

Bijstellingen

‒ 294

2.444

2.808

6

Stand ontwerpbegroting 2024

89.662

97.631

102.684

     

C

+ Overschrijding/- Onderschrijding

   

7

Stand ontwerpbegroting 2023 (= 1-4)

‒ 524

‒ 177

‒ 289

8

Bijstelling

‒ 1.276

298

133

9

Stand ontwerpbegroting 2024 (= 3-6 )

‒ 1.801

121

‒ 156

1 Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS

Toelichting

Ten opzichte van de ontwerpbegroting 2023 is er sprake van een toename van de onderschrijding met € 1,3 miljard in 2023, een afname van € 298 miljoen in 2024 en een toename van € 133 miljoen in 2025 (regel 8).

De stand van de onderschrijding van het Uitgavenplafond Zorg bij de ontwerpbegroting 2024 bedraagt daarmee € 1,8 miljard in 2023, een overschrijding van € 121 miljoen in 2024 en een onderschrijding van € 156 miljoen in 2025 (regel 9).

De bijstellingen van de netto zorguitgaven en het Uitgavenplafond Zorg (regels 2 en 5) zijn opgenomen in de paragrafen 6.2.3 (tabel 2) en 6.2.4 (tabel 3).

6.3 Verticale ontwikkeling van de zorguitgaven

De verticale toelichting geeft een cijfermatig overzicht van de budgettaire veranderingen voor de jaren 2023 tot en met 2028, sinds het opstellen van de ontwerpbegroting 2023.

De afzonderlijke posten worden toegelicht als het hiermee gepaard gaande bedrag hoger is dan € 10 miljoen.

6.3.1 Zorgverzekeringswet (Zvw)
6.3.1.1 Algemene doelstelling

Een kwalitatief goed en toegankelijk stelsel voor curatieve zorg tegen maatschappelijk verantwoorde kosten.

6.3.1.2 Rol en verantwoordelijkheid bewindspersonen

De bewindspersonen van VWS zijn verantwoordelijk voor een goed werkend en samenhangend stelsel voor curatieve zorg en voor de beheersing van de collectieve zorguitgaven.

Dit omvat het stellen van eisen aan de kwaliteit van zorg en het opstellen en handhaven van de wettelijke kaders waarbinnen het zorgstelsel functioneert. Het wettelijk kader wordt gevormd door de Zorgverzekeringswet, de Wet bijzondere medische verrichtingen, de Wet marktordening gezondheidszorg, de Wet geneesmiddelenprijzen, de Wet toelating zorginstellingen en de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

De bewindspersonen hebben sturingsmogelijkheden door invloed op de samenstelling van het verplicht verzekerde pakket (het basispakket) en de (maximale) hoogte van tarieven in sectoren waar de prijsvorming niet is vrijgegeven. Tevens streven de bewindspersonen naar het bevorderen van doelmatigheid in de zorgsector door bijvoorbeeld het maken van afspraken met het veld en het stimuleren van gepast gebruik. De bewindspersonen worden in deze rol ondersteund door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), Zorginstituut Nederland en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

De IGJ houdt op basis van de geldende normen toezicht op de kwaliteit van de zorg in Nederland.

Zorginstituut Nederland en de NZa spelen een belangrijke rol bij de beheersing van de zorguitgaven. Zorginstituut Nederland adviseert de bewindspersonen over de samenstelling van het verzekerde pakket en beheert het Zorgverzekeringsfonds (Zvf). De NZa behartigt het belang van de zorgconsument door het bewaken van de betaalbaarheid, beschikbaarheid en kwaliteit van zorg en houdt in dat kader toezicht op zorgaanbieders en zorgverzekeraars. De NZa adviseert de bewindspersonen over beleid en regelgeving. De NZa stelt op aanwijzing van de bewindspersonen regels, budgetten en tarieven vast voor dat deel van de zorg dat is gereguleerd en stelt condities voor concurrentie vast in zorgsectoren met vrije prijsvorming.

Zorginstituut Nederland en de NZa brengen de omvang van de zorguitgaven in kaart. Zij baseren zich daarbij op informatie van zorgverzekeraars en instellingen, die na afloop van het jaar door externe accountants wordt beoordeeld. Op basis van de rapportages van Zorginstituut Nederland en de NZa leggen de bewindspersonen verantwoording af aan de Tweede Kamer.

Verder ziet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toe op de naleving van wetten en regels op het gebied van concurrentie en marktwerking op basis van de Mededingingswet. Ook beoordeelt de ACM fusies in de zorg en controleert de ACM of zorgaanbieders en zorgverzekeraars geen concurrentiebeperkende afspraken maken.

De uitvoering van het zorgstelsel is in handen van private partijen. Private zorgverzekeraars sluiten contracten met een veelheid aan private, over het land verspreide zorgaanbieders waaronder: ziekenhuizen, zelfstandige behandelcentra, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en vrijgevestigde beroepsbeoefenaren, zoals huisartsen, apothekers en paramedici. Verzekeraars concurreren door een zo goed mogelijke prijs/kwaliteitverhouding en doelmatigheid in de zorg na te streven. De zorg die aanbieders verlenen en de uitgaven die daarmee gemoeid zijn, vloeien voort uit de aanspraken die zijn vastgelegd in de Zorgverzekeringswet (Zvw). De zorgsector is privaat binnen publieke randvoorwaarden.

6.3.1.3 Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en –ontvangsten

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht van de budgettaire veranderingen voor de jaren 2023 tot en met 2028 sinds het opstellen van de ontwerpbegroting 2023.

De verticale toelichting onderscheidt drie categorieën bijstellingen:

  • Autonoom: voornamelijk bijstellingen als gevolg van de actualisering van de zorguitgaven op basis van actuele cijfers van Zorginstituut Nederland en de NZa en bijstellingen op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

  • Beleidsmatig: bijstellingen die verband houden met politieke prioriteitstelling.

  • Technisch: overhevelingen tussen financieringsbronnen/domeinen.

De afzonderlijke posten worden toegelicht als het hiermee gepaard gaande bedrag hoger is dan € 10 miljoen.

Tabel 5 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2023 de verticale ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten van de Zvw zien. Onder de tabel is een toelichting op de verschillende bijstellingen opgenomen.

Tabel 5 Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten 2023-2028 (bedragen x € 1 miljoen) 1
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Bruto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2023

58.946,5

61.829,8

64.673,3

67.566,1

70.607,8

 
       

Bijstellingen

      

Autonoom

‒ 1.057,6

1.679,7

1.883,9

2.476,1

3.130,5

 

Actualisering Zvw-uitgaven (zie tabel 5A)

‒ 986,0

‒ 138,8

‒ 134,3

‒ 134,3

‒ 134,3

 

Loon- en prijsontwikkeling

‒ 71,6

1.818,5

2.018,1

2.610,3

3.264,8

 
       

Beleidsmatig

18,1

694,9

616,4

349,6

182,3

 

Overheveling 20-wekenecho

0,0

‒ 27,7

‒ 27,7

‒ 27,7

‒ 27,7

 

GVS-modernisering

140,0

140,0

0,0

0,0

0,0

 

Dekking GVS: Overschot LPO genees- en hulpmiddelen

‒ 140,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Resterende groeiruimte Zvw

0,0

‒ 88,5

0,0

0,0

0,0

 

Besparingsverlies maatregel sturing op doelmatigheid via de tarieven

0,0

60,0

0,0

0,0

0,0

 

Paramedische herstelzorg covid

21,0

50,0

0,0

0,0

0,0

 

MTVP (Meer Tijd Voor de Patiënt): kader huisartsen

0,0

0,0

0,0

2,7

20,1

 

MTVP (Meer Tijd Voor de Patiënt): extra huisartsen opleiden

0,0

0,0

0,0

30,3

48,9

 

Pandemische paraatheid, onderdeel Zorg

1,0

17,4

20,6

16,1

16,1

 

Overboeking prijsbijstelling

31,6

75,5

64,5

50,9

0,0

 

Inzet prijsbijstelling voor knelpunten

‒ 31,6

‒ 75,5

‒ 64,5

‒ 50,9

0,0

 

IZA-transformatiemiddelen premie (coalitieakkoordmiddelen Integraal Zorgakkoord en Juiste zorg op de juiste plek)

195,7

586,4

595,3

584,9

377,5

 

MSZ opleidingen

0,7

1,1

1,1

1,1

0,4

 

Maatregelen buiten IZA

0,0

0,0

‒ 65,0

‒ 145,0

‒ 145,0

 

Alternatieve vormgeving CA-maatregel eigen risico

0,0

0,0

‒ 52,0

‒ 52,0

‒ 52,0

 

Kasschuif Transformatiemiddelen IZA

‒ 200,0

0,0

200,0

0,0

0,0

 

Overheveling naar VWS-begroting voor dekking van Pallas

0,0

‒ 32,0

‒ 32,0

‒ 32,0

‒ 32,0

 

Overheveling AP-middelen pandemische paraatheid ROAZ en LCPS

0,0

5,6

5,6

5,6

5,6

 

IJklijn transformatiemiddelen

0,0

‒ 4,1

‒ 10,6

‒ 9,1

‒ 5,0

 

Overheveling naar Wlz voor paramedische zorg

0,0

‒ 13,0

‒ 19,5

‒ 26,0

‒ 26,0

 

Overig beleidsmatig

‒ 0,3

‒ 0,3

0,6

0,6

1,4

 
       

Totaal bijstellingen

‒ 1.039,5

2.374,6

2.500,2

2.825,6

3.312,8

 
       

Bruto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2024

57.907,0

64.204,4

67.173,6

70.391,7

73.920,5

76.946,3

       

Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2023

3.338,1

3.389,4

3.366,5

3.519,3

3.673,6

 
       

Bijstellingen

      

Autonoom

0,0

28,6

‒ 30,6

‒ 27,6

‒ 21,9

 

Actualisering opbrengst eigen risico Zvw

0,0

28,6

21,4

24,4

30,1

 

Alternatieve vormgeving CA-maatregel eigen risico

0,0

0,0

‒ 52,0

‒ 52,0

‒ 52,0

 
       

Totaal bijstellingen

0,0

28,6

‒ 30,6

‒ 27,6

‒ 21,9

 
       

Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2024

3.338,1

3.418,0

3.335,9

3.491,7

3.651,7

3.808,5

       

Netto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2023

55.608,4

58.440,4

61.306,8

64.046,8

66.934,2

 

Bijstellingen in de netto Zvw-uitgaven

‒ 1.039,5

2.346,0

2.530,8

2.853,2

3.334,7

 

Netto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2024

54.568,9

60.786,4

63.837,6

66.900,1

70.268,9

73.137,8

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS, Zorginstituut Nederland en NZa.

Toelichting

Uitgaven

Autonoom

Actualisering Zvw-uitgaven

Tabel 5A Actualisering Zvw-uitgaven 2023-2028 (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Eerstelijnszorg

‒ 44,4

‒ 61,3

‒ 56,8

‒ 56,8

‒ 56,8

‒ 56,8

Tweedelijnszorg

‒ 162,2

‒ 49,1

‒ 49,1

‒ 49,1

‒ 49,1

‒ 49,1

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

60,6

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Apotheekzorg en hulpmiddelen

‒ 21,7

‒ 21,7

‒ 21,7

‒ 21,7

‒ 21,7

‒ 21,7

Wijkverpleging

‒ 811,8

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Ziekenvervoer

20,3

20,3

20,3

20,3

20,3

20,3

Grensoverschrijdende zorg

‒ 26,9

‒ 26,9

‒ 26,9

‒ 26,9

‒ 26,9

‒ 26,9

Totaal bijstellingen ontwerpbegroting 2024

‒ 986,0

‒ 138,8

‒ 134,3

‒ 134,3

‒ 134,3

‒ 134,3

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS, Zorginstituut Nederland en NZa.

In tabel 5A is de post ‘Actualisering Zvw-uitgaven' uit tabel 5 naar sectoren uitgesplitst. Op basis van gegevens uit de tweede kwartaalrapportage 2023 van het Zorginstituut en informatie van de NZa zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd. De actualisatie leidt tot een structurele doorwerking van per saldo € 134 miljoen lagere uitgaven voor de niet-IZA-sectoren. Bij de IZA-sectoren bepalen de in het IZA overeengekomen kaders de hoogte van de uitgaven onder het Uitgavenplafond Zorg; voor deze sectoren worden actualisatiecijfers daarom enkel incidenteel verwerkt voor het lopende jaar 2023. In 2023 is incidenteel € 857 miljoen verwerkt, met name als gevolg van la.gere uitgaven voor wijkverpleging. Een toelichting per sector is te vinden in het verdiepingshoofdstuk van het Financieel Beeld Zorg (FBZ), dat als open data beschikbaar wordt gesteld.

Loon- en prijsontwikkeling

De raming van de loon- en prijsontwikkeling is voor 2024 en verder aangepast op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB). De neerwaartse bijstelling in 2023 met € 71,6 miljoen is het gevolg van de jaarlijkse technische aanpassing van de grondslag van de loon- en prijsontwikkeling van de stand ontwerpbegroting 2022 naar de stand ontwerpbegroting 2023. Er is sprake van een beperkte neerwaartse bijstelling van de grondslag en daarmee een beperkte neerwaartse bijstelling van de loon- en prijsbijstelling in 2023. De totale loon- en prijsbijstelling 2023 voor de Zvw komt met deze correctie uit op € 4,2 miljard.

Beleidsmatig

Overheveling 20-wekenecho

De Tweede Termijn Structureel Echoscopisch Onderzoek (TTSEO) ofwel de 20-wekenecho wordt momenteel bekostigd uit de Zvw. Het Zorginstituut heeft geadviseerd om deze prenatale screening zonder medische indicatie niet meer binnen het Zvw-pakket te financieren. Vanaf 1 januari 2024 wordt daarom de TTSEO aangeboden via het landelijke programma prenatale screening en bekostigd via de VWS-begroting. Daarvoor wordt vanaf het jaar 2024 een bedrag van € 27,7 miljoen structureel overgeheveld vanuit het Uitgavenplafond Zorg naar de VWS-begroting.

GVS-modernisering

Dit betreft een besparingsverlies door het afstel van de maatregel modernisering geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).

Dekking GVS: Overschot LPO genees- en hulpmiddelen

Het besparingsverlies dat ontstaat door het afstel van de maatregel modernisering GVS wordt in 2023 gedekt uit het overschot van de loon- en prijsontwikkeling voor de sectoren apotheekzorg- en hulpmiddelen.

Resterende groeiruimte Zvw

Na de verwerking van de meerjarige financiële afspraken in het Integraal Zorgakkoord (IZA) en rekening houdend met de reguliere verdeling van de groeiruimte en taakstellingen voor de niet-IZA sectoren, resteert voor 2024 incidenteel € 88,5 miljoen groeiruimte op de sector Nominaal en onverdeeld Zvw. Deze is onderdeel van de dekking voor onder andere het besparingsverlies bij de maatregel sturing op doelmatigheid via de tarieven en het besparingsverlies GVS-modernisering

Besparingsverlies maatregel sturing op doelmatigheid via de tarieven

De uitwerking van de coalitieakkoord-maatregel met betrekking tot het verhogen van de doelmatigheid door normatieve elementen toe te voegen aan de tariefstelling in Zvw-sectoren met vaste of maximumtarieven loopt vertraging op, waardoor een besparingsverlies ontstaat van € 60 miljoen in 2024.

Paramedische herstelzorg covid

De regeling paramedische herstelzorg wordt verlengd tot 1 januari 2025, zodat ook de patiënten die sinds het najaar 2022 besmet zijn, gebruik kunnen maken van deze regeling. De voorwaardelijke toelating van deze regeling tot het Zvw-pakket wordt verlengd tot 1 januari 2025; tegelijkertijd wordt duiding en advies van het Zorginstituut verwacht over de effectiviteit van paramedische herstelzorg en zal het besluit worden genomen of de zorg instroomt in het basispakket per 1 januari 2025. De voorwaardelijke toelating tot 1 januari 2025 leidt tot kosten in de paramedische zorgsectoren die worden geraamd op € 21 miljoen in 2023 en € 50 miljoen in 2024.

MTVP (Meer Tijd Voor de Patiënt): kader huisartsen/extra huisartsen opleiden

De middelen die op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën zijn gereserveerd voor Meer Tijd Voor de Patiënt worden overgeheveld naar de Zvw om het aantal opleidingsplekken voor huisartsen stevig te vergroten. Een deel van de middelen wordt voorlopig gereserveerd op de sector Nominaal en onverdeeld Zvw. Het doel hiervan is dat er meer tijd komt in de spreekkamer van de huisarts.

Pandemische paraatheid/onderdeel Zorg

Overheveling van middelen vanaf de aanvullende post van het ministerie van Financiën van middelen voor pandemische paraatheid op basis van het coalitieakkoord. Het betreft middelen:

  • voor onderhoud en opslag van in ziekenhuizen aanwezige inventaris en apparatuur voor IC-opschaling boven de operationele basiscapaciteit van 1.150 IC-bedden;

  • voor de realisatie van voldoende reservecapaciteit voor medisch vervoer om snel te kunnen opschalen tijdens een pandemie;

  • voor de versterking van de regionale coördinatiestructuur door onderzoek en organisatie van regiobeelden en regioplannen in ROAZ-regio’s (Regionaal Overleg Acute Zorgketen);

  • voor de versterking van de regionale coördinatiestructuur door overname van COVID-activiteiten met betrekking tot continuïteit van zorg van GGD GHOR (de brancheorganisatie van gemeentelijke gezondheidsdiensten en geneeskundige hulpverleningsorganisaties in de regio) door ROAZ en Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ).

Overboeking prijsbijstelling

Dit betreft de overheveling van middelen voor prijsbijstelling vanuit de begrotingsgefinancierde zorguitgaven.

Inzet prijsbijstelling voor knelpunten

De overgehevelde middelen voor prijsbijstelling worden intertemporeel ingezet als (onderdeel van de) dekking voor het besparingsverlies bij de maatregel sturing op doelmatigheid via de tarieven, GVS-modernisering en paramedische herstelzorg covid binnen de Zvw (zie hiervoor) en voor de EMB-regeling en VG7 (gehandicaptenzorg) binnen de Wlz (zie paragraaf 6.3.2).

IZA-transformatiemiddelen premie (coalitieakkoordmiddelen Integraal Zorgakkoord en Juiste zorg op de juiste plek)

Middelen die op de aanvullende post bij het Ministerie van Financiën stonden gereserveerd voor het Integraal Zorgakkoord en Juiste zorg op de juiste plek worden naar het Uitgavenplafond Zorg overgeheveld om uitvoering te geven aan het coalitieakkoord en het Integraal Zorgakkoord (IZA). IZA-partijen kunnen transformatieplannen indienen bij de marktleider zorgverzekeraar om aanspraak te maken op deze middelen. Het transformatieplan moet dan voldoen aan het beoordelingskader voor impactvolle transformaties. Bij de vaststelling van het macroprestatie-bedrag 2023 is rekening gehouden met een bedrag van € 280 miljoen aan transformatiemiddelen, een deel hiervan was bij ontwerpbegroting 2023 nog niet budgettair verwerkt. Middels de mutatie van € 196 miljoen in 2023 wordt dat alsnog gedaan.

MSZ opleidingen

Vanuit de middelen die op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën (Uitgavenplafond Zorg) zijn gereserveerd voor het Integraal Zorgakkoord en Juiste zorg op de juiste Plek wordt budget toegevoegd aan de beschikbaarheidbijdrage medische vervolgopleidingen voor de ontwikkeling van de medisch-specialistische vervolgopleidingen.

Maatregelen buiten IZA

Het Integraal Zorgakkoord (IZA) beperkt reeds de volumegroei van de grootste Zvw-actoren. Deze taakstelling zal nader worden ingevuld met een maatregel buiten het IZA.

Alternatieve vormgeving CA maatregel eigen risico

De vormgeving van het verplicht eigen risico in de Zvw wordt aangepast. Naast de beoogde invoering per 1 januari 2025 van een eigen bijdrage van € 150 epr dbc in de medisch-specialistische zorg wordt ook een eigen bijdrage van € 150 per ‘overig zorgproduct’ ingevoerd. De nieuwe vormgeving levert meer derving op in de ontvangsten van het eigen risico, maar zorgt ook voor lagere uitgaven door een langer remeffect. Per saldo blijft de netto-opbrengst gelijk.

Kasschuif Transformatiemiddelen IZA

Op dit moment worden transformatieplannen nog veelal voorbereid en uitgewerkt: daarom zijn de uitgaven in 2023 nog beperkt. De transformatiemiddelen voor 2023 blijven beschikbaar voor het verwezenlijken van de IZA-opgave, omdat de plannen grotendeels nog in gang moeten worden gezet. Dit argument zal voor de rest van de IZA-periode niet meer opgaan: over alle resterende middelen moet aannemelijk gemaakt worden hoe deze in de periode tot en met 2027 daadwerkelijk tot doelmatige besteding komen. Het is daarom van belang dat de betrokken zorgpartijen voortvarend doorgaan met de transformatieplannen, zodat deze tijdig en doelmatig tot besteding komen.

Overheveling naar VWS-begroting voor dekking van Pallas

Voor de dekking van de uitgaven voor Pallas (op de VWS-begroting) wordt niet-uitgedeelde groeiruimte Zvw tranche 2024 overgeheveld naar de VWS-begroting (€ 32 miljoen meerjarig).

Overheveling AP-middelen pandemische paraatheid ROAZ en LCPS

Overheveling vanaf de aanvullende post van het ministerie van Financiën van middelen voor pandemische paraatheid (onderdeel Zorg) op basis van het coalitieakkoord. Het betreft middelen voor de structurele financiering van de taken van de ROAZ-netwerken, alsmede het Landelijk Centrum Patiëntenspreiding en het Landelijk Platform Zorgcoördinatie.

IJklijn transformatiemiddelen

Een deel van de transformatiemiddelen IZA wordt overgeheveld naar de VWS-begroting, omdat in een aantal gevallen financiering via VWS logischer is dan via een zorgverzekeraar. De middelen worden ingezet om randvoorwaarden te creëren voor impactvolle transformaties.

Overheveling naar Wlz voor paramedische zorg

Thuiswonende Wlz-cliënten en cliënten met verblijf zonder behandeling, ontvangen hun paramedische zorg voornamelijk uit de Zvw. Dit terwijl een deel van hen volgens de wettelijke aanspraak hun paramedische zorg vanuit Wlz zou moeten krijgen. Medio 2023 zal de NZa zorgkantoren stimuleren te communiceren naar zorgaanbieders dat zij volgens de wettelijke aanspraak dienen te werken. De verwachting is dat dit op den duur tot een meevaller in de Zvw en een tegenvaller in de Wlz zal leiden. Met deze mutatie wordt de meevaller in de Zvw overgeheveld naar de Wlz.

Overig beleidsmatig

Deze post is het saldo van kleine beleidsmatige bijstellingen.

Ontvangsten

Autonoom

Actualisering opbrengst eigen risico Zvw

De raming van de opbrengsten eigen risico is aangepast op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

Alternatieve vormgeving CA-maatregel eigen risico

De vormgeving van het verplicht eigen risico in de Zvw wordt aangepast. Naast de beoogde invoering per 1 januari 2025 van een eigen bijdrage van 150 euro per dbc in de medisch-specialistische zorg wordt ook een eigen bijdrage van 150 euro per ‘overig zorgproduct’ ingevoerd. De nieuwe vormgeving levert meer derving op in de ontvangsten van het eigen risico, maar zorgt ook lagere uitgaven door een langer remeffect. Per saldo blijft de netto-opbrengst gelijk.

6.3.1.4 Ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en –ontvangsten per deelsector

In tabel 6 wordt de ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten op (deel)sectorniveau weergegeven voor de periode 2023-2028. De sector Nominaal en onverdeeld Zvw bevat de nog niet uitgedeelde ruimte voor volumegroei en loon- en prijsbijstellingen en de nog niet toebedeelde taakstelingen en middelen uit de Startnota.

Tabel 6 Ontwikkeling van de Zvw-uitgaven per sector (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Eerstelijnszorg

7.677,8

7.783,2

7.840,2

8.022,4

8.023,8

8.023,8

Huisartsenzorg

3.979,6

4.035,2

4.149,7

4.294,9

4.294,9

4.294,9

Multidisciplinaire zorgverlening

798,9

852,6

872,8

916,4

916,4

916,4

Tandheelkundige zorg

930,6

942,5

942,5

942,5

942,5

942,5

Paramedische zorg

1.075,0

1.059,7

982,0

975,3

976,7

976,7

Verloskunde

310,0

295,8

295,8

295,8

295,8

295,8

Kraamzorg

380,6

389,9

389,9

389,9

389,9

389,9

Zorg voor zintuiglijk gehandicapten

203,2

207,6

207,6

207,6

207,6

207,6

Tweedelijnszorg

31.111,9

31.535,8

31.651,5

31.652,8

31.652,8

31.652,8

Medisch-specialistische zorg

28.017,0

28.357,7

28.475,9

28.477,2

28.477,2

28.477,2

Geriatrische revalidatiezorg en eerstelijnsverblijf

1.261,7

1.304,9

1.302,1

1.302,1

1.302,1

1.302,1

Beschikbaarheidbijdragen academische zorg

943,8

952,1

952,1

952,1

952,1

952,1

Beschikbaarheidbijdragen overig medisch-specialistische zorg

224,3

230,1

230,4

230,4

230,4

230,4

Overig curatieve zorg

665,1

691,0

691,0

691,0

691,0

691,0

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

4.973,3

4.953,0

4.950,5

4.970,1

4.970,1

4.970,1

Apotheekzorg en hulpmiddelen

7.339,8

7.607,3

7.457,7

7.456,4

7.456,4

7.456,4

Apotheekzorg

5.448,9

5.681,1

5.532,6

5.531,4

5.531,4

5.531,4

Hulpmiddelen

1.890,9

1.926,3

1.925,1

1.925,1

1.925,1

1.925,1

Wijkverpleging

3.237,1

4.123,3

4.224,8

4.359,3

4.359,3

4.359,3

Ziekenvervoer

1.000,0

1.020,9

1.020,9

1.020,9

1.020,9

1.020,9

Ambulancezorg

866,2

884,1

884,1

884,1

884,1

884,1

Overig ziekenvervoer

133,8

136,8

136,8

136,8

136,8

136,8

Opleidingen

1.678,5

1.751,4

1.755,7

1.788,2

1.806,8

1.808,4

Grensoverschrijdende zorg

779,0

802,4

809,9

809,9

809,9

809,9

Transformatiemiddelen IZA 2

80,0

582,3

784,7

575,9

372,5

0,0

Nominaal en onverdeeld Zvw

29,8

4.044,6

6.677,7

9.735,7

13.447,9

16.844,6

Bruto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2024

57.907,0

64.204,4

67.173,6

70.391,7

73.920,5

76.946,3

Eigen betalingen Zvw

3.338,1

3.418,0

3.335,9

3.491,7

3.651,7

3.808,5

Netto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2024

54.568,9

60.786,4

63.837,6

66.900,1

70.268,9

73.137,8

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

2 De transformatiemiddelen IZA (samenhangend met de coalitieakkoord-maatregelen IZA en Juiste zorg op de juiste plek) zijn op een aparte sector opgenomen.

Bron: VWS, Zorginstituut Nederland en NZa.

In onderstaande figuur is de samenstelling van de bruto Zvw-uitgaven 2024 in staafdiagrammen opgenomen.

Figuur 3 Samenstelling van de bruto Zvw-uitgaven 2024 (in miljarden euro’s)

6.3.1.5 Integraal zorgakkoord

In het Integraal Zorgakkoord (IZA) zijn voor de medisch-specialistische zorg (MSZ), geestelijke gezondheidszorg (GGZ), wijkverpleging, huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg (MDZ) budgettaire kaders afgesproken en vastgelegd waarbinnen de zorgkosten zich in de periode 2023 t/m 2026 kunnen ontwikkelen.

In de ontwerpbegroting 2023 zijn de beschikbare macrokaders per sector op basis van het IZA opgenomen. Sindsdien heeft indexatie voor de loon- en prijsontwikkeling in 2023 plaatsgevonden en zijn op de sectoren verschillende technische mutaties verwerkt. De actuele macrokaders zijn met inachtneming daarvan als volgt (prijspeil 2023).

Tabel 7 Kaders sectoren Integraal Zorgakkoord 2023-2026 (bedragen x € 1 miljoen) 1
 

2023

2024

2025

2026

Medisch-specialistische zorg

28.135

28.358

28.476

28.477

Geestelijke gezondheidszorg

4.913

4.953

4.950,5

4.970,1

Wijkverpleging

4.049

4.123

4.225

4.359

Huisartsenzorg

3.941

4.035

4.150

4.295

Multidisciplinaire zorgverlening

825

853

873

916

Macrokader IZA

41.863

42.322

42.674

43.018

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS, Zorginstituut Nederland en NZa.

De afzonderlijke mutaties en de actuele macrokaders voor de betreffende sectoren zijn terug te vinden in het verdiepingshoofdstuk dat integraal als open data beschikbaar wordt gesteld op: Overzicht Datasets | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid (rijksfinancien.nl).

Voor de partijen die deelnemen aan het IZA zijn in aanvulling op de beschikbare kaders transformatiemiddelen en specifieke investeringsmiddelen beschikbaar. Aan transformatiemiddelen is in de periode 2023-2027 in totaal € 2,8 miljard beschikbaar.

De ontwikkeling van de uitgaven binnen de sectoren van het IZA wordt viermaal per jaar gemonitord via kwartaalrapportages van het Zorginstituut en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De uitgaven van de transformatiemiddelen worden elk kwartaal gemonitord door de NZa en Zorgverzekeraars Nederland. De ontwikkelingen worden besproken in het bestuurlijk overleg IZA.

6.3.2 Wet langdurige zorg (Wlz)
6.3.2.1 Algemene doelstelling

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat:

  • 1. ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en,

  • 2. wanneer dit nodig is – thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg biedt. Daarbij worden ondersteuning en zorg aangeboden aansluitend op informele vormen van hulp. De complexiteit van de zorgvraag en de weerbaarheid van de burger staan centraal bij het bieden van passende zorg. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

6.3.2.2 Rol en verantwoordelijkheid bewindspersonen

De Minister is verantwoordelijk voor een effectief en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland. Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, dienen dit thuis of in een instelling op maat en van een goede kwaliteit te krijgen.

De uitvoering van de Wlz is in handen van de zorgkantoren. De Wlz geeft recht op zorg aan verzekerden met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. Om in aanmerking te komen voor zorg vanuit de Wlz moet een verzekerde een Wlz-indicatie hebben, welke door het Centrum Indicatiesteling Zorg (CIZ) verstrekt wordt. Wlz- uitvoerders sluiten overeenkomsten met zorgaanbieders voor het leveren van verzekerde zorg. Het kan onder andere gaan om verblijf in een instelling, volledig pakket thuis (vpt), modulair pakket thuis (mpt) of een persoonsgebonden budget (pgb). De verzekerde bepaalt zoveel mogelijk zelf waar en hoe hij zorg krijgt.

De Minister wordt ondersteund door de Inspectie Gezondheidszorg (IGJ) en Jeugd, Zorginstituut Nederland en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De IGJ houdt op basis van de geldende normen toezicht op de kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid van de zorg in Nederland. Zorginstituut Nederland en de NZa spelen een belangrijke rol bij de beheersing van de zorguitgaven. Zorginstituut Nederland adviseert de Minister over de samenstelling van het verzekerde pakket, stimuleert de continue kwaliteitsverbetering en beheert het Fonds langdurige zorg (Flz). De NZa houdt toezicht op zorgaanbieders en Wlz-uitvoerders. De NZa adviseert de bewindspersonen over beleid en regelgeving en de toereikendheid van het budgettair kader. De NZa stelt op aanwijzing van de bewindspersonen regels, budgetten en tarieven vast. De minister stelt het budgettaire kader voor de langdurige zorg vast.

Verder ziet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toe op de naleving van wetten en regels op het gebied van concurrentie en marktwerking op basis van de Mededingingswet. Ook beoordeelt de ACM fusies in de zorg.

6.3.2.3 Verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en –ontvangsten

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht van de budgettaire veranderingen voor de jaren 2023 tot en met 2028 sinds het opstellen van de ontwerpbegroting 2023.

De verticale toelichting onderscheidt drie categorieën bijstellingen:

  • Autonoom: voornamelijk bijstellingen als gevolg van de actualisering van de zorguitgaven op basis van de meest recente cijfers van Zorginstituut Nederland en de NZa en bijstellingen op basis van de actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

  • Beleidsmatig: bijstellingen die verband houden met politieke prioriteitstelling.

  • Technisch: overhevelingen tussen financieringsbronnen/domeinen.

De afzonderlijke posten worden toegelicht als het hiermee gepaard gaande bedrag hoger is dan € 10 miljoen.

Tabel 8 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2023 de verticale ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten van de Wlz zien. Onder de tabel is een toelichting van de verschillende bijstellingen opgenomen.

Tabel 8 Verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten 2023-2028 (bedragen x € 1 miljoen) 1
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Bruto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2023

33.519,2

35.570,9

37.618,4

40.249,5

42.615,4

 
       

Bijstellingen

      

Autonoom

101,3

1.434,1

1.477,2

2.009,8

2.565,6

 

Actualisatie Wlz-uitgaven

120,9

213,6

215,2

216,7

216,8

 

Vertraging doorontwikkeling kwaliteitskader verpleeghuiszorg

0,0

100,0

0,0

0,0

0,0

 

Vertraging meerjarig contracteren en budgetafspraken

0,0

125,0

0,0

0,0

0,0

 

Loon- en prijsontwikkeling

‒ 19,6

995,5

1.261,9

1.793,2

2.348,8

 
       

Beleidsmatig

‒ 133,2

‒ 136,3

‒ 215,2

‒ 208,6

‒ 240,0

 

Transitiemiddelen scheiden wonen en zorg

0,0

0,0

‒ 22,0

‒ 33,0

0,0

 

Overheveling IZA-doelstellingen

‒ 150,0

‒ 150,0

‒ 150,0

‒ 150,0

‒ 150,0

 

EMB-regeling

0,0

5,0

5,0

5,0

0,0

 

VG7 (gehandicaptenzorg)

40,0

40,0

0,0

0,0

0,0

 

Ramingsbijstelling Wlz

‒ 27,5

‒ 27,5

‒ 55,0

‒ 55,0

‒ 55,0

 

Pandemische paraatheid/Zorg

3,5

9,5

10,5

10,5

8,0

 

Maatregelen Wmo

0,0

0,0

0,0

30,0

30,0

 

Maatwerk pgb

0,0

0,0

‒ 30,0

‒ 60,0

‒ 110,0

 

IJklijn naar Wlz : Pandemic preparedness audits

22,7

22,8

22,7

10,0

15,5

 

Kasschuif pandemic preparedness audits

‒ 22,7

‒ 4,1

‒ 3,9

8,8

3,3

 

Kasschuif voor tijdelijke extra capaciteit zorg met verblijf (scheiden wonen en zorg)

0,0

‒ 11,2

0,0

11,2

0,0

 

IJkiijn van Wlz: Domeinoverstijgend samenwerken

0,0

‒ 27,0

0,0

0,0

0,0

 

Overheveling van Zvw voor paramedische zorg

0,0

13,0

19,5

26,0

26,0

 

Overig beleidsmatig

0,8

‒ 6,9

‒ 12,0

‒ 12,0

‒ 7,7

 
       

Technisch

‒ 108,6

‒ 108,6

‒ 108,6

‒ 108,7

‒ 108,7

 

Loon- en prijsindexatie Wmo beschermd wonen

‒ 108,6

‒ 108,6

‒ 108,6

‒ 108,7

‒ 108,7

 
       

Totaal bijstellingen

‒ 140,5

1.189,1

1.153,3

1.692,6

2.216,9

 
       

Bruto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2024

33.378,7

36.760,0

38.771,8

41.942,0

44.832,4

47.760,5

       

Wlz-ontvangsten ontwerpbegroting 2023

2.155,5

2.231,2

2.437,8

2.537,5

2.619,4

 
       

Bijstellingen

      

Autonoom

45,3

45,4

49,7

126,3

141,4

 

Actualisatie eigen bijdragen Wlz

45,3

45,4

49,7

126,3

141,4

 
       

Totaal bijstellingen

45,3

45,4

49,7

126,3

141,4

 
       

Wlz-ontvangsten ontwerpbegroting 2024

2.200,8

2.276,6

2.487,5

2.663,8

2.760,8

2.890,5

       

Netto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2023

31.363,7

33.339,7

35.180,6

37.712,0

39.996,0

 

Bijstellingen in de netto Wlz-uitgaven

‒ 185,8

1.143,7

1.103,6

1.566,3

2.075,5

 

Netto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2024

31.177,9

34.483,4

36.284,3

39.278,2

42.071,6

44.870,0

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS, Zorginstituut Nederland en NZa.

Toelichting

Uitgaven

Autonoom

Actualisatie Wlz-uitgaven

Op basis van uitvoeringsinformatie van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is het Wlz-kader verhoogd met € 85 miljoen in 2023 en € 220 miljoen vanaf 2024. De achterliggende oorzaak is dat er sprake is van hogere volumeontwikkeling. De verhoging met € 85 miljoen vanaf 2023 komt voornamelijk voort uit hogere volumeontwikkeling bij de ouderenzorg. De aanvullende verhoging met € 135 miljoen vanaf 2024 hangt samen met de hogere volumeontwikkeling ggz-wonen. Hiervan is vanaf 2024 € 45 miljoen gedekt uit de resterende onverdeelde groeiruimte. Verder zijn op basis van de actualisatiecijfers van het Zorginstituut over 2023 enkele posten buiten de contracteerruimte geactualiseerd. Het betreft van onder andere de tandheelkundige zorg Wlz, hulpmiddelen Wlz en opleidingen Wlz (€ 36 miljoen in 2023 oplopend tot € 42 miljoen vanaf 2026).

Vertraging doorontwikkeling kwaliteitskader verpleeghuiszorg

Tegen de achtergrond van de steeds krapper wordende arbeidsmarkt, is in het coalitieakkoord een maatregel opgenomen om het kwaliteitskader verpleeghuiszorg door te ontwikkelen en het daarmee op de lange termijn houdbaar en uitvoerbaar te houden. Het Zorginstituut Nederland is gevraagd de doorontwikkeling van het kwaliteitskader verpleeghuiszorg te begeleiden. De doorontwikkeling van het kwaliteitskader krijgt vorm door registratie van een nieuw kwaliteitskader in het register van het Zorginstituut Nederland. Hoewel hier met vereende kracht aan wordt gewerkt, is registratie nu nog geen feit. Daarmee is er onvoldoende voorbereidingstijd voor de sector om te starten met de implementatie van het nieuwe kwaliteitskader. Hierdoor komt de besparing van € 100 miljoen in 2024 te vervallen.

Vertraging meerjarig contracteren en budgetafspraken

De maatregel meerjarige contracten en budgetafspraken beoogt door meerjarige zekerheid aan zorgkantoren en zorgaanbieders te bieden de doelmatigheid van de sector te verhogen. De wettelijke basis voor het meerjarig contracteren is opgenomen in het wetsvoorstel domeinoverstijgend samenwerken. Dit wetsvoorstel regelt dat de NZa ook de bevoegdheid heeft om de middelen meerjarig over regio’s te verdelen, op basis waarvan zorgaanbieders en zorgkantoren meerjarige budgetafspraken kunnen maken. Omdat het wetsvoorstel nog deze wet nog niet per 1 januari 2024 van kracht is, komt de besparing van € 125 miljoen in 2024 te vervallen.

Loon- en prijsontwikkeling

De raming van de loon- en prijsontwikkeling is voor 2024 en verder aangepast op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB). De neerwaartse bijstelling in 2023 met € 19,6 miljoen is het gevolg van de jaarlijkse technische aanpassing van de grondslag van de loon- en prijsontwikkeling. De grondslag is aangepast van de stand ontwerpbegroting 2022 naar de stand ontwerpbegroting 2023. Deze wijziging kent een beperkte neerwaartse bijstelling van de grondslag en daarmee een beperkte neerwaartse bijstelling van de loon- en prijsbijstelling in 2023. De totale loon- en prijsbijstelling 2023 die voor de Wlz wordt toebedeeld, komt met deze correctie uit op € 2,0 miljard.

Beleidsmatig

Transitiemiddelen scheiden wonen en zorg

Dit betreft de overheveling van in totaal € 55 miljoen (€ 22 miljoen in 2025 en € 33 miljoen in 2026) naar de VWS-begroting voor de inzet van een aanvullend deel van de transitiemiddelen scheiden wonen en zorg ten behoeve van het realiseren van geclusterde woonvormen voor ouderen. Dit is onderdeel van het programma ‘Wonen en zorg voor ouderen’ van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Hiermee komt de totale inzet voor geclusterde woonvormen op € 312 miljoen.

Overheveling IZA doelstellingen

Vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA) wordt er € 150 miljoen structureel beschikbaar gesteld voor gemeenten om bij te dragen aan de IZA-doelstellingen. Het voornemen is om deze middelen door middel van een specifieke uitkering beschikbaar te stellen aan gemeenten. Om dit te realiseren zijn de benodigde middelen overgeheveld van het Uitgavenplafond Zorg naar de VWS-begroting.

EMB-regeling

Sinds 2019 is voor leerlingen die met een EMB (ernstig meervoudige beperking) staan ingeschreven in het speciaal onderwijs een tijdelijke regeling van kracht. De regeling helpt EMB-scholen om snel en effectief zorg te organiseren in de klassen met leerlingen met een EMB. De bestaande regeling wordt verlengd voor de jaren 2024 tot en met 2026 zodat er, tot een structurele oplossing is vormgegeven, een passende tijdelijke oplossing is.

VG7 (gehandicaptenzorg)

De compensatie voor geleverde VG7-zorg in de gehandicaptenzorg leidt ertoe dat in toenemende mate aanbieders terughoudend zijn met het leveren van deze zorg. Het kostprijsonderzoek van de NZa leidt niet eerder dan in 2025 tot herijkte tarieven. Om in 2023 en 2024 de compensatie voor geleverde VG7 zorg te kunnen verhogen, wordt de contracteerruimte in de Wlz met € 40 miljoen verhoogd. Hierdoor hebben zorgkantoren de ruimte om, door middel van maatwerkafspraken een lager kortingspercentage af te spreken met aanbieders, waardoor de vergoeding voor de geleverde gehandicaptenzorg hoger wordt.

Ramingsbijstelling Wlz

Dit betreft een neerwaartse bijstelling van de Wlz-uitgaven op de begroting die mogelijk is zonder het Wlz-kader bij te stellen. Voor 2023 en 2024 betreft dit een deel van de dekking van de intensivering op VG7 (gehandicaptenzorg). Voor 2025 en volgende jaren betreft dit een deel van de dekking voor de compensatie aan gemeenten voor de hoger dan geraamde aanzuigende werking voor het abonnementstarief. In het kader van het Integraal Zorgakkoord (IZA) is afgesproken dat de hoger dan geraamde aanzuigende werking van het abonnementstarief in de Wmo 2015 per 2025 door het Rijk wordt gecompenseerd. Deze compensatie betreft € 110 miljoen vanaf 2025. Hiervan wordt € 55 miljoen gedekt uit de overdekking op het Wlz-budget. Deze middelen worden overgeheveld naar het gemeentefonds.

Pandemische paraatheid/Zorg

Dit betreft de overheveling vanaf de Aanvullende post van het ministerie van Financiën van middelen voor pandemische paraatheid (onderdeel Zorg) op basis van het coalitieakkoord. Het betreft middelen:

  • om een adequate RAOZ coördinatiestructuur voor langdurige zorg per ROAZ-regio in te richten;

  • voor het opleiden, trainen en oefenen in de langdurige zorg ter voorbereiding op crises en rampen.

Maatregelen Wmo

Dit betreft een reservering voor onvoorziene en/of nader in te vullen kosten voor de uitvoering van de Wmo.

Maatwerk pgb

Pgb-houders die zelf Wlz-zorg inkopen krijgen momenteel een maximumbedrag op basis van een zorgprofiel toegekend. Het komt niet vaak voor dat cliënten het volledige ter beschikking gestelde bedrag opmaken. Deze maatregel heeft als doel het pgb-budget in de Wlz beter aan te laten sluiten op de daadwerkelijke zorgvraag van cliënten. De doelmatigheidswinst is geschat op 4% van de uitgaven en kent een ingroeiperiode vanwege het overgangsrecht van de bestaande budgethouders. De maatregel levert structureel € 110 miljoen op, inclusief € 5 miljoen uitvoeringskosten.

IJklijn naar Wlz : Pandemic preparedness audits

De middelen voor infectiepreventie in de langdurige zorg worden via de zorginkoop beschikbaar gesteld. Zorgkantoren maken dit onderdeel van hun inkoopbeleid en de NZa verdisconteert de meerkosten in de tarieven. Om die reden worden de beschikbare middelen via een ijklijnmutatie overgeheveld van de VWS-begroting naar het Uitgavenplafond Zorg.

Kasschuif pandemic preparedness audits

De kasschuif zorgt ervoor dat de middelen voor infectiepreventie aansluiten bij de verwachte besteding in de betreffende jaren. De kasschuif zorgt ervoor dat er de komende jaren een gelijkblijvend bedrag beschikbaar is om blijvende inzet op infectiepreventie te accommoderen.

Kasschuif voor tijdelijke extra capaciteit zorg met verblijf (scheiden wonen en zorg)

De maatregel scheiden wonen en zorg is erop gericht ouderenzorg in toenemende mate op basis van een leveringsvorm exclusief verblijf te verstrekken. Dit heeft ook consequenties voor de capaciteitsplanning van zorgaanbieders. Er is geïnventariseerd in hoeverre lopende capaciteitsuitbreidingen nog aangepast konden worden om aan te sluiten bij de transitie scheiden wonen en zorg. Voor de plekken waar dit niet mogelijk bleek, is tijdelijke compensatie op basis van zorg met verblijf mogelijk. In tegenstelling tot de eerder gemelde 4.800 plekken blijkt uit de laatste inventarisatie dat het gaat om 5.670 plekken. Middels een kasschuif kan de aanvullende opgave uit de transitiemiddelen scheiden wonen en zorg worden gedekt.

IJkiijn van Wlz: Domeinoverstijgend samenwerken

Voor domeinoverstijgende samenwerking zijn binnen de Wlz middelen gereserveerd. De oorspronkelijke inzet was om deze via zorgkantoren vanuit de Wlz beschikbaar te stellen. Dit blijkt niet haalbaar, omdat het wetsvoorstel dat deze nieuwe bevoegdheid voor zorgkantoren regelt, nog niet van kracht is per 1 januari 2024. Daarom wordt in 2024, net als in 2023, ingezet op bevorderen domeinoverstijgende samenwerking vanaf de VWS-begroting en via gemeenten. Dit vergt een ijklijnmutatie.

Overheveling van Zvw voor paramedische zorg

Thuiswonende Wlz-cliënten en cliënten met verblijf zonder behandeling, ontvangen hun paramedische zorg voornamelijk uit de Zvw. Dit terwijl een deel van hen volgens de wettelijke aanspraak hun paramedische zorg vanuit Wlz zou moeten krijgen. Medio 2023 zal de NZa zorgkantoren stimuleren te communiceren naar zorgaanbieders dat zij volgens de wettelijke aanspraak dienen te werken. De verwachting is dat dit op den duur tot een meevaller in de Zvw en een tegenvaller in de Wlz zal leiden. Met deze mutatie wordt de meevaller in de Zvw overgeheveld naar de Wlz.

Overig beleidsmatig

Deze post is het saldo van kleine beleidsmatige mutaties.

Technisch

Loon- en prijsindexatie Wmo beschermd wonen

Dit betreft het overboeken van de loon- en prijsindexatie naar het budget voor Wmo beschermd wonen in het gemeentefonds.

Ontvangsten

Autonoom

Actualisatie eigen bijdragen Wlz

Dit betreft de actualisering van de egen bijdragen Wlz op basis van de uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut en de macro-economische inzichten van de CPB.

6.3.2.4 Ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en –ontvangsten per deelsector

In tabel 9 wordt de ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten op sectorniveau weergegeven voor de periode 2023-2028. De sector Nominaal en onverdeeld Wlz bevat de nog niet uitgedeelde ruimte voor volumegroei en loon- en prijsbijstellingen en nog niet toebedeelde middelen uit de Startnota.

Tabel 9 Ontwikkeling van de Wlz-uitgaven per sector (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Zorg in natura binnen contracteerruimte

29.330,5

30.179,9

29.427,3

29.361,1

29.178,9

29.135,2

Ouderenzorg

17.017,6

17.395,3

16.908,5

16.792,6

16.617,6

16.575,2

Gehandicaptenzorg

10.187,8

10.476,6

10.235,7

10.277,9

10.270,7

10.269,5

Langdurige ggz

2.125,1

2.308,0

2.283,1

2.290,6

2.290,6

2.290,6

Persoonsgebonden budgetten2

3.122,1

3.285,8

3.250,6

3.220,6

3.170,6

3.170,6

Pgb ouderenzorg

699,8

768,9

760,8

753,9

742,3

742,3

Pgb gehandicaptenzorg

2.126,1

2.200,4

2.175,7

2.154,6

2.119,5

2.119,5

Pgb langdurige ggz

296,1

316,6

314,2

312,1

308,8

308,8

Buiten contracteerruimte

926,2

3.294,3

6.093,9

9.360,3

12.482,9

15.454,7

Beheerskosten

322,1

358,7

378,3

391,4

339,2

339,2

Overig buiten contracteerruimte3

597,2

613,1

613,1

613,0

599,8

599,8

Nominaal en onverdeeld Wlz

6,9

2.322,6

5.102,5

8.356,0

11.543,9

14.515,7

Bruto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2024

33.378,8

36.760,0

38.771,8

41.942,0

44.832,4

47.760,5

Eigen bijdragen Wlz

2.200,8

2.276,6

2.487,5

2.663,8

2.760,8

2.890,5

Netto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2024

31.177,9

34.483,4

36.284,3

39.278,2

42.071,6

44.870,0

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

2 Om meer inzicht te geven in de besteding van middelen voor ouderenzorg, gehandicaptenzorg en de langdurige ggz zijn de budgetten met ingang van 2022 voor zorg in natura en pgb uitgesplitst in deze onderdelen.

3 Bij de Wlz zijn onder de post «overige buiten contracteerruimte» opgenomen de deelsectoren: hulpmiddelen, tandheelkunde Wlz, medisch-specialistische zorg Wlz, dure geneesmiddelen, ADL en beschikbaarheidbijdrage opleidingen Wlz.

 

Bron: VWS, Zorginstituut Nederland en NZa.

In onderstaande figuur is de samenstelling van de bruto Wlz-uitgaven 2024 in staafdiagrammen opgenomen.

Figuur 4 Samenstelling van de bruto Wlz-uitgaven 2024 (in miljarden euro's)

6.3.3 Begrotingsgefinancierde zorguitgaven

Bij de begrotingsgefinancierde zorguitgaven gaat het ondermeer om middelen die op grond van de Wmo beschermd wonen onder het Uitgavenplafond Zorg beschikbaar zijn. Naast de Wmo beschermd wonen vallen enkele andere begrotingsgefinancierde posten onder de zorguitgaven. Tot deze categorie horen een deel van de uitgaven voor zorgopleidingen, de uitgaven voor zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland, de subsidie(regelingen) NIPT, abortusklinieken, overgang integrale tarieven medische-specialistische zorg (MSZ) en kwaliteit, transparantie en patiëntveiligheid. Deze uitgaven worden bij de artikelen 1, 2 en 4 verantwoord en toegelicht. Verder is een deel van de middelen uit de Startnota, die onder de zorguitgaven vallen, opgenomen op de aanvullende post van het Ministerie van Financiën.

6.3.3.1 Verticale ontwikkeling begrotingsgefinancierde zorguitgaven

In tabel 10 wordt de ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven weergegeven. De bijstellingen voor Wmo beschermd wonen en de aanvullende post van het Miniserie van Financiën worden respectievelijk in tabel 10A en tabel 10B gespecificeerd en toegelicht.

Tabel 10 Verticale ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven 2023-2028 (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Bruto begrotingsgefinancierde zorguitgaven ontwerpbegroting 2023

2.459,9

3.230,6

3.100,0

3.210,1

2.974,7

 
       

Bijstellingen

      

Wmo beschermd wonen (gemeentefonds), zie tabel 10A

108,6

108,6

108,6

108,7

108,7

 

Aanvullende post Financiën, zie tabel 10B

‒ 406,5

‒ 824,6

‒ 773,7

‒ 787,4

‒ 597,2

 
       

Autonoom

‒ 22,6

31,7

28,4

54,4

75,6

 

Loon- en prijsontwikkeling

‒ 22,6

31,7

28,4

54,4

75,6

 
       

Beleidsmatig

‒ 21,4

‒ 63,9

‒ 57,3

‒ 43,0

‒ 0,5

 

Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland (Artikel 4)

25,5

19,6

20,7

21,9

20,8

 

Zorgopleidingen (Artikel 4)

14,1

10,0

10,0

10,0

9,3

 

Overboeking prijsbijstelling

‒ 31,6

‒ 75,5

‒ 64,5

‒ 50,9

  

Overig

‒ 29,4

‒ 18,0

‒ 23,5

‒ 23,9

‒ 30,6

 
       

Totaal bijstellingen

‒ 341,9

‒ 748,2

‒ 693,9

‒ 667,3

‒ 413,3

 
       

Bruto begrotingsgefinancierde zorguitgaven ontwerpbegroting 2024

2.117,9

2.482,4

2.406,1

2.542,8

2.561,3

2.544,9

       

Ontvangsten ontwerpbegroting 2023

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Bijstelling ontvangsten langdurige zorg en ondersteuning (Artikel 3)

3,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Ontvangsten ontwerpbegroting 2024

3,5

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

       

Netto begrotingsgefinancierde zorguitgaven ontwerpbegroting 2023

2.459,9

3.230,6

3.100,0

3.210,1

2.974,7

 

Bijstellingen in de netto begrotingsgefinancierde zorguitgaven

‒ 345,4

‒ 748,2

‒ 693,9

‒ 667,3

‒ 413,3

 

Netto begrotingsgefinancierde zorguitgaven ontwerpbegroting 2024

2.114,4

2.482,4

2.406,1

2.542,8

2.561,3

2.544,9

1 Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS.

In tabel 10A wordt de ontwikkeling van de zorguitgaven Wmo beschermd wonen gepresenteerd en toegelicht.

Tabel 10A Verticale ontwikkeling beschermd wonen 2023-2028 (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Netto uitgaven Wmo beschermd wonen ontwerpbegroting 2023

1.532,9

1.533,4

1.534,0

1.534,6

1.534,6

 
       

Bijstellingen

      

Technisch

108,6

108,6

108,6

108,7

108,7

 

Loon- en prijsindexatie Wmo beschermd wonen

108,6

108,6

108,6

108,7

108,7

 
       

Totaal bijstellingen

108,6

108,6

108,6

108,7

108,7

 
       

Netto uitgaven Wmo beschermd wonen ontwerpbegroting 2024

1.641,5

1.642,0

1.642,6

1.643,3

1.643,3

1.643,3

1 Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS.

Toelichting

Loon- en prijsindexatie Wmo beschermd wonen

Dit betreft het toevoegen van de loon- en prijsindexatie 2023 aan het budget voor beschermd wonen in het gemeentefonds.

In tabel 10B wordt de verticale ontwikkeling van de zorguitgaven op de aanvullende post van het Ministerie van Financiën gepresenteerd en toegelicht. De middelen maken onderdeel uit van het Uitgavenplafond Zorg. In de tabel zijn de middelen uit de Startnota opgenomen die overgeheveld zijn naar het Uitgavenplafond Zorg (Zvw en Wlz) en de VWS-begroting. Daarnaast zijn enkele overige bijstellingen in de tabel verwerkt.

Tabel 10B Verticale ontwikkeling zorguitgaven aanvullende post Financien 2023-2028 (bedragen x € 1 miljoen) 1
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Netto Zorguitgaven aanvullende post Financiën ontwerpbegroting 2023

411,1

1.122,8

944,3

1.001,2

776,2

 
       

Bijstellingen

      

Beleidsmatig

      

Overhevelingen naar het Uitgavenplafond Zorg

‒ 196,4

‒ 587,5

‒ 596,4

‒ 619,0

‒ 446,9

 

MTVP (Meer Tijd Voor de Patiënt): extra huisartsen opleiden

0,0

0,0

0,0

‒ 30,3

‒ 48,9

 

MTVP (Meer Tijd Voor de Patiënt): kader huisartsen

0,0

0,0

0,0

‒ 2,7

‒ 20,1

 

Integraal Zorgakkoord (transformatiemiddelen premie)

 

‒ 263,5

‒ 262,0

‒ 261,5

  

Juiste zorg op de juiste plek (transformatiemiddelen premie)

‒ 195,7

‒ 322,9

‒ 333,3

‒ 323,4

‒ 377,5

 

Juiste zorg op de juiste plek (transformatiemiddelen premie) MSZ opleidingen

‒ 0,7

‒ 1,1

‒ 1,1

‒ 1,1

‒ 0,4

 
       

Overhevelingen naar de VWS-begroting

‒ 59,6

‒ 190,1

‒ 229,9

‒ 257,9

‒ 150,7

 

Standaardisatie gegevensuitwisseling

‒ 24,3

‒ 70,1

‒ 81,4

‒ 96,6

‒ 32,2

 

Juiste zorg op de juiste plek (transformatiemiddelen)

‒ 19,3

‒ 83,5

‒ 73,2

‒ 83,0

‒ 29,6

 

Passende zorg als norm in Zvw (investeringsmiddelen)

‒ 16,0

‒ 36,5

‒ 75,4

‒ 75,2

‒ 85,8

 

Meer opleiden physician assistants/verpleegkundig specialisten

0,0

0,0

0,0

‒ 3,0

‒ 3,0

 
       

Overige

‒ 150,5

‒ 47,0

52,6

89,4

0,4

 

Kasschuif: vertraging standaardisatie gegevensuitwisseling

‒ 135,0

0,0

67,5

67,5

0,0

 

Kasschuif: Passende zorg

‒ 15,6

‒ 16,7

0,0

32,3

0,0

 

IJklijn standaardisatie gegevensuitwisseling

0,0

‒ 30,3

‒ 15,0

‒ 10,4

0,0

 

Loon- en prijsbijstelling

0,0

0,1

0,1

0,1

0,4

 
       

Totaal bijstellingen

‒ 406,5

‒ 824,6

‒ 773,7

‒ 787,4

‒ 597,2

 

Netto zorguitgaven aanvullende post Financiën ontwerpbegroting 2024

4,5

298,2

170,5

213,8

179,0

207,8

Toelichting

Overhevelingen naar het Uitgavenplafond Zorg

MTVP (Meer Tijd Voor de Patiënt): extra huisartsen opleiden/kader huisartsen

De middelen die op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën zijn gereserveerd voor Meer Tijd Voor de Patiënt worden overge heveld naar de Zvw om het aantal opleidingsplekken voor huisartsen stevig te vergroten. Een deel van de middelen wordt gereserveerd op de sector Nominaal en onverdeeld Zvw. Het doel hiervan is dat er meer tijd komt in de spreekkamer van de huisarts.

Integraal Zorgakkoord (transformatiemiddelen premie)

De middelen die op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën (Uitgavenplafond Zorg) stonden gereserveerd voor het Integraal Zorgakkoord en Juiste zorg op de juiste plek worden naar het Uitgavenplafond Zorg overgeheveld om uitvoering te geven aan het coalitieakkoord en het Integraal Zorgakkoord (IZA). IZA-partijen kunnen transformatieplannen indienen bij de marktleider zorgverzekeraar om aanspraak te maken op deze middelen. Het transformatieplan moet dan voldoen aan het beoordelingskader voor impactvolle transformaties. Bij de vaststelling van het macroprestatiebedrag 2023 is rekening gehouden met een bedrag van € 280 miljoen aan transformatiemiddelen, een deel hiervan was nog niet budgettair verwerkt. Middels de mutatie van € 196 miljoen in 2023 wordt dat gedaan.

Juiste zorg op de juiste plek (transformatiemiddelen)

Deze post wordt samen met de middelen van het Integraal Zorgakkoord overgeheveld, ten behoeve van dezelfde doelen.

Juiste zorg op de juiste plek (transformatiemiddelen/ opleidingen medisch specialisten)

Vanuit de middelen die op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën zijn gereserveerd voor het Integraal Zorgakkoord en Juiste Zorg op de juiste plek wordt budget toegevoegd aan de beschikbaarheidbijdrage medische vervolgopleidingen voor de ontwikkeling van de medisch-specialistische vervolgopleidingen.

Overhevelingen naar de VWS-begroting

Standaardisatie gegevensuitwisseling

Middelen die op de aanvullende post bij het Ministerie van Financiën zijn gereserveerd voor de standaardisatie van gegevensuitwisseling worden overgeheveld naar de VWS-begroting (Uitgavenplafond Rijksbegroting); zie de artikelsgewijze toelichting op de begrotingsartikelen.

Juiste zorg op de juiste plek (transformatiemiddelen)

Een deel van de middelen die op de aanvullende post bij het Ministerie van Financiën zijn gereserveerd voor het IZA wordt uitgegeven via de VWS-begroting, omdat in een aantal gevallen financiering via VWS logischer is dan via een zorgverzekeraar. De middelen worden ingezet om randvoorwaarden te creëren voor impactvolle transformaties.

Passende zorg als norm in Zvw (investeringsmiddelen)

Een deel van de op de aanvullende post bij het Ministerie van Financiën gereserveerde middelen voor passende zorg wordt overgeheveld naar de VWS-begroting om uitvoering te geven aan het coalitieakkoord. Met deze middelen worden stappen gezet voor de beweging naar passende zorg door fors in te zetten op doelmatigheidsonderzoek. Daarnaast vergroten we de capaciteit van het Zorginstituut, waardoor meer duidingen van verzekerde aanspraken mogelijk worden. Ten slotte zetten we in op implementatie, zodat de kennis uit de doelmatigheidsstudies in de praktijk kan worden gebracht. Tegelijkertijd gaan we verder met het verbeteren en verbreden van de toets op het basispakket.

Meer opleiden physician assistants/verpleegkundig specialisten

Vanuit de middelen die op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën zijn gereserveerd voor Meer Tijd Voor de Patiënt wordt budget overgeheveld naar de VWS-begroting (Uitgavenplafond Rijksbegroting) om het opleiden van physican assistants/verpleegkundig specialisten in de praktijk te stimuleren.

Overige

Kasschuif: vertraging standaardisatie gegevensuitwisseling

Met deze schuif worden de middelen in het juiste kasritme geplaatst om de doelstellingen op het gebied van standaardisatie gegevensuitwisseling te kunnen bereiken.

Kasschuif: Passende zorg

Met deze schuif worden de middelen in het juiste kasritme geplaatst om de doelstellingen op het gebied van passende zorg te kunnen bereiken.

IJklijn standaardisatie gegevensuitwisseling

Middelen die op de aanvullende post bij het Ministerie van Financiën zijn gereserveerd voor de standaardisatie van gegevensuitwisseling worden overgeheveld het(Uitgavenplafond Rijksbegroting.

Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling op de aanvullende post van Financiën.

6.3.3.2 Ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven

In tabel 11 wordt de ontwikkeling van de totale begrotingsgefinancierde zorguitgaven weergegeven. In tabel 11A is de ontwikkeling van de aanvullende post van het Ministerie van Financiën gespecificeerd opgenomen.

Tabel 11 Ontwikkeling van de totale begrotingsgefinancierde zorguitgaven (bedragen x € 1 miljoen) 1
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Wmo beschermd wonen (gemeentefonds)

1.641,5

1.642,0

1.642,6

1.643,3

1.643,3

1.643,3

       

Overig begrotingsgefinancierd (VWS-begroting en aanvullende post Financiën)

476,5

840,4

763,4

899,5

918,0

901,6

Subsidieregeling abortusklinieken (Artikel 1)

19,8

19,2

19,2

19,3

19,3

19,3

Subsidie NIPT (Artikel 1)

0,4

0,4

0,4

0,4

0,4

0,4

Ondersteuning van het zorgstelsel (Artikel 2)

7,5

5,7

0,4

0,0

0,0

0,0

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt (Artikel 4)

280,9

276,6

276,5

276,5

275,7

275,4

Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland (Artikel 4)

163,3

162,0

166,5

170,7

172,8

176,3

Loon- en prijsbijstelling (VWS-begroting)

0,0

78,3

129,9

201,7

223,0

196,8

Aanvullende post Financiën (zie tabel 11A)

4,5

298,2

170,5

213,8

179,0

207,8

Overige

0,0

0,0

0,0

17,1

47,6

25,5

Bruto begrotingsgefinancierde zorguitgaven ontwerpbegroting 2024

2.117,9